Zondag 16/06/2019
Sara (36) met haar Schanulleke: “Deze Schanul lijkt niet op de troetel van Wiske, maar ze is toch ook al behoorlijk veel op avontuur geweest.”

Reportage Slapen met knuffels

Teddy talk: ook ‘grote mensen’ slapen soms graag met een knuffel

Sara (36) met haar Schanulleke: “Deze Schanul lijkt niet op de troetel van Wiske, maar ze is toch ook al behoorlijk veel op avontuur geweest.” Beeld Jef Boes

Ze mogen dan niet bevorderlijk lijken voor uw seksleven of huisstofmijtallergie, opvallend veel volwassenen slapen nog met een knuffeldier. En dat is niks om je over te schamen, vinden Maarten, Marie en vele anderen.

SARA (36)

“Mijn knuffel is een gehaakt popje dat Schanulleke heet. Waar ik vandaan kom, diep in West-Vlaanderen, haakten de dametjes van het dorp destijds zulke popjes waarvan de opbrengst naar de missionarissen in Rwanda en Congo ging. Toen ik geboren werd, hebben mijn broers en zussen dat daar gekocht – ik ben de jongste in een gezin van vijf. Het popje doet mij niet per se aan mijn ­familie denken, maar het heeft wel een grote sentimentele waarde. Ik vind het ook leuk dat het geen beer is. Omdat het toch iets meer antropomorf is misschien? Mijn metekindje heeft trouwens ook een zachte pop gekregen – een écht Schanulleke.

“Mijn Schanul lijkt niet op de troetel van Wiske, maar ze is net zoals het gelijknamige stripfiguur al behoorlijk veel op avontuur geweest. Ik nam haar mee op kot, toen ik in het buitenland ging studeren, en ook toen ik in Amerika ging ­werken. Enkel wanneer ik op trektocht was bleef ze thuis – ik was te bang dat ik haar ergens zou achterlaten en haar kwijt zou zijn. Ik durf haar zelfs niet meer te wassen omdat ze al zoveel meegemaakt heeft. Ze is al een paar keer genaaid, maar ik denk dat ze de wasmachine niet meer zou overleven. Ik zou haar niet kunnen missen, nee, ze maakt vandaag nog steeds deel uit van mijn leven. Mijn vriend is echter minder op haar gesteld, dus wanneer hij mee in bed ligt, zit ze op de kast. Maar wanneer hij niet bij me slaapt neem ik haar toch weer bij me. Hij moet gelukkig veel ­reizen voor zijn werk.” (lacht)

MAARTEN (33) EN MARIE (25)

Maarten: “In het begin stak Marie haar armen wel eens naar mijn beer uit, dat vond ik toch maar vreemd.” Beeld Jef Boes

“Ze zeggen altijd: als je een lief hebt, moet je daar ook de familie en vrienden bij nemen”, zegt Maarten. “In ons geval kwamen daar nog eens de pluchen beesten bovenop. Toen mijn vriendin voor het eerst bij mij thuis kwam en mijn beer zag liggen, deed ze alsof ze verbaasd was, maar ze gaf al snel toe dat ook zij nog steeds met de knuffelhond uit haar kindertijd slaapt. Vandaag delen we het bed, en onze knuffels zijn mee verhuisd. Mijn beer op mijn kant, Snoopy op haar kant.

“Mijn knuffel heeft geen naam, het is een anoniem wezen. Marie probeerde hem al een aantal keer een naam te geven, maar dat wil ik niet. Het zijn nog altijd onze eigen knuffeldieren, het zou gek zijn als ik plots haar beest zou vasthouden. In het begin stak zij haar armen wel eens naar mijn beer uit, dat vond ik toch maar vreemd. Ik zag ook in zijn ogen dat hij het niet leuk vond. (lacht)

“Het is niet zo dat we alletwee met onze knuffel in onze armen slapen; daarvoor hebben we elkaar, hè. Wanneer ze er niet is, durf ik mijn beer nog wel eens tegen de borst te drukken, maar doorgaans ligt hij half onder mijn hoofd, met zijn beentje voor mijn ogen. Hij heeft een perfecte hoek om in te liggen, al heeft dat praktische weinig belang. De symbolische waarde is veel groter. Mijn beer is een goedkope, niet veroordelende psychiater die mij al sinds mijn geboorte kent. Ik praat ook wel tegen onze huisdieren – we hebben een hond en een konijn – maar die zeggen niets terug. Beer legt iets meer begrip aan de dag.”

MARIE-ALIX (36)

Marie-Alix: “De zeldzame keren dat ik hem niet mee op reis had, merkte ik dat er iets ontbrak en sliep ik met een trui in mijn armen.” Beeld Jef Boes

“Ik ben getrouwd en net ­bevallen van mijn tweede kindje (de foto werd een aantal weken eerder genomen, KS), maar mijn beer ligt nog altijd bij me in bed. Het ding is 36 jaar oud en ziet er ook zo uit. Ik heb hem al verschillende keren moeten oplappen, één keer is zijn poot er zelfs volledig afgescheurd, maar ik kan er geen afstand van doen. Dat is altijd zo geweest. Ik nam hem zelfs mee naar school toen ik nog heel jong was, en zelfs in mijn tienerjaren en tijdens mijn studies lag hij prominent op mijn bed.

“De zeldzame keren dat ik hem niet had meegenomen, op reis bijvoorbeeld, merkte ik wel dat er iets ontbrak, en sliep ik met een trui in mijn armen. Ik heb nooit een moment gehad dat ik dacht: nu ben je daar toch te oud voor geworden. Mijn partner maakt er ook geen ­probleem van, hij is gelukkig nogal klein. De beer, bedoel ik. (lacht)

“Ik zou hem wel kunnen doorgeven aan een van mijn kinderen. Mijn dochtertje loopt er soms mee rond, en toen ze nog een baby was legde ik hem wel eens naast haar in het wiegje, zodat ze gerustgesteld zou zijn door de geur. Maar hem zelf weggooien? Nee, dat kan ik niet. Hij heeft echt een heel grote ­sentimentele waarde. Als het huis zou afbranden, redde ik hem als ­eerste uit de vlammen, zei ik ­vroeger. Ondertussen is hij wel een paar plekjes gezakt op de lijst, maar ik zou hem toch proberen te redden van de vuurdood.”

YAQINE (22)

Yaqine: “Mijn beer is ook een nuttig accessoire: ik gebruik hem soms als hoofdkussen.” Beeld Jef Boes

“Mijn teddybeer zou je het best als basic kunnen omschrijven. Het is een bruine, wollige beer die ik van mijn ouders heb gekregen. Het is niet mijn geboorte­knuffel, maar ik heb hem toch al heel erg lang.

“Als kind was ik gek van knuffeldieren, ik had een gigantische zak vol, maar toen ik het huis uit ging, wou ik er maar eentje meenemen. Ik ben puur voor de meest esthetische gegaan: zo’n bruine beer op een bed, dat is een klassiek zicht, hè. Echt een sentimentele waarde heeft hij voor mij niet. Ik had andere knuffels waar ik wel meer een emotionele band mee had, of goede herinneringen aan had overgehouden, maar die waren te lelijk geworden. Je zou mijn beer dus meer als een decoratiestuk kunnen omschrijven, al is het ook een nuttig accessoire: ik gebruik hem soms als hoofdkussen.

“Hem in mijn armen houden of knuffelen? Dat doe ik nooit. Leeftijdsgenoten reageren er helemaal niet raar op, waarom zouden ze? Zoveel mensen die ik ken hebben nog een knuffelbeest op hun bed zitten. Sterker nog, ik had zo’n groot nijlpaard van Ikea destijds, en wanneer er vrienden bleven slapen was het altijd vechten om dat beest. Hij was echt heel zacht, zalig om op te liggen, een vaste waarde bij sleep-overs. Bij nader inzien was ik misschien toch beter met dat nijlpaard op de foto gegaan.” (lacht)

JENTE (34)

Jente: “Meestal slaap ik met twee of drie stuks. Ik probeer wel af te wisselen, zodat ze zeker allemaal evenveel aandacht krijgen.” Beeld Jef Boes

“Voor ik beslis of ik een knuffeldier mee naar huis neem, kijk ik eerst naar de ogen van het beestje. Daar moet iets karaktervols in zitten. Hij mag ook niet te groot zijn en moet goed in de armen liggen. Ik weet meestal meteen welke bij me zal passen. Ik heb dan ook veel oefening gehad – mijn verzameling telt ondertussen zowat honderd stuks. (lacht) Mijn liefde voor pluchen beesten is ontstaan in mijn kindertijd, en is alleen maar gegroeid naarmate ik ouder werd. Vroeger kreeg ik ook veel knuffels cadeau, maar mensen zijn daarmee gestopt omdat mijn verzameling naar hun mening uit de hand begon te lopen.

“Natuurlijk liggen ze niet alle honderd bij me in bed – meestal slaap ik met twee of drie stuks. Ik probeer daar wel in af te wisselen, zodat ze zeker allemaal ­evenveel aandacht krijgen. Ik kan mij daar echt schuldig over voelen, ja. Toch heb ik één uitgesproken favoriet, een schaap dat ik een jaar of acht geleden van mijn vriendin gekregen heb. Schaap heeft wel een heel ander karakter dan mijn vriendin, het is dus niet zo dat hij haar plaats inneemt. Dat zou ze niet leuk ­vinden denk ik. (lacht)

“Als je er objectief over nadenkt, is het wat absurd hè, dat zijn stukken speelgoed zonder persoonlijkheid, maar toch hecht ik heel veel belang aan ze. Als een obsessie zou ik het niet beschrijven, ­eerder als hobby. Het is wel jammer dat ik een huisstofmijtallergie heb.” 

HANNAH (22)

Hannah: “‘Max heeft lang niet in de wasmachine gemogen, maar nu wint hygiëne het wel van sentimentaliteit.” Beeld Jef Boes

“Sorry, Max is eigenlijk een beetje een vodde, ik heb hem al heel mijn leven. Hij heet Max ja, met een x achteraan – dat is wel belangrijk. Hij is vernoemd naar de hond uit mijn kindertijd. Voor zijn dood had mijn knuffel geen naam, maar nu neemt hij een beetje zijn plek in. Ik woon nog thuis, dus in de berging liggen nog heel wat andere knuffels van toen ik klein was. Ik krijg het niet over mijn hart om die weg te gooien, maar Max is toch wel het bijzonderst. Die ligt altijd in mijn bed, en wanneer ik het huis uit ga zal hij me vergezellen. Ik sleep het beest niet de hele tijd achter me aan – wanneer ik bijvoorbeeld met mijn vrienden op reis ga blijft hij netjes thuis – maar als ik bijvoorbeeld met het gezin op vakantie ga kruipt hij toch in mijn koffer. Hij heeft ook heel lang niet in de wasmachine gemogen, maar nu wint de hygiëne het wel van de sentimentaliteit.

“Ik zou niet weten hoe het is om zonder hem te slapen. Ik ben er niet ­obsessief mee bezig, maar het is toch een belangrijke slaapgezel. Wanneer hij zoek is, zal ik niet slapen voor ik hem gevonden heb, en na een nachtmerrie pak ik hem ook eens stevig vast. Ik heb er eigenlijk nog geen vreemde reacties op gekregen, maar dat is gewoon omdat zoveel mensen nog met een pluchen beest slapen. We zijn dat gewoon om te zien. En als een bed­partner zich hier aandient, tja, dan ­veronderstel ik dat Max wel eens op de grond zal tuimelen, maar dan raap ik hem daarna wel weer op.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden