Donderdag 14/11/2019

Taalwet sluit tegemoetkomingen aan anderstaligen niet uit

Brussel.

eigen berichtgeving

In schril contrast met de ampleur waarmee advocaat Leo Martens gisteren een taalprobleem opwierp op het Agusta-proces staat de toepasselijke taalwet zelf. Althans wat de grote principes betreft, is die wet relatief klaar. Zo staat het voor de rechtscolleges in het Nederlandse, respectievelijk het Franse taalgebied als een paal boven water dat ze de taal van het betreffende gebied gebruiken. Voor het arrondissement Brussel geldt vanzelfsprekend een bijzondere regeling. Worden daar verscheidene beklaagden samen vervolgd, dan is de taal van de rechtspleging deze die de meerderheid van de beklaagden gekozen heeft tijdens het onderzoek. Dat verklaart waarom het Hof van Cassatie gisteren in een summier tussenarrest korte metten kon maken met de linguïstische kritiek van de advocaten van beklaagde Johan Delanghe. Van de twaalf beklaagden opteerde de meerderheid wel degelijk voor een behandeling van het dossier in het Frans.

Het sluit tegemoetkomingen aan anderstalige beklaagden geenszins uit. Zo kan de beklaagde steeds persoonlijk de taal gebruiken die hij zelf verkiest, en dat in elk stadium van de procedure. Een variant daarop is de gunst die advocaten kunnen krijgen om hun pleidooien te houden in een andere taal dan de rechtspleging. Dat laatste is gisteren door Cassatie alvast aan alle Nederlandstalige raadslieden op het Agusta-proces toegezegd.

Daarbuiten kan een beklaagde te allen tijde de bijstand vragen van een tolk voor de dingen die hij niet (goed) dreigt te begrijpen. Die vereiste wordt ook heel uitdrukkelijk in het Europese Mensenrechtenverdrag gesteld. De simultaanvertaling die voorzien is op het Agusta-proces, is door procureur-generaal Eliane Liekendael aangevoerd als een reden te meer om het Franse taalregime niet te wijzigen.

Verwant is het recht van de beklaagde om kosteloos een beëdigde vertaling te krijgen van het door het gerecht aangemaakte strafdossier. De rechter kan wel vrij beoordelen of de beklaagde al dan niet over voldoende taalkennis beschikt. Zo zal het het Hof van Cassatie wellicht niet ontgaan zijn dat Johan Delanghe als voormalig kabinetschef van Willy Claes ook vaak anderstalige contacten onderhield, wat pleit tegen de door hem gevraagde integrale vertaling van het metershoge Agusta/Dassault-dossier. (PD)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234