Maandag 24/01/2022

Tegen het vergeten

Aangrijpende documentaire roman van Erich Hackl: 'Sara en Simón'

Het gaat de jongste jaren goed met de Oostenrijkse literatuur. Christoph Ransmayr heeft voor Die letzte Welt (vertaald als De laatste wereld) en Morbus Kitahara (Nederlandse vertaling 1996) veel lof geoogst (en voor die laatste roman bijvoorbeeld ook de Europese Aristeionprijs 1996 gekregen). Robert Menasse is doorgebroken met romans als Schubumkehr en Selige Zeiten, brüchige Welt (vertaald als Zalige tijden, breekbare wereld, 1996). Robert Schneider wordt tot in New York geprezen voor zijn Schlafes Bruder (Wie liefheeft slaapt niet, 1995). Zijn jongste roman, Die Luftgängerin, mag dan slecht onthaald zijn, verkopen doet hij niet slecht. Josef Haslinger heeft met Opernball een plezierige, spannende roman geschreven en heeft er een interessant essay aan toegevoegd, Hausdurchsuchung im Elfenbeinturm. Peter Handke werkt in die zelfde ivoren toren verder aan zijn blik op de wereld.

Friederike Mayröcker, Waltraud Anna Mitgutsch, Marlene Streeruwitz en Elfriede Jelinek vertegenwoordigen de vrouwelijke tak van het Oostenrijkse schrijversgild - ik noem alleen de bekendste. Vooral Jelineks naam lijkt helemaal gemaakt nu ze in Duitsland de prestigieuze Büchnerprijs heeft gekregen. Op de Festspiele in Salzburg werd ze door de betere kringen met liefde omringd, hoewel de plaatselijke bisschop haar liever met pek en veren de stad had uitgedreven. Erich Hackl is niet zo beroemd als zijn collega's. Dat is jammer, want hij heeft een getalenteerde pen. In zijn essaybundel In fester Umarmung (1996) heeft hij nog zijn bewondering voor Eduardo Galeano uitgesproken. Hackl huldigt dezelfde literatuuropvatting als deze Zuid-Amerikaan. Wat er op deze wereld gebeurt is fantastisch genoeg, de auteur kan niets verrassenders, pregnanters, radicalers bedenken. Hackl vindt niet uit, hij vindt. Hij gaat op zoek naar sporen van frappante gebeurtenissen, rechercheert, documenteert zich, monteert en vertelt.

Bijvoorbeeld over Aurora Rodriguez (Auroras Anlaß, 1987), een Spaanse vrouw die in het begin van deze eeuw utopisch socialisme met feminisme bestuift. Ze zet een dochter op de wereld en voedt haar op om een perfecte vrouw te worden. Hildegart wordt inderdaad een wonderkind, maar perfectie is niet van deze wereld. Aurora schiet haar dochter twee kogels door het hoofd, twee door het hart. Een prachtig maar verbijsterend verhaal over utopieën.

Bijvoorbeeld over het zigeunermeisje Sidonie (Abschied von Sidonie, 1989, vertaald als Afscheid van Sidonie) dat midden in de jaren dertig ergens in Oostenrijk voor de deuren van een ziekenhuis te vondeling wordt gelegd. De bevoegde instanties vinden uitstekende pleegouders voor Sidonie. Het meisje groeit op maar wordt door de nazi's opgehaald en naar Auschwitz afgevoerd. Haar huidskleur heeft haar verraden. En de mensen. Een beklemmend verhaal over onverschilligheid.

Nu vertelt Hackl over Sara en Simón. Simón Antonio Riquelo, of Marcelo Alejandro, of Gerardo Vázquez: als Marcelo Alejandro wordt hij in Montevideo te vondeling gelegd, bij zijn geboorte heeft hij de naam Simón Antonio Riquelo gekregen, zijn pleegouders heten Vázquez. Zijn natuurlijke ouders zijn Sara Mendéz en Mauricio Gatti. Zij geloven in de maakbaarheid van de wereld, willen haar veranderen en zijn politiek actief. Voor de dictatuur zijn ze in de jaren zeventig uit Uruguay naar Argentinië gevlucht. Maar ook daar moet de democratie buigen voor de militairen, cipiers van de geest die willen dat er onvoorwaardelijk ja wordt geknikt; ook daar worden ze gezocht. Sara en Mauricio sluipen door de stad, zwerven van baantje naar baantje, van straat naar straat, van woning naar woning. Nooit slaan ze er een spijker in de muur, hun bezit blijft altijd in een reistas opgeborgen.

Op 13 juli 1976 stormen de militairen 's avonds Sara's woning binnen. Ze woont er samen met een vriendin - Mauricio woont voor alle zekerheid elders. Sara kan haar zoontje Simón, ongeveer drie weken oud, nog net twee zoenen geven. Misschien de laatste. Dan wordt er een zak over haar hoofd getrokken. En Simón? Waar ze haar naar toe brengen "is geen plaats voor hem". Maar ze hoeft zich geen zorgen te maken, "hem laten we met rust. Wij voeren geen oorlog tegen kinderen."

Samen met andere geestesgenoten belandt Sara in een pand ergens in de stad waar bloedbeluste folteraars hun werk doen, uitsluitend 's nachts. Ze noemen het pand El jardín, de tuin. Op de eerste verdieping van deze tuin der lusten zijn er drie werkkamers, de wapenkamer, de biechtkamer en de waarheidskamer. Sara leert er als nummer twaalf loeien in plaats van praten. "Ach, kon ik maar griezelen." Dat zal ze nog leren, zo belooft de nachtploeg, maar ver zal ze er niet mee komen.

(Acht jaar later zal Sara het pand opnieuw bezoeken. De buren hebben allemaal wel iets gehoord of gezien, jawel, maar zéker zijn ze nooit geweest. Waarop Sara: "Ja, nu weet ik wat griezelen is.")

Sara overleeft de folteringen en belandt in de cel. Na vijf jaar opsluiting, in 1981, mag ze de vrouwengevangenis verlaten. Ze staat te boek als gevaarlijk en mag niet gaan of staan waar of doen wat ze wil. Mauricio woont intussen in Barcelona, dat weet ze, hij heeft haar uitgenodigd. Naar Barcelona gaan? En Simón dan - voor nieuws over hem is ze tijdens haar gevangenschap bijna door de knieën gegaan? Simón of Mauricio? Simón. Uruguay. Dat ongelukkige land is haar plek op de wereld. Ze gaat op zoek naar wat de geschiedenis te verbergen heeft, naar haar zoon die niet meer van haar is. Een moeilijk besluit, want wat als Simón ergens vertoeft waar hij gelukkig is? Mag ze dan zijn leven verstoren? Het boek is halfweg maar "het verhaal kent geen einde". Het geval Sara en Simón, dat landelijke bekendheid krijgt, groeit uit tot een juridisch steekspel met zijn pleegouders, maar ook tot een symbool voor het herinneren, tegen de pest van het vergeten.

Hackl vertelt in zijn typische stijl, klein, afstandelijk, sober, in de verleden tijd, de tijd van het verhaal. Sentiment en pathos schuwt hij, voor persoonlijke beschouwingen en openlijk commentaar is er geen plaats. Over Sara en Simón doen verschillende verhalen de ronde, Hackl verzamelt ze en legt ze voor. Sommigen beweren dit, anderen houden het bij dat. Toch weet Hackl zijn lezers te manipuleren terwijl hij zichzelf helemaal op de achtergrond houdt. Hij gaat haast ongemerkt van de verleden op de tegenwoordige tijd over, zijn lezers worden plots betrokken partij. Ze kunnen niet anders dan rechtstreeks naar het verhaal van Sara Méndez of anderen te luisteren, een vorm die nog directer is dan de directe rede, de auteur is verdwenen, de aanhalingstekens ontbreken.

Alleen in het laatste hoofdstukje treedt Hackl uitdrukkelijk op de voorgrond, hij heeft zijn lezers dan toch al mee. Hij heeft dit boek voor Sara geschreven en richt zich samen met haar tot Simón - "als mijn regels je bereiken leer je misschien ooit nog eens de verbanden te begrijpen".

Hackl heeft aan het origineel van 1995 nog enkele bladzijden toegevoegd over recente ontwikkelingen in de zaak. Op 17 februari 1998 heeft "de Hoge Raad de zaak Simón Riquelo afgesloten".

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is vijftig jaar oud. Artikel vijf zegt dat "niemand zal blootgesteld worden aan marteling, noch aan wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen." (Ill. omslag boek)

Erich Hackl (uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink), Sara en Simón, Aristos, Rotterdam, 152 p., 598 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234