Zondag 29/11/2020

tentoonstelling goddess in het modemuseum

Perfect, ongenaakbaar en eeuwig, zoals de godinnen uit de Griekse Oudheid, welke ontwerper wil vrouwen niet net zo maken?

Gewaden voor godinnen

Vandaag wordt in het Antwerpse MoMu Goddess geopend. Deze vierde tentoonstelling van het ModeMuseum toont aan de hand van een rijkelijke hoeveelheid designerstukken van vroeger en nu hoe de mode uit de klassieke Oudheid ontwerpers uit de 20ste en 21ste eeuw blijft inspireren. De kans is trouwens groot dat u zonder het te beseffen een chiton draagt. De Helleense klederdracht gaat nu al enkele millennia mee. Tijdlozer kan moeilijk.

Antwerpen

Van onze verslaggeefster ter plaatse

Cathérine Ongenae

Als we als kind vroeger verkleedpartijtje speelden, hadden we niet veel nodig. Enkele kleurrijke doeken, wat veiligheidsspelden, een ceintuur of een touw, en we waren gelukkig. Fier als koninginnen togen we rond in onze gedrapeerde gewaden. Of beter: fier als godinnen. Het is merkwaardig hoe het archetypische beeld van de Griekse godin uit de geschiedenisboeken toen al indruk had gemaakt, en hoe een spelend kind onbewust oude vouw- en drapeertechnieken als de chiton en de peplos nabootst als het een laken in handen krijgt.

De Helleense klederdracht inspireert niet alleen fantasierijke kinderen, maar ook modeontwerpers (wat meteen de vraag doet rijzen of modeontwerpers diep van binnen ook niet spelende kinderen zijn). De link is niet ver te zoeken. In de Griekse mythologie was een godin een schepsel dat werd aanbeden. Op haar piëdestal stond ze perfect, ongenaakbaar en eeuwig te wezen. Een wezen met een onvergankelijke schoonheid als bijvoorbeeld Aphrodite, de Griekse godin van de liefde, of een bekoorlijke legende als Helena van Troje, wier onbeschrijfelijk mooie trekken hordes soldaten deden oprukken. Wie kent die onvergetelijke dames niet? En droomt niet elke ontwerper ervan een kledingstuk te creëren dat een vrouw bovengenoemde eigenschappen verleent, dat haar boven zichzelf verheft, haar legendarisch maakt? En is het een toeval dat legendes als Marlène Dietrich, Grace Kelly, Jacqueline Kennedy en Nicole Kidman zich het liefst vertoonden in avondjaponnen met een klassieke twist?

Bovengenoemden, of op zijn minst hun jurken, hebben allen een plek in Goddess. De tentoonstelling werd voor een deel overgenomen van de gelijknamige expositie die vorig jaar in The Costume Institute van het Metropolitan Museum of Art in New York liep. Sommige stukken en foto's reisden af naar België. Andere, meestal uit het museumarchief en vaak erg fragiel, mochten het Moma niet verlaten, maar werden weldoordacht vervangen door archief- en hedendaagse stukken van Belgische en buitenlandse ontwerpers. Voor de scenografie van de expo, die ook nieuw is, werd andermaal beroep gedaan op Bob Verhelst, die eerder ook al meewerkte aan de tentoonstellingen Geometrie, Selectie 1: Backstage/Achter de Schermen en Patronen. Verhelst vertrok vanuit het 'ruïne'-idee, waarin oude, witgeschilderde meubels als een barricade rond de op poppen hangende kledingstukken liggen, als afgebrokkelde muren die een barrière vormen voor een ontoegankelijke plek op een archeologische site.

mythische details

Vijf thema's vormen het skelet van de tentoonstelling. Bij het binnenkomen word je opgewarmd met 'Mythische details', kledingstukken die verwijzen naar attributen uit die tijd, zoals harnassen. Uiteraard geven zulke motieven de spectaculairste resultaten. De met rozen versierde zilverkleurige torso van een haute-couturecollectie van Givenchy bijvoorbeeld, het zwartzijden en lederen ensemble uit 1991 van Versace, volledig versierd met metalen rivetten en het witte katoenen T-shirt van Bernhard Willhelm (2004) bedrukt als was het een gevechtsuitrusting: ze maken indruk maar blijven in de sfeer van een kostuumafdeling van een theater hangen. De Griekse sleutelpatronen, een rechtlijnige meander, die vaak werden gebruikt in de dagdagelijkse kledij in de Oudheid, zijn dan weer subtieler, zoals in zilverdraad op een jurk van Claude Montana (1980); dan weer extravaganter, zoals gebruikt door Versace (1991). De moeilijkste figuurlijke verwijzingen zijn die die van de Olympusberg gevallen lijken. Een enkeling, zoals raspaardje Alexander McQueen, met zekerheid een homo ludens, slaagt erin om die fantastische elementen opnieuw te modelleren tot iets van zichzelf, in dit geval een halsstuk met gouden veertjes dat hij in 1997 creëerde voor de haute-couturecollectie van Givenchy.

Een tweede luik, 'De doos van Pandora', focust op de drie Griekse basiskledingstukken: de chiton, de peplos en de himation. De chiton bestaat uit twee rechthoekige lappen die bovenaan en opzij zijn vastgenaaid, uiteraard met openingen voor hoofd en armen. De peplos is zo mogelijk nog typerender dan de chiton: een rechthoekige lap stof wordt omgevormd tot een koker, een beetje wat je in de badkamer met een grote handdoek doet of op het strand met een pareo. Twee spelden hechten de voorkant en de achterkant van het stuk aan elkaar aan de schouders. De himation is dan weer een omslagdoek, een rechthoekige cape die gestileerd van de schouders valt. Zelfs al zegt dat u in eerste instantie niets, aan de hand van stukken van onder meer Madame Grès (jaren zestig), Véronique Branquinho (2001), Chloé (onder meer uit de zomercollectie van 2004), AF Vandevorst (2003), Bernhard Willhelm voor Capucci (2003) en Clements Ribeiro (2001) wordt meteen duidelijk waar deze ontwerpers de mosterd haalden. De roze gedrappeerde jurk met cape bijvoorbeeld die Willhelm vorige winter voor het Italiaanse merk Capucci maakte, is een schitterende variante op de himation. Een zomerjurk van Veronique Branquinho is dan weer overduidelijk gebaseerd op het principe van de chiton.

metamorfoses

Ook de canvassen die de verschillende onderdelen van elkaar scheiden, zijn trouwens interessant. Foto's vooral, van godinnen als Marlène Dietrich en Jacky Kennedy, maar ook modebeelden uit Vogue en Harper's Bazaar, en een opgeblazen tekening van Jean Cocteau van een jurk van Alix alias Madame Grès die de derde etappe aankondigt.

'Metamorfoses' laat zien hoe ver een variante op een Grieks basisstuk van het origineel kan afwijken. De ontwerpers waagden zich aan vrijheden als het toevoegen van gordels of schouderstukken, verzinnen liflafjes om het stuk te ontsoberen. Het mooie is dat ondanks die ingrepen een stuk zijn klassieke uitstraling nooit dreigt te verliezen. Ook de verhoogde taille, of zogenaamde empiretaille, staat hier in de schijnwerper, net als de asymmetrische halslijn, een detail dat trouwens niet weg te denken is uit ons huidige modebeeld. Bijzonder mooie stukken zijn onder meer die van John Galliano voor Dior en Dior Couture (alles 2001), zoals de beige zijden en goudkleurig satijnen ensembles. Het is trouwens verbazingwekkend hoe je in de wereld van de couture periodes veel moeilijker kunt detecteren. Een geplisseerde couturejurk van Madame Grès (1967) of een crêpe avondjurk van Patrick van Ommeslaeghe (2001), wie, behalve het ultrageoefende oog, kan stukken juist dateren als ze beide een beschaving van drieduizend jaar geleden weerspiegelen?

Gaandeweg wordt de wandeling boeiender: op een natuurlijk emanier leer je naar andere details kijken. In het hoofdstuk 'Pygmalions Galatea' - hier wordt verwezen naar de Romeinse mythe van de kreupele beeldhouwer die zo eenzaam is dat hij uit steen een perfecte vrouw kapt, die de godin Venus daarop uit medelijden tot leven wekt - wordt getoond hoe stoffen zodanig worden gemanipuleerd dat ze als een levende materie aan het lichaam lijken te kleven, als bij een standbeeld. Tom Ford is hier de meestertovenaar. Voor Gucci en Yves Saint Laurent Rive Gauche maakte hij seizoen na seizoen godinnenjaponnen, zoals het fuchsia exemplaar dat actrice Julianne Moore ooit op een fotoshoot droeg. Griekse kledij, zo merkt men ook op in de catalogus, wordt vaak bleek en kleurloos voorgesteld, maar dat was ze niet. Het misverstand is ontstaan doordat de kleuren op de marmeren beelden na al die jaren vervaagd zijn.

De cirkel wordt mooi rondgemaakt aan de staart van de tentoonstelling. In 'De draad van Ariadne: van classicisme tot minimalisme' blikt men terug op de decennia van enthousiaste creativiteit die wel eens durfde resulteren in overdaad. Couturières als Madeleine Vionnet en Madame Grès legden zich toe op het draperen, volgens hen de essentie van de Griekse stijl. Eigenaardig genoeg hadden de deconstructivisten uit de jaren negentig hetzelfde idee toen ze op zoek gingen naar de meest minimalistische benadering van een vorm. Martin Margiela ontbreekt hier uiteraard niet, Haider Ackermann is zelfs aanwezig met een stuk uit komende wintercollectie en het Nederlandse duo Viktor & Rolf heeft ook deze zomer nog een moderne variante bedacht. Als je goed kijkt, is bijna elk jaartal vertegenwoordigd. Je zou kunnen zeggen dat de Griekse oudheid een trend is. Eentje die al enkele millenia meegaat.

Goddess, nog tot 22 augustus, van dinsdag tot zondag van 10 tot 18 uur, elke eerste en derde donderdag van de maand tot 21 uur, in het MoMu, Nationalestraat 28, Antwerpen, 03/470.27.70, www.momu.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234