Donderdag 15/04/2021

Te veel kermis, te weinig ballen

De fans uit Milaan en Bilbao hadden vorige week minder geluk, maar in Werchter gaven The Rolling Stones het afgelopen weekeinde gelukkig wèl present. Het Bridges to Babylon-circus streek er neer voor twee shows die, op enkele details na, nauwelijks verschilden van wat drie jaar geleden onder de Voodoo Lounge-vlag werd geserveerd: tweeëneenhalf uur voorspelbaar amusement waarin de muziek duidelijk ondergeschikt was aan de presentatie. Wie vrede neemt met een geoliede greatest hits-machine, kwam zaterdag probleemloos aan zijn trekken; wie rock'n'roll echter associeert met opwinding en emotie, verliet de wei met een onvoldaan gevoel. Wat schort er aan de Stones anno 1998? Te veel kermis, te weinig ballen.

Een luide knal, vlammenwerpers, vuurpijlen die uit een reusachtig videoscherm werden geschoten - we hadden het allemaal al eens eerder gezien. Zelfs het veelbesproken podiumontwerp van Mark Fisher, een futuristische opera, gedecoreerd met beelden uit de klassieke oudheid, oogde minder spectaculair dan 's mans constructies voor de Steel Wheels- en Voodoo Lounge-tournees. Heeft de megalomane aanpak van The Rolling Stones zijn verzadigingspunt bereikt? Zou best kunnen. Het feit dat '(I Can't Get No) Satisfaction' als opener werd prijsgegeven, wees alvast niet op een grenzeloos zelfvertrouwen.

Fysiek kan de oudste rockband ter wereld nog best zijn mannetje staan: Mick Jagger, op zijn 54ste nog altijd opzienbarend slank en lenig, rende het 54 meter lange podium en zijn catwalks op en neer als een dartel roofdier en gaf op ondubbelzinnige wijze te verstaan dat hij nog lang niet rijp is voor de geriatrie. Charlie Watts zat onverstoorbaar achter zijn drums, terwijl de gitaristen Keith Richards - hoofdband, grijzend haar - en Ron Wood elkaar met hun excentriekste outfit de loef trachtten af te steken. Dat het publiek de nummers uit volle borst meebrulde, was meegenomen: zo viel het minder op dat Jagger, nog herstellend van een keelinfectie die hem tijdens deze tournee al vaker parten had gespeeld, niet echt fantastisch bij stem was.

Van een meisje van zijn platenmaatschappij had Rubber Lips, net voor het concert, in ijltempo enkele woorden Nederlands geleerd en, ijdel als hij is, wilde hij die pasverworven kennis meteen etaleren. "Wellkom in Weurchter. Het is good ier te zeyn", meldde hij, met een tongval waarin we ene Johannes Paulus weleens voor bloemen hebben horen bedanken. Maar daar knalde 'Let's Spend the Night Together' al uit de goudkleurige luidsprekers en kreeg je zicht op de troepenversterking die de Stones voor de gelegenheid aan hadden laten rukken: een driekoppig koortje, een toetsenman, vier New West Horns en de nog steeds onder een huurlingenstatuut opererende bassist Darryl Jones. "Ach, we zijn al te lang bezig om in dit stadium nog een vijfde Stone toe te laten", zei Jagger onlangs in een interview. Vrij vertaald: het is interessanter de winst met zijn vieren te delen dan met zijn vijven.

Het klassieke 'Gimme Shelter' werd door soulzangeres Lisa Fischer van zoveel vocaal vuurwerk voorzien, dat Good Old Mick zich tevreden moest stellen met een tweedeplansrol. 'It's Only Rock'n'roll', waarin Keef enkele fijne licks uit zijn gitaar toverde, klonk dan weer vrij mak en routineus - een probleem dat zich tijdens de set nog vaker zou stellen. De groep wilde duidelijk niets aan het toeval overlaten, waardoor het zwaartepunt te zeer op versiering en op technische snufjes kwam te liggen. Je zocht dus vergeefs naar de scherpte die van de Stones ooit dé archetypische rockband maakte.

Naar de setlist te oordelen, beseft de groep ook zelf dat haar relevantie in het verleden ligt: slechts zes van de 21 nummers in de show dateerden van na 1978. In die context is het ironisch dat de interessantste momenten juist te noteren vielen toen de Stones even van hun give the people what they want-concept afweken en hun tanden zetten in enkele songs uit de recente Bridges to Babylon-cd. Het nijdig aan de ketting rukkende 'Flip the Switch' blaakte bijvoorbeeld van frisheid en speelplezier; 'Saint of Me' werd gestut door een spannende gitaarsolo van Ron Wood en het broeierige 'Out of Control' groeide zelfs uit tot een hoogtepunt, dankzij de gedempte trompet van Ken Smith, een bas die naar Motown en The Temptations verwees en Mick Jaggers geïnspireerde harmonicaspel.

'Love In Vain' was een van de nummers die door de fans waren aangevraagd via het internet: een behoedzaam gespeelde flard blues waarin Woods slidegitaar contact zocht met de geest van Robert Johnson. Zelf hadden we het liever wat smeriger gehoord, maar de Stones klonken hier tenminste als een groep waarin een hart klopte. Dat was eerder ook al het geval tijdens het in country-rock gedrenkte 'Dead Flowers', waarin de piano van Chuck Leavell zich aan de schone deerne Boogie vergreep. "Laat ons samen ziengen", stelde Jagger voor, waarna de discofunk van 'Miss You' werd aangegrepen voor cliché-matige spelletjes met het publiek. Net voor alle veerkracht uit het nummer dreigde te verdwijnen, kwam tenorsaxofonist Bobby Keys op de valreep orde op zaken stellen met een spetterende solo. Lisa Fischer nam intussen de verleidelijkste poses aan, maar waar haar gedol met de muzikanten aanvankelijk nog een gezonde erotische spanning uitstraalde, kreeg haar act na verloop van tijd de allure van een banale pornoshow. Nogmaals: een band die op zijn muzikale mérites wil worden beoordeeld, heeft zulke afleidingsmaneuvers heus niet nodig om de toeschouwers in vervoering te brengen.

Terwijl Mick Jagger backstage even ging uitblazen, liet Keith 'Good to be back' Richards tot tweemaal toe zijn Gauloise-stem uit. Eerst in 'You Don't Have to Mean It', een pretentieloos reggae-deuntje, waarin de toeters voor extra swing zorgden, Wood op de piano hamerde en Blondie Chaplin mocht aanvullen op gitaar. Daarna volgde het rockende 'Wanna Hold You' (uit Undercover): niet groots, wel sympa-Keith.

Het concept van Bridges to Babylon werd geïnspireerd door de vermaarde Spaanse architect en bruggenbouwer Santiago Calatrava. Die drukte vooral zijn stempel op de voornaamste attractie van de show: een 52 meter lange, hydraulische loopbrug die uit het podium schoof, als een ruimteschip door de lucht kliefde en toegang gaf tot een tweede, kleiner podium tussen het publiek. Hier musiceerden de Stones zoals ze dat in een kleine club zouden doen: zonder visuele poeha, maar met een gedrevenheid die respect afdwong. Dit uitstapje leverde in elk geval een lekker rauwe versie van Chuck Berry's 'Little Queenie', een bruisend 'The Last Time' en een zeer aanvaardbare lezing van Dylans 'Like a Rolling Stone' op.

Nu The Rolling Stones eindelijk hun kookpunt hadden bereikt, kon er tijdens de finale op het hoofdpodium niets meer mislopen en werd met volle teugen genoten van 'Sympathy for the Devil', 'Tumbling Dice', 'Start Me Up', een kolkend 'Jumping Jack Flash' en daar ergens tussenin: een krols 'Honky Tonk Women', waarin Richards en Leavell zich op het klavier aan een pittige quatre-mains waagden. Wèl zonde dat superieure Stones-ballads als 'Wild Horses', 'Sister Morphine' of 'You Can't Always Get What You Want' inmiddels van de speellijst waren geschrapt.

Tijdens 'Brown Sugar', de enige bis, vulde de lucht zich met zilverkleurige confetti, wat een prachtig beeld opleverde. Al waren de straalbezopen voetballiefhebbers in het publiek wellicht meer in hun nopjes toen Ron Wood, bij wijze van afscheid, met een Belgische vlag zwaaide. Zijn gebaar was symptomatisch voor het hele concert: de Stones zijn dezer dagen iets te veel uit op gemakkelijk succes. En wie ooit echt om dit gezelschap heeft gegeven, kan zich daar onmogelijk bij neerleggen.

Dirk Steenhaut(Foto's Alex Vanhee)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234