Zaterdag 24/08/2019

Teleurstellend goed

Dat Nick Cave zijn huidige concertreeks aankondigde als een solotournee, betekent niet dat hij ook alleen op het podium staat. Zaterdag en zondag speelde de Australiër twee keer voor een vol huis, en het publiek at vlot uit zijn hand.

Push the Sky Away, het jongste meesterwerk van Nick Cave, dateert inmiddels al van twee jaar geleden, en in afwachting van nieuw materiaal grasduinde hij schijnbaar at random door nummers van vroeger en nu. Dat deed Cave niet alleen, want ook al waren ze niet met zoveel woorden aangekondigd, toch bleken ook de leden van zijn legendarische begeleidingsband The Bad Seeds van de partij. Vooral Warren Ellis, die zodanig heen en weer wiebelde op zijn stoel dat het haast leek of hij zélf op 'The Mercy Seat' zat, kreeg een prominente rol toebedeeld. Hij moet zowat de enige man ter wereld zijn die er zelfs cool blijft uitzien als hij dwarsfluit speelt, maar daarnaast sleurde hij geluiden uit gitaren, violen en accordeons die het menselijke kunnen haast overstijgen.

Cave zélf was uitstekend geluimd. Hij waaide met zijn gebruikelijke nonchalance het podium op, schudde handjes met de eerste rijen, balanceerde op de luidsprekers en omhelsde af en toe een fan. Het ging zover dat hij een vrouwelijke fan het podium op trok en er een walsje mee danste. Nick Cave - in een ander leven een muzikant waar je niet samen mee in een lift durfde stappen uit angst een mes op je keel te krijgen - heeft zich sinds hij van de drugs af is tot een begenadigde, haast gezinsvriendelijke entertainer ontpopt. En zelfs wanneer hij op een moment een iPhone uit de handen van een al te enthousiaste fan sloeg, bezorgde hij hem achteraf toch netjes terug.

Automatische piloot

Wie Cave al vaker aan het werk heeft gezien, weet dat het er onstuimig aan toe gaan kan gaan. Meer nog: als The Bad Seeds hun dagje hebben is het een van de beste bands die je op een podium kunt zien. Rauw, onstuimig, ronduit verpletterend zelfs. Maar zaterdagavond leek de band toch wat te vaak op automatische piloot te spelen. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat het slécht was - Nick Cave en zijn Bad Seeds spelen zelfs op een mindere dag nog steeds het gros van de concurrentie naar huis - maar de lat ligt zo hoog bij hem dat je eigenlijk toch een beetje teleurgesteld de zaal uitstapt als het gewoon goed was. En dat was het geval.

Zeker: Cave ademt charisma en is de belichaming van zowat alles wat cool is. Bovendien: niet één slecht nummer op de setlist in Brussel, die overigens voor een deel uit vanuit het publiek toegeschreeuwde verzoeknummers bestond. Van opener 'Water's Edge' over 'Mermaids' tot ballads als 'Love Letter' en 'Into My Arms': de Cave-classics volgden elkaar aan een gestaag tempo op, en tussendoor zaten er genoeg minder evidente keuzes om ook de diehards tevreden te houden. 'Black Hair', bijvoorbeeld, een intimistische fluisterballade uit The Boatman's Call. Of 'Up Jumped the Devil', een bijna vergeten nummer uit Tender Prey.

Maar hoe goed al die songs ook waren, we hadden ze tijdens vorige passages al sterker gehoord. Soms, zoals tijdens het zinderende 'Jubilee Street', voelde je even magie in de lucht hangen. Al bleef het bij occasionele opflakkeringen. Nog zo'n kippenvelmoment: de finale uitsmijter 'Push the Sky Away', waarbij Cave tot midden in de zaal over de zitjes klom en daar, rechtgehouden door een handvol fans, de kracht van rock-'n-roll beschreef. Een knappe apotheose. Maar toch: zeker niet zijn beste concert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden