Dinsdag 02/03/2021

Ten prooi aan het sneeuwklokjesvirus

De griep mag dan meer slachtoffers maken, de ziekte die galanthofilie heet, is minstens even hardnekkig. Rond deze tijd van het jaar beleeft de aandoening bovendien haar hoogtepunt. De schuldige is een bloem die Galanthus heet, maar beter bekend is als het sneeuwklokje.

Door Paul Geerts

Een paar jaar geleden kwam op Penrhyn Castle in Noord-Wales een brief aan van twee zussen uit Kent, in het zuidwesten van Engeland. Ze hadden in een dagboekfragment uit 1920 gelezen dat er een roze sneeuwklokje op Penrhyn Castle bloeide. Of ze dat eens mochten komen bekijken. Onmiddellijk werd de hele tuinploeg van het kasteel opgetrommeld om het zeldzame sneeuwklokje te lokaliseren. Tevergeefs. De twee zussen reisden naar Wales om zelf te komen zoeken, maar ook zij vonden geen roze sneeuwklokje.

Of dat roze sneeuwklokje bestaat, is zeer de vraag. Maar deze anekdote illustreert de vreemde koorts die zich onmiddellijk na de eindejaarsfeesten, als de eerste sneeuwklokjes bloeien, meester maakt van sommige mensen. Galanthofilie heet die ziekte, van Galanthus, de Latijnse naam voor het sneeuwklokje. De zieken zelf worden galanthofielen genoemd.

Galanthofielen kan je, als we een recent boek over sneeuwklokjes mogen geloven (de auteurs heten Hanneke van Dijk en Gert-Jan van der Kolk, de voor de hand liggende titel van het boek luidt Sneeuwklokjes), gemakkelijk herkennen aan hun vochtige knie. Want om de sneeuwklokjes van dichtbij en vooral van onderaan te kunnen bekijken, moet je knielen. Nooit op twee knieën, maar slechts op één. En je mag in geen geval iets onder die knie leggen, vandaar. Wie iets jonger is (al lijkt de ziekte vooral toe te slaan op enigszins gevorderde leeftijd), herken je niet aan de natte knie maar aan de houding: met de benen stevig uit elkaar geplant buigen ze ver voorover, waarbij ze met de duim de buitenste bloemblaadjes voorzichtig tegen de binnenste duwen om zo goed de tekening te kunnen zien. Ook hier is het zaak om slechts één hand te gebruiken, geen twee. Wie twee handen nodig heeft om het binnenste van een sneeuwklokje te zien, behoort duidelijk niet tot de club.

Een ander kenmerk van de echte galanthofiel is dat hij of zij er de hand niet voor omdraait om met vrouw en kroost op weg naar vakantie in Frankrijk of Italië, even rond te rijden langs Bulgarije, Roemenië of Turkije om er de sneeuwklokjes in het wild te zien. Zoals een mohammedaan minstens één keer naar Mekka moet, zo moet elk rechtgeaard galanthofiel minstens één keer in zijn leven sneeuwklokjes in het wild hebben zien bloeien. Een job in de diplomatie, het leger of een internationaal bedrijf waarvoor je veel moet reizen, of een behoorlijk persoonlijk fortuin dat onbeperkt globetrotten mogelijk maakt, is voor de galanthofiel meer dan een zegen.

Te oordelen naar het groeiend aantal patiënten gaat het overigens om een besmettelijke aandoening. Ontstaan in Engeland in de tweede helft van de 19de eeuw, maar pas volop doorgebroken in de tweede helft van de 20ste eeuw, wordt de ziekte nu ook al in Frankrijk en meer en meer in Nederland gesignaleerd. België lijkt voorlopig nog gespaard, al zouden ook hier al enkele mensen drager zijn van het sneeuwklokjesvirus.

Een van de bekendste galanthofielen was de Britse ingenieur Richard Nutt, die in oktober 2002 overleed. Hij genoot het in deze kringen zeer gewaardeerde voordeel om voor een groot ingenieursbureau te werken dat overal ter wereld luchthavens bouwde. Op die manier reisde hij de halve wereld af, waarbij altijd wel wat tijd overbleef om op zoek te gaan naar sneeuwklokjes.

Hij startte in de jaren zeventig met de zogeheten snowdrop parties of sneeuwklokjesparty's. Twee keer per jaar nodigde hij galanthofielen bij hem thuis uit om zijn collectie te komen bewonderen, planten uit te wisselen en bij een natje en een droogje, of soms een complete lunch, urenlang te discussiëren over sneeuwklokjes. Er werden sneeuwklokjes en allerlei memorabilia tentoongesteld en bewonderd, sneeuwklokjesdia's getoond en sneeuwklokjesverhalen verteld.

Ook vandaag is het nog steeds een bijna ritueel moment wanneer een nieuw of ongewoon sneeuwklokje wordt aangeboden, en dat gebeurt wel op elke party als men weet dat er elk jaar zo'n dertigtal 'nieuwe' sneeuwklokjes worden geïntroduceerd. Er wordt namelijk gekruist als gek. Dan wordt de zeldzame bol door een van de aanwezige 'bollenchirurgen' met de grootst mogelijke precisie in tien of twintig fijne schijfjes gesneden. Dat is de beste, zij het nogal specialistische manier om sneeuwklokjes te vermenigvuldigen, omdat ze zich niet lenen tot moderne technieken van celcultuur. Aanwezigen kunnen zich inschrijven op een wachtlijst om de te vermenigvuldigen sneeuwklokjes over enkele jaren te verkrijgen. Op het einde van de party worden de gepresenteerde sneeuwklokjes 'groen' (zijnde met blad en bloem) verkocht. De duurste gaan het snelst weg. Een van de geregelde deelnemers aan zulke party's beschreef het gevoel onlangs in The Garden, het maandblad van de Royal Horticultural Society, als "leaving with a goody bag after a children's party".

Twintig jaar lang waren de sneeuwklokjesparty's van Nutt en die van Primrose 'Snowdrop' Warburg, een ander befaamd Brits galanthofiel die enkele jaren na Nutt een gelijkaardig circuit startte, je van het in sneeuwklokjesminnend Engeland. Uitgenodigd worden voor zo'n party was en is voor de echte galanthofiel het ultieme levensdoel. Als gewone sterveling kom je er immers niet in, je moet uitgenodigd worden. En om uitgenodigd te worden, moet je minstens een vijftigtal verschillende sneeuwklokjes in je tuin hebben staan, waaronder liefst enkele nieuwe, onbekende cultivars. Gaat het om zeldzame, bij voorkeur zelf gevonden en liefst nog niet benoemde bijzondere sneeuwklokjes, dan maak je pas echt indruk. Bovendien moet je over een fotografisch geheugen en een encyclopedische kennis beschikken om de soms uiterst subtiele verschillen tussen de vele sneeuwklokjes te kunnen onderscheiden. Dat je van goeden huize bent en weet hoe je te gedragen in gezelschap, is een voordeel, maar niet absoluut noodzakelijk.

Richard Nutt en Primrose Warburg zijn intussen overleden, maar de sneeuwklokjesparty's gaan gewoon verder en hebben zelfs navolging gekregen. Een beetje galanthofiel kan tegenwoordig in het sneeuwklokjesseizoen elk weekend naar meerdere van die party's, de ene al exclusiever dan de andere. Volgens The Garden zijn er in februari minstens zeven 'main parties', waar je als jezelf respecterend galanthofiel moét uitgenodigd worden, plus nog een hele hoop minder belangrijke.

Een van de belangrijkste party's is tegenwoordig die ten tuine van Henry en Caroline Elwes in Colesbourne Park. Wie iets weet over sneeuwklokjes zal bij het horen van die naam even de oren spitsen. De overgrootvader van Henry Elwes introduceerde in 1874 namelijk de Galan-thus elwesii, die hij in Smyrna in Turkije had ontdekt. Het is na de 'gewone' Galanthus nivalis het bekendste sneeuwklokje, dat meer dan 20 centimeter hoog kan worden met bloemen van wel 3 centimeter lang. Henry Elwes en vooral zijn vrouw Caroline koesteren de erfenis van hun beroemde voorouder. Hun collectie telt 140 verschillende sneeuwklokjes, waaronder een aantal nieuwe cultivars. 'Lord Lieutenant' is er daar één van, genoemd naar Henry Elwes zelf. "Daarvan bestaan slechts twee exemplaren, één heeft koningin Elisabeth en één staat hier in de tuin", zegt Henry Elwes zonder valse bescheidenheid in het boek Sneeuwklokjes. "Dit sneeuwklokje staat in de houding en dat doe ik ook altijd voor de koningin, want zij is mijn werkgeefster." Het typeert het milieu. Een andere noviteit is 'Caroline Elwes', genoemd naar zijn vrouw. Daarvan werd enkele jaren geleden een grote partij gestolen. Henry Elwes wacht geduldig tot ze op de markt komen om de dief te kunnen betrappen.

Zoals gezegd komen er sinds de heropleving van de galanthofilie elk jaar twintig tot dertig nieuwe cultivars op de markt. Je moet al een een erg goed oog hebben om die van elkaar te kunnen onderscheiden. Maar elke galanthofiel droomt er natuurlijk van om een nieuwe soort te vinden. Nauwelijks tien jaar geleden werd op een eilandje voor de kust van Turkije nog een nieuwe soort ontdekt, Galanthus peshmenii, die bloeit in de herfst. Enkele jaren voordien had de Duitse plantenjager Manfred Koenen in Noordoost-Turkije de naar hem genoemde Galanthus koenenianus gevonden. Vermoedelijk groeien er in en rond Turkije en in de vroegere Sovjet-Unie nog wel meer onbekende sneeuwklokjes, zodat de galanthofielen nog heel wat moois te wachten staat.

Wie ooit het roze sneeuwklokje ontdekt, wacht alleszins eeuwige roem en is op zijn minst verzekerd van een plaatsje in de sneeuwklokjeshemel.

Nu zijn er in de tuinwereld wel meer van dat soort clubs van liefhebbers en verzamelaars van vaste planten, tulpen, orchideeën, geraniums, irissen, pioenen, rotsplanten, cactussen, fuchsia's, camelia's, rozen, rododendrons, en ga zo maar door. Voor ongeveer elke boom bestaat er wel een of andere club. Net zoals Anderlecht en Club Brugge hun supportersclubs hebben en mensen plaatjes van Nirvana, The Beatles of Elvis verzamelen. Of jukeboxen, postzegels en Jaguars. Maar wat is er nu zo bijzonder aan sneeuwklokjes om dat ongelooflijke fanatisme te verklaren?

Ik vrees dat je al moet besmet zijn door het sneeuwklokjesvirus om dat echt te kunnen begrijpen. Al is het verzamelen van bierviltjes of doodsprentjes misschien nog oneindig veel vreemder. "Indien de goden de bloemen hebben geschapen, zoals sommigen geloven, dan werd de tulp gemaakt door een beginner. Terwijl het sneeuwklokje het werk is van een volleerd ambachtsman, een god die het niet meer nodig had om zijn toevlucht te zoeken tot allerlei kunstgrepen en schelle kleuren om zijn meesterschap te bewijzen", zo schreef de Amerikaanse filosoof en tuinauteur Allen Lacy enkele jaren geleden. Lacy valt meestal op door zijn vrij afstandelijke, nogal filosofische benadering van plantaardige thema's.

Ook zijn Nederlandse collega Romke van de Kaa, die meestal ook niet kan verdacht worden van enige dweperigheid en alle mogelijke tuintrends met een meer dan gezond wantrouwen bekijkt, wordt helemaal lyrisch wanneer hij het over sneeuwklokjes heeft. "Je krijgt een brok in de keel als je dat dappere plantje door de bevroren grond naar boven ziet worstelen. Vol ontzag kijk je tegen het einde van de winter toe hoe het vlies scheurt waarin de knoppen verpakt zijn, en hoe de bloemblaadjes op een zonnige dag als propellers wijd gaan uitstaan om de eerste bijen van het jaar te lokken. Een ontroerend schouwspel." Al beseft hij wel dat de galanthofielen, waartoe hij zichzelf rekent, soms een enigszins gênant schouwspel opvoeren. "Ze gedragen zich als grootouders die kirrend over de wieg van hun kleinkind buigen."

Er bestaan minder onschuldige fanatiekelingen in deze wereld.n

ÌNFO Voor wie meer wil lezen over sneeuwklokjes en het hele wereldje errond, is Sneeuwklokjes - Over bloemen, galanthofielen en andere zaken (Terra/Lannoo, 2003, ISBN 90-5897 084 1), het uitstekende boek van Hanneke van Dijk en Gert-Jan van der Kolk, een aanrader. Wie zich wil verdiepen in het sneeuwklokjesgeslacht moet absoluut Snowdrops - A Monograph of a Cultivated Genus (The Griffin Press, 2001, ISBN 0954191609) van Aaron Davis, Matt Bishop en John Grimshaw lezen.

Kweker Koen van Poucke, vooral bekend voor zijn helleborussen, is een fanatiek sneeuwklokjesverzamelaar. Zijn collectie telt een zestigtal types waarvan een klein aantal ook te koop is. Info: Koen Van Poucke, Heistraat 106, 9100 Sint-Niklaas, 03/777.76.42, kvanpoucke@yucom.be, www.koenvanpoucke.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234