Zondag 31/05/2020

Tekensystemen van een wereldse monnik

'Kunst ontstaat vanuit een verlangen naar harmonie, vanuit een gemis'

'Iconen van stilte', worden de werken van Dan Van Severen wel eens genoemd. Wie vasthoudt aan het motto 'What you see is what you see' loopt het risico in de retrospectieve in het PMMK in Oostende niet meer dan een eindeloze rij geometrische motieven, arceringen en diagonale, verticale en horizontale assen te zien.

In de spierwitte benedenzalen van het PMMK komen de plastische cryptogrammen van Van Severen uitstekend tot hun recht. Met een enkele staafsculptuur en ruim 107 doeken en panelen - het overgrote deel uit de periode 1970-1998 - wordt een accuraat beeld geschetst van veertig jaar artistieke activiteit. Zoals al in ontelbare teksten werd vermeld, is het oeuvre van de nu 71-jarige Van Severen verrassend homogeen. Het kan met de slagzin 'eenvoud, soberheid en zuiverheid' getypeerd worden. Sinds 1957, toen hij als dertiger voor het eerst exposeerde, probeert de kunstenaar op een bijna-programmatische manier de beeldende middelen die hij hanteert "te reduceren tot het absolute uiterste". Zijn plastische grammatica - een symbolisch vormenalfabet dat door de dichter Roland Jooris ooit "een ontvleesde beeldtaal" werd genoemd - is nauwelijks geëvolueerd. Zijn abc - kruis, cirkel, rechthoek, raster, ruit en vierkant - werd een handelsmerk en hij waagde zich uitsluitend aan experimenten met materiaal, techniek en kleurgebruik. Van Severen mikt op 'het immaterieel maken' van de schilderkunst en om dat idee concreet gestalte te geven, stapte hij omstreeks 1969 af van het gebruik van olieverf. Met zo weinig mogelijk wilde hij het maximum aan expressie bereiken en de verf die hij uitsmeerde over het canvas, vervolgens wegkrabde, afschuurde en glad waste met white spirit, was daartoe niet geschikt. De man die er van droomde 'het schilderij door de gedachte waarneembaar te maken', ging caseïnetempera, houtskool en Oost-Indische inkt gebruiken en experimenteerde met verschillende dragers (hout, temperadoek, Indisch papier, plaaster).

Het ver doorgedreven gebruik van abstracte, uitgepuurde vormen, de formele 'armoede' en het ascetische coloriet van zijn werk heeft ervoor gezorgd dat chroniqueurs hem meer dan eens lieerden met de naoorlogse niet-figuratieve kunst van Jo Delahaut, Amédée Cortier, Gilbert Swimberghe en Guy Vandenbranden. Van Severen werd in het hokje tonale 'koude abstractie' opgeborgen, waarmee indirect werd gesuggereerd dat zijn doeken gekarakteriseerd werden door een strikte planemetrie, zakelijke systematiek en dat zijn werk de visuele neerslag vormde van een onderzoek naar de picturale grondbeginselen (kleur, vlak, formaat, textuur, lijn, vorm...).

Met zijn neus op de doeken van Van Severen ziet men meteen dat dit soort classificatie steunt op een grove veralgemening. Precisiewerk met liniaal en passer zijn Van Severen vreemd en een oplettend kijker ziet dat kleine onvolkomenheden de strenge orde van de composities verstoren. Zo nu en dan wijkt Van Severen af van het principe van de strikte symmetrie en introduceert daarmee een soort instabiliteit in de schematische tweedimensionale structuren. De lijnen zijn 'rafelig', een beetje brokkelig en meanderend. De beeldvlakken zijn niet scherp van elkaar gescheiden, maar lijken in elkaar over te vloeien. De strakheid en kilheid van de voorstellingsloze composities wordt doorbroken door het gebruik van subtiele kleurschakeringen. Van Severen goochelt met vuile roomwitten en vale muisgrijzen, kleurschimmels die onder de verfhuid lijken te woekeren.

Het is gemakkelijk om het verzamelde werk van Van Severen in het Oostendse museum schraal, onbezield en 'veel van hetzelfde' te noemen. Toch bezitten de doeken, hoewel ze op het eerste zicht het resultaat lijken te zijn van een serieel reproduceren van steeds dezelfde meetkundige vormen, een bevreemdende schoonheid. Een schoonheid door sommigen omschreven als "een aanzet tot contemplatie en bezinning" of een "koppeling van het mathematische aan het esoterische". Anderen noemden Van Severen de 'Vlaamse meester van de religieus-meditatieve kunst'.

Van Severen werkt inderdaad met het 'Griekse kruis' als basismotief, een universeel teken dat volgens de kunstenaar een tegenstelling evoceert, 'zoals lucht en aarde bij de Chinezen, of het mannelijke en het vrouwelijke principe, hoogte en diepte, links en rechts...', maar het 'spirituele' en 'magisch-transcendente' karakter van zijn werk heeft weinig met religie in de conventionele zin te maken. Leo Van Damme, die in 1982 een minimonografie rond Van Severen publiceerde, omschreef het vergeestelijkte werk als uitgesproken romantisch. Van Severens werk vloeit immers voort uit een persoonlijke zoektocht naar het absolute, het ongrijpbare, het essentiële, de ultieme werkelijkheid. Of zoals de kunstenaar het zelf in interviews heeft verwoord: "Kunst ontstaat vanuit een verlangen naar harmonie, vanuit een gemis."

De manier waarop de werken in het PMMK zijn opgesteld doen het 'verstilde' karakter - mystieke inslag? - van Van Severens werk alle eer aan. Toch lijkt ook nu weer het idee 'te veel is nooit genoeg' bij de presentatie te hebben meegespeeld. Was het niet Van Severen zelf die ooit zei: "Alleen maar door zich te beperken kan het geheel meer zijn dan de som van de delen"?

Ann Demeester

Retrospectieve Dan Van Severen. Tot 14 februari in het PMMK, Romestraat 11, Oostende. Van dinsdag tot zondag van 10.00 tot 18.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234