Woensdag 27/05/2020

Tekenen van gekwetste mannelijkheid

Eigenlijk verschilde die tijd in niets van nu. Niemand had een duidelijk idee hoe de toekomst eruit zou zien of welke soort samenleving uit de onstuimige veranderingen tevoorschijn zou komen. Maar Blom betoogt wél dat de jaren tussen 1900 en 1914 het fundament hebben gelegd van de toekomst waarin wij nu leven. Het is een stelling die zeker niet verrast. Blom belast zich evenwel met de zware taak om die tijd te doorgronden vanuit het standpunt van de mensen van toen. Het is een taak die hij op magistrale wijze tot een goed einde brengt.Toen de Exposition Universelle de Paris op 15 april 1900 haar deuren opende, vatte ze volgens de officiële gedenkuitgave (20 volumes!) “de essentie van een tijdperk” samen. Blom begint om een goede reden met een wandeling langs het expositieterrein. Achter de vergulde gipsen gevels en de obligate lofzangen op de westerse beschaving, ging immers een wereld van ongekende ongewisheid en van gapende sociale kloven schuil. Wat er te zien was, maakte duidelijk wat er werd verhuld. De tentoonstelling wikkelde de nieuwe, technologische ontwikkelingen “in de geruststellende verpakking van voorbije tijden” om zo de angst en het pessimisme en het wantrouwen van de moderne tijd aan banden te kunnen leggen. Meteen legt ook Blom zijn kaarten op tafel. Op het eerste gezicht lijkt het onmogelijk om in één volume de essentie van vijftien rumoerige jaren te vatten. Maar Blom laat zich niet pramen. Zijn strategie bestaat er van meet af aan in om aan de hand van een aansprekend voorbeeld een opening in de gedachte- en gevoelswereld van die tijd te graven, waarna hij bedreven en behendig de ene na de andere wezenlijke beschouwing bovenspit. Citaten zijn daarbij van goudwaarde. “Wat staat ons te wachten?”, jammerde de oude koopman Vasili in Kleine luiden van Maksim Gorki. “Ik kijk om me heen en alles valt uit elkaar.” Blom kiest zijn citaten met zorg; op die manier kan hij de essentie in al haar naaktheid laten zien. De Oostenrijks-Hongaarse Doppelmonarchie, aldus Karl Kraus, “was een experimentele halteplaats voor de Apocalyps”. En wat vond Sir John Seeley van het Britse koloniale rijk? “Het leek wel alsof we in een vlaag van onoplettendheid de helft van de wereld hadden veroverd en bevolkt”, aldus de Britse historicus. De Russische graaf Bobrinski was nog pregnanter. “De tsaar slaapt”, schreef hij. “Hij slaapt op een vulkaan.”

Bevrijdende daad

Alsof deze geestige maar rake uitvallen niet genoeg zijn, bemest Blom zijn stellingen ook met zelfgefabriceerde ironie. Maar begeeft hij zich hier niet op glibberige grond? Heeft hij immers niet beloofd om de tijd van toen door de ogen van de mensen van toen te zien? Een incident zoals dat met de Duitse kanonneerboot Panther voor anker in de haven van Agadir werd in 1911 door iedereen met dodelijke ernst opgevat. Het leidde zelfs bijna tot een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk! Wat was er gebeurd? Frankrijk en Groot-Brittannië hadden het op een akkoordje gegooid. De Britten zouden mogen doen wat ze wilden in Egypte, de Fransen kregen Marokko in de schoot geworpen. Aan Duitsland, dat ook grootse koloniale dromen koesterde, was niets gevraagd. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken was beledigd. Gelukkig kon hij keizer Wilhelm II ervan overtuigen dat de Duitse belangen in Marokko tegen elke prijs dienden te worden beschermd. Dus stoomde de Panther op naar Agadir om alle Duitsers te verzekeren dat het keizerrijk hen niet in de steek liet. Dan neemt Blom het roer over. “Onder de honderddertig koppen tellende bemanning was een militaire blaaskapel, die de glorie van de Duitse marsmuziek op de Afrikaanse dorpsbewoners moest overbrengen.” En Blom stuurt verder aan op spotternij. De missie van het schip was doenlijk, zo grinnikt Blom. “Er waren namelijk helemaal geen Duitsers in Agadir. De enige Duitser in de buurt was een man die Wilberg heette. Herr Wilberg had een telegram ontvangen dat zijn aanwezigheid aan de kust dringend gewenst was.” Dus reisde deze brave man honderdtwintig kilometer ver, waarna hij met een sloep aan boord van de kanonneerboot werd gehaald. “Missie volbracht: alle aanwezige Duitsers waren in veiligheid gebracht. De koppen in de Duitse kranten juichten: ‘Hoera! Daden! (...) Eindelijk actie, een bevrijdende daad. (...) Eens te meer blijkt dat een grote natie, een machtige staat, zich in haar buitenlandse beleid niet tevreden kan stellen met passief afwachten.’”

Seksuele angst

De schalkse commentaren op de gebeurtenissen doen evenwel geen afbreuk aan het beginsel van het boek. Blom gaat immers met heilige ernst op zoek naar de dieperliggende oorzaken voor de malaise in de samenleving. Vrank en vrij blikt hij binnen in de kerkers en vergeetputten van de geest. Daarbij laat hij zich niet insnoeren door jaartallen. Als het nodig is (en dat is het vaak) hopt hij een paar jaar naar voren of reist hij een aantal jaar in de tijd terug. Door met zijn aanwijsstok vroege bewijzen of late bevestiging van veranderingen aan te wijzen, schept hij natuurlijk orde in een zeer complexe materie. Maar waarom waren het jaren waarin “mensen duizelig werden van de vloed van verandering die hen dagelijks om de enkels spoelde”? Blom wijst seksuele angst als hoofdoorzaak aan. Het wapengekletter van de Panther was niet meer dan een van de talloze tekenen van gekwetste mannelijkheid. Nooit eerder waren er in het straatbeeld zoveel uniformen te zien. Wilhelm II was nooit trotser dan wanneer “hij werd gefotografeerd naast een eindeloze reeks afgeslachte dieren”. Al dat machogedrag probeerde de angst voor ontmanning en ontaarding te camoufleren. Er vonden zoveel verbijsterende veranderingen plaats, de ene al bedreigender dan de andere! De aristocratie had haar macht verloren. Het onveranderlijke mensbeeld kreeg in de schilderkunst, architectuur en filosofie de doodsteek. Het individu was gefragmenteerd en gedesoriënteerd. Metropolen waren monsters die mensen vraten. Vrouwen eisten stemrecht en medezeggenschap, van de keuken tot de slaapkamer. Het ontketenen van de verborgen natuurkrachten in röntgenstralen, radioactiviteit en atoomstructuur riepen sombere visies van de toekomst op. Militaire overwinningen in de koloniën bleken morele nederlagen. De kranten ontmaskerden de leugens van politici. Homoseksuelen, misdadigers, geestelijk gehandicapten en zenuwzieken corrumpeerden het gezonde lichaam van de natie. De afnemende vruchtbaarheid voorspelde het einde van de westerse beschaving. Blom is natuurlijk veel te verstandig om in zwart-wittermen te denken. Lang niet iedereen liep als kip zonder kop rond. De eigen tijd is immers ook veelbelovend. De meeste mensen hadden bovendien geen boodschap aan jobstijdingen of aan het gebrabbel en gekakel van de avant-garde en andere doemdenkers. Zij wilden “genoeg te eten, een beter dak boven het hoofd, een fatsoenlijke baan, een goed inkomen, een pak, een auto en nieuwe soorten vermaak”. Het waren dromen die stilaan werkelijkheid werden. Vooral het amusement nam een hoge vlucht. Bioscopen, warenhuizen en sportstadia tierden welig. Elk gezin wilde een grammofoon, een kiektoestel en al die hebbedingetjes die de reclame aanprees.

Redeloosheid

Toch ziet Blom dat “het wereldbeeld, de hoop, binding en verlangens van mensen (...) niet langer hetzelfde (waren) als een generatie eerder”. Het verleden mocht dan ongeliefd zijn geweest, het had in elk geval het individu een duidelijke identiteit gegeven. Maar wat te doen als onbegrensde mogelijkheden de zekerheden van vroeger wegveegden? Blom wijst Friedrich Nietzsche en Sigmund Freud aan als diegenen die meer dan wie ook hun vinger op de zere plekken hebben gelegd. Blom is zelfs zo’n grote fan van hen dat hij zich niet alleen geroepen voelt om hun ideeën uit te leggen maar ook de misverstanden rond die ideeën aan de kaak te stellen. Alsof hij het doodjammer vindt dat Freud en Nietzsche in hun tijd niet beter waren begrepen! Die misverstanden hebben er hoe dan ook toe geleid dat de redeloosheid het laken naar zich toe trok. Terwijl Nietzsche met zijn Übermensch geen heerser maar een zoeker bedoelde, misbruikten politici en wetenschappers dat beeld om voor raciale zuiverheid te preken. En omdat Freud het irrationele en de seksualiteit een centrale rol gaf in de psychologie, vonden diezelfde prominenten het absoluut nodig om enkel de gezondheid en de kracht van de natie te aanbidden. Enerzijds leverde dat een ongekende wapenwedloop en een doorgedraaide eugenetica op. Anderzijds werd iedereen geobsedeerd door raszuiverheid, neurasthenie en ontaarding. En wie was de schuld van al die verrotting? “Alles komt door de Joden en alles gaat terug naar de Joden”, schreef Edouard Drumont in zijn bestseller La France juive. De duizelingwekkende jaren boeit van begin tot einde. Blom schrijft helder en levendig, en hij deinst er niet voor terug om met een fileermes reputaties aan flarden te rijten of misverstane geesten in hun eer te herstellen. Gelukkig is hij een didacticus, geen moralist. Af en toe kan hij het evenwel niet laten om lucht aan zijn verontwaardiging te geven. Nergens zindert die woede meer door dan in de bladzijden over de Vrijstaat-Congo, het geliefde jachtterrein van koning Leopold I van België. En het terrein van de grootste genocide die de wereld tot dan toe had gezien. Is het een nadeel dat hij focust op de vijf machtigste naties in Europa, met name Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Rusland en Oostenrijk-Hongarije? En valt hem iets te verwijten als hij niet uitlegt waarom Robert Musil, Elias Canetti en Ludwig Wittgenstein beïnvloed waren door Otto Weininger? “Vrouwen en Joden zijn niet in staat tot creatieve of scheppende arbeid”, aldus de auteur van Geschlecht und Charakter. “Beide soorten zijn naar hun biologische aard gecorrumpeerd en beperkt.” Blom kan natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Zo gaan de sociaaleconomische verhoudingen of de invloed van het geloof op het individu aan hem voorbij. Dat neemt niet weg dat hij een uiterst scherpzinnig en ongemeen indringend beeld beitelt van een tijd die voortdurend van zijn sokkel dreigde te glijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234