Donderdag 20/01/2022

Ter nagedachtenis

A cold body is hot stuff voor een zich respecterend obituarist

"In 1928 won hij de Nobelprijs en verder was hij een beetje getikt." Dat schreef de New York Evening Post na de dood van de Ierse schrijver W.B. Yeats in 1939, ter afsluiting van een alinea waarin Yeats geprezen werd als auteur van stralend proza, poëtische toneelstukken en sierlijke essays, en als "een patriot in een tijd dat daar nog moed voor nodig was".

Over de doden niets dan goeds?

'I remember Anna', zo heet een gedicht dat meteen de vernietigendste necrologie is van een schrijver uit het Nederlandse taalgebied. Cornelis Bastiaan Vaandrager schreef na de dood van zijn stadsgenote Anna Blaman de volgende verzen: "Ik vond haar ontzettend lelijk en ontzettend aardig. / Maar laten we eerlijk zijn: / schrijven kon ze niet". (Later zou Vaandrager nog de Anna Blaman Prijs krijgen, echter pas nadat de zus van de schrijfster was overleden. Die bleef immers haar hele leven woedend op Vaandrager wegens het gedicht. De dichter zelf, zo blijkt uit de pas verschenen biografie Vaan. Het bewogen leven van C.B. Vaandrager van Menno Schenke, bleef ook in latere interviews sowieso zijn mening ventileren: "Anna Blaman? Onleesbaar, dat is geen schrijven, dat is psychologiseren.")

Volgens Jeroen Brouwers is de allereerste voorwaarde en zwaarste eis van een in memoriam dat het persoonlijk is, en "dat het blijk geeft van persoonlijk gevoelde rouw en verslagenheid daarover". Anton Koolhaas begon zijn necrologie van Ed Hoornik bijvoorbeeld met: "Vlak voordat hij zestig jaar werd, sterft me daar Hoornik", en verderop schreef hij: "Eddie. Een vriend. De bliksem slaat dichtbij in." Het artikel staat gepubliceerd in de door Brouwers samengestelde bundel necrologieën van schrijvers Hij is reeds aan de overzijde. Een gelijkaardige bundel necrologieën van politici werd samengesteld door Martin van Amerongen, zelf ook een liefhebber van het genre. Hij schreef graag in memoriams, bekende hij in een interview: "De dood van iemand van importantie inspireert mij. Ik geloof trouwens niet in dit soort stukken die zoals gebruikelijk voorgekookt in de la klaarliggen. Je kunt de doden niet herdenken met stukken waar de schimmel op ligt."

Over ter redactie klaarliggende necrologieën bestaan meerdere anekdoten. In Het leven van een doodsbericht, een door Hans Renders geredigeerde essaybundel over de band tussen necrologie en biografie, vertelt Renders die van de journalist Paul van 't Veer. Als jonge verslaggever van Het Parool kreeg hij de opdracht alvast een in memoriam van Simon Carmiggelt te schrijven. Carmiggelt stierf pas jaren later, in 1987, terwijl Van 't Veer al in 1979 overleed. De dag na Carmiggelts dood stond de necrologie in de krant, met de toevoeging dat de journalist intussen zelf ook was overleden.

Vooral in Groot-Brittannië koesteren de kranten de necrologie. Over de Angelsaksische cultuur van de obituary - kortweg obit - schreef Kees Brusse een bijzonder lezenswaardig stuk in Het leven van een doodsbericht. Toen Brusse in 1964 begon als correspondent in Londen ontdekte hij de vaste pagina in The Times met anoniem gepubliceerde in memoriams: "De obits hoorden bij The Times zoals het kruiswoordraadsel en het weerbericht". Pas later kwam hij erachter dat die anonieme obituaries soms al jaren tevoren geschreven waren door schrijvers als Graham Greene, Evelyn Waugh en Somerset Maughan. "Niet zelden worden obits pas gepubliceerd als de schrijver ervan is overleden en zelf al met een obit is vereerd." Instemmend citeert Brusse The Economist, die ooit vaststelde dat de obits tot de best geschreven stukken van de krant behoren, "anekdotisch, oneerbiedig, maar elegant en scherp; intelligent, ontroerend en op een vriendelijke manier verschrikkelijk geestig".

A cold body is hot stuff, alvast voor een zich respecterend obituarist. In de jaren tachtig beconcurreerde de Daily Telegraph de Times door onder meer de beste pennen van de redactie 'op de obit' te zetten. De legendarische redactiechef Hugh Massingberd wist de necrologie te verheffen tot een eigen genre, waarbij humor én het saillante detail essentieel zijn. "Een obit gespeend van humor", aldus een kenner, "is het lezen niet waard". Dat de stukken niet ondertekend verschijnen helpt, want anonieme obits zijn vaak afstandelijker en vermelden details die een ondertekenaar vaak uit piëteit laat liggen.

The Times kreeg ooit een resem kwade brieven na de obit over de bisschop van Edmonton, waarin stond: "Hij was geen wetenschapper, geen begenadigd predikant, het beste wat van zijn preken gezegd kan worden is dat zij meestal kort waren". En toen het ging over een specialiste van luizen en vlooien schreef The Economist: "Haar leven lang was zij atheïst, maar ze gaf eens toe even gedacht te hebben dat er toch een Schepper was toen zij ontdekte dat de vlo een penis had". Volgens de Daily Telegraph zong Nico, de legendarische zangeres van The Velvet Underground, "decadente Duitse slaapliedjes", en het stuk vermeldde ook haar doodsoorzaak: "De afgelopen jaren was ze afgekickt van de heroïne en ze was gaan fietsen, wat nog gevaarlijker bleek. Zij viel op vakantie van haar fiets en stierf."

Toen Kees Brusse een bezoek bracht aan de obit-redactie van de Daily Telegraph vertelde de chef hem: "Met de dood heeft de obit niets te maken. Wij zijn de boeiendste, meest veelzijdige redactie van de krant. De stroom des levens, zoals mijn voorganger zei, vliedt hier aan ons voorbij. Het is een celebration of life. Hier vieren wij het leven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234