Maandag 09/12/2019

Tegenstand buigt voor Van Aert

In één ronde rekende Wout Van Aert af met zijn tegenstanders. Met één Belgische titel rekent hij af met de kritiek dat hij 'faalt' op de grote kampioenschappen. Zijn Belgische driekleur stond symbool voor de wissel van de wacht. Van de oudere generatie gaf alleen Sven Nys zich niet gewonnen.

De logica werd gerespecteerd. Voor zijn thuispubliek in Lille, op de snelle ondergrond waar hij crosser werd, reed Wout Van Aert onbedwingbaar naar zijn eerste titel van Belgisch kampioen. Vijftien overwinningen in het huidige veldritseizoen gingen eraan vooraf. Maar nooit vierde Van Aert de overwinning zo emotioneel als nummer zestien gisteren in Lille.

Een last viel Van Aert van de schouders. De veelwinnaar wordt nauwelijks de tijd gegund om met de druk om te gaan. Zeges in Superprestige, Wereldbeker en BB Trofee? Alles went. Als Wout Van Aert echt een plaats in de geschiedenis van het veldrijden wil krijgen, dan gaat het om de titels. Belgisch en wereldkampioen, zo snel en zo veel als hij kan.

De eerste opdracht volbracht hij gisteren met verve. Op zijn kwaliteiten als hardrijder stond alweer geen maat. Het volstond dat Van Aert het hoofd koel en de benen draaiende hield. Stipt volgde hij de richtlijnen van zijn ploegleider en vertrouwensman Niels Albert. Van Aert mocht zichzelf drie ronden de tijd gunnen om de stress en de sfeer van dit BK in te drinken. Hij reed tenslotte voor zijn thuispubliek en dat is niet niets.

In ronde vier moest Van Aert dan de gashendel opendraaien. Rijden en niet meer omzien. Drie ronden later bedroeg de voorsprong een halve minuut. Van een race was toen al geen sprake meer. Van Aert zou nog vallen. Het scheelde niet veel of hij kreeg ook nog een Belgische driekleur in zijn wielen. Maar de Belgische titel was een feit.

Jeugd grijpt de macht

Wie werd tweede? Laurens Sweeck: een renner van 22. Vierde: Michael Vanthourenhout, 22. Vijfde: Toon Aerts, 22. In het spoor van Wout Van Aert nam een generatie jonge Belgische crossers over. We hebben het hier niet over Sven Nys. Die is 39, gaat volgende maand met pensioen en reed gisteren toch maar weer naar de derde plaats. Het was ook de winnaar niet ontgaan.

"Ik heb altijd gezegd dat we een heel sterke jonge generatie van crossers hebben. Alle jongens van mijn leeftijd zullen uitstekende profs worden. Het is gewoon een kwestie van tijd. De jonge generatie gaat het stilaan overnemen. Dat is normaal. Het klinkt misschien een beetje cru, maar er is altijd een tijd van komen en gaan. Dan is het toch fantastisch om te zien hoe Sven Nys zich daar tussenwringt?"

Maar waar bleven Kevin Pauwels en Tom Meeusen? Waar was de afscheidnemende Belgische kampioen Klaas Vantornout? De eerste reed tegen een paaltje. De tweede zei het niet de moeite te vinden om te koersen voor de tweede plaats, aan Laurens Sweeck te zien was daar nochtans niets mis mee. De derde reed zelfs de koers niet uit. Volgende week maandag maakt bondscoach Rudy De Bie zijn selectie voor het WK in Zolder bekend. In het beste geval komen er zeven Belgen aan de start. De Bie moet eens goed nadenken of bijvoorbeeld Klaas Vantornout daar nog een plaats in verdient.

Van Aert - gisteren precies 21 jaar en 117 dagen oud - is de jongste naoorlogse Belgische kampioen. Tot gisteren ging die eer naar de betreurde Erik De Vlaeminck, die in Zolder 1967 (eigenlijk op 11 december 1966) 146 dagen ouder was.

Jongste naoorlogse Belgische kampioenen

1. Wout van Aert21 jaar en 117 dagen (2016)

2. Erik De Vlaeminck21 jaar en 263 dagen (1967)

3. Albert Van Damme22 jaar en 64 dagen (1963)

4. Roland Liboton22 jaar en 313 dagen (1980)

5. Sven Nys23 jaar en 206 dagen (2000)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234