Zaterdag 15/05/2021

Talen sterven alsmaar sneller

linguïstiek

gentse professor plaatst vraagtekens bij plannen om nieuwelingen te verplichten nederlandse of franse taallessen te volgen

Net als met de biodiversiteit - per uur verdwijnen drie biologische soorten - gaat het met de talenrijkdom op onze planeet de verkeerde kant uit. Van de ruim 6.500 talen die wereldwijd gesproken worden, zal naar schatting de helft over een eeuw uitgestorven zijn. Volgens een pessimistische raming heeft, op lange termijn, amper een zeshonderdtal kans op overleven. Professor Mark Janse (RUG en UvA) publiceerde onlangs een boek over taalsterfte als mondiaal probleem.

Gent

Van onze medewerker

Bart Biesbrouck

In 1989 stierf de laatste spreker van het Kamas, een Samojedische taal uit Aziatisch Rusland. In de jaren negentig overleed de laatste spreker van het Ongkor Solon, een Toengoezische taal uit China. Hoogbejaard zijn de laatste sprekers van het Berbice, een op het Nederlands gebaseerde creooltaal uit Guyana, Eyak (Alaska), Kiowa Apache (Oklahoma), Laua (Papoea-Nieuw-Guinea), Xiri (Zuid-Afrika), Pitta-Pitta en Mulluk-Mulluk (Australië). Het zijn maar enkele van de 417 talen die het nieuwe millennium niet hebben gehaald of op sterven na dood zijn. Zij bezwijken onder de druk van sterkere cultuurtalen.

Wereldwijd worden 6.809 talen gesproken. Zo staat het op de website van de Ethnologue, een catalogus waarin alle bekende levende talen opgenomen zijn. Professor Mark Janse vindt dat cijfer een beetje aan de hoge kant. Hij houdt het op een goeie 6.500. Janse doceert Griekse en algemene taalkunde aan de Universiteit Gent en Oud- en Nieuwgriekse taalkunde en dialectologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij legt uit waarom 'talen tellen' zo moeilijk is: "Het grote probleem is: hoe baken je een taal en een dialect van elkaar af? Onlangs kreeg het Limburgs in Nederland het statuut van streektaal, aangezien het niet alleen qua uitspraak en woordenschat verschilt van het Nederlands, maar ook qua grammaticale structuren, die vaak eerder Duitse dan Nederlandse patronen volgen. Ook de Nedersaksische dialecten van Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland zijn nu als streektaal erkend. Taalkundig gezien sluiten zij aan bij de Plat- of Nederduitse dialecten van Noord-Duitsland. Wat dus een paar jaar geleden voor de samenstellers van de Ethnologue nog een dialect was, wordt nu beschouwd als een taal, of andersom.

"Men zegt wel eens dat een dialect een taal is met een leger en een regering. (lacht) Zo zijn bijvoorbeeld het Deens en het Noors twee varianten van dezelfde taal. De enige reden om over 'Deens' te spreken, is dat het de taal is van de onafhankelijke staat Denemarken. Een tegenovergesteld voorbeeld is het Chinees. Dat bestaat eigenlijk niet, het is een verzameling van talen - geen dialecten - die sterk van elkaar verschillen."

Of je ze nu 'taal' of 'dialect' noemt, ongeveer de helft wordt deze eeuw met uitsterven bedreigd. Taalsterfte is te beschouwen als een extreme vorm van taalcontact. Wanneer een gemeenschap in contact komt met de taal van een overheersende cultuur, kan dat dodelijk zijn voor de eigen taal. Na een toestand van twee- of meertaligheid gaan steeds minder sprekers in steeds minder situaties hun moedertaal gebruiken. Ze wordt geleidelijk verdrongen door de dominante taal, tot niemand ze nog spreekt. "Dat is goed te merken bij het Turks-Griekse dialect in Cappadocië, waarin ik gespecialiseerd ben", illustreert Janse. "De gemeenschap van orthodoxe christenen, die aanvankelijk een archaïsch Grieks sprak, werd in de elfde eeuw volledig afgesloten van de rest van de Griekse wereld. Eeuwenlang is hun taal door het Turks beïnvloed en steeds meer gingen elementen van die dominante taal binnendringen. In sommige dorpen werd een Turks-Griekse mengtaal gesproken, in andere is het Grieks volledig verdwenen."

Janse bestudeerde ook de invloed van het hellenisme op de oorspronkelijke talen van Klein-Azië (het huidige Turkije), een heus linguïstisch slagveld uit de oudheid. De veroveringen van Alexander de Grote in het Midden-Oosten zorgden ervoor dat in Klein-Azië bijna alle inheemse talen vervangen werden door het Grieks. Dat talen sterven is dus niet nieuw. Onrustwekkend is vooral het hoge tempo waaraan dat vandaag gebeurt. So what, zullen sommigen denken, waar is die linguïstische diversiteit eigenlijk goed voor? Zou één global language, het Engels bijvoorbeeld, niet gewoon handiger zijn voor de communicatie tussen wereldburgers? Janse is niet overtuigd: "Een taal laat zien hoe bepaalde waarden afwijken van of overeenkomen met de onze. Als ze verdwijnt, sterft ook een denkwijze, een wereldvisie, want elke taal classificeert de werkelijkheid op een unieke manier. Er zijn bijvoorbeeld talen waarin men de zelfstandige naamwoorden in heel veel verschillende grammaticale klassen onderverdeelt, zoals in het Dyirbal, een vrijwel uitgestorven Australische taal, waar 'vrouwen', 'vuur' en 'gevaarlijke dingen' in dezelfde klasse ondergebracht zijn. Dat zegt toch een en ander over die samenleving? Het zijn net die finesses die het eerst verdwijnen als de taal onder druk komt te staan van een grote cultuurtaal."

Taalsterfte is vaak het gevolg van linguïstische discriminatie, of zelfs bewuste linguïcide. In de Verenigde Staten voerde de federale regering in de negentiende eeuw een English only-politiek, waarbij de indiaanse bevolking verplicht werd Engels te leren. Hetzelfde gebeurt vandaag nog in de staat Arizona. English only zal binnenkort bijna letterlijk werkelijkheid worden: in Noord-Amerika zijn 148 van de 187 talen ten dode opgeschreven. De bedreiging kan echter ook van binnenuit komen. Nationalistische tendensen doen soms nieuwe talen ontstaan - denk aan het Servo-Kroatisch, dat sinds kort is opgesplitst in Servisch, Kroatisch en Bosnisch - maar etnische identificatie met een taal kan evengoed omgekeerd werken. Janse: "Wanneer je etnische identiteit niet meer meetelt of zelfs ongewenst is, zweer je je eigen taal af. Zo'n ontwikkeling zie je bijvoorbeeld bij de derde generatie van de Turkse Gentenaren. Om sociaal-economische redenen wordt het Turks langzaam maar zeker hun tweede taal, om uiteindelijk enkel nog gebruikt te worden wanneer ze hun identiteit sterk naar voor willen brengen. Veel jongeren zijn niet meer in staat hun moedertaal vloeiend te spreken. Dat plaatst volgens mij ook vraagtekens bij de plannen om nieuwelingen te verplichten Nederlandse of Franse taallessen te volgen. "Hoever ga je met die inburgering? Om te kunnen functioneren in onze maatschappij is het uiteraard belangrijk dat een migrant Nederlands kent. Maar moeten het nu allemaal Vlamingen worden? Wat is belangrijker, diversiteit of uniformiteit? De grootste culturen uit de oudheid waren multiculturele samenlevingen en was het niet Socrates die gezegd heeft dat het Grieks vol vreemde ("barbaarse") woorden zat?"

Mark Janse & Sijmen Tol (eds.), Language Death and Language Maintenance, Amsterdam, John Benjamins, 244 pagina's. J.N. Adams, Mark Janse & Simon Swain (eds.), Bilingualism in Ancient Society, Oxford University Press, 2002, 484 pagina's.

Bronnen: Ethnologue: Languages of the World (cijfers uit 2000), www.ethnologue.com. 'Unesco Red Book on Endangered Languages', www.helsinki.fi/~tasalmin/europe_index.

'Moeten het nu allemaal Vlamingen worden? Wat is belangrijker, diversiteit of uniformiteit?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234