Zondag 24/10/2021

Ten days without techno

Zomerdagboek van Dimitri verhulst

Donderdag 14 juli

We gaan het voor drie weken zonder toog en, erger, zonder kicker moeten stellen aangezien het hele gebouw van de oude katholieke cinema, kantine incluis, verhuurd wordt aan een scoutsgroep. De kinderen uit het noorden komen in ons dorp kortgebroekt en soldatesk gesjaald ontwennen van hun betonnen biotoop. In onze bossen gaan ze pronken met de Zwitserse zakmessen die ze voor hun verjaardag hebben gekregen, ze gaan vlaggen hijsen en stiekem in jerrykannen pissen, vier dagen of langer in dezelfde onderbroek rondlopen, met hun vlotten over de stenen van het riviertje schuren, het vodje met hun wapenschild salueren terwijl de leider met de beste longen de taptoe toetert, en wanneer 's avonds hun Balloo's en Akeela's 'O Heer De Avond Is Neergekomen' op de gitaar pengelen, hopen dat ze thuis toch een heel klein beetje worden gemist.

Tot drie uur vannacht hingen we boven de kicker gekromd, in onze bedden hadden we toch maar wakker gelegen van de hitte en de muggen. Elk met een handdoek in de nek, druipend, Vincent op het eind zelfs in zijn onderbroek, een blauwe. Alsof we het plezier dat er te beleven valt aan het geluid van een houten balletje dat in doel klakt voor drie weken konden inslaan. Natuurlijk gaan we de uitdagende praatjes missen, de duels om wie de rekening mag betalen, de dribbels, zelfs de zelfverwensingen na een stommiteit, de putains en de punaises en de merdes en de andouilles. Maar terzelfder tijd ben ik blij dat onze kantine wordt ingepalmd. Vanaf nu trekken we weer met onze petanqueballen naar de vallei, leggen we onze bakken bier in de rivier te koelen, zitten we weer samen onder de plataan terwijl de katten en de honden afkomen op de geuren die onze barbecueworsten en lappen enorm gezouten spek loslaten op de wereld, terwijl boven onze hoofden de sterren in trossen naar beneden vallen zonder dat wij er erg in hebben. En als Benjamin weer aan komt draven met zijn zelfgemaakte appelwijn (le p'ti mayeur; vin de pommes issues de culture intégrée) zullen we hem bedanken voor zoveel vriendelijkheid maar hem herinneren aan de collectieve schijterij die hier heerste nadat hij ons trots zijn eerste flessen presenteerde.

Vrijdag 15 juli

Er gaat veel ruimte in een klein raam, schrijft Tadeusz Borowski. Klein zwembad, grote wolken, schrijft Koenraad Goudeseune, maar dat komt uit een gelukkigere wereld, waarin er poëzie mag zijn. Borowski zat in Auschwitz toen hij door dat kleine raampje keek. (De spellingchecker van mijn computer is een negationist, trekt een rood gekarteld randje onder het woord Auschwitz). "Na de oorlog, als ik het overleef, zou ik in een hoog huis willen wonen met vensters die op het vrije veld uitzien." Hij heeft de oorlog overleefd, om in 1951 zelfmoord te plegen. Uit niets valt af te leiden of hij zijn hoog huis met vensters nog heeft mogen bewonen.

Ik heb zijn Stenen wereld uitgelezen en ben voor mijn raam gaan staan in zijn plaats. En ik heb gekeken naar de vrije velden, de bossen, de heuvels die ik dagelijks vanachter mijn werktafel kan bezien en nog lang schik te bezien. De velden zijn bezaaid met krulspelden van stro, want de boeren willen de handen vrij hebben om dansend middels beet te nemen als volgende week de dorpsfeesten beginnen. De bossen zijn op hun groenst en dichtst, de eerste schoten worden er al in gelost. En de rotsen, koperkleurig in de zon, worden 's namiddags gefrequenteerd door de graag zonnebadende adders. Ik heb de lucht bekeken, een blauw dat altijd lelijk is in badkamers en zich met deze temperaturen enkel laat verstoren door de witte kantlijn die een vliegtuig op het voorblad van de hemel trekt. En daarna de benen, de rug, de hals, de haren en de moedervlekjes van mijn meisje, dat op het terras in de zetel lag en Guido Fonteyne las. Ergens in huis klonk de vrolijke stem van Laurent Fignon ("Axel Merckx is uitstekend geplaatst om laatste te eindigen"). Dit zijn de dagen van mijn leven. De gelukkigste mens ter wereld, en ik hoop dat anderen hetzelfde beweren. Maar voor dat raam ben ik in Tadeusz zijn plaats gaan staan, ik zal het ritueel op tijd en stond herhalen. Omdat ik geen ander medium kan verzinnen. Omdat ik nooit tegen hem of zijn lotgenoten die onder elkaar beweerden dat er geen plaats meer zijn kon voor geluk op deze wereld zal kunnen zeggen dat ze, al was het maar door mij en mijn meisje alleen, ongelijk hebben gekregen.

Een beetje later belde Tosh om te zeggen dat hij beneden met Nol zat te wachten aan de petanquebaan, dat hij in uitstekende vorm verkeerde, en de ijsblokjes in ons glas pastis gesmolten zouden zijn als we ons niet haastten.

Zaterdag 16 juli

Die nachtelijke kreet in de vallei twee dagen geleden, vogels noch ornithologen konden het beest benoemen dat zulk een gekrijs uitstiet, blijkt nu afkomstig te zijn van Gismo. Gezeten in short, op zijn sleffers, een potje rond malkander wriemelende larven aan zijn kampeerstoeltje. Het belletje aan zijn vislijn rinkelde. Zo doet men dat 's nachts, omdat men niet kan zien of de dobber ondergaat, hangt men een belletje aan de vislijn. Hij haalde zijn lijn in, hoorde het gespertel van het ongelukkige beest, en toen hij het van de haak rukte en het een paling bleek te zijn, is hij uitgebarsten in die ene vreselijke kreet waar zowat het hele dorp, indien niet wakker van de warmte dan daarvan wakker geschrokken, het verhaal in zocht. We kennen nu het verhaal. Gismo heeft ooit een adder uit de rivier gevist, hield hem voor een paling en klemde het nog levende, gladde lekkers in zijn hand terwijl hij zijn doosje dille naar de barbecue bracht. Sindsdien houdt hij elke paling voor een adder en neemt hij de doodsangst van het dier over in geval van vangst.

Ook: Gismo heeft nu gezien hoe het hart van een paling nog twee uur bonst nadat het de kop werd afgesneden (afgebeten als Vincent hem vangt), en dat beeld blijkt hem nu te achtervolgen in zijn dromen. Wereldkampioen hengelen zal hij nooit worden, daarvoor dient men immers een bewijs van gevoelloosheid af te leveren bij de inschrijving.

Vissen, ik kan het niet. Nochtans hou ik van die oosterse ledigheid van het redelijk stilletjes aan de oever te zitten, de geur van stierenstront aan de schoenen, het gekabbel van het water en het zachte gebabbel dat wij daar doorheen roeren. Ook vorige nacht. Tosh had Griekse kaas meegebracht, en camembert, en stokbrood om de potten mee leeg te schrapen, Damien arriveerde met een lint worsten van zijn eigen boerderij, ook had hij de voorraad wormen voor zijn rekening genomen. Wij hadden aan het bier, de cognac en de olijven gedacht, Vincent aan een zak toebak, en toen Gordon geen beweging in zijn slapende vrouw kreeg, is hij ook maar uit het bed gestapt en de heuvel afgedaald met een zak frikandellen die hij nog in de diepvries had, en een fles stokoude whisky waar ik nogal enthousiast mee omsprong en die mij uiteindelijk ook de nek omwrong. Het houtstapeltje brandde, de kolen gloeiden en de grillrooster lag gereed. En toen het belletje rinkelde en er een stijve vis uit het water werd getakeld, applaus, applaus, werden de ajuinen gepeld en in ringen gesneden, de rollen aluminiumfolie in repen gescheurd en de look geplet. Vijf epische vertellingen later herinnerde iemand zich ineens de vis, maar die was toen al in kankerverwekkende mate aangebrand. Nu drijft er ergens een vis naar de Maas, met twee pekzwarte strepen van de grillrooster op zijn schubben. In diezelfde Maas zal ook de karper zwemmen die zich enige dagen terug heeft losgerukt van Vincents hengel. Hij is gemakkelijk te herkennen: de dobber hangt er nog aan.

Toch overweeg ik om ook een vislijn aan te schaffen. Om mij tussen mijn makkers te zetten, strooien hoed op de ketel en shag tussen de tanden, net als zij. Voor de barbaarse gezelligheid. Voor het schilderijtje dat we daar uitbeelden. Maar er zal geen haak aanhangen. Ik zal daar zitten voor de show, volgens de regels van de lokale esthetica, en in spanning afwachten tot mijn belletje rinkelt. Zo zou ik ook bijvoorbeeld op mijn dak kunnen gaan zitten en wachten tot de duiven die ik niet heb van een verre vlucht zijn weergekeerd. Het is het gedacht dat telt. Het gedacht en de stijl.

Zondag 17 juli

Hoe vier je de verjaardag van een boom? De plataan op de place du Centenaire wordt 75 jaar, in 1930 heeft men hem geplant om de honderdjarige onafhankelijkheid van België te herdenken. In vele heb ik geklauterd, naar vele heb ik gekeken, maar een mooiere boom dan deze plataan ken ik niet. Een dikke stam met motieven die de afdeling naad en snit van de Belgische paracommando's inspireerde voor de camouflagepakken, en een kruin die 's zomers, wegens het gewicht van de bladeren, openvalt. Een koepel waaronder het heerlijk zitten is. Enkelingen herinneren zich nog de plechtige aanplanting, maar hun ruggen mogen na 75 jaar zo recht niet meer staan.

Het is onder deze boom dat we onze cochonetten gooien, en waar we op de rotsblokken gaan zitten als oude mannetjes en elkander proberen te overtroeven met schone verhalen. Hier drinken we onze pilsjes, doen we kleine zaakjes met boer en houthakker, spekelen we onze toebak uit, lachen we onze gezichten open. En soms, een keer of drie per jaar, blijven we tot groot jolijt van de muggen met een man of vijf onder de boom slapen omdat onze huizen zich bevinden op de heuvel die van de wandelaar een zekere nuchterheid eist. Vijfenzeventig jaar lang is er onder deze boom gezongen en gevrijd, gedronken en petanque gespeeld. Lieven werden hier veroverd en verloren, soldaten beweend, vrienden werden er aangetrouwde familie, eerste probeersels van wijnrecepten gedegusteerd. De schrijver Marcel Pagnol, tevens uitvinder van een auto die op yoghurt rijdt, zou ook van deze boom hebben gehouden. Ik twijfel er niet aan.

Het land is ondertussen 175 jaar, en in Brussel is er geloof ik een tentoonstelling met als ondertitel 'een tijd van ontmoetingen' of zoiets. Dat men er niet aan gedacht heeft een boom te planten als het hem om ontmoetingen te doen was.

De vraag hoe je de verjaardag van een land viert, is lastig. Je maakt herrie in het parlement, iemand is zo Belgischgezind om een paar ton Canadese frieten te bestellen (het eerste frietkot in de geschiedenis stond in Verviers, en het werd uitgebaat door een Duitser, Fritz, waar dacht men soms dat het woord vandaan kwam, ken uw klassiekers), de Vlamingen willen drinken uit plastieken bekertjes, de Walen vinden dat onbeschaafd en eisen een glas, een lid van de N-VA opent een website genaamd www.geen200 jaar.be (als dat rechts volk wat minder op alles zou zitten kakken hadden ze geen last van overbemesting). Afijn, je moet nog goesting hebben om naar een feest te gaan waar zoveel gekakel aan is voorafgegaan.

N-VA? Vee maa een kleintje mee mayonaise!

Hoe je de verjaardag van een boom viert, is een stuk simpeler. Je gaat er onder zitten met fles en vriend.

Daarnet heb ik een appel gegeten. Nu eet ik zo weinig appels dat zoiets in een dagboek kan belanden. Maar ik had ook het stickertje dat op die appel hing mee naar binnen gespeeld. Voor het zekerste toch maar het antigifcentrum opgebeld (nooit eerder gedaan, weer een ervaring rijker). Veel zullen ze daar niet te doen hebben en een vraag als de mijne zou de verveelde telefonist vast wat opfleuren, dacht ik zo. En inderdaad, mijn vraag hadden ze op het antigifcentrum nog nooit gekregen. Gezond zijn die dingen niet, zei de man, maar panikeren hoef ik niet te doen. Morgen mag ik een drolletje in de pot verwachten met daarop een stickertje 'Copefrut Chile'.

Maandag 18 juli

Het kassierstertje in de supermarkt zat te balen, want maandagochtend, de eerste noemenswaardige maandagochtend van haar leven. Vakantiejob. Om er een studie mee te bekostigen, omdat haar ouders haar ertoe dwongen, om er haar lening voor het concert van U2 mee af te betalen, weet ik veel. Ze blies, zuchtte, en was de gebruiksaanwijzing van haar glimlach kwijt. De rij werd almaar langer, ongeduldiger ook. Met zijn allen keken we naar iemand die haar eerste werkdag meemaakte en haar toekomstbeeld zat bij te stellen, misschien meer inzicht kreeg in de soms futloze gedragingen van haar ouders. Omdat men in de Carrefour niet zelf zijn groenten of fruit dient te wegen maar het personeel die taak op zich neemt, wikte en woog het meisje ons gerief. Ze bekeek het zakje met fruit en zei: "Zou ik mogen vragen wat dit is?"

"Pruimen", zei mijn lief, "dat zijn pruimen."

"Ah, dát zijn pruimen." Toen tikte ze 'pruimen' in.

Er wordt te weinig over vruchten gepraat tijdens sollicitatiegesprekken.

Het inscannen van al die prijzen liep vierkant in het honderd, haar status van loontrekkende was daar immers nog maar een half uur oud. Toen ze, blijkbaar al voor de zoveelste keer, de hulp inriep van iemand die al geruime tijd door maandagochtenden is aangetast, iemand van wie de naam met het nodige respect dient te worden afgeroepen door een microfoon, kafte de ancien het meisje af. "Ik moet je handje toch niet gans de dag vasthouden." Met een glimlach, om de klanten niet te zeer te verontrusten.

Uit solidariteit heb ik even aan mijn eigen eerste werkuur gedacht. Plasticfabriek Stevens. Een machine die stopcontacten uitspuwde en mijn hand zou vermorzelen als ik even onoplettend was. Nachtwerk dat slechts één kwartiertje werd onderbroken om boterhammen te kauwen en koffie te slurpen met Turken die het vertikten neerslachtig te worden van het afstompende bandwerk. Het leven, daar trok ik die dag een kruis over, het zoveelste al.

Nu verlaat ik op maandagochtenden fluitend de supermarkt, rij ik naar huis, om er nog immer fluitend en lachend te werken. Maar ik produceer dan ook geen stopcontacten meer. Ik mag iets maken waar nauwelijks nog vraag naar is.

Het zal een uur of vier, vijf zijn wanneer dat meisje vanmiddag de Carrefour mag verlaten, laat ons hopen dat ze een lief heeft dat haar aan de deur opwacht. Met een crème glâce. En dat zij zegt: "Wat is dat?" En hij: "Een toeter met zeven bollen pruimencrème, pour toi."

Dinsdag 19 juli

Mijn schoonvader was gelukkig toen we hem deze namiddag de Muur van Huy toonden. Iets meer dan tien jaar geleden beklom hij met de fiets nog Alpe d'Huez, ondertussen hebben de jaren toegeslagen en werden wandelingen naar de achtertuin serieuze ondernemingen. Te voet trokken we naar boven, schoorvoetend, de namen van de wielerhelden waren nog leesbaar op het macadam, en na elke bocht hielden we even halt. Hij om adem te halen, ik om die van mij nog een beetje meer te verpesten en een sigaret op te steken. Aan die ene legendarische bocht hielden we iets langer stil. "Jawadde!", zei hij.

"Vierentwintig en een halve procent", zei ik. "De binnenbocht toch."

Ik zag het, hij was al bezig zijn wedstrijd in te delen. Hij is nog lang niet afgeschreven, dacht ik, met zijn hoofd rijdt hij nog vlot naar boven. Mijn meisje heeft in die ene bocht een foto van hem genomen, een geposeerde foto, waarop hij doet alsof hij fietst. Ik zal die foto aan Ullrich geven, er is namelijk iets van te leren.

Er reden twee liefhebbers naar boven, en hij had maar een oogopslag nodig om te concluderen dat ze de top niet zouden halen. "Ze rijden op een te klein verzet, er schiet straks niks meer over om lager naar te schakelen." Toen slofte hij weer naar beneden.

Later hebben we hem de suikerfabrieken van Statte getoond, een hoofdstuk in zijn leven dat hij nooit eerder zelf had mogen aanschouwen. Het was in deze fabrieken dat zijn vader, zoals zovele Vlamingen, was komen werken na de oorlog om de kop boven water te kunnen houden. Vertrok zijn vader naar Statte, dan was hij weer twee à drie maanden vaderloos. Hij keek nu naar die fabrieken, zijn ogen worden minder maar ze zagen scherp wat zestig jaar voorbij was.

"Mijn vader was ongelukkig in Statte: hij mocht hier maar acht uur per dag werken. Hij is dan naar Frankrijk gegaan, ook in de suiker, daar mocht hij twaalf uur per dag werken, zo konden we het thuis uithouden." Dat het rap gaat, het leven, dat het achter de rug is voor je het weet, en dat ik maar niet aan zijn woorden moest twijfelen.

Ik heb altijd graag Chimay gedronken, maar de vijf die ik nadien met mijn schoonvader op een terrasje achterover sloeg waren van de betere.

Schoonmoeder was ook content: we hebben haar losgelaten op de winkels, het waren solden. Procenten afpingelen, dat is hoe zij revanche op de oorlog neemt.

Woensdag 20 juli

De foorkramers zijn aangekomen en ze weten dat ze niet veel moeten verwachten hier, een dorp van driehonderd huizen. Het draaimolentje, ach als het tien keer zal draaien zal het een succes zijn. Het frietkraam is hetzelfde van vorig jaar, slechtere frieten hebben we nog nooit mogen eten maar we zullen elk een pakje bestellen omdat het wreed is om aan te zien dat er niks van romantiek nog zit in hun zwerversbestaan.

Vanavond beginnen we eraan, tot zondagnacht. Normaal gezien hadden we de feesten geopend met een karaoke, maar ze zijn de karaokemachine vergeten te bestellen. Spijtig, want ik had goesting om 'Gigi l'amoroso' te zingen. En Mazza zou van zijn tak gemaakt hebben omdat er nu eens nooit iets van Mark Knopfler te karaoken valt. Maar met of zonder masjien, zingen zullen we.

Tegen middernacht kelen we samen 'Capitaine Flam', worden de hemden uitgespeeld, en zoeven we met gebalde vuisten door de lucht. En als het is als vorig jaar, dan bellen we om twee uur de brouwer uit zijn bed omdat we onze kunnens hebben onderschat en de vaten leeg zijn. Ik ken er die nu al hun haar aan het kammen zijn en een strijkijzer uitproberen: als ze zich van de week geen lief opdoen is het wachten tot volgend jaar. Mogen zij schone prijzen schieten! Een zachte lieve met verstand van schapenscheren voor Damien, en één met veel geduld en kleine mammezellen voor Gismo, want van grote heeft hij schrik. Voor Charlo zou ik het niet weten, maar ik denk dat ze graag zeer veel saucissen zal moeten eten. Geef haar schone ogen en een lach die zo breed mag zijn als die van hem. Kunnen meepraten over snelle wagens zal hun leven ernstig veraangenamen.

Een buizerd is met een kuiken weg, ze zijn nu nog met twee.

Donderdag 21 juli

De ochtend na een feest is altijd triest, zong Louis Neefs toen hij Johnny Cash nadeed.

Met schorre kelen hebben we ontbeten, de smaak van asbak nog in de mond, en het navertellen ving al aan. Of zij gezien had hoe Gordon wel drie minuten lang mijn hand vasthield omdat hij anders de weg naar de bar kwijt zou zijn gespeeld van, nou ja, zattigheid? Hoe Viking totaal de kluts kwijt was omdat ik hem tijdens de bamba op mijn knie placeerde en drie kussen in zijn baard afdrukte? Elk om beurt is weer het podium op geklauterd en vervulde er de plichten die een feest met zich brengt. De imitatie die Vincent gaf van een priester die een anatomische les onderwees, was hilarisch. In het Latijn.

Ook nu zat er een meisje gans de nacht naast de dj. Ze verveelde zich. Meisjes van dj's: iemand zou er eens een essay aan moeten wijden. Maar toen de platendraaier zijn muziek opborg omdat hij snakte naar een bed van verse veren is Gismo de bühne op gewipt en heeft daar het integrale oeuvre van Grand Jojo gezongen. Daar begon het liefje van de dj ineens te lachen. En gans de tent zong mee. Als er één kost is die wij ons zouden kunnen besparen, dan die van een dj.

Benjamin mag nog tot zeven uur vanavond genieten van zijn tricolore sjerp. Dan trekken alle mannen de weiden in, en wie het eerst de suikerbiet vindt die Benjamin heeft verstopt zal de nieuwe burgemeester worden van het dorp. Hij is de enige burgemeester die hier wordt aanvaard, een burgemeester zonder politieke kleur die een jaar lang zijn creativiteit moet gebruiken om het sociale leven zo plezant als mogelijk te maken. Aan hem om onze feesten in te richten.

Hoewel ze het mij proberen aan te praten, de maffen van de vallei, ga ik mij niet kandidaat stellen. Ik heb deze mensen lief, godverdomme ja. En nog niet zoveel jaren geleden had ik voor geen cent kunnen bevroeden dat ik ooit nog lief zou kunnen hebben, laat staan mensen. Maar ja ik heb ze lief. Doch liever heb ik nog die heerlijke allenigheid, van mij en van mij met mijn meisje, hierboven op ons heuveltje. Genieten van de kleinburgerlijkheid waar ik zo lang naar heb gestreefd. De mens, ik zal hem zo nu en dan bezoeken. Omdat ik er de goesting voor heb. Mijn oude misantropie zou weer gaan opspelen als men mij de mens opdrong.

Misschien dat daarom ochtenden na feesten voor Louis Neefs zo triestig waren, hij koos zijn feesten slecht. Of kozen de feesten hem.

Vrijdag 22 juli

Omdat ik straks met Dirk ga klimmen op de rotsen van Corphalie heb ik nog even de topo met de routebeschrijvingen bekeken. De auteur van het gidsje is André Doyen, ooit als vijfde geëindigd op de Puy de Dôme en in 1975 heeft hij zelfs een Tour-rit gewonnen, toegegeven: een ploegentijdrit. Voor de eeuwige roem hoef je het niet te doen, een rit in de Tour winnen, dat is wel duidelijk.

Bladerend door de topo met de aantekeningen zie ik dat mijn laatste beklimmingen hier al dateren van 20 april 2003. Het was Pasen, en winderig. Mijn meisje en ik deden La Lézarde, La Patinette en Marché De Dupe, middellange routes met een lage moeilijkheidsgraad. Ze was mooi en ik voelde me ineens schuldig tegenover de schepping, dat ik die schoonheid hier aan een touw hing. Je weet nooit. Maar ze klom sierlijker dan ze van mij wou geloven, en ik herinner me zeer scherp dat ik dacht: als zij nu valt, spring ik haar achterna. Ik meende het. Op de top hebben we lang gekeken, naar de kleine mensjes beneden, herleid tot geloofwaardigere proporties. En 's avonds in ons hotelletje keken we naar de velden, de heuvels. Een zuidentje van iets Frankrijkachtigs, waar de zomermaanden nog Messidor en Thermidor heten. Nu wonen we hier. Kanker zal zich ooit nog wreken op dat geluk van mij, het dient ervoor.

Ik heb deze mensen lief, godverdomme ja. En nog niet zoveel jaren geleden had ik voor geen cent kunnen bevroeden dat ik ooit nog lief zou kunnen hebben, laat staan mensen. Maar ja ik heb ze lief. Doch liever heb ik nog die heerlijke allenigheid, van mij en van mij met mijn meisje, hierboven op ons heuveltjeToch overweeg ik om ook een vislijn aan te schaffen. Om mij tussen mijn makkers te zetten, strooien hoed op de ketel en shag tussen de tanden, net als zij. Voor de barbaarse gezelligheid. Voor het schilderijtje dat we daar uitbeelden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234