Maandag 24/02/2020

Terreur in het park

Sarah Eleazar is journalist van de Engelstalige Pakistaanse krant The Express Tribune.

Het was paaszondag en honderden mensen, vooral gezinnen met kinderen, genoten in het park van Gulshan-e-Iqbal, een van de grootste van Lahore, van de feestdag en het mooie weer. Griffin Iqbal, zijn vrouw Samia en hun zoontjes Max en Adan, 6 en 4 jaar oud, gingen na de zondagsmis naar het park. De jongens kochten popcorn en ijsjes en amuseerden zich in de speeltuin. Om kwart over vier zei hun vader dat het tijd was om naar huis te gaan. Adan spartelde tegen maar zijn vader pakte hem op, nam Max bij de hand en wandelde naar de uitgang. Ze waren nog maar net het park uit toen een oorverdovende ontploffing de grond onder hun voeten deed daveren.

Iqbal, bang voor paniek, zei tegen de mensen die kwamen aangerend dat het waarschijnlijk een defect van een draaimolen was. "Maar mijn woorden gingen verloren in het geschreeuw uit het park."

Een splintergroep van de Pakistaanse taliban, Jamaat-e-Ahrar, heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanslag die ten minste 72 mensen, onder wie tientallen kinderen, heeft gedood en honderden heeft verwond. De taliban zeggen dat ze de christelijke minderheid wilden treffen terwijl ze Pasen vierde. Maar toen in de ziekenhuizen de doden werden geteld, bleek dat meer moslims dan christenen waren vermoord.

Nawaz Sharif, de Pakistaanse premier, heeft de aanslagen veroordeeld in een toespraak op de nationale televisie. Het leger is in het offensief gegaan tegen de taliban in de provincie Punjab, waarvan Lahore de hoofdstad is. Maar het bloedbad zal diepe psychologische sporen achterlaten bij de christelijke minderheid van Pakistan, die ongeveer 1,6 procent van de bevolking vertegenwoordigt.

Er is verdriet, maar waar blijft de woede? Er is wel een officiële rouwperiode, maar geen publiek vertoon van smart. In de kerken van de stad worden geen herdenkingsdiensten gehouden. De christelijke leiders die de aanslagen hebben veroordeeld, deden dat via door de overheid goedgekeurde kanalen, zoals de Pakistaanse Raad van de Islamitische Oelama. De regering geeft de christenen in Lahore de raad om zich koest te houden en de ongewenste aandacht voorbij te laten gaan.

Rana Tanveer, een journalist in Lahore die over de mensenrechten schrijft, herinnert zich zijn gesprekken met kerkleiders, die meestal elk commentaar weigeren of hem niet terugbellen. Als ze je toch in vertrouwen nemen, vertelt hij, zeggen ze dat hun gemeenschap hier niet wordt aanvaard.

De enige demonstratie die de kerken in de afgelopen jaren hebben georganiseerd, was een deelname aan de protesten van moslims tegen Terry Jones, de Amerikaanse dominee die berucht werd met zijn campagne om de koran te verbranden. Het was een poging van de kerken om hun eigen gemeenschap te beschermen, legt Tanveer uit. "Wie kan hen dat kwalijk nemen? Heel het systeem sluit hen uit van alle aspecten van het burgerschap."

Zondag, slechts enkele uren voor de aanslag in Lahore, verzamelden naar schatting 25.000 betogers zich in de straten van Islamabad, de Pakistaanse hoofdstad. Het was het einde van de rouw voor Mumtaz Qadri, die in februari was terechtgesteld omdat hij in 2011 Saman Taseer had vermoord. Taseer was de gouverneur van Punjab die zich verzette tegen de Pakistaanse wet op godslastering en tegen de terdoodveroordeling van een christelijke vrouw, Asia Bibi, die de islam zou hebben beledigd. Waarna hij door zijn eigen lijfwacht, Qadri, werd doodgeschoten.

De betogers, die onder meer de executie van Asia Bibi eisten, lieten een spoor van vernieling achter zich toen ze de 'rode zone' bestormden, een bewaakt gebied dat wordt verondersteld de overheidsgebouwen en ambassades te beschermen. Ze staken een autobus in brand, plunderden een busstation, vernielden voertuigen en omsingelden het parlementsgebouw voor het leger ingreep. Die onbeteugelde uitdrukking van haat en geweld bewees opnieuw het onvermogen van de regering om het extremisme te beteugelen.

In het voorbije decennium heeft die regering keer op keer beloofd dat ze de extremisten zou uitroeien. Maar de aanslag van zondag bewijst dat veiligheid, vooral voor minderheden, een luxe is die de staat niet kan geven. Er was vrijwel geen beveiliging in het park van Gulshan-e-Iqbal.

Dinsdag was de plaats van de aanslag afgesloten, maar het zwartgeblakerde metalen hek van de speeltuin en de verschroeide tegels van de fontein spraken duidelijke taal. Een agent vertelde me dat de kogellagers in het bomvest van de kamikaze de meeste schade hadden aangericht toen ze de slachtoffers verscheurden. "Later, toen ik thuis was, heb ik gehuild", zei hij, terwijl hij naar de grond keek. "De menselijkheid is dood."

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234