Donderdag 18/08/2022

Ten oorlog tegen junkfood

In het midden van de jaren zestig was John Banzhaf de eerste Amerikaanse advocaat die tabaksfabrikanten voor de rechter bracht. Nu maakt hij zich opnieuw dik: Banzhaf trekt ten aanval tegen de junkfoodgiganten. Zal zijn nieuwe campagne hem een indigestie bezorgen?

Andrew Gumbel

John Banzhaf heeft een favoriet spelletje voor de studenten van zijn cursus juridisch activisme aan de George Washington University in Washington DC. Denk aan iets wat je echt ergert of wat duidelijk naar onrecht ruikt, zegt hij. En verzin dan een manier waarop je de wet kunt gebruiken om het onrecht te herstellen en genoegdoening te eisen. Of zoals hij zelf zegt: "Laten we die smeerlappen voor de rechter sleuren!"

Die aparte benadering van de rechtenstudie heeft in de loop der jaren verbazende resultaten opgeleverd. Studenten van Banzhaf zijn erin geslaagd de stijve Cosmos Club in Washington te dwingen om voor het eerst vrouwen toe te laten. Ze hebben ervoor gezorgd dat wasserijen vrouwen niet langer meer mogen aanrekenen om hun hemden te wassen dan mannen. In de jaren zeventig vervolgden ze vice-president Spiro Agnew, die kort voor de val van president Nixon moest aftreden en het smeergeld dat hij had ontvangen moest teruggeven.

Zijn echte roem heeft Banzhaf echter te danken aan zijn idee om de tabaksfabrikanten te vervolgen voor de schadelijke gevolgen van het roken. Toen hij daar in het midden van de jaren zestig mee begon, dacht iedereen dat hij gek was. Hij hield vol tot 1998, toen de Amerikaanse overheid honderden miljoenen dollars van de vijf grote sigarettenfabrikanten recupereerde, als vergoeding voor de weerslag van het roken op de uitgaven voor gezondheidszorg. Vijfendertig jaar lang heeft Banzhaf geprocedeerd en de wet vernuftig toegepast. Het is in grote mate aan hem te danken dat de VS voor een belangrijk deel rookvrij zijn.

Nu heeft hij een nieuw doelwit: junkfood. Zoals iedereen weet, is Amerika de dikste natie ter wereld en wordt ze voortdurend dikker. Volgens een recent rapport van de Surgeon General is 61 procent van de Amerikanen nu uitgesproken zwaarlijvig, vergeleken met 46 procent in 1980. Zwaarlijvigheid is goed voor 117 miljard dollar per jaar aan medische kosten en veroorzaakt 300.000 vroegtijdige overlijdens per jaar.

Is dat nu een gezondheidsprobleem van dezelfde orde als de gevolgen van tabak? Volgens Banzhaf wel. De officiële statistieken geven hem gelijk. Kan men de fastfoodbedrijven en de reuzen van de agrovoeding, de verpakkers en de marketingbureaus aansprakelijk stellen voor het probleem? Banzhaf zegt dat zij het zijn die de Amerikaanse consumenten volstoppen met vetten, suikers en chemische additieven. Hij meent zelfs dat men aan de hand van statistische analyses moet kunnen beoordelen in welke mate specifieke bedrijven schuldig zijn.

Banzhafs studenten hebben al een proces tegen McDonald's aangespannen. Drie andere zaken zijn in voorbereiding, en dat is pas het begin. Onlangs nog drukte een kop in een tijdschrift het mooi uit: Banzhaf wil weten of Amerika zijn vet kan weg-procederen.

Zelf verdient John Banzhaf niets aan de processen die hij voert, en in feite zou hij liever zien dat ze niet eens nodig waren. Dwong de overheid zelf de voedingsindustrie maar om Amerika gezonder te maken. Amerika is echter een land waar procederen vaak de enige manier is om sociale verandering teweeg te brengen. Het Congres en de federale overheid worden sterk beïnvloed door machtige industriële lobby's. Druk vanuit de basis is zelden efficiënt, omdat het land zo groot en behoudsgezind is. Als je niet kunt reguleren, moet je procederen, en dat doet Banzhaf dan ook.

"Het zou geweldig zijn als de overheid zou reguleren, de fabrikanten zou dwingen om het vetgehalte en de caloriewaarde van hun producten te openbaren, fastfood uit de scholen zou weren, meer gezond voedsel in de automaten zou plaatsen en in openbare gebouwen fietsrekken en douches zou installeren, zodat de mensen zouden worden aangezet om te bewegen", zegt hij in een interview. "Maar als de overheid met het zwaarlijvigheidsprobleem doet wat ze met het tabaksprobleem heeft gedaan, niets dus, moeten we naar de derde macht stappen. Naar de rechter, dus."

Maar hoe kan dat? Zeggen dat de voeding een grote rol speelt in het toenemende zwaarlijvigheidsprobleem in de VS is gemakkelijk, maar het valt niet mee om voor een rechtbank te bewijzen dat de hartaanval van meneer X specifiek te wijten is aan het eten van hamburgers van McDonald's of aan een overdosis Cherry Coke. De meeste rokers blijven trouw aan een merk, eters doen dat niet. Individuele processen zijn dus uitgesloten, terwijl collectieve processen afhankelijk zijn van uiterst ingewikkelde statistische analyses van eetgewoonten en medische oorzaken en gevolgen.

Bovendien is eten, anders dan roken, op zich niet ongezond. Vanuit het standpunt van de voedingschemie kan men junkfood alleen verwijten dat het veel suiker en vet bevat. Suiker en vet zijn echter allebei belangrijke onderdelen van een evenwichtig dieet, op voorwaarde dat je ze met mate binnen krijgt. Kun je individuele voedingsfabrikanten verantwoordelijk stellen voor de gulzigheid van hun klanten? Wie de sector wil aanpakken, zal slimme argumenten moeten vinden...

Banzhaf kiest voor een geleidelijke aanpak. Hij begint met het relatief gemakkelijke en kijkt hoe ver hem dat brengt. Eerst pakt hij de voedingsfabrikanten aan die over hun producten liegen, bijvoorbeeld door een te laag vetgehalte te vermelden of bepaalde ingrediënten te verzwijgen. Alle processen die momenteel worden gevoerd, zijn op dergelijke klachten gebaseerd. Een tweede, wat moeilijkere aanpak, is het aanklagen van bedrijven die misleidende informatie verstrekken, bijvoorbeeld door varkensvlees voor te stellen als 'een ander soort kip', terwijl het vet- en cholesterolgehalte van varken dichter bij dat van rundvlees ligt dan bij dat van gevogelte.

Een derde tactiek mikt op fabrikanten die de consument niet waarschuwen voor bepaalde gezondheidsrisico's. Gaat een fastfoodketen in de fout als hij niet duidelijk maakt dat zijn driedubbele cheeseburger met extra spek meer vet bevat dan een gezonde mens in een hele week mag eten? Waarschijnlijk wel. Maar is dat een reden voor een proces? Misschien.

De klap op de vuurpijl zou een aanval op het geheel van de junkfoodsector zijn. Men zou McDonald's en andere dan kunnen verplichten hun verantwoordelijk- heid te nemen voor alle gevallen van diabetes op volwassen leeftijd, arteriosclerose, hartaanvallen en beroerten die fastfood veroorzaakt. De juristen zijn echter erg sceptisch over de vraag of zo'n aanpak kan werken. Zelf spreekt professor Banzhaf van 'een poging'. Hij verwacht meer van het argument dat fastfood een vorm van verslaving is die met opzet door de fabrikanten en hun marketing wordt bevorderd, vooral tegenover kinderen.

"Wij weten dat mensen een biologische neiging kunnen krijgen om te veel te eten. Wanneer ze overtollige vetcellen hebben aangekweekt, went hun lichaam aan het vet. De vetcellen sterven nooit af. Zelfs wanneer men gewicht verliest, blijven ze sluimeren en zetten ze het lichaam voortdurend aan om meer te eten. Dat is geen echte verslaving, maar het geeft de mensen evenmin een vrije keuze in wat ze eten."

Banzhaf heeft nog meer strategieën uit de tabakscampagnes in petto om de overheid onder druk te zetten. Zo wil hij zwaarlijvige mensen hogere bijdragen voor hun ziekteverzekering laten betalen. Een andere mogelijkheid is een hogere belasting op junkfood, dat nu onder meer door zijn lage prijs aantrekkelijk is.

Banzhaf beweert niet dat dergelijke strategieën juridische mirakels zullen verrichten en evenmin dat processen op zich het probleem van het overgewicht kunnen oplossen. Hij is er echter wel van overtuigd dat intelligent gevoerde rechtszaken kunnen bijdragen tot een verandering van de publieke opinie en zowel de junkfoodsector als de overheid onder druk kunnen zetten om hun leven te beteren.

In de tabakscampagne gaf de omslag in de publieke opinie de doorslag. Die was te danken aan een combinatie van overheidsmaatregelen, gezondheidsvoorlichting, het aan de kaak stellen van oneerlijke praktijken van tabaksfabrikanten, en natuurlijk de processen.

De professor heeft in elk geval het juiste ogenblik gekozen. De Amerikaanse wegen zijn bezaaid met vestigingen van McDonald's, Burger King, In and Out Burger, Arby's, Kentucky Fried Chicken, Taco Bell en 99 Cent Tacos. Gezonde alternatieven zijn zeldzaam. Volgens Eric Schlosser, de auteur van Fast Food Nation, een bestseller die het debat mee heeft aangezwengeld, geven de Amerikanen nu meer uit aan fastfood dan aan films, boeken, tijdschriften, kranten, video's en cd's samen. Ze spenderen meer aan hamburgers dan aan universiteiten, computers of auto's. Meer dan 90 procent van de Amerikaanse kinderen eet minstens eenmaal per maand bij McDonald's, en de gemiddelde Amerikaan verorbert wekelijks drie hamburgers en vier porties frieten.

In de kosmopolitische grote steden is goed eten geen probleem. De gezondheidsbeweging heeft er allang geleden organische groenten, boerenmarkten, zongedroogde Italiaanse tomaten en zelfgebakken brood modieus gemaakt. Weg van de kusten, de grote centra en de universiteitssteden, worden echter niet alleen olijfolie en buitenlandse specialiteiten onvindbaar, maar ook fruit, groente en zelfs heel het concept van vers, onbewerkt voedsel. Het is er gewoon niet te krijgen, wat de bewering van de voedingsindustrie logenstraft dat de consumenten vrij kunnen beslissen wat zij eten. In het binnenland zijn de ketens en de grote supermarkten heer en meester. De enkele resterende familiebedrijven overleven meestal door de grote bedrijven te imiteren, in plaats van alternatieven aan te bieden. Slankheid en gezondheid worden steeds meer het monopolie van een rijke, hoog opgeleide klasse die in geprivilegieerde stedelijke cocons leeft.

De fastfoodketens en de frisdrankfabrikanten zijn doorgedrongen tot op de universiteitscampussen. Zelfs in de openbare scholen zijn ze present: in schooldistricten met geldgebrek treden ze op als sponsors, in ruil voor het recht om hun automaten in de gangen op te stellen. Ze hebben zelfs de ziekenhuizen gepenetreerd. Terwijl de cafetaria van het UCLA Medical Center in Los Angeles, een van de belangrijkste onderzoeksklinieken van het land, vers gemaakte sushi en een hele reeks slaatjes aanbiedt, komt in het grootste ziekenhuis van Toledo, Ohio, in het hart van de oude industriezone van de Midwest, al het eten van McDonald's.

Dergelijke excessen - en hun gevolgen voor de buiken, kinnen en dijen van Amerika - leiden tot verzet. De verkopers van junkfood merken dat en passen hun strategieën aan. Coca-Cola en Pepsi diversifiëren naar het fruitsap, terwijl McDonald's op grote schaal 'betere' eetgelegenheden overneemt, van gezinsrestaurants tot ketens van verse broodjeszaken. De gekkekoeienziekte heeft de veestapel van de VS nog niet getroffen, maar de voedingsindustrie maakt zich zorgen. Ze beseft dat ze te zeer afhankelijk is van een slecht gereglementeerde massaproductie van gehakt. Er is een nieuwe trend van restaurantketens die de nadruk leggen op kwaliteit (het succes van Starbucks is daar een symptoom van), en van kleinschaliger initiatieven, zoals de Wolfgang Puck-cafés (gesticht door de beroemdste kok van Hollywood) die aan de Westkust uit de grond schieten. Het hoeft niet te verbazen dat de beweging tegen junkfood vooral sterk staat in Californië, zo ongeveer de enige staat waar gezondheid echt een item is. Vorige week heeft de stad Oakland, aan de overkant van de baai van San Francisco, besloten om fastfood en frisdrank in alle openbare scholen te verbieden.

John Banzhafs belangstelling voor de problematiek is begonnen met een van zijn studenten, een veganist die al jaren geen frieten in fastfoodtenten at omdat hij wist dat ze in rundervet werden gebakken. De student was geschokt door een reclamespotje waarin McDonald's beweerde dat zijn frieten in voor 100 procent plantaardige olie werden gebakken. Bakken ja, maar voorbakken niet: dat gebeurt in rundervet. Op initiatief van Banzhafs student kwam het tot een collectief proces van hindoes uit Seattle en enkele andere steden, die klaagden dat McDonald's hun godsdienst had geschonden en hen bewust had geschaad. McDonald's heeft zijn fout toegegeven en staat volgens Banzhaf op het punt een schadevergoeding van ongeveer 12,6 miljoen dollar te betalen.

Het hamburgerproces heeft tot een tweede, recentere zaak tegen Pizza Hut geleid. Hier is de beschuldiging dat de vegetarische pizza van de keten, de Veggie Delight, runderproducten bevat. Er zijn nog twee andere processen wegens verborgen vet gestart, het ene tegen een ijsfabrikant in Florida en het andere tegen Pirate's Booty, een merk van gepofte granen en rijst die, volgens een test door Good Housekeeping Magazine, 340 procent meer vet bevatten dan op de verpakking staat.

Elke campagne tegen zwaarlijvigheid moet het natuurlijk opnemen tegen machtige belangen. De lobby's van de voedingsindustrie en laissez-faire-economen schilderen professor Banzhaf af als een soort voedings-nazi, iemand die de mensen wil voorschrijven wat ze wel en niet in hun mond mogen stoppen (hij is onder meer uitgescholden voor 'vetgestapo' en 'calorieënflik'). In een bijzonder kwetsend programma van de televisiezender Fox probeerden de presentatoren Banzhaf voor te stellen als een hypocriet, omdat hij zelf niet echt hoogslank is. Tegelijkertijd verklaart de opkomende 'fat power'-beweging dat pogingen om mensen te laten afvallen een vorm van discriminatie zijn, dat een vrouw van gemiddelde lengte een 'volkomen natuurlijk' gewicht van tachtig kilo of meer kan hebben, en dat men de luchtvaartmaatschappijen, de autofabrikanten en de restaurants hoort te verplichten bredere stoelen aan te bieden.

Als je met Banzhaf praat, merk je dat gratuite beledigingen en een paar 'dik is mooi'-activisten niet zullen volstaan om zijn vastberadenheid te ondermijnen. In tegenstelling tot veel andere kampioenen van de consumenten, aangevoerd door de antirookbeweging, is hij geen vrome moralist die de mensen wil vertellen wat goed voor hen is. Hij is op de eerste plaats een jurist. Zijn belangrijkste motivatie is zijn overtuiging dat de wet als een instrument voor het algemeen welzijn kan worden gebruikt.

"Als advocaat heb ik twee keuzes", zegt hij. "Ofwel kan ik werken voor mensen die mij goed betalen, ofwel kan ik om mij heen kijken en mij afvragen welke problemen ik als jurist kan aanpakken. Ik vind het tweede veel interessanter." Die opvatting heeft ervoor gezorgd dat zijn gealarmeerde tegenstanders hem al jaren als een onrustzaaier beschouwen, een lastpost en een 'juridisch terrorist'.

Banzhaf beseft terdege dat hij in feite met politiek bezig is. Hij beschrijft zijn oorlog tegen de zwaarlijvigheid trouwens in politieke termen: "Een heleboel groepen die vroeger weinig met elkaar te maken hadden, vinden elkaar nu: veganisten, moslims, hindoes, orthodoxe joden, wetenschappers, dokters, verdedigers van de dierenrechten, verdedigers van de kinderrechten, sportorganisaties, enzovoort. Wanneer zij hun krachten bundelen, zullen de advocaten geld ruiken en zullen de processen niet meer te stuiten zijn."

© The Independent

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234