Dinsdag 14/07/2020

Interview

Te veel auto’s? Te weinig water? Hoe ziet de zomer er uit als iedereen thuisblijft?

Beeld Photo News

De coronacrisis heeft de klimaatcrisis van het tv-scherm verdrongen, maar op sociale media wordt hardop gedroomd van een wereld met schonere lucht en minder CO2. Maar hoe gaan we ecologischer leven nu de lockdown wordt losgelaten? We wassen verwoed onze handen, mijden het openbaar vervoer als we naar het werk moeten en gaan uit smetvrees voluit voor plastic.

Volgens sommigen valt het niet te ontkennen dat de lucht veel zuiverder was tijdens de lockdown, volgens anderen is het klinkklare onzin. De wetenschap nuanceert:

Tim Nawrot, professor milieu-epidemiologie UHasselt: “De luchtkwaliteit was beter dan ze zonder de lockdownmaatregelen zou zijn geweest, maar dat wil niet zeggen dat er géén luchtverontreiniging meer was. Het weer speelt namelijk een grote rol. In het begin van de coronacrisis was de luchtkwaliteit heel goed, maar in april heeft het weinig geregend, waardoor ze weer slechter werd.”

Filip Meysman, hoogleraar biogeochemie UAntwerpen en coördinator CurieuzeNeuzen: “Er zijn meerdere oorzaken voor de luchtvervuiling. Het verkeer is er één van, naast de industrie en de landbouw. Het verkeer vervuilt vooral door de uitstoot van stikstofdioxide, en de NO2-waarden waren spectaculair lager tijdens de lockdown. In gemeenten met ernstige verkeersopstoppingen waren de hoge NO2-concentraties gewoon wég tijdens de lockdown. Dat zagen we in heel Europa. Zeer positief, want als er hoge concentraties stikstofdioxide worden gemeten, zien we het aantal hartaanvallen op onze spoeddiensten met 15 procent stijgen.

“De lucht wordt ook vervuild door fijnstof, en dat komt vooral van de industrie en de landbouw. Op sommige dagen in de lockdown hebben we meer fijnstof gemeten, niet alleen afkomstig van de industrie, maar ook omdat de boeren hun akkers bemesten: de ammoniak veroorzaakt fijnstof door chemische reacties in de lucht. Zowel fijnstof als stikstofdioxide veroorzaakt ziektes, maar de meeste verloren levensjaren worden toch in verband gebracht met fijnstof.”

In een Amerikaanse studie wordt gewezen op het verband tussen Covid-19 en luchtvervuiling: een verhoging van 1 microgram fijnstof per kubieke meter zou de sterfte door Covid-19 met 15 procent doen stijgen.

Nawrot: “Dat klinkt niet onaannemelijk, maar we hebben er geen harde bewijzen voor. Het probleem is dat wetenschap tijd vraagt. Voor die snel uitgevoerde studies hebben ze luchtverontreinigingskaarten op kaarten met de verspreiding van Covid-19 gelegd. Nu moeten de sterfgevallen individueel worden onderzocht: wat was de voorgeschiedenis van die patiënten? Rookten ze? Aten ze gezond?”

Meysman: “Milaan en New York zijn dichtbevolkte steden met een slechte luchtkwaliteit: daar heb je sowieso veel kans op besmetting. Ook Vlaanderen is dichtbevolkt én vervuild. De vraag is nu: is er een verband tussen de slechte luchtkwaliteit en het aantal coronaslachtoffers? Het is in ieder geval zo dat iemand die heel zijn leven in slechte lucht heeft doorgebracht, vaak last heeft van gerelateerde aandoeningen, en meer risico loopt om te overlijden aan Covid-19.”

Nawrot: “Vlak vóór de coronacrisis hebben wij een studie gepubliceerd waaruit bleek dat we mensen die op onze spoeddienst moeten worden beademd – dus níét door Covid-19 – langer en intensiever moeten behandelen als ze de voorafgaande weken aan luchtvervuiling zijn blootgesteld. De duur en de aard van het herstel is direct gelinkt aan de luchtkwaliteit. Het lijkt me dan niet zo gek om te veronderstellen dat hetzelfde geldt voor Covid-19-patiënten. Ik heb net een aanvraag ingediend bij de ethische commissie om dat te onderzoeken.

“Er is nog een reden waarom we een verband tussen luchtvervuiling en het moeizame herstel van Covid-19-patiënten mogen veronderstellen: we weten dat luchtverontreiniging kan leiden tot ontstekingen in de longen, iets wat we ook bij Covid-19-patiënten zien. Maar de puzzel is ingewikkelder: je moet ook rekening houden met de leeftijd en het immuunsysteem van de patiënten.”

Anuna De Wever: 'Als ik weet dat we op een andere manier uit de coronacrisis moeten komen, dan weet minister Demir dat zéker.'

In Nederland denkt men dat het hoge aantal besmettingen in de provincie Noord-Brabant te wijten is aan de luchtverontreiniging daar.

Nawrot: “In Noord-Brabant heb je de meeste luchtvervuiling van heel Nederland door de intensieve landbouw, maar het lijkt me te kort door de bocht om de besmettingen daaraan te wijten. Het virus lijkt wel in die provincie het land binnengekomen te zijn, wellicht omdat er meer Noord-Brabanders gingen skiën en door carnaval, dat er uitgebreid wordt gevierd. Ook in Belgisch Limburg zijn er meer besmettingen dan elders in Vlaanderen, terwijl de luchtverontreiniging daar niet ernstiger is.”

Sommige wetenschappers beweren dat het coronavirus zich via fijnstof kan verspreiden.

Nawrot: “Italiaanse onderzoekers hebben gesuggereerd dat het zich op die manier in Noord-Italië kon verspreiden: het zou dan als het ware een lift hebben gekregen van het fijnstof en zo langere afstanden hebben afgelegd. Maar daar geloof ik niet erg in.”

We moeten ons nu zoveel mogelijk met eigen middelen verplaatsen volgens premier Wilmès. Riskeren we zo niet meer files en luchtvervuiling dan vóór de lockdown?

Peter Bruyninckx, Vlaams Verkeerscentrum: “Tijdens de beginfase van de exit merkten we maar een kleine stijging van het snelwegverkeer. Er is nog altijd de helft minder verkeer op de wegen dan vóór de lockdown.”

Hajo Beeckman, verkeersexpert VRT: “Toen de lockdown werd opgeheven in Sjanghai, werd in de eerste maand een daling van het metrogebruik met 40 procent genoteerd. En in de Chinese steden waren er méér files dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ook bij ons zullen mensen het openbaar vervoer mijden, al was het maar omdat ze geen mondmasker willen dragen.”

Meysman: “Maar als iedereen met de auto naar het werk rijdt, kost dat onze economie ook geld: we staan stil in de file en verliezen tijd, en op termijn is het nefast voor onze gezondheid. We hopen dat het effect van telewerken voor tegenwicht zal zorgen. Daarnaast zetten steden als Milaan, Brussel en Parijs volop in op brede fietslanen. Een verkeersvrije omgeving is hoe dan ook de toekomst.”

Beeckman: “Er is wel een verschuiving naar telewerken geweest tijdens de lockdown, maar ik denk niet dat we een grote mobiliteitsrevolutie mogen verwachten. België deed het op Europees niveau al niet zo slecht qua telewerken (ons land stond in 2019 op de zevende plaats, op nummer één stond Nederland, red.). En als mensen het openbaar vervoer mijden en met de auto naar het werk gaan, doen zij het effect van de thuiswerkers teniet. Bovendien heeft 60 procent van de beroepsbevolking geen job die je thuis kunt uitoefenen. En stel dat er een vaccin wordt gevonden en we weer zoals vroeger kunnen leven en werken, dan zullen werkgevers hun werknemers weer op de werkvloer willen zien.

“Naast het woon-werkverkeer heb je ook de vrijetijdsverplaatsingen, die lange tijd niet toegelaten waren. Dat verkeer zul je stilaan ook weer op de wegen zien. En niemand weet wat dat komende zomer zal geven, als we op vakantie in eigen land moeten gaan.”

Valerie Trouet: ‘Zonder goed leiderschap zullen we nergens geraken.’

100 LITER PER INWONER

Regen is niet alleen goed voor de luchtkwaliteit, we hebben die ook hard nodig: door de hoge bevolkingsdichtheid zijn we erg afhankelijk van neerslag voor de drinkwaterwinning, want we hebben weinig grote rivieren. Sinds de lente van 2018 kampt België met een structureel neerslagtekort. Het zou twee maanden goed moeten regenen om dat tekort aan te vullen. Ondertussen spoort viroloog Marc Van Ranst ons aan om zo vaak mogelijk de handen te wassen. Begin mei tweette Patrick Willems, professor waterbouwkunde aan de KUL: ‘Leidingwaterverbruik in Vlaanderen was in april gemiddeld ‘maar’ 3 procent hoger dan gemiddeld.’

Die aanhalingstekens waren niet ironisch bedoeld?

Willems: “Nee. Ik was opgelucht dat het om een beperkte stijging ging. Ik had me zorgen gemaakt, want de lockdown viel toevallig samen met een warme periode in april: daardoor hebben we 3 procent meer water verbruikt. Dat handen wassen zie je amper in het verbruik: in de tweede helft van maart zaten we al in lockdown en was er geen stijging merkbaar – het was toen niet warm.”

Kan de reden niet zijn dat we ons tijdens de lockdown minder hebben gedoucht, omdat we toch niet op kantoor moesten verschijnen?

Willems: “(lacht) Dat kan ook. Nu, het handen wassen zal ons niet in de problemen brengen, wel een nieuwe droge zomer. Iedereen zal ook in eigen land blijven als reizen niet mogelijk is. We kunnen niet voorspellen wat er dan zal gebeuren, want we hebben zoiets nog nooit meegemaakt.”

Dat zei u ook toen ik u vorig jaar vroeg wat we mochten verwachten als de zomer van 2019 even kurkdroog zou worden als die van 2018. Het heeft vorig jaar wel geregend.

Willems: “De zomer van 2019 was inderdaad minder droog dan die van 2018, maar de watertekorten zijn nog altijd niet weggewerkt. Er zullen nog droge zomers komen, dus we moeten dringend werk maken van een duurzaam waterbeheer, zodat we niet bij elke droogte onze adem moeten inhouden.”

Niet in iemands gezicht hoesten, geen vuil op straat gooien, geen water verspillen: eigenlijk zijn het allemaal vormen van beleefdheid.

Willems: “Het zou sociaal onaanvaardbaar moeten zijn om die dingen te doen. Met drinkbaar water zou je niet je gazon mogen sproeien. Maar de bewustmakingscampagnes hebben weinig effect gehad. Alleen een prijsstijging zal helpen: lever elke burger 100 liter water per dag voor de normale prijs, en maak het meerverbruik fors duurder. En verplicht bedrijven om hun afvalwater te hergebruiken.”

Tim Nawrot: 'We kunnen de luchtvervuiling nog niet linken met Covid-19.'

BUILENPEST

Wanneer zal de Vlaming zich bewust worden van het klimaatprobleem? ‘Als er in de zomer zes weken lang geen water uit de kraan komt’, zei bioloog Dirk Draulans eind maart in De afspraak op Canvas. Hij gaf er commentaar bij de documentaire Virus Hunters, waarin het verband wordt gelegd tussen de coronapandemie en het gedrag van de mens: hoe meer natuurgebied we inpalmen, hoe groter het risico dat virussen als SARS-CoV-2 van dier op mens overspringen. Draulans dacht niet dat het coronavirus tot een wereldwijde gedragsverandering zou leiden. Hoe optimistisch of pessimistisch zijn de klimaatactivisten en wetenschappers?

Anuna De Wever (Youth For Climate): “Ik denk dat veel mensen door deze pandemie zijn beginnen na te denken over hoe het zover is kunnen komen, en hoe we eruit raken zonder opnieuw zoiets te riskeren. Ook de ongelijkheid wordt weer aangekaart, en die houdt verband met de opwarming van de aarde.”

Valerie Trouet, klimaatwetenschapper aan de universiteit van Arizona: “Ik vrees dat het klimaatdebat zo gepolariseerd is, dat er nog weinig beweegt. Iedereen die overtuigd kon worden, is het nu. En de rest zal niet meer overtuigd worden.”

Tijdens de lockdown circuleerde op sociale media dat de CO2-uitstoot flink was gedaald.

Trouet: “De wereldwijde lockdown zou dit jaar tot 8 procent minder CO2-uitstoot leiden ten opzichte van vorig jaar. Dat is een significante verbetering. Maar het effect van die 8 procent kun je niet op lokale schaal of op korte termijn zien. De CO2 die we nu uitstoten, blijft nog honderd jaar in de atmosfeer hangen. Eigenlijk zouden we élk jaar opnieuw 8 procent minder CO2 moeten uitstoten om de opwarming van de aarde onder de anderhalve graad te houden.”

Twee maanden lockdown per jaar lijkt me niet de ideale manier om de klimaatdoelstellingen te halen.

Trouet: “Dat zou niet efficiënt zijn. Maar de lockdown heeft aangetoond dat het helpt om het lucht- en autoverkeer te beperken als je iets aan de CO2-uitstoot wilt doen. Paradoxaal genoeg heeft de lockdown ons tegelijkertijd duidelijk gemaakt dat dat niet genoeg is, en dat we grootschalige veranderingen nodig hebben.”

De Wever: “Overal ter wereld is alles platgelegd, en toch daalde de CO2-uitstoot ‘maar’ met 8 procent. Dat illustreert dat individuele keuzes belangrijk zijn, maar niet volstaan.”

Trouet: “Het is niet genoeg dat we beslissen om niet meer het vliegtuig te nemen voor een citytrip naar Stockholm, of dat we geen water uit plastic flessen meer drinken. Het volstaat ook niet dat er meer bomen worden geplant en petflessen gerecycleerd. Wat we nodig hebben, zijn grootschalige investeringen om de CO2-uitstoot te verminderen. Die beslissingen kunnen individuen niet nemen, de politiek moet dat doen.

“De financiële en economische crisis van 2008 heeft ook een opmerkelijke daling van de CO2-uitstoot veroorzaakt, maar daarna was het weer business as usual. Nu gaan er gelukkig wél stemmen in de politiek op om de heropstart van de economie zo groen mogelijk te maken: in Europa hebben al 18 van de 27 lidstaten onderschreven dat de economische investeringen na de coronacrisis aan de green deal gelinkt moeten worden. België is daar niet bij: de N-VA werkt tegen. En ik heb alle sympathie voor de milieubeweging, maar de klimaatmarsen hebben in Vlaanderen geen énkele politieke impact gehad.”

Hoe staat het in coronatijden met Youth For Climate? De social distancing-regel maakt fysiek betogen onmogelijk.

De Wever: “We organiseren wel webinars, maar het is inderdaad vervelend. Ik heb er vorige week nog met Greta Thunberg over gemaild en zij weet ook niet hoe het verder moet, terwijl de regels in Zweden toch wat soepeler zijn. Het is normaal dat het in de coronacrisis niet over het klimaat is gegaan, maar nu we met de exit bezig zijn, moet het klimaat het hoofdonderwerp zijn: de green deal kan dienen als een road map om de economie herop te bouwen op een sociale en faire manier. Maar in China zie je nu al het omgekeerde: daar willen ze hun klimaatambities even vergeten om de economische verliezen te beperken. En ook bij ons gaat het alleen over welvaart heropbouwen, over symptoombestrijding zonder een langetermijnvisie.

“Omdat we geen acties kunnen organiseren, worden we ook niet meer gevraagd voor tv-programma’s. Maar ik vrees dat het toch van ons zal moeten komen, want de politiek heeft tot nog toe niet positief gereageerd. Het is nu aan minister De Croo (Open Vld) om aan het klimaat te denken, en zeker aan minister Zuhal Demir (N-VA). Als ík weet dat we hier op een andere manier uit moeten komen, dan weet zij dat ook.”

Trouet: “Ook dat heeft de coronacrisis ons duidelijk gemaakt: het belang van goed leiderschap. Ik woon en werk in de Verenigde Staten en ben gefrustreerd. Landen als Duitsland, Taiwan, Denemarken en Nieuw-Zeeland hebben wel snel gereageerd met een testbeleid – daar staat telkens een vrouw aan het roer. Met het klimaat is het net zo: burgers kunnen zeggen wat ze willen, zonder goed leiderschap zullen we nergens raken.”

Voor uw nieuwe boek Wat bomen ons vertellen analyseerde u jaarringen van oude bomen om inzicht te krijgen in de klimaatgeschiedenis en het verband met de menselijke geschiedenis. Kan dat ons iets leren over wat ons te wachten staat?

Trouet: “We hebben inderdaad al klimaatveranderingen meegemaakt, die toen door de natuur werden veroorzaakt. Bij de val van het West-Romeinse Rijk in 476 speelde de klimaatverandering een rol: door de jaarringen weten we dat er tussen 250 en 500 een klimatologisch heel onstabiele periode was. Decennialang was het relatief nat, daarna weer decennia droog, dan weer nat... Het is sowieso al moeilijk voor een agrarische maatschappij om zich aan te passen aan zulke snelle veranderingen, maar hét grote probleem was dat in het Romeinse Rijk een heel rijke 1 procent teerde op de inspanningen van een arme plattelandsbevolking. De allerbeste landbouwgronden dienden voor de teelt van olijven en druiven, niet voor graan om de bevolking te voeden. Dat systeem was niet bestand tegen een klimaatverandering.

“Het is niet de verandering van het klimaat die bepaalt of een maatschappij het haalt, wel de socio-economische structuur van die maatschappij.”

U geeft de ontkenners van de opwarming van de aarde wel munitie, als de Romeinen al een klimaatverandering hebben gekend.

Trouet: “Beweren dat de huidige verandering niet door ons in gang is gezet omdat een vroegere verandering door de natuur is veroorzaakt, is hetzelfde als zeggen: ‘Ik heb nu koorts, maar dat kan niet door Covid-19 zijn, want ik had vorig jaar ook koorts, en dat was door de griep.’ Dat is even dom.”

In 541 na Christus kreeg het Middellandse Zeegebied ook een epidemie te verwerken: de plaag van Justinianus, genoemd naar de keizer van het Oost-Romeinse Rijk, die er zelf door getroffen werd. Hij overleefde het, maar de bevolking van alleen al Constantinopel zou met tot 40 procent uitgedund zijn door de epidemie. Was er een verband met de klimaatverandering?

Trouet: “Intussen is achterhaald dat de plaag van Justinianus de builenpest was, maar we weten nog niet genoeg om die vraag te beantwoorden. De historicus Kyle Harper denkt dat er wel een verband is, maar hij heeft veel kritiek gekregen. Het is mogelijk dat de klimaatverandering ermee te maken heeft gehad, maar het is verre van zeker. En ook in de coronacrisis is het niet zeker of en hoe de klimaatverandering een rol gespeeld kan hebben. Pandemieën zijn zeer complex.

“Het was in elk geval wél zo dat de plaag van Justinianus de genadeslag heeft toegediend aan wat er nog overbleef van het Romeinse Rijk na de uitputting door de klimaatverandering.”

Valerie Trouet – Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen, Lannoo

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234