Dinsdag 15/06/2021

Opinie

Tegendiscours dat voorbijgaat aan frustratiegevoel van IS-strijders maakt geen kans

null Beeld © rv
Beeld © rv

Patrick Loobuyck is moraalfilosoof aan de universiteiten van Antwerpen en Gent.

"Allah zegt in de Koran: degenen die geloven, emigreren en de jihad voeren, zullen de hoogste plaats in het paradijs verwerven. Wij zijn naar hier gekomen om de gewapende jihad in de praktijk te brengen en een kalifaat te stichten naar islamitisch recht. (...) Dat Allah met ons is, is het enige wat telt. Wij zijn niet op zoek naar sympathie. Wij willen rechtvaardigheid". Aan het woord is een Antwerpse IS-strijder in gesprek met onderzoeker Montasser AlDe'emeh. Het fragment geeft ons een ontluisterend beeld van het jihadverhaal en de knip-en-plakislamversie waarop ze hun leven baseren. Daartegenover wil minister Jan Jambon (N-VA) een counternarrative in de markt zetten.

Een interessante oefening, maar hoe beginnen we daaraan? Wie moet dat tegenverhaal brengen, waar moet het worden gebracht: onderwijs, media, internet, moskeeën? Aan wie is het gericht, kunnen we de doelgroep wel bereiken? En vooral: wat moet zo'n tegendiscours inhouden en op welke toon moet het worden gebracht?

null Beeld kos
Beeld kos

Frustratie en onrecht

Laten we even meedenken over die laatste vragen. Wie het discours van IS-strijders aanhoort, weet dat het gaat om mensen van allerlei slag die vaak vanuit een gevoel van 'rechtvaardigheid' gaan vechten voor wat (soennitische) moslims wordt aangedaan. Of die analyse juist is of niet, doet niet ter zake: zij zijn er alvast helemaal van overtuigd dat hen onrecht is aangedaan en dat men in naam van Allah voor het eigen kalifaat en tegen de gecorrumpeerde regimes in het Midden-Oosten (of in het Westen) moet strijden.

Een tegenverhaal dat compleet aan dit frustratiegevoel voorbijgaat, heeft geen kans op slagen. Het zal veel meer moeten bevatten dan een eenzijdige goednieuwsshow over de voordelen van een seculiere, vrije westerse samenleving. Het zal een inclusief verhaal voorbij de wij-zij moeten zijn, met de waarden én de tekortkomingen van ons huidige samenlevingsmodel.

In de moslimgemeenschap zit de frustratie erg diep. Het gevoel leeft dat zij niet op een evenwaardige manier aan de geroemde vrijheid en gelijkheid mogen participeren. Er wordt verwezen naar discriminatie op de arbeidsmarkt, naar schooluitval, maar ook naar meer symbolische zaken zoals de discussie over minaretten, ritueel slachten, moskeeën en hoofddoekenverboden.

Sommigen vinden dat de moslimgemeenschap overdrijft en zich te weinig weerbaar, te defensief en te prikkelbaar opstelt. De slachtofferrol ligt velen blijkbaar goed en de schuld voor de problemen in binnen- en buitenland wordt te vaak op anderen (het Westen) afgewenteld, zonder gezonde zin voor zelfkritiek. Dat is weinig ernstig, inderdaad. Toch zal het tegendiscours ruimte moeten laten voor de erkenning van frustratie en heersend ongenoegen, door kritisch toe te geven dat er ook fouten zijn gemaakt in de aanpak van en omgang met moslims - hier en in de Midden-Oostenpolitiek.

Evenwichtsoefening

De bedenkers van zo'n tegendiscours moeten een moeilijke evenwichtsoefening maken. Elke zweem van neokolonialisme en westers paternalisme is contraproductief en zal de zaak alleen erger maken. Tegelijk moet er toch een sterk verhaal worden opgezet over de merites van een seculiere, democratische rechtsstaat. Wat Jambon beoogt, is propaganda - maar het mag niet zo overkomen. Het tegendiscours in bredere zin zou als doel moeten hebben dat moslims zich het broodnodige gevoel van erkenning eigen kunnen maken zonder dat over de uitgangspunten van de rechtsstaat wordt onderhandeld. Het moet een verhaal zijn dat ook door de moslims kan worden uitgedragen. Niet seculier of antigodsdienstig, maar wijzend op het belang van wederkerigheid, redelijkheid, gelijkheid en godsdienst- en gewetensvrijheid voor iedereen.

Ten slotte kan zo'n counternarrative alleen aanslaan als onze samenlevingen er zich ook consequent naar gedragen. Als de mooie woorden niet stroken met daden, krijgt de boodschapper ze als een boemerang terug in het gezicht. Al te vaak krijgt het Westen terecht het verwijt dat het de mensenrechten selectief toepast, dat het economische belangen boven rechtvaardigheid plaatst, en dat het pas tegen de radicale islam optreedt op het moment dat die westerse belangen in gevaar brengt. De boodschap uit de brief van Jacobus in het Nieuwe Testament is ook hier van toepassing: "Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234