Dinsdag 28/01/2020

Tel op: vier kogels en twee pistolen

Drie granaten plus twee machinegeweren zijn samen vijf. Zo leren kinderen vanaf hun zesde tellen met de schoolboeken van IS. Ook het alfabet leren ze met afbeeldingen van tanks en gevechtsvliegtuigen. Exemplaren van die boeken zijn teruggevonden in steden die veroverd zijn op IS.

Met de gsm-app Huroof leren kinderen spelenderwijs gewelddadige jihadistische woorden spellen. Er zijn ook apps waarmee ze aanvallen op de coalitielanden kunnen naspelen door raketten af te vuren op westerse gevechtsvliegtuigen of de Eiffeltoren.

"Vanaf een jaar of acht krijgen ze in IS-gebied effectief een militaire training", zegt jihadonderzoeker Pieter Van Ostaeyen. De kinderen krijgen ook gruwelijke taferelen te zien, of ze nemen er zelf actief aan deel. "In een video van IS zag ik kinderen een wedstrijdje houden om zoveel mogelijk teksten uit de Koran op te zeggen. De winnaar mocht een gevangene executeren. In onthoofdingsvideo's zie je vaak kinderen op de eerste rij. Het is een normalisering van geweld."

Kinderen als aanslagplegers

Ook het OCAD, het federaal orgaan voor dreigingsanalyse, spreekt in een nota over scholen met gewapende opleidingen. Het NCTV, de Nederlandse tegenhanger van het OCAD, stelde dit voorjaar dat Islamitische Staat er niet voor zal terugdeinzen ook in Europa kinderen in te zetten voor terroristische doeleinden. In Syrië en Irak zijn kinderen het afgelopen jaar steeds vaker ingezet als aanslagplegers.

"In het belang van zowel kind als maatschappij zullen we moeten kijken in welke mate deze kinderen geïndoctrineerd zijn", zegt Heidi De Pauw, algemeen directeur Child Focus. "We zitten op terreurniveau 3 en de tendens van het beleid is om hen enkel als gevaar voor de maatschappij te zien. Maar we hebben ook nood aan aangepaste programma's voor deze kinderen."

Dat laatste ontbreekt op dit moment in Vlaanderen, net als in de meeste Europese landen. Het Radicalisation Awareness Network, een netwerk van experts, heeft deze week daarom een handleiding uitgebracht voor Europese overheden. Het moet hen helpen om een plan op te stellen voor Syrië-strijders die terugkeren met hun gezin.

"Er is zeer beperkte ervaring in de EU met de zorg voor kinderen die zijn teruggekeerd uit Syrië en Irak", zo staat in het rapport. Politie, zorgverleners of leerkrachten zouden rekening moeten houden met de trauma's van deze kinderen en met het feit dat ze na hun indoctrinatie door IS een nieuwe identiteit moeten ontwikkelen. Bovendien zijn ze, zo schrijft het rapport, net als kindsoldaten vaak dader en slachtoffer tegelijkertijd.

Het RAN-rapport is een oproep om dringend een zorgplan klaar te hebben, ook al zijn er op dit moment slechts enkele Syrië-gangers met kinderen teruggekeerd. Ook Jessika Soors, de deradicaliseringsambtenaar van de gemeente Vilvoorde, werkte aan het rapport van RAN. Ze vroeg een half jaar geleden al om een plan voor de kinderen van Syrië-gangers. Naast hulpverlening is er ook nood aan administratieve duidelijkheid. Kinderen die geboren zijn in IS-gebied kunnen geen geboorteakte voorleggen, waardoor ze geen nationaliteit hebben en niet verzekerd zijn.

Soors heeft ondertussen aanwijzingen dat er minstens één gezin concrete plannen heeft om terug te keren naar Vilvoorde.

Zoals Laura Passoni, een bekeerlinge uit Charleroi, die met haar zoontje van vier naar Syrië trok en terug naar België vluchtte. In haar boek Met mijn zoon in het hart van IS beschrijft ze hoe andere moeders kinderen met dezelfde leeftijd als haar zoon laten oefenen om te schieten met geweren. En hoe geen enkele mama een zoontje bij zich heeft dat ouder is dan acht jaar.

"Ik herinner me een vrouw uit Parijs met drie kinderen", vertelt Passoni ons. "De oudste zoon was acht jaar en ik zag hem met zijn papa op trainingskamp vertrekken. En daarna naar het slagveld."

Zo weinig mogelijk drempels

Het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin laat weten dat het de laatste hand legt aan een actieplan voor deze kinderen. Dat moet leiden tot een samenwerking met de lokale taskforces, de Lokale Integrale VeiligheidsCel, het OCAD, de gemeentes en de bestaande hulpverlening.

Voor specifieke hulpverlening zullen partnerschappen worden aangegaan. Voor traumabegeleiding bijvoorbeeld wordt gekeken naar een samenwerking met vzw Solentra. In maart liet bevoegd minister Jo Vandeurzen (CD&V) in het Vlaams Parlement nog weten dat hij vragende partij was voor een zo proactief mogelijke aanpak.

Die proactiviteit zou relatief kunnen zijn. Jongerenwelzijn zal nog altijd moeten wachten op een signaal van het lokale parket, via een jeugdrechter of rechtstreeks, vooraleer ze in actie kan schieten.

"Er zouden zo weinig mogelijk drempels moeten zijn", zegt Heidi De Pauw van Child Focus. "Het zou eerder een automatische reflex moeten zijn om elk kind dat terugkeert te helpen. Ook als het parket daar niet om vraagt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234