Woensdag 20/10/2021

'Taal laat zich niet aan banden leggen'

'Als ik ergens mijn internationale doorbraak had willen beginnen, dan was het wel in België', zo zegt Maria Stahlie (1955) goedgemutst, 'maar die Belgische doorbraak laat na achttien jaar schrijverschap nog steeds op zich wachten. Waarschijnlijk komt dit onder andere door het toch niet te onderschatten cultuurverschil tussen onze landen.' In Amsterdam krijgt Stahlie deze week de Annie Romeinprijs voor haar hele oeuvre uitgereikt, dat inmiddels elf titels telt. Het kloekste boek, De lijfarts (2002), verschijnt volgende maand in het Duits, een Nederlandse verfilming is op komst. Haar dit jaar verschenen roman Sint-Juttemis wordt nu al in het Duits en Engels vertaald. Het gaat weliswaar langzaam, maar Maria Stahlie krijgt naam. Door Fleur Speet

Haar oeuvre is bevolkt met in hart en geest onbevangen personages die zich altijd in de nesten werken, maar steeds opnieuw gered worden door de goedertierenheid van de auteur (die het hen natuurlijk wel eerst knap moeilijk heeft gemaakt). Is het niet de zorg voor anderen die hen in een stroomversnelling doet belanden, dan is het wel hypochondrie of schuldgevoel. In het laatste geval hebben ze iets op hun geweten dat op het eerste gezicht te vergeven lijkt, maar in de ogen van de personages woekert de schuld als groot geheim voort en beheerst het hun denken en doen volledig. Ze moeten boete doen, als een initiatierite van kinderlijke geestdrift naar bevlekte volwassenheid.

Zo bemoeit de Nederlandse Mirjam op een Grieks eiland in Honderd deuren zich met de dood van een oude boer om zijn ziel te redden, die anders vervloekt zou worden door de eilandbewoners. En in het verhaal 'Als een zeef' (In de geest van de Monadini's) kan Aron nog slechts als een papegaai anderen napraten omdat nichtje Emma hem toen zij zes was als baby wild had rondgedraaid, aangemoedigd door zijn vrolijke geschater, en hem duizelig als ze was op de plavuizen had laten vallen. Ze heeft hem gewoon terug in de wieg gelegd en probeert elf jaar later boete te doen, maar dat doet ze zo slim dat het lot haar nog steeds niet treft.

Verantwoordelijkheid, daar draait het om in uw werk.

"Ja, al klinkt dat meteen heel zwaar. De drijfveer van mijn schrijverschap is niet mijn persoonlijke visie op de maatschappij of op het bestaan, maar mijn liefde voor de taal. Ik vind het wonderlijk geheimzinnig dat je met taal verhalen kunt vertellen, personages leven in kunt blazen, spanningsvelden en ritmes kunt creëren om komische en aangrijpende gebeurtenissen uit de verf te laten komen. Ik verwonder me daar oprecht over."

Waarom?

"Ik ben vrijmoedig begonnen met schrijven, na mijn debuut Unisono was mijn verbeelding simpelweg opengebroken. Maar gaandeweg begon ik steeds serieuzer tegenover het vak te staan. Ik begon het ook steeds ongelooflijker te vinden dat een schrijver met een boek een nieuw levend organisme kan creëren en nog iedere keer denk ik als ik na drie jaar een roman heb afgerond dat het me niet meer nóg een keer zal lukken om de energie en inzet op te brengen om dat voor elkaar te krijgen. Dat ik een aantal boeken geschreven heb, biedt geen enkele garantie of geruststelling. Het verbaast me telkens als het dan toch lukt, een wereld leven inblazen die nooit zou hebben bestaan als ik hem niet uit mijn duim had gezogen. Dat geeft me een groot gevoel van verantwoordelijkheid."

Komen we toch weer uit bij de verantwoordelijkheid.

"Ja, maar laat ik vooral benadrukken dat je die vergrote verantwoordelijkheid niet aan mijn werk hoort af te zien. Dat is beslist niet de bedoeling. Ik ben de voorbereiding weliswaar steeds serieuzer gaan nemen, maar dat mag niet ten koste gaan van het scheppingsplezier. Ik moet alle per-sonages tot in detail kennen. Uiteindelijk is de wereld van mijn hoofdfiguren mij vertrouwder dan de wereld om me heen. Ik ga er helemaal in op en ben me eigenlijk niet meer bewust van iets als een boek, iets dat gecreëerd is. Pas in die omstandigheid kan ik onbevangen schrijven, met groots plezier, zodat niemand merkt dat ik mijn werk serieuzer neem. Want de feestelijkheid moet er wel van afspatten."

De feestelijkheid geldt inderdaad vooral de taal, die stromend-energiek is en vele woordgrapjes bevat. Zo heeft een puber het steeds over haar luizige vader en heeft Emma 'een zeef van een neef'. De woordgrapjes zijn minder geworden, maar u houdt nog steeds veel van herhalingen van woordgroepen en opgewekt morrelen in zegswijzen.

"Taal is zoiets wonderlijks om mee te spelen. Voor mijn studie Nederlands koos ik moderne letterkunde als hoofdvak, maar wat me het meest inspireerde, was taalkunde. Met name de traditionele taalkunde vond ik fascinerend, het semantische vlak, de veelduidigheid van woorden. Ik kon me helemaal verliezen in verhandelingen over het woordje 'al'. Als je na gaat denken over sferen die woorden kunnen oproepen en nuanceverschillen die ze aan kunnen geven, dan verbleekt de transformationele generatieve grammatica van Noam Chomsky, waarin de taal in wiskundige formules wordt opgesloten. Taal laat zich immers niet aan banden leggen, ook niet door een spellingshervorming zoals we die nu weer in Nederland hebben gehad. Wat me fascineert aan taal, is de veelheid van betekenissen, de onmogelijkheid om ze vast te pinnen, wat juist de mogelijkheid biedt om er leven mee te creëren."

Uw echtgenoot Dick Schouten zei bij de uitreiking van de Multatuliprijs in 1997 dat de taal nagenoeg geen geheimen voor u heeft.

"Hoewel het een compliment was, mag ik hopen dat hij ongelijk heeft. Anders kan ik wel ophouden. Taal is een geheimzinnig goed, al helemaal in combinatie met het voorstellingsvermogen. Het roept een immense geesteswereld op. Een woord kan zomaar een kleur tevoorschijn toveren. Als ik het heb over een lichtgeel tafelkleed, ga jij je daar iets bij voorstellen. Als ik schrijf over rode wijn en kastanjes, voel jij al in je mond hoe dat proeft. Sterker nog, als ik het heb over Veau Prince Orloff roept dat direct een reeks voorstellingen bij jou op. Zo sterk is taal."

Uw taal is ook heel ritmisch. Heeft u iets met muziek?

"Ik denk dat iedereen iets heeft met muziek, ik heb er niet meer mee dan anderen. Ik heb ooit piano gespeeld, maar dat was geen succes. Misschien heb ik wel een muzikaal oor en zou ik in een achtergrondkoortje kunnen zingen. Op de voorgrond treden heeft eerlijk gezegd niet mijn voorliefde. Vroeger leek het me wel wat om bij de Kinks in het koortje mee te doen."

In uw werk komen geregeld songteksten voor.

"Die geven vaak in kort bestek stof tot nadenken, stof die toegesneden kan zijn op een personage. Ik ontleen ook tonen aan muziek of een ritme. Hoewel ik geen muzikaal talent ben, denk ik wel dat ik een sterk ontwikkeld gevoel voor de verwevenheid van ritmes heb. Als ik schrijf moet ik die verwevenheid ook in m'n hoofd horen."

Sommige recensenten vinden het gebruik dat u maakt van herhalingen vervelend.

"Dat is, zoals duidelijk zal zijn, een kwestie van smaak. Mijn werk schijnt de geesten nogal te verdelen, onder meer door de toon ervan. Of je houdt van mijn boeken, of je stoort je eraan. Er lijkt geen tussenweg, laat ik de lezers van De Morgen maar vast waarschuwen. Het is altijd mijn ideaal geweest om alle smaken te verenigen. Dat dit tot nu toe niet gelukt is, is een hard gelag. Maar ik leg me er niet bij neer, een mens moet naar het onmogelijke blijven streven."

Er zijn ook recensenten die uw werk wijdlopig noemen.

"Daar geldt hetzelfde voor: andere recensenten vinden juist de weidse vertakkingen een verademing. Bovendien, zo'n opmerking kan ik niet anders dan als een compliment opvatten, waarom zou wijdlopigheid altijd een negatieve klank moeten hebben? Ik probeer een dichte, volle wereld tot leven te wekken, waarbij de lezer vreugde ervaart in de intensiteit van de compositie en zich kan laten inkapselen. Vol, rijk en complex, dat is de wereld en zo moet mijn werk zijn."

U heeft weleens gezegd dat een waarachtige lezer zich graag laat bestemmen door een kunstwerk.

"Ik hoop altijd dat een lezer er zin in heeft - oog in oog met een werk van de verbeelding - om zijn voorstellingsvermogen te paren aan ontvankelijkheid. Als je daarmee een literaire wereld in stapt, zie je veel meer dan wanneer je dat enkel met je verstand doet. Wat ik in mijn boeken wil, is dat mijn personages de binnenkant van hun hoofd gebruiken opdat ze boven zichzelf uitstijgen. Als ik tijdens het schrijven alles aan de binnenkant van mijn hoofd gebruik, hoop ik dat ik evengoed op een bepaalde manier boven mijzelf uitstijg. En vervolgens is het mijn wens dat de lezer door alles aan de binnenkant van zijn hoofd te gebruiken, ook in sferen van waarachtigheid terechtkomt. Ubi amor, ibi oculus luidt een Latijnse spreuk die mijn lijfspreuk zou kunnen zijn; daar waar liefde is, is het oog. Je ziet pas echt hoe de wereld in elkaar steekt als je er met liefde naar kijkt."

En daarom heb je dus meer nodig dan de rede alleen?

"Ja, zonder meer. De rede perst de mens in een keurslijf en roept een schijn van bevattelijkheid op alsof de wereld bevattelijk is. Alsof de wereld niet complexer is dan de etiketten die wij erop plakken. Dat is natuurlijk al een discussie sinds mensenheugenis, maar de rede, de wetenschap, kan het bestaan niet verklaren, laat staan omvatten. Voor de grillige mysteries van het bestaan heb je grenzeloos meer nodig dan logisch denkende hersenen."

In uw werk lieten personages zich altijd al meeslepen door de verbeelding, maar de verbeelding wordt steeds krachtiger. In Sint-Juttemis triomfeert de verbeelding zelfs zo sterk dat een zelfmoord in zijn tegendeel verkeert.

"In de kern blijft mijn werk hetzelfde: als contact tussen mensen tot de mogelijkheden behoort, ligt de weg naar saamhorigheid in openstaan voor wat een ander bezielt. Maar wat een ander bezielt, kun je niet in een handomdraai te weten komen. Sint-Juttemis bepleit onder andere het najagen van onmogelijke doelen. Wat me in de loop der jaren steeds meer ontzag inboezemt, is de wildheid, de vreemdheid, de onbevattelijke schoonheid van het bestaan. Dieren hebben een intuïtie, maar geen bewustzijn. Wij wel. Dat vind ik zo wonderlijk. Dat ik fysiek besta, dat ik een neus heb die altijd piept omdat er een schotje scheef staat, dat ik een organisme ben met een stel functionerende organen, maar ook dat er in mijn hoofd zo ontzettend veel meer verscholen zit dan een verstand dat zo helder mogelijk wil denken. Het prachtige mensenhoofd is ook begiftigd met een wil, een geweten, een geheugen, het onvoorstelbare vermogen je bewust te zijn van je bewustzijn, je gevoel, verbeelding. Waarom zou je dat niet allemaal gebruiken? Hoe meer ik mij realiseer dat de ratio de menselijke geest aan banden legt, hoe meer ik me wil toeleggen op werken van de verbeelding."

Dus met verbeelding kun je de werkelijkheid beter vatten?

"Ja. Ik hoop en denk dat literatuur bij uitstek in staat is om iets van de volle omvang van het bestaan in beeld te krijgen. Het verhaal is - als er een zegen op rust - in staat om de lezer iets van die rijkdom aan den lijve te laten ondervinden. Als je als lezer bereid bent je te laten meevoeren, je te laten overrompelen door verzonnen gebeurtenissen en personages en avonturen, als je bereid bent je te laten inkapselen door de verwevenheid van een compositie, als je je er tegelijkertijd in je achterhoofd van bewust blijft dat het taal is, gecombineerd met het voorstellingsvermogen, die een wereld die eerst niet bestond tot leven weet te wekken, dan is het mogelijk om in contreien terecht te komen waar zich volgens mij de waarheid van de werkelijkheid ophoudt, in sferen waar alles mogelijk is en waar generositeit, luchtigheid, nieuwsgierigheid en vervoering de boventoon voeren."

Dat klinkt als een geloof.

"Misschien is het dat wel. Maar dan bij gebrek aan een echt geloof. Het bewustzijn van het bestaan is een overweldigende wezenservaring. Ik ben door dat besef, dat gegroeid en gerijpt is, een ander mens geworden. Veel verantwoordelijker en bewuster. Zonder dat besef was mijn relatie tot andere mensen veel oppervlakkiger."

U bent niet religieus?

"Ik ben opgevoed in heidense sferen. Voor mij is het nooit vanzelfsprekend geweest dat God bestaat, maar mijn echtgenoot, Dick, is wel gelovig. Ik kan daar heel jaloers op zijn, want hoezeer ik ook niet in God geloof, tegelijkertijd weet ik dat Hij bestaat. Ik denk dat geloven een soort zintuig is dat wel of niet ontwikkeld is. Zoals je doof kunt zijn of blind, kun je ook ongelovig zijn. Ik vind het erg spijtig dat dit zintuig bij mij niet ontwikkeld is, ik hoop dat ik dat nog kan veranderen. Het is niet iets waar je even voor kiest of wat je aan komt waaien, je moet je er op een stringente manier voor inzetten. Tegenwoordig achten sommige denkers voorgoed bewezen dat God niet bestaat, dat geloof een achterhaald fenomeen is en dat mensen die geloven troostzoekers zijn die niet willen dat hun bestaan in de dood zijn einde vindt. Maar het geloof is een complexe levenshouding waarin van je geëist wordt je eigen gedrag dagelijks op hoogmoed en zelfgenoegzaamheid te onderzoeken."

Dus een mens ontleent er geen troost aan?

"Nee, maar volgens mijn man, Dick, wel stoutmoedigheid en het vermogen om belangeloos te handelen. Moet je alleen maar offers brengen als er iets voor je in zit? Als je offers brengt, levert het hoe dan ook iets op, al weet je misschien nog niet wat. Ik zie aan Dick hoe inspirerend geloven kan zijn, hoe hij hogere eisen aan zichzelf kan stellen en meer uit zichzelf en het bestaan kan halen."

Dingen als ontvankelijkheid en verbeelding staan dicht bij het geloof.

"Ja, dat geeft hoop. Met verbeelding kun je net als bij het geloof een geest openstellen voor andere dingen dan letterlijke, voor symbolen en hogere machten dan het individu. Ik zit op een bepaalde manier dus wel in de goede richting, ik sluit niet uit dat mijn geloofs-zintuig nog een keer ontwaakt. Maar tot nu toe is er louter sprake van dovemansoren. Omdat mijn neus zo piept hoor ik God niet meer, misschien moest ik het tussenschot toch maar eens recht laten zetten."

U heeft het al even over uw opvoeding gehad. In hoeverre is uw verleden, uw jeugd, bron van uw schrijverschap?

"Ik heb maar weinig herinneringen aan mijn jeugd, de periode voor mijn twaalfde is behoorlijk vaag. Ik ben opgegroeid in een sfeer van agressie, zo'n toestand verdring je kennelijk, en daarmee ook de rest. Ik bezit misschien zes foto's van toen ik kind was, waardoor ik nauwelijks weet hoe ik er vroeger uitzag. Toen mijn ouders gingen scheiden, hield mijn vader - die ik sinds mijn twintigste niet meer zie - alle foto's. Ik vermoed dat ik in mijn herinneringen heel wat stoerder ben geworden dan ik in werkelijkheid was. Dick en ik hebben geen kinderen en daarom zadel ik nu mijn personages maar op met die vermeende stoerheid."

Je reageert als schrijver toch altijd op het bestaan en op datgene wat je in dat bestaan zoal hebt meegemaakt.

"Ja, uiteraard. Ik denk dan ook dat ik begonnen ben met schrijven omdat ik sferen tot leven wilde wekken die de tegenpool vormden van sommige sferen die ik in mijn jeugd ervaren heb, sferen die verstoken waren van illusies en idealen, van energie en hoop. Met mijn hoofdpersonen blijf ik dicht bij huis, zij zijn afsplitsingen van mijn onverschrokkener zelf. Als kind was ik een echte tomboy, ik hield van voetbal en klom in bomen. Een kind van tien heeft voor mij de ideale leeftijd: vol lef, nieuwsgierig, verstandig genoeg en nog niet al te zeer beneveld door seksuele lusten."

Seks komt weinig in uw werk voor. Een van uw opstandige puberpersonages - het begin van een snorretje prijkt al op zijn bovenlip - wil graag eens seks in zijn verhaal. Eigenlijk speelt alleen in Het beest met de twee ruggen seksualiteit een rol.

"Ik wilde in die roman een onderwerp tot leven wekken dat ver van m'n bed staat; een door seks bezeten dertiger raakt verliefd op een zeventienjarige jongen. Het was een grote verrassing dat mijn inlevingsvermogen zo groot was dat zelfs dat onderwerp me na aan het hart ging liggen."

Heeft u na uw jeugd meer geluk gekend?

"Eigenlijk heb ik al vanaf het begin van mijn leven geluk. Toen ik zes weken oud was slikte ik mijn tong in. Het duurde erg lang voor die tong weer tevoorschijn kwam, ik liep blauw aan en was bijna dood. Vanaf die tijd leef ik op geleende tijd. Dat kan ik iedereen aanraden, ik ben sindsdien een echt zondagskind. Ik ontmoette mensen op precies het juiste moment of er vielen mij mogelijkheden ten deel die ik juist op dat moment hard nodig had. Daar tegenover staat - in schril contrast - het leven van mijn moeder. De combinatie van mijn ouders was een verschrikkelijke, ze haalden het slechtste in elkaar boven. Mijn moeder, die inmiddels overleden is, was een kinderlijke vrouw. Ze liet zich door mijn vader misbruiken en mishandelen. Dat heeft hem tot een nog slechter mens gemaakt dan hij al was. Zijn gewelddadigheid kende op den duur nauwelijks nog grenzen."

Niets van die agressie zit in uw werk, ook cynisme is totaal afwezig.

"Ik mag het hopen. Wat niet wil zeggen dat ik niet verbitterd kan zijn. Als het om mijn vader gaat, ken ik geen vergeving. Maar in mijn werk schijnt bij wijze van spreken altijd de zon. Ik realiseer me dat ik veel geluk heb gehad en dat als mijn moeder op de juiste momenten de juiste mensen had ontmoet, zij een heel ander leven zou hebben gehad dan het verloren leven dat haar neerboog en uiteindelijk brak. Zoveel geluk schept verplichtingen. Ik zie het dan ook als een verplichting om mijn moeder en mensen als mijn moeder te tonen dat er andere sferen zijn dan de neerzuigende atmosfeer waarin zij hun dagen doorbrengen."

Fleur Speet

'Ik denk dat geloven een soort zintuig is dat wel of niet ontwikkeld is. Zoals je doof kunt zijn of blind, kun je ook ongelovig zijn'

'Hoe meer ik mij realiseer dat de ratio de menselijke geest aan banden legt, hoe meer ik me wil toeleggen op werken van de verbeelding'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234