Woensdag 16/10/2019

opvoedreeks

Te saai, te veel, te asociaal. Heeft huiswerk wel zin?

Pepijn en zijn mama Celine: 'Ik kan geen enkele huistaak bedenken die ik graag doe.' Beeld Aurélie Geurts

Kinderen hebben er een broertje dood aan, maar ook veel peda­gogen zijn niet overtuigd. Moet het huiswerk op de schop? "Een pauze inlassen is net zo belangrijk voor het leerproces."

"Mama, wanneer gaat dat huiswerk eindelijk komen?” Het kon indertijd niet snel genoeg beginnen voor Pepijn (10) bij de overstap naar het eerste leerjaar. “Maar de vreugde was van korte duur”, verzucht mama Celine. “Toen besefte ik nog niet hoe saai huiswerk is”, blikt Pepijn terug. “Maar in het midden van het eerste leerjaar had ik het al door: het is verschrikkelijk. Waarom? Je moet de hele tijd zitten nadenken, terwijl ik na school liever op mijn gemak zou zijn. Nee, ik kan geen enkele huistaak bedenken die ik graag doe.”

Het voorbije schooljaar, in het vierde, kreeg Pepijn zijn huiswerk er in een halfuur door gedraaid in de studie. Dat was vroeger een ander paar mouwen, vertelt Celine. “Die eerste drie jaren waren we er thuis lang mee bezig, omdat hij er helemaal geen zin in had. Ik moest hem echt forceren om hem aan het werk te krijgen, terwijl hij alleen maar wilde spelen. Het vierde jaar was op dat vlak een kantelmoment: moest hij thuis nog voortwerken, dan deed hij dat meer vanuit zichzelf. Hij was er rijper voor. Ik moest het niet meer dwingend opvolgen, wat de relatie met je kind toch ten goede komt.”

Te saai, te lastig, te weinig creatief. Spreek met kinderen en je hoort meteen wat ze deze zomervakantie niet gaan missen: die vervloekte huistaken. Vraagstukken oplossen, sommen maken, gedichten papegaaien. Zelfs als volwassene heb je er nog weleens nachtmerries van.

Heeft huiswerk wel zin? De discussie houdt onderwijsdeskundigen al zo’n dertig jaar in de ban. De grootste tegenstander moet wel de Amerikaan Alfie Kohn zijn. Hij schreef er een polemisch boek over:
The Myth of Homework: Why Our Kids Get Too Much of a Bad Thing. Afschaffen, die handel, vindt hij. “Volwassenen zouden zich toch moeten herinneren hoe huiswerk leidt tot frustratie, oververmoeidheid en conflicten thuis. En misschien nog het ergste van al: het maakt je minder warm voor het leren op zich. Zeker in de lagere school is huiswerk all pain and no gain.” Enkel lasten, geen lusten.

Onderzoek van John Hattie, een gerenommeerde onderwijswetenschapper uit Nieuw-Zeeland, bevestigt dat: in de eerste helft van de lagere school is het effect van huiswerk bijzonder klein. Van 6 tot 9 jaar heeft slechts zo’n 15 procent van de leerlingen er baat bij: alleen bij hen zie je betere leerprestaties. 

Bij kinderen van 9 tot 12 jaar stijgt dat tot 25 procent, om in het middelbaar nog verder toe te nemen. Nog andere experts zweren dan weer bij huiswerk, zwaaiend met het kostenplaatje. Vanuit het idee: ja, het heeft (weinig) effect, maar het kost ons ook niets, in tegenstelling tot dure maat­regelen zoals kleinere klassen voor meer begeleiding.

Zonde van de tijd

Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen is naar eigen zeggen niet tegen, maar “zeker in de basisschool mogen we er niet mee overdrijven”. Hij trekt de kaart van artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag: het recht op spelen en vrije tijd. “Kinderen zitten de hele dag op school. We moeten ook rekening houden met de verschillen tussen leerlingen. Terwijl sommigen in twintig minuten een opdracht oplossen, doen anderen daar een uur over. Ook die laatsten moeten nog voldoende tijd hebben voor ontspanning.”

Trien en haar papa Sven. 'Ik vind huiswerk soms echte tijdverspilling.' Beeld Aurélie Geurts

Spaanse onderzoekers toonden het drie jaar geleden nog aan: meer dan een uur huiswerk voor tieners heeft bitter weinig zin. Alles wat daarna gebeurt, is zonde van de tijd. “Het spreekt voor zich dat dat in het begin van de lagere school het best nog minder is”, stelt onderwijsspecialist Pedro De Bruyckere. “Reken in het eerste leerjaar op een kwartiertje, veel meer mag dat toch niet zijn. Er bestaat een onbewezen vuistregel die voorschrijft dat er elk leerjaar tien minuten bij mogen komen.”

Dat ze het soms “echt totale tijdverspilling” vindt, vertelt Trien (12), pas afgezwaaid van de lagere school. Het voorbije jaar zat ze elke avond nog een uur met haar neus in de boeken. “Pas op, niet alle huiswerk is saai. Boekbesprekingen schrijven of werkstukjes maken, dat doe ik graag. Maar rekenen? (zucht) Als ik dat moet doen, zeur ik weleens. Mama en papa zeggen dan dat ik er toch mee door moet gaan. Alleen gaat het dan wat trager vooruit. Er moet maar een vogel voorbij het raam vliegen en ik ben al afgeleid.”

Papa Sven: “Soms klaagt ze: ‘Waarom moet ik nu twee ouders hebben die ook leerkracht zijn?’ (lacht) Tuurlijk leidt huiswerk soms tot frustratie of conflicten thuis. Er is toch geen enkel kind dat na school graag nog extra werkt? Je wordt op school al acht uur lang plat gebombardeerd. Dan kom je thuis en gaat het gewoon door. Dat vraagt van ons als ouders wel een zekere overredingskracht. Het is iets waar veel leerkrachten te weinig bij stilstaan. Onlangs vergeleek mijn vrouw het zo op een vergadering: ‘Wij verlangen zo hard naar ons weekend, naar onze vakantie. Maar wat doen we met onze leerlingen? We geven hen huiswerk mee voor in hun vrije tijd.’ Dat was er recht op.”

Je moet het Pepijn niet zeggen. Hij voelt zijn haren nog overeind komen als hij aan dat ‘taakje’ in de paasvakantie terugdenkt. Taal- en rekenopdrachten van de iPad-meester, van wie hij wekelijks één uurtje les krijgt. “Vreselijk”, kreunt hij.

“Het kwam erop neer dat hij tien keer dezelfde reeks moest maken”, zegt Celine. “Alleen zo kon hij 100 procent halen. Dat waren al snel 120 oefeningen, en dan had hij alleen nog maar niveau 1 afgerond. Die taak was er zwaar over. Op de duur heb ik gezegd: ‘Kom jongen, we doen dit wel even samen.’ Omdat ik na tien oefeningen al zag dat hij de leerstof beet had én omdat ik vind dat vakantie ook vakantie moet zijn. Kinderen moeten hun hoofd eens tot rust laten komen. Vaardigheden die minder op school worden getraind, zoals probleemoplossend denken, kunnen ze aanscherpen door te spelen of creatief bezig te zijn. Wij merken dat bij Pepijn: na elke grote vakantie is hij een pak wijzer. Ook dat is belangrijk, los van alles wat moet.”

Klopt, treedt Pedro De Bruyckere haar bij. “Een pauze inlassen is net zo belangrijk voor het leerproces.” Als onderwijsexpert ziet hij vooral een meerwaarde in “huistaken die een basis vormen voor feedback”. “Komt de leerkracht er later op terug, dan zullen die oefeningen meer effect hebben. Al kan ik me inbeelden dat bij jonge kinderen vooral de nadruk op het automatiseren ligt: leren lezen, schrijven, de maal­tafels. Maar dan kun je je ook weer de vraag stellen: moet dat niet gewoon op school gebeuren? En dan begint de hele discussie opnieuw. (lacht)”

Dat hij graag en veel leest, verzekert Pepijn. Al moesten ze in het eerste leerjaar niet af­komen met tekstjes à la ‘de kat zit op het bad’. Celine: “Dat boeide hem in geen geval. We hebben, met de toestemming van de juf, andere teksten opgezocht die hem wel interesseerden. Over de oorlog, over Einstein. Ik herinner me een tekst over het autisme van Einstein. Soms kon hij die moeilijke woorden beter lezen dan de simpele, omdat het thema hem fascineerde. Hij koos liever voor verhalen met inhoud dan voor teksten die de nadruk legden op de woordjes. Soms is het dus toch wat zoeken, als je wilt dat je kind dat huiswerk maakt.”

‘Is mijn klas mee?’ ‘Waar moet ik extra op inzetten?’ Net als hun toetsen kunnen leerkrachten hun huiswerk inzetten als monitoringinstrument, meent kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. “Het is belangrijk dat ze eens goed nadenken over de vraag wat nu precies het doel van hun huiswerk is.”

Ver van hun bed

Sommige scholen hebben daar een uitgekiend beleid over. Ze luisterden ongetwijfeld naar het advies van de Vlaamse Scholierenkoepel, waar ook leerlingen uit het middelbaar onderwijs zelf het woord nemen. “Bezint eer ge begint met huiswerk geven”, zo tikken zij hun leerkrachten op de vingers. “Leraren zien huiswerk te veel als een gewoonte en denken niet voldoende na over de meerwaarde ervan. Wie beslag legt op de vrije tijd van jongeren, is er verantwoordelijk voor dat die tijd zinvol wordt ingevuld.”

Sven knikt instemmend. Hij staat vanaf september 2019 voor de klas in een nieuw opgerichte freinetschool in Tielt. “In onze werkgroep hebben we het onder meer over huiswerk. We zeggen er zeker niet nee tegen, maar het moet bij de kinderen ten minste zinvol overkomen. Ik merk dat ook bij onze buurjongens. Vroeger zagen we hen elke avond buiten spelen. Sinds ze in het middelbaar zitten, zien we hen niet meer op straat. Die kinderen zijn veroordeeld tot het idee: ‘Voilà, jullie kindertijd is voorbij.’ Daar willen wij toch oog voor hebben. De wereld is groter dan je klaslokaal.”

Elf jaar lang stond Sven in het vierde middelbaar tso en in het bso. Ook toen al was hij zuinig met huiswerk. “In het tso was er een quotum van tien à vijftien huistaken per schooljaar. Waarom? Niemand die daar over nadacht. Het staat ook in geen enkel leerplan vermeld dat je huiswerk moet geven. In het bso probeerde ik het tot een absoluut minimum te beperken. Vaak schreven mijn leerlingen het ’s ochtends op de speelplaats snel van elkaar over. Soms waren ze zo opgejaagd dat ze zelfs de naam van die klasgenoot overschreven. Dat toont toch voor een stuk het failliet van het concept huiswerk aan.”

Dat het deze vakantie lekker relaxed is, zo geven ouders nog aan – “niet elke avond moeten checken of ze het kennen”. Want dat huiswerk blijkt evenzeer een taak voor mama en papa. “Voor mijn woordpakketjes ga ik altijd aan de keukentafel zitten”, vertelt Pepijn. “Dan kan mama woordjes dicteren terwijl ze het eten klaarmaakt. Dat zijn elke week twee keer twintig woorden. Op vrijdag heb ik dan dictee.” Maar kan elke ouder wel zo betrokken zijn? Sven: “Ik geef vaak les aan jongeren van wie de ouders landbouwers zijn. Van die kinderen wordt thuis verwacht dat ze na school helpen in het bedrijf. Dan is huiswerk een ongelooflijke ver-van-hun-bedshow. Eerlijk, als leerkrachten staan we te weinig bij de thuissituatie stil.”

Terugkoppelen

Bovendien gaat het beeld van het vlijtige Liesje die gebogen over haar bureau of de keukentafel niet voor alle Vlaamse kinderen op. Fotograaf Kevin Faingnaert maakte er een pakkende beeldenreeks over, onlangs verschenen in Klasse. Een meisje maakt haar rekensommen op het trapje van een woonwagen. Twee jongens maken hun huiswerk op een bankje naast het voetbalveld, vlak voor de training. Of nog: twee zusjes in het drukke café van hun mama.

“Ongemeen krachtig”, omschrijft Pedro De Bruyckere de beelden. “Vandaar dat je soms ook vanuit een heel ander standpunt het pleidooi krijgt om huiswerk af te schaffen. Als sociale maatregel, omdat het de ongelijkheid zou vergroten. In Brussel was daar al sprake van, in Frankrijk onder president Hollande ook. Maar de ironie is: wie hiertoe oproept, gaat er dus wél van uit dat huiswerk zinvol is. Je kunt niet zeggen: huiswerk is nutteloos én asociaal. Op dat vlak hinken tegenstanders soms op twee benen. De vraag is: moet je iets afschaffen als anderen er geen baat bij hebben? Dan streef je gelijkheid niet na door kinderen meer kansen te geven, maar door anderen kansen te ontnemen.”

Als huiswerk ergens goed voor is, dan wel om je kind zelf te leren plannen, menen ouders. Zeker als ze, zoals Pepijn en Trien, een bundeltje meekrijgen dat ze over een hele week kunnen spreiden.

Pepijn: “Als je dan weet dat je een drukke week hebt, kun je al meer in het weekend doen. Op woensdag maak ik nooit huiswerk. Zo plezant.”

Trien: “Meestal doe ik eerst de saaie taken en eindig ik met de leuke, omdat die ook sneller gaan. Soms moeten mama en papa mij zelfs stoppen. Ik zou dan blijven doorwerken tot bedtijd. Niet omdat ik het plezierig vind, maar omdat ik aan die volgende vrije avonden denk. (lacht)”

Hierover zijn alle experts het eens: wil huiswerk zinvol zijn, dan mag het niet zonder meer in een mapje verdwijnen en stof vergaren. “Terugkoppeling van de leerkracht is cruciaal”, benadrukt Bruno Vanobbergen. “Alleen: dan moet je als ouder ook aan de verleiding kunnen weerstaan om je kind te corrigeren als het moeite heeft met zijn taak. Dat speelt heel sterk bij ouders, ik betrap mezelf er ook weleens op. Je probeert te vermijden dat je kind een slechte beurt maakt. Maar als huiswerk een monitoringinstrument is, moet je wel oppassen dat de leerkracht geen foute conclusies trekt.”

Celine: (stellig) “Huiswerk zelf invullen als Pepijn het niet kan? Nee, dat heb ik nog nooit gedaan. En ik zal het ook nooit doen.”

Pepijn: (rolt met zijn ogen en zucht) “Echt, nooit?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234