Maandag 21/09/2020

InterviewRuud Hendrickx

Taalraadsman Ruud Hendrickx: ‘Als de crisis verdwijnt, zal haar woordenschat dat ook doen’

Ruud HendrickxBeeld Ruud Hendrickx

In de coronaberichtgeving zijn termen als preteaching en social distancing niet weg te denken, maar voor oudere generaties is dit onverstaanbare taal. Alternatieven als ‘aanlooplessen’ en ‘anderhalvemeteren’ steken daarom de kop op. Maar heeft die vernederlandsing wel zin? VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx legt het uit.

Hoe komen zulke vernederlandsingen tot stand?

“Ik kan mijn hersenen daar urenlang over buigen, tot het daar plots is. Dat gebeurt voornamelijk door het samenplakken van twee bestaande woorden. Nieuwe klankcombinaties maken we bijna nooit, tenzij bij merknamen. Het is een combinatie van creativiteit, toeval en het toepassen van de Nederlandse regels voor de woordvorming.”

Waarom zijn die zo belangrijk?

“Voor de jongere generaties is het Engels iets vanzelfsprekend. Toch blijft er een grote groep voor wie dit echt onbegrijpelijke taal is. Dat gaat dan vooral om zeventigplussers. Begrijpelijk, want zij hebben nooit Engels geleerd. Het implementeren van die taal in het onderwijs gebeurde pas in de jaren 50. Voor hen kun je dus evengoed Chinees spreken. Vanuit die groep is er dus een grote vraag naar duidelijke mensentaal die iedereen verstaat.”

Jongere generaties gebruiken voortdurend Engelse woorden. Heeft het dan nog zin om met Nederlandstalige alternatieven af te komen? 

“Ja, toch wel. Als je voor een ruim publiek spreekt, moet je de moeite nemen om een taal te spreken die iedereen begrijpt. In Vlaanderen is en blijft dat het Nederlands. Uit een onderzoek aan de KU Leuven blijkt zelfs dat mensen nog steeds meer neigen naar Nederlandstalige woorden. Een Engelstalig alternatief is wel succesvol als het korter is dan het Nederlandstalige woord. Daar ligt het succes van die taal, omdat ze vaak eenlettergrepige woorden heeft.”

Hebben de media een rol in het implementeren van vernederlandst taalgebruik?

“Ik sta wat huiverachtig tegenover het idee dat je als medium zelf nieuwe woorden lanceert. Je wacht best af tot er in de taalgemeenschap zelf iets opborrelt. Daardoor lijkt het ook alsof dat woord er spontaan gekomen is. Dat gebeurde niet in het geval van corona. Veel betrokken partijen bleven termen als social distancing hanteren. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat de beleidsmakers daarvoor met een Nederlandse geijkte term zouden komen. Ook dat was niet zo. Daarom moesten we zelf maar op zoek gaan naar iets. Dat is een geweldig experiment om te bekijken of woorden als ‘aanlooplessen’ nu effectief worden opgepikt. Ik vind het echt spannend om te bekijken hoe dit zich gaat ontwikkelen.”

Denkt u dat zulke woorden ingeburgerd kunnen raken?

“Dat gebeurt enkel wanneer het verschijnsel dat ze benoemen blijft bestaan. Het moet ook klinken alsof het woord zelf er altijd al was. Vandaar dat verzinsels als ‘balkonversatie’ nooit zullen werken. Dat klinkt veel te gekunsteld. Maar ik weet niet of we nog veel woorden zullen overhouden na de crisis. Dat zijn ook vaak samenstellingen met de naam van het virus in. Het moment dat corona uit de aandacht verdwijnt, zal ook de woordenschat verdwijnen. Kijk maar naar de bankencrisis van 2008. Er zijn weinigen die zich nog vijf woorden van toen kunnen herinneren.” 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234