Dinsdag 22/06/2021

'Tennis heeft me geholpen om te worden wie ik ben: een winner'

Als er één ding is waar de Antwerpse galerist Tim Van Laere (46) niet tegen kan, is het valse bescheidenheid. Kom je nergens mee, zo vindt de broer van Admiral Freebee. In zijn galerie loopt nu een expo rond zijn poulain Rinus Van de Velde, tekenaar met rockster-allure.

Terwijl wij rondturen in de galerie die meer dan rijkelijk gevuld is met grote, donkere canvassen, komt Tim Van Laere, fors van postuur, ons tegemoet gelopen met de iPhone in de hand. Hij toont ons foto's van het atelier van Rinus. Je ziet de kunstenaar aan het werk in de enorme installaties die hij maakte ter voorbereiding van deze tentoonstelling. De installaties zijn decors waarin de kunstenaar zichzelf en mensen rondom hem fotografeert, om die foto vervolgens te gebruiken als basis voor zijn monumentale tekeningen.

Rinus Van de Velde, de 31-jarige Antwerpse kunstenaar, is een fenomeen en volgens sommigen haast een rockster in wording. Tijdens de vernissage van zijn solotentoonstelling hier in de galerie stond letterlijk de hele straat vol volk. Du jamais vu.

"Rinus reist in zijn hoofd", zegt Tim Van Laere terwijl hij ons langs de nieuwe werken van Rinus leidt. "Reizen in werkelijkheid, daar ziet hij echter tegenop." Hij gaat al meer dan zeventien jaar professioneel om met kunstenaars, hij weet dat die vaak een totaal eigen leefwereld bouwen en daarin zeer ver kunnen gaan. Zoals Jan Hoet ooit zei: 'Een kunstenaar staat met één voet in de realiteit. Wat betekent dat 'die andere voet' ervan losgekoppeld is.'

"Mijn broer Tom is helemaal hetzelfde. In het dagelijkse leven is hij vrij timide, maar op het podium het tegengestelde, een echte performer. Door Tom, die zes jaar jonger is dan ik, heb ik kunstenaars sneller en beter leren begrijpen."

Tom werd rockmuzikant, jij galerist. Er moet een kunstvirus in de papfles gezeten hebben.

"Onze ouders hebben daar zeker iets mee te maken: zij namen ons mee naar tal van tentoonstellingen, zonder ons iets op te dringen. In musea mochten we altijd rondlopen en spelen. Achteraf zijn mijn broer en ik enorm geschrokken van hoeveel daarvan is blijven hangen. Picasso, Braque, Giacometti, Matisse, Léger: onbewust hebben wij al heel vroeg bepaalde maatstaven meegekregen.

"Mijn broer en ik zijn dus eigenlijk altijd al door kunst gefascineerd geweest. Vanaf mijn 18de heb ik zeven jaar in Amerika gewoond en ook daar heb ik heel wat musea bezocht."

Hoe komt een 18-jarige in Amerika terecht?

"In België moest ik op die leeftijd een keuze maken: ofwel tennissen, ofwel studeren. Ik wílde helemaal niet kiezen, en Amerika bood daarvoor de oplossing: voor atleten schikken de universiteiten het lessenrooster naar de training. Ik heb er in totaal vier jaar gestudeerd, eerst in Iowa, dan in Florida. Ik ben er afgestudeerd in economie."

Een galerist die gepassioneerd is door tennis, dat verwacht je niet.

"Op mijn 5de ben ik begonnen met tennissen. Uiteindelijk heb ik een hoog niveau gehaald, anders geraak je zo'n universiteit niet binnen. Tennis heeft me geholpen om te zijn wie ik nu ben, een winner."

Rinus meldde in een interview dat hij er vroeger ook van droomde professioneel tennisser te worden. En die droom zou hij definitief opgeborgen hebben nadat jij hem op het court in de pan hebt gehakt.

(lacht) "Hij is onlangs opnieuw beginnen tennissen en we spelen weleens tegen elkaar. Voor hem is het een uitlaatklep, omdat hij anders enkel en alleen in zijn atelier zou zitten."

Ik krijg hier een enorm Infinite Jest-gevoel bij: het magnum opus van wijlen David Foster Wallace. Dat boek gaat onder andere over jonge tennissers op college die er andere gedachten op nahouden dan de goegemeente.

"Wallace was tennisser én kunstenaar - een schrijver is uiteraard ook een kunstenaar. Ik kan me vereenzelvigen met de hoop die er in het werk van Wallace zit. Uiteindelijk ben ik een positief iemand die nog altijd gelooft in 'het meesterwerk'. Ik vind dat idee van het meesterwerk heel boeiend, en veel van de kunstenaars met wie ik werk - Kati Heck, Adrian Ghenie, Jonathan Meese, Tal R en Rinus bijvoorbeeld - delen die visie."

Hoe belangrijk was Amerika voor jou?

"Ik heb er van mijn tot mijn 25ste gewoond. Dat is een belangrijke periode in iemands leven. Nu, de Amerikaanse samenleving kent heel wat positieve en heel wat negatieve aspecten. Ik heb de positieve mee naar België genomen. Positief is dat men in Amerika niet zo snel jaloers is op elkaar, in tegenstelling tot Europa en België. In Amerika gaat men anders om met succes. Toen ik er aankwam als goede tennisser, werd ik omarmd.

"Succes wordt omarmd. In België mag je je hoofd niet boven het maaiveld uit steken. Laatst las ik een ongelofelijk interview met Mark Grotjahn (schilder uit L.A., red.) waarin hij heel openlijk over zijn succes vertelt. Hij zei dat het sowieso moeilijk is om een kunstenaar te zijn, maar nog een stuk moeilijker om een arme kunstenaar te zijn dan een rijke kunstenaar. Het feit dat hij zijn werk verkoopt, weerhoudt hem er niet van tot het uiterste te gaan om het best mogelijke schilderij te maken. Allesbehalve vals bescheiden, Grotjahn, iets waar veel mensen hier nogal veel last van hebben."

Je hebt jouw succesvolle galerie opgestart in 1997. Hoe oud was je toen?

"Ik was jong, maar 27. Ik had al vrij vroeg het gevoel dat ik niet voor een baas zou kunnen werken. Ik was naïef en belde gewoonweg kunstenaars op, terwijl je als galerist al een zekere prestige en maturiteit moet bezitten als je een kunstenaar over de streep wil trekken.

"Toen ik de Oostenrijkse kunstenaar Franz West contacteerde (een van de belangrijkste kunstenaars uit de 20ste en 21ste eeuw, die onze blik op sculpturen totaal veranderde, red.), vertelde iedereen me dat ik te jong was om iemand van dat kaliber binnen te halen. Maar ik ben hem blijven volgen op expo's, hem blijven bezoeken in zijn atelier in Wenen. Uiteindelijk heeft hij toegezegd. Als ik een kunstenaar wil, dan ga ik er ook echt achteraan. Na Franz West ging de bal pas echt aan het rollen.

"Ook een belangrijke figuur voor mij was Jan Hoet. Ik herinner me dat ik hier een jaar of zeventien geleden, om half tien op een vrijdagavond, alleen zat en dacht: er moet meer volk naar de galerie komen. Dus belde ik naar het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent en liet de telefoon wel twintig keer rinkelen. Opeens nam iemand de telefoon op: 'Museum voor Hedendaagse Kunst Gent!' Ik antwoordde: 'U spreekt met Tim Van Laere. Ik zou graag met Jan Hoet spreken.' 'Daar spreekt u mee.' 'Ik zou je graag eens ontmoeten.'

"Jan stond een week later in de galerie. Het klikte meteen. Hij is een tijd mijn mentor geweest en heeft me vooral geleerd dat je altijd voor de kunstenaar moet opkomen. Zijn passie en energie waren legendarisch."

Iemand een 'gepassioneerde mens' noemen in een interview is een cliché waar we ons liever niet aan vergrijpen. Nochtans kunnen we bij Van Laere moeilijk anders. Het druipt van hem af. Door de manier waarop hij spreekt - beredeneerd maar met een enorm enthousiasme - zuigt hij je gewoon mee in zijn verhaal. Dat enthousiasme zoekt hij ook in anderen. Het is de manier waarop hij Rinus Van de Velde leerde kennen. Ooit hielp Rinus als 21-jarige student mee aan de afbraak van de tentoonstellingen. Rinus was niet meteen de beste werker, maar 's avonds, tijdens de maaltijd, stelde hij honderden vragen over kunst. "Ik merkte een enorme gedrevenheid en obsessie. Twee dingen die hem geholpen hebben te staan waar hij nu staat, en ik ben ervan overtuigd dat hij een hele grote zal worden."

Meer over de passie: Van Laere werkt nimmer samen met een kunstenaar bij wie hij 'het' niet voelt. In een wereld waarin marketing en verkoop domineren op de integriteit, is dat best bewonderenswaardig.

"Een tentoonstelling is slechts het tipje van de ijsberg van de samenwerking tussen de kunstenaar en mij", vertelt hij. Met zijn kunstenaars praat hij minstens één keer per week. Een old school galerist, noemt hij zichzelf: iemand die werkt volgens het model van de legendarische New Yorkse galerist Leo Castelli, die in de tweede helft van de 20ste eeuw kunstenaars als Jasper Johns, Robert Rauschenberg en Bruce Nauman in zijn stal had. Castelli voelde zich 'partner' van zijn kunstenaars en liet nooit na hun werk te verdedigen. "De kunstenaar en zijn kunstwerk zijn de absolute prioriteit. Verzamelaars moeten de kunstenaars volgen en niet andersom."

Een galerie openhouden, is ook business. Vind je dat geen paradox: kunst en kapitalisme?

"Ik vind het geen paradox. Verkopen van kunst is geen taboe. Het is zoals Joseph Beuys al zei: 'Kunst = Kapital'. Ik begrijp dat taboe niet, alle kunstenaars willen verkopen. Het geeft hun de vrijheid om enkel en alleen bezig te zijn met hun werk.

"Ik weet dat mijn kunstenaars mij een goede galerist vinden omdat ik de aspecten 'kunst' en 'kunstmarkt' weet te combineren. Ik kan perfect met hen converseren over hun werk, totaal in hun discours meegaan, maar ik ben ook sterk in de zakelijke kant. Uiteindelijk wil ik mijn kunstenaars helpen kunstgeschiedenis te schrijven. Verkoop hoort daarbij. Met dat geld kunnen zij bijvoorbeeld een assistent inhuren en méér realiseren."

Denk je dan echt nooit commercieel?

"Ik neem nooit een kunstenaar aan omdat die toevallig goed in de markt ligt. Het werk moet mij aanspreken. Ik koop trouwens werken van al mijn kunstenaars. Hun kunst verkopen aan anderen, maar het zelf niet in huis halen, dat klopt gewoon niet. Je moet echt in hun potentieel geloven."

Wat met goede maar onverkoopbare kunst?

"Goede kunst is altijd verkoopbaar. Dat heeft het verleden bewezen, denk maar aan Piero Manzoni die zijn eigen uitwerpselen verkocht. 'Merda d'artista' is trouwens een fantastisch werk."

Ben je iemand die echt alles verkocht krijgt?

"Nee, ik kan alleen maar goede kunst verkopen. Als ik ergens in geloof, vind ik het gemakkelijk om mijn enthousiasme over te brengen."

Waarom zit een man als jij in Antwerpen en niet in, zeg maar, Londen?

"Antwerpen heeft een ongelooflijke geschiedenis wat kunst betreft. Adrian Ghenie (Roemeense schilder, woont in Berlijn, red.) wilde meteen in Antwerpen exposeren. Hij noemde het 'the battlefield for painting'. Antwerpen kan rekenen op een geschiedenis van Rubens over Luc Tuymans, tot wie weet welke toekomstige grootheid. Ik zie geen enkele reden om, zoals andere galeries, naar Brussel te verhuizen. We zullen eerder een tweede ruimte openen in Amerika."

Je werkt constant. Is deze werkruimte dan ook je leefruimte?

"Ik ben constant onderweg. Twee à drie dagen in de week verblijf ik in het buitenland. Laatst was ik nog in München, voor een opening van Jonathan Meese. Ik bezocht toen ook het Brandhorst Museum, waar ik een fenomenale confrontatie zag tussen het werk van Franz West en Cy Twombly.

In het buitenland bezoek ik voornamelijk kunstenaarsateliers. Als mijn kunstenaars exposeren in buitenlandse galeries of musea, dan ben ik aanwezig op de opening. Die aanwezigheid vind ik belangrijk."

Heb je zelf veel kunst in huis?

"Heel mijn huis hangt vol. Ik wil ermee leven en constant mee geconfronteerd worden. Momenteel hangt er onder andere werk van Kati Heck, Richard Prince, Tomasz Kowalski, Paul McCarthy, Adrian Ghenie, Thomas Schütte, Gabriel Orozco, Sol Lewitt en nog een hoop anderen tegen de muur. Ik wissel de werken geregeld."

Is dat niet vermoeiend, die constante confrontatie met kunst?

"Kunst is altijd boeiend en nooit vermoeiend. Het is eerder een verademing. De kunstwéreld kan vermoeiend zijn, maar kunst zelf nooit. In mijn dagelijkse leven is kunst altijd aanwezig. Alles is verweven in elkaar, kunst en leven. Het gebeurt dat ik hier een meeting heb in de galerie met Rinus en plots Henk Visch (Nederlands beeldhouwer en graficus, red.) komt opdagen voor de tentoonstelling. Dan dineren we à l'improviste, komt mijn broer ook af en praten we samen tot een gat in de nacht over kunst."

Jullie zouden zo'n old school groepsfoto kunnen maken, zoals dat in de tijd van de surrealisten gebeurde.

"De galerie bestaat uit een groep mensen die sterk in elkaars werk geïnteresseerd zijn en elkaar steunen. Als Rinus bijvoorbeeld een tentoonstelling houdt, dan komen Joep van Lieshout uit Rotterdam en Edward Lipski uit Londen ook kijken. De kunstenaars steunen elkaar. Dat is best bijzonder".

Is er dan zo weinig ego op de vloer?

"Tuurlijk is er ego. Zonder ego besta je niet en maak je al zeker geen canvas van bijvoorbeeld drie op vier meter, zoals Rinus. Jij wilt toch ook een goede schrijver zijn?"

De Rinus Van de Velde-tentoonstelling kunt u bezoeken t/m 10 oktober, Verlatstraat 23-25, Antwerpen, timvanlaeregallery.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234