Dinsdag 22/09/2020

Tegen de stroom in

Raymond Aron kan worden beschouwd als een van de weinige liberale filosofen die invloed hebben gehad op de Franse samenleving. Over deze belangrijke politieke denker van vorige eeuw verscheen het boek Raymond Aron. Het verantwoorde engagement van Paul van Velthoven.

Het liberalisme heeft in heel wat Europese landen succes, zoals in België, Nederland, Groot-Brittannië en Denemarken. Dat is niet het geval bij onze zuiderburen. In Frankrijk bestaat er geen liberale politieke partij en ook binnen de Europese Liberalen en Democraten - de derde grootste politieke formatie na de christen-democraten en de sociaal-democraten in de Europese Unie - zetelen er geen vertegenwoordigers uit Frankrijk. Dat lijkt bizar, zeker voor een land dat sinds de Franse Revolutie de noties van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid wereldwijd verspreidde en dat steevast verwijst naar de waarden van de 'vrije republiek'. Een van de oorzaken is het geloof in de maakbaarheid van de samenleving onder gezaghebbende Franse intellectuelen die meer dan elders een grote invloed uitoefenden op de politiek. Denk aan Alexandre Kojève, Jean-Paul Sartre en Michel Foucault, die elk op hun manier het marxisme omarmden en kritisch stonden tegenover de liberale democratieën in het Westen. Een van de weinige Franse denkers die tegen de stroom ingingen, was de journalist Raymond Aron.

Raymond Aron was het kind van geassimileerde joden die sterk geloofden in de republiek. Net zoals bij vele anderen droeg de Dreyfus-affaire bij tot zijn politieke bewustwording. De goede afloop van deze zaak sterkte hem in zijn republikeinse gedachten. In zijn studiejaren koos hij duidelijk de kant van het pacifisme en sloot hij zich net als vele anderen aan bij de SFIO, de socialistische partij. Lang duurde dat niet. Van 1930 tot 1933 verbleef Aron in Duitsland voor zijn promotie-onderzoek. Zijn ervaringen met de ondergang van de Weimar-republiek en het opkomende nationaal-socialisme bevrijdden hem van het naïeve idealisme en pacifisme dat zo veel van zijn tijdgenoten aanhingen. In enkele bladen schreef hij over de gevaren van het nazisme en wees hij erop dat een pacifistische houding tegenover een agressieve tegenstander als Hitler bijzonder gevaarlijk was. Tevens was hij een van de eersten die het totalitaire karakter van de Sovjet-Unie inzagen. Hij besefte dat de ware strijd zich niet afspeelde tussen het fascisme en het communisme maar tussen de liberale democratie en iedere vorm van totalitarisme.

Met zijn stellingen stond Aron diametraal tegenover de ideeën van zijn vroegere studiegenoot Jean-Paul Sartre, die de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie, en later in China, de derde wereld en in mei '68 met vreugde verwelkomde en ondersteunde, en het einde van het ideologische tijdperk voorspelde. Voor Aron stond de geschiedenis niet bij voorbaat vast. "Zo onvoorspelbaar als de gebeurtenissen zijn, zo onvoorspelbaar is ook de mens." Hiermee spoort hij opvallend met liberale denkers als Karl Popper en Friedrich Hayek, die zich evenzeer afzetten tegen dergelijke vormen van historisch determinisme, en zou hij het niet eens zijn geweest met Fukuyama's stelling over The End of History. Toch is diezelfde geschiedenis voor Aron ook niet relatief. Daarmee komt hij "in zijn politieke stellingnames uit op een niet-ideologische opstelling die politiek nog het meeste verwant is aan een ondogmatisch liberalisme: de vrijheid is voor Aron de hoogste, meest noodzakelijke politieke waarde om waardevol samenleven mogelijk te maken", aldus Van Velthoven. In tegenstelling tot Sartre zag Aron ook snel in dat het marxisme geen volledige bevrijding en ontplooiing van de mens beoogde, maar juist een vorm van terreur betekende waarin de klassen wel degelijk bleven bestaan en de persoonlijke vrijheid voortdurend geweld werd aangedaan. In zijn Mémoires besloot Aron dan ook bijzonder scherp dat Marx "zijn aandeel heeft in de verantwoordelijkheid voor de verschrikkingen van de twintigste eeuw".

Tijdens de oorlog vluchtte Aron naar Londen, waar hij als hoofdredacteur van La France libre met zijn pen in het verzet ging tegen de Duitse bezetter. Na de oorlog sloot hij zich aan bij de RPF, de Rassemblement du Peuple Français, de politieke beweging van generaal De Gaulle. Dat deed hij vooral uit onvrede met de zwakke staatsinrichting van de naoorlogse Vierde Republiek en uit vrees dat het land opnieuw in de problemen zou komen door compromissen te verkiezen boven daadkrachtige en noodzakelijke maatregelen. Daarbij dacht hij terug aan de weigering van de Fransen om in de jaren dertig een duidelijk standpunt in te nemen tegenover de agressieve politiek van Hitler maar ook rond de Algerijnse kwestie. Daarom zette hij zich in voor een versterking van de uitvoerende macht en de president ten koste van het parlement. In diezelfde zin zou hij - tegen de linkse intellectuelen in - ook de oprichting van de Navo verdedigen, de oprichting van de Bondsrepubliek en de opbouw van een kernarsenaal als een middel tot machtsevenwicht. In elk geval wou hij verhinderen dat de Sovjet-Unie haar invloedssfeer verder over Europa kon uitbreiden.

Met zijn stellingen botste Aron frontaal met het (neo)marxistische denken van zijn tijd, dat in de jaren dertig gevoed werd door de invloedrijke filosoof Alexandre Kojève. Die telde onder zijn leerlingen illustere namen als Maurice Merleau-Ponty, Georges Bataille, Jacques Lacan, Raymond Queneau en André Breton. Hij gaf een nieuwe lezing aan Hegels 'strijd om erkenning' en zijn voorspelling van het einde van de geschiedenis. Kojève steunde Stalin en rechtvaardigde zijn gebruik van geweld (om erkenning te krijgen van de meester moet de slaaf immers geweld gebruiken). Na de oorlog bleef het marxisme in Frankrijk schijnbaar als enige doctrine overeind en terwijl Sartre de Sovjet-Unie bezocht en bewonderde, schreef Aron zijn ophefmakende werk L'Opium des intellectuels, waarin hij zich richtte tegen Sartre en Merleau-Ponty en tegen de zogenaamde eenheid van links. Hij ontmaskerde ook de betekenis van de revolutie en het proletariaat. "Was het proletariaat wel echt bevrijd wanneer één partij in zijn naam de absolute macht uitoefende", zo vroeg hij zich retorisch af. Een jaar later, tijdens de beruchte rede van Chroestsjov die de misdaden van Stalin bekend maakte en veroordeelde, kreeg Aron voor het eerst gelijk. Merleau-Ponty was toen reeds 'bekeerd'.

Ook op een ander vlak kreeg Aron later gelijk. Denkers als Isaac Deutscher en Maurice Duverger geloofden dat de verschillen tussen de systemen in de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zich uiteindelijk zouden opheffen. De Russen zouden alsmaar kapitalistischer worden en de kapitalistische maatschappijen steeds 'socialer'. De geschiedenis heeft aangetoond dat dit niet klopte. Voor de leiders in de Sovjet-Unie kon van verandering geen sprake zijn, het zou immers hun positie in gevaar kunnen brengen. Op het ogenblik dat ze dat wel deden - door de perestrojka en glasnost onder Gorbatsjov - viel het systeem vanzelf ineen. Aron had dit voorspeld in zijn Mémoires. "Een liberalisering in westerse stijl", zo schreef hij, "zou onherroepelijk de val van het regime inleiden." En zo geschiedde. Aron kreeg in de loop van zijn leven achteraf vaak gelijk, niet door zijn duidelijke voorspellingen - want daar stond hij afkerig tegenover - wel door zijn kritisch rationele analyses. Dat betekent niet dat hij een goede politicus of raadgever zou zijn geweest. Zo stelde hij in zijn boek République impériale dat hij nooit de raadgever van een president van de Verenigde Staten zou kunnen zijn geweest (stel je voor, beslissen dat men Vietnam moest bombarderen). Hij koos steeds de kant van de prudentie, maar tegelijk voor vastberadenheid. Een wijs standpunt, maar in de dagelijkse politieke praktijk vaak theoretisch en onverenigbaar.

Aron baseerde zich zoals Kant op de rede maar bleef tegelijk sceptisch tegenover iedere vorm van dogmatisme. Hij betitelde het fascisme en het communisme - en zelfs bepaalde vormen van liberalisme - als "seculiere religies". Vooral Lenins 'democratische centralisme' kende in zijn ogen geen genade. In zijn boek Plaidoyer pour l'Europe décadente noemde hij dit een "geïnstitutionaliseerde leugen". Hij concludeerde dat de liberale democratie beter dan een planeconomie in staat was welvaart te genereren voor grote groepen mensen en tegelijk hun burgerrechten te beschermen. Dat betekende niet dat hij zoals Ludwig Von Mises en Friedrich Hayek afkerig stond tegenover elke vorm van overheidsinterventie. "Het liberalisme van Aron is voornamelijk politiek en niet economisch van aard", aldus Van Velthoven, en dat klopt. Hij was geen fanatieke verdediger van de markteconomie maar vond dat de staat aan zijn burgers de nodige middelen moest verschaffen - bijvoorbeeld via sociale wetten - om hun vrijheid te realiseren. Waarmee hij in feite aansloot bij de Theory of Justice van de Amerikaanse filosoof John Rawls, die een rationeel verband legde tussen vrijheid en rechtvaardigheid. In die zin is het ook onmogelijk Aron te catalogeren op de klassieke as tussen links en rechts. Dat poneert ook Van Velthoven expliciet in de volgende krachtige omschrijving van de liberale denker: "Hij was te hervormingsgezind voor rechts, maar hij moest ook niets hebben van de grootsprakerige antifascistische retoriek van links."

Dirk Verhofstadt

Paul van Velthoven

Raymond Aron.

Het verantwoorde engagement

Aspect, Soesterberg, 24,95 euro.

Raymond Aron besefte dat de ware strijd zich niet afspeelde tussen het fascisme en het communisme, maar tussen de liberale democratie en iedere vorm van totalitarisme

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234