Donderdag 04/06/2020

''t Zal wel gaan, Bob'

Bij het pensioen van Bob Van de Voorde, éminence grise van de Wetstraat

Het zal geen toeval zijn dat de woordvoerder van een workaholic als Frank Vandenbroucke pas op zijn 67ste op pensioen gaat. Met het afscheid van Bob Van de Voorde (°1940) verliest de Wetstraat de éminence grise van de ministeriële woordvoerders, een man met een lang en boeiend parcours in kranten, kabinetten, nieuwsagentschappen, de Navo, cafés, logetempels en een zeer taalminnend genootschap. Gisteren werd hij uitgewuifd, straks vergezelt hij zijn minister nog één keer, een reis naar India. Het is goed geweest, en meestal mooi.

Door Walter Pauli / Foto's Stephan Vanfleteren

"Ik ga ruimte maken voor mijn hobby. Vogels observeren." Tiens. Door zijn jarenlange aanwezigheid in de Wetstraat is Bob Van de Voorde er een van de vertrouwde gezichten, en toch zijn er nog onvermoede kanten aan de man. Hij zegt dat hij kwaad wordt van de jacht op bedreigde vogels, zoals die op de ortolanen. Duidelijk met gemengde gevoelens vertelt hij hoe François Mitterrand zich terugtrok in een afgelegen chalet om met een aantal kompanen dat beschermde beestje te nuttigen, "met een grote doek over hun hoofd, om de aroma's beter tot hun recht te laten komen". Stilte. "Maar ik geef toe, ik ben een bourgondiër. Ik zou een vertwijfeld man zijn mocht ik de kans krijgen om eens een enkel ortolaantje te proeven."

Lekkerbek Van de Voorde, al jarenlang in dienst van de asceet Frank Vandenbroucke, hoe rijm je dat? Even merkwaardig: Van de Voorde is zowel een vroeg- als een laatbloeier. Hij is 67 bij zijn late afscheid, hij was amper 17 toen hij naar de universiteit trok. Naar Gent, een vanzelfsprekende stap voor een jonge socialist uit het Waasland. Als zoon van de BSP-fractieleider uit Lokeren stond zijn wieg in een rood nest, zij het een van afwijkende aard. "De Lokerse afdeling van de socialistische partij was én erg links én zeer Vlaamsgezind. Vandaag zou dat nauwelijks 'Vlaams' heten, maar in die tijden van Franstalige dominantie was je al dissident als je op een congres voor culturele autonomie pleitte."

Snel aan de universiteit, en nog rapper weg. "Het eerste jaar ben ik geslaagd, het tweede mocht ik op kot. Tja. Ik had ook 't Zal Wel Gaan leren kennen, een 'taalminnend genootschap'; dat vind ik mooi gezegd. En de journalistieke microbe had me gebeten."

Toen ik in 1962 bij de 'Vooruit' kwam, was de glorieperiode voorbij. De redactie was een woestenij, de krant een onleesbaar socialistisch partijblad

"De Vooruit heette nog 'Orgaan van de Belgische Socialistische Partij'. In het verleden was dat een prachtig blad geweest, een voorbeeld op het gebied van volksverheffing, met schrijvers-redacteuren als Richard Minne en Louis-Paul Boon, en de schilder Fritz Van den Berghe als illustrator. Maar de tijd was er blijven stilstaan. De hoofdredacteur was Georges Hebbelinck, een ex-communist die nooit hersteld was van de martelingen in de naziconcentratiekampen. Op het einde van een overigens hartelijk sollicitatiegesprek was er enige aarzeling bij de begroeting. Vertrouwelijk zei Hebbelinck: 'Zeg maar kameraad.' Zeker twaalf minuten leefde ik in de waan dat ik mijn collega's met 'kameraad' moest aanspreken. Toevallig was Boon de eerste die ik tegen het lijf liep. Ik, heel fier: 'Dag kameraad!' Boon lachte me ongenadig uit: 'Bob, of ge zijt zot of ge komt van Georges!'

"Ik had en heb de grootste achting voor Boon maar een gedreven redacteur was hij niet. Ik heb nog zondagsdiensten met hem geklopt. Om negen uur kwam hij aan op de redactie, samen met zijn 'Jeanneke'. Hij schreef een artikel of drie, en tegen de middag zei hij: 'We hebben hier met twee gewerkt, dus onze tijd zit erop.' Hij beschouwde de aanwezigheid van Jeanneke als 'werk'. Vervolgens kon ik zijn kopij bijeenzoeken en min of meer geschikt maken als krantenartikels.

"Kort daarna stierf Hebbelinck. Hij werd nooit vervangen. Redactiechef Pierre Van der Poel moest de krant leiden, samen met amper veertien journalisten. En dat vond de partij nog te veel. Het maakte van de Vooruit de slechtst mogelijke krant, erger nog dan de Volksgazet, de socialistische krant van Antwerpen. Die had nog een zekere relevantie, omdat de partijvoorzitter, 'polderbizon' Jos Van Eynde, de hoofdartikels schreef. De Vooruit had zelfs dat niet, alleen een verleden.

"Het was grootheid en verval. Redactie en drukkerij huisden in het schitterend gebouw van 'SM Het Licht', getekend door de beroemde architect Maxime Brunfaut. Maar het gebouw werd niet meer onderhouden en de krant was vergleden tot een zielloos product waarvan het niveau gelijk liep met de daling van de oplage. Het was een gazet van 'ons kent ons'. De Vooruit had eigen stickers. Als wij een auto zagen met onze zelfklever, keken we welke kennis er achter het stuur zat.

"De sterke man was de Gentse partijleider Edward Anseele jr. Die had bij ons een schitterend bureau, tot het laatst detail - de klinken, het meubilair, de verlichting - ontworpen door diezelfde Brunfaut. Mooier heb ik nooit gezien. Maar dat bureau was altijd leeg, want Anseele werkte in het verre Brussel en zijn fysieke verschijning was beperkt tot de eerste mei.

"De redactie had lang gezaagd en geklaagd om een documentalist. Uiteindelijk stuurden ze een gepensioneerde bibliothecaris, een vreselijk partijgetrouwe man. De dag dat Camille Huysmans sterft, vinden we niet één knipsel in ons archief over Huysmans. Overal bij 'H' gekeken, bij de 'C' ook, niets te vinden. Paniek natuurlijk, en wij in zeven haasten naar onze documentalist toe. Hij: 'Huysmans? Die zit natuurlijk bij de 'V'. Wij: 'De V?' Hij: 'Precies. Ik heb een map 'Verraders' gemaakt. Daar is zijn plaats.

"In die partijcultuur was navelstaren een tweede natuur. Vanuit Brussel dicteerde onze politieke journalist via de telefoon zijn parlementaire verslagen. Dat was 'per lopende meter', zonder poging tot synthese. En vervolgens moesten wij, avondredacteurs, als er niet genoeg plaats was, alle tussenkomsten van niet-socialisten eruit zwieren. En in de grote kop, gezet in vet korps 60, stond dan op de voorpagina: "Pgt. x of y zei dit of dat." 'Pgt.' was de afkorting van 'Partijgenoot'. Onvoorstelbaar toch.

"Al onze plaatselijke correspondenten waren partijmannen. Die schreven stukjes over pannekoekenavonden of gouden bruiloften. Zij ondertekenden met hun initialen. Als we onder dwang artikelen moesten opnemen, zetten we er (KOK) onder: 'Kust ons kluuten', op zijn Gents. Zonder humor hield je het niet vol.

"Op dat dieptepunt zijn we met drie jonge twintigers aan een interne revolte begonnen: ikzelf, Ronald Claessens en César Van der Poel. Van de jongerenbijlage 'Het Jonge Volk' maakten we 'TienTime'. Er kwam een grote rel nadat we het woord 'masturberen' in een kop hadden gebruikt. In een interview zei ex-seminarist Bert De Myttenaere: 'God wil niet dat we masturberen.' Dat was onze titel. Redactiesecretaris Pierre Van der Poel zat tussen twee vuren. De partij was razend op Pierre om zoveel grofheid en wij scholden hem uit omdat hij zo toegeeflijk was. Pierre wierp ten slotte de handdoek, waarop de partij bij mij aanklopte om De Vooruit te leiden.

"Later, na een bezetting van het gebouw, bereikten we een Historisch Compromis: het 'orgaan' verdween van de voorpagina, maar de vuist met de roos moest in de plaats. We hebben er resoluut een Gentse stadskrant van gemaakt. Zo steunden we de historische 'havenstaking': een wilde staking, tegen het ABVV Antwerpen in, maar de krant sympathiseerde. Wij waren jong en links en enthousiast, en eindelijk leefde het blad weer op. Er kwamen jonge journalisten bij: de latere VS-correspondent Tom Ronse, Swa Collier, Frans De Smet, wijlen Pol Moyaert, zijn echtgenote Agnes Goyvaerts, die als jonge lerares de kinderpagina maakte, rockjournalist Jacky Huys, filmrecensent Jan Temmerman.

"Stilaan waren wij klaar waren voor de nieuwe tijd, net voor Van Miert De Morgen oprichtte, als opvolger van Vooruit en Volksgazet, en Paul Goossens aantrok om die krant te leiden."

Mijn jaren bij 'De Morgen' en die op 'Vooruit' waren de mooiste van mijn leven. Maar het einde was bitter

"Eigenlijk wil ik er kort over zijn. Ik werkte van 1978 tot 1987 als adjunct-hoofdredacteur bij De Morgen en ik heb geen zin om oude wonden open te rijten en een welles-nietes aan te gaan. Maar de waarheid heeft haar rechten.

"Wat was er gebeurd. Na een aantal jaren had Paul Goossens nogal wat vijanden gemaakt, binnen en buiten de redactie. Op een bepaald moment was Karel Van Miert, die echt alle partijkassen leeggemaakt had om De Morgen recht te houden, razend omdat Goossens buiten zijn weten met een aantal industriëlen contact had gezocht. Er was dus ergernis.

"Van Miert vroeg toen aan Luc Wallyn, afgevaardigd bestuurder van De Morgen: 'Pols eens bij de redactie of wij Goossens aan de kant kunnen zetten?' Wallyn had vervolgens het droeve idee om de redacteurs te verzamelen waarvan hij wist dat ze bij de loge waren. Het was de eerste en tussen haakjes de laatste keer dat zo'n vergadering plaatsvond.

"Tijdens de bijeenkomst praatten wij Wallyn het idee om Goossens te dumpen uit het hoofd: wat ook zijn gebreken waren, Paul was de drijvende kracht van de redactie en de vlag naar buiten. Wat we wel wilden, was de interne macht redelijker te verdelen.

"Dat is alles. Maar het was een bom. De maçons waren voortaan verdacht. Wij konden dat odium, die verdenking van complotterij, nooit meer wegkrijgen. Versta me niet verkeerd: we hadden dat niet moeten doen, ik heb me er later trouwens voor verontschuldigd.

"Hoe wordt een mens vrijmetselaar? Tot mijn vriendenkring behoren veel leden van 't Zal Wel Gaan en velen daarvan zijn bij de Gentse maçonnerie. In de beste Franse traditie is de sfeer er rebels liberaal, strijdend vrijzinnig en antiklerikaal. Toch heb ik tien jaar de boot afgehouden. Maar intussen waren ongeveer al mijn beste vrienden lid.

"En hoe moeilijk dat ik mij kon inbeelden dat zekere verkleedpartijen die bij de loge horen mij zouden aanspreken, op een bepaald moment heb ik me toch laten overtuigen door mijn boezemvriend Herman Balthazar. Dat is een flauwe uitleg, maar ik dacht: als hij er zich zo goed in voelt, dan zal dat voor mij ook wel gelden. Achteraf vernam ik dat ze bij mijn eerste bijeenkomst schikkingen hadden getroffen, want ze vreesden dat ik meteen zou weglopen.

"De inwijding is nogal confronterend. De redenering is: je wordt een nieuwe mens. Je moet je dus afzonderen en de balans opmaken van je leven en wat er nog van te maken is. En jezelf recht in de ogen kijken, ja.

"Na het incident bij De Morgen heb ik jarenlang afgehaakt in de loge. Hoe gaat dat? De deelname aan die vergadering was mijn fout, maar je projecteert dat op anderen en geeft de vrijmetselarij de schuld. Nu is dat voorbij. Met ouder worden heb ik zelfs de waarde van de rituelen leren erkennen."

Ik ben vijftig jaar lang nooit moe geweest. Ik kende dat gevoel niet. Na het werk klopten wij soms nog een volledige achturendag op café

"Misschien omdat het café onze tweede biotoop was, hebben we met vier gedegouteerde collega's na 'het complot' manmoedig beslist de journalistiek achter ons te laten en een café te openen: onze betreurde vriend Pol Moyaert, Frans Wauters, Frans De Smet en ikzelf. In geen tijd had Moyaert een prachtig pand gevonden, waarin ons café zou komen: 'De gekroonde hoofden'. Alleen waren de drie anderen wat verstandiger dan ik: zij haakten snel af. Ik deed door, met veel miserie, want de kelder was ingestort en er waren afschuwelijke onderhandelingen met de gangsters van de brouwerij. Terwijl de werken nog bezig waren hebben we de deuren al geopend, want we wilden de recette van de Gentse Feesten niet missen.

"Er was toen een fantastische cafécultuur in Gent. Ik heb het dan niet over de Vooruit. Nu een prachtig café, toen even groot, maar totaal verkommerd. Er bedienden twee norse dames, 'gezellinnen' ongetwijfeld. Als je daar een glas dronk, zat je met hoogstens vijf man in die geweldige gelagzaal. Ik herinner me dat er ooit bij toeval een bus toeristen belandde. Het duurde vijf, tien minuten, en we werden nog altijd niet bediend. Toen we enig ongeduld toonden, kwam de meest barse van die dames ons vermanen: 'Eerst de menschen!' Dat is altijd onze leuze gebleven, als we ons weer eens te kort gedaan voelden door de partij.

"Wij toefden wel vaker in andere oorden. Eerst in Het Keetje, avond na avond na avond, vlak naast de Vooruit-redactielokalen, later in The Jeckyll & Hyde. Meer dan eens hebben we vastgesteld dat we ook op café een achturendag hadden geklopt. Iedereen troepte er samen: de hele Vooruit, de trotskisten van de RAL, de Amadezen, Piet Van Eeckhaut, de jonge Luc Van den Bossche. En maar discussiëren, en drinken, en de wereld verbeteren. Ik woonde toen nog tamelijk ver van Gent, in Waasmunster, elke nacht met mijn 2PK naar huis en pinten binnen. Je bent jong, je lijf kan dat nog altijd aan. Ik heb altijd hard kunnen werken en fel van het leven kunnen genieten, maar sinds enige tijd gaat dat minder. Mijn vrouw Chris heeft me er onlangs zelfs op betrapt dat ik naar het radionieuws vergat te luisteren."

Op dag één bood Belga mij aan om hoofdredacteur te worden. Op dag twee werd ik ontslagen. Surrealistisch

"En toch ben ik nooit echt cafébaas kunnen worden. Achter mijn rug waren er manoeuvres aan de gang. Een aantal vrienden vond dit geen werk voor mij. Ik kreeg plots het aanbod, via Carlo Gepts van Het Laatste Nieuws, om Belga te leiden. Ik vroeg hem of hij gek was, want met de directie van Belga viel niet samen te werken, dat was een publiek geheim. Uiteindelijk werd beslist dat de hoofdredacteur naar ander werk moest zoeken. Ik zou als adjunct-hoofdredacteur de Belgaredactie leiden, en Guido Verdeyen van de VUM zette de 'onafhankelijkheid van de redactie' op papier, en ondertekende het. En zo ben ik er beginnen te werken, tegen beter weten in, maar met veel plezier, bijna vijf jaar lang. Tot Verdeyen in 1992 als afgevaardigd bestuurder vervangen werd door Patrice Le Hodey van La Libre Belgique. Er komt een of andere klacht over Belga, Le Hodey vraagt uitleg bij de directeur en die wil er niets mee te maken hebben: 'Vraag maar aan Van de Voorde.'

"Le Hodey zag dat niet zitten, iedereen die de paraplu opentrekt en een adjunct-hoofdredacteur die uiteindelijk moet beslissen. Hij riep me: 'Ik hou van een piramidale structuur. Ik maak u hoofdredacteur. Maar geef me eerst het papier terug waarin de autonomie van de redactie wordt toegezegd.' Dat heb ik geweigerd. De volgende dag lag mijn C4 in de bus. Geef toe, het was surrealistisch: de ene dag word je gevraagd als hoofdredacteur, de andere lig je buiten. Later heb ik wel mijn proces tegen Belga voor de arbeidsrechtbank gewonnen, maar toen was het een fameuze tik. Andermaal."

Leona Detiège peperde me de basisregel in voor een woordvoerder van een minister: een woordvoerder mag vooral niet zelf het woord voeren

"Het was een carrièrestap die niet zonder ironie was: Ik heb de invloed van de socialistische partij op Vooruit afgebouwd en in 1992 begon ik een nieuw leven als woordvoerder van socialistische ministers. Mijn eerste chef was Leona Detiège. Ik moest het klappen van de zweep nog leren. Leona was bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het dopingbeleid. Ineens bleek dat ongeveer 7 procent van de gecontroleerde vogelpikkers aan de doping zat. De hele pers belt mij. Ik probeer Leona te bereiken, maar er waren nog geen gsm's, vind haar dus niet en geef dus maar zelf het interview, heel zwierig, ook voor radio en tv. Mensen toch! Leona is een minzame dame met wie het aangenaam samenwerken was, maar toen heeft ze mij dus heel duidelijk diets gemaakt dat het niet de bedoeling is dat een woordvoerder ook het woord voert. Sindsdien heb ik nooit meer de schijnwerpers opgezocht.

"Al een jaar later krijg ik telefoon van Lode Willems, kabinetschef van minister van Buitenlandse Zaken Willy Claes. Claes' gezag was in die tijd onaantastbaar, dus Leona zei: 'Ga maar, Bob, er is toch niets tegen te doen.' En dus ik met slepende voeten naar weer een nieuwe job. Maar ik heb er drie schitterende jaren gehad. Claes was een fameuze kerel. België nam toen het Europese voorzitterschap waar en voor de eerste belangrijke vergadering stond voorzitter Claes voor een onmogelijke job: de verdeling van de Structuurfondsen: veel geld, reusachtige tegenstellingen. Tegen al die andere ministers van Buitenlandse Zaken zei Claes: 'We gaan niet buiten voor we een akkoord hebben.' En hij liet de deuren sluiten. Wel, het is hem gelukt. Kort nadien was hij secretaris-generaal van de Navo, zo sterk was de indruk die hij maakte.

"In drie jaar heb ik daar drie ministers versleten, want na Claes kwam Frank Vandenbroucke, en die was al snel weg. Toen de Agusta-affaire losbarstte, wilde hij per se zelf naar Luik om daar spontaan zijn verhaal te doen bij raadsheer Fischer. We hebben hem dat afgeraden, maar Frank was in die dagen nog iets koppiger dan nu. Ik heb Vandenbrouckes persconferentie nog georganiseerd waarop Siegfried Bracke hem de fatale vraag stelde of hij wist dat het verbranden van geld illegaal is. Strikt genomen was dat een foute vraag, want Vandenbroucke had alleen geroepen: 'Verbrand het voor mijn part!' Maar het was te laat en Eric Derycke werd minister.

"Ik heb toen even de Belgische politiek verlaten: in 1995 dacht iedereen dat de SP de verkiezingen zou verliezen en uit de regering zou vliegen. Tobback heeft dat verhinderd, maar toen was ik al geslaagd in mijn examen voor de Navo-persdienst - Claes was er overigens al weg, ook door Agusta - en ben geslaagd. Boeiend werk, maar niet gemakkelijk. Als je in contact komt met de The Washington Post of The New York Times kun je je geen foutjes veroorloven.

"Ik heb er ook mijn eigen wereldbeeld bijgesteld. Ik heb in mijn jonge jaren betoogd tegen de NAVO en als ik naar Irak kijk ben ik nog behoorlijk anti-Amerikaans, maar op de Navo zagen we dat we zonder de Amerikanen de oorlog in Kosovo nooit hadden kunnen beëindigen. En als ik progressieve journalisten uit voormalig Oost-Europa bij hun bezoeken aan de Navo hoorde, als ik hun enthousiasme voelde, zelfs hun ontroering, omdat ze opgenomen werden in het grote Navo-geheel, dan zie je de zaken toch in een ander perspectief. Maar helaas, bon, de Navo werkt met contracten van drie jaar. Het mijne is wat verlengd door de Kosovocrisis, maar gedaan is gedaan, en ineens dreigde weer de werkloosheid. Correctie: niet 'weer'. Ik ben een gelukzak, want ik ben sinds 1962 nooit echt werkloos geweest. Op die paar maanden bij het faillissement van De Morgen na, toen Miet Smet ons het grote voorrecht gunde om te mogen blijven werken tegen stempelgeld.

"Het was 1999, en Freddy Willockx kreeg de leiding van een crisiscel om de dioxine de wereld uit te helpen. Hij had een woordvoerder nodig. In hetzelfde gebouw was ook het kabinet van Frank Vandenbroucke. Philippe De Coene vroeg me hem op te volgen als woordvoerder. En sindsdien heb ik op drie verschillende kabinetten voor Vandenbroucke gewerkt, federaal Sociale Zaken en Pensioenen, en nadien Werk, nu Vlaams Onderwijs en Werk. Hij is veranderd. Vandenbroucke zegt nu zelf dat hij destijds te jong was toen hij voorzitter werd.

"Dit is al de vierde keer dat ik woordvoerder van Frank Vandenbroucke ben. Frank is geen intieme vriend, maar door de jaren heen bouwden we een uitstekende werkrelatie op. Door zijn intelligentie en werkkracht is hij trouwens een geweldige baas om voor te werken. Het straalt op zijn kabinet af: de wetenschap dat je geleid wordt door iemand met een langetermijnvisie, door een man die ervoor gaat. En zijn spreekwoordelijk ascetisme neem je erbij, ook al ben je zelf een bourgondiër. Ik herinner me ooit een diner aan de KU Leuven, samen met de Britse minister van Volksgezondheid. Het voorgerecht bestond uit kreeft en ze schonken er een uitstekende Meursault bij. 'Geef mij maar fruitsap', zei Vandenbroucke. En die Brit volgt hem nog ook! Goed, toen hebben ik en kabinetschef Frank Van Massenhove en een andere collega die fles maar onder ons drieën uitgekuist, waardoor we toch een beetje moeite hadden om niet in te dommelen bij de referaten die na de maaltijd volgden.

"Zeker in de paars-groene jaren was het heerlijk werken. Maar aan elke glorieperiode komt een einde. Laten we zeggen dat het 'Tubbie-optimisme' stopte toen ik Vandenbrouckes beruchte vrije tribune naar de redacties heb rondgezonden. Met zijn drieën hebben we het hem nog proberen uit het hoofd te praten, maar tevergeefs. Frank is Frank, hé. De tekst was hard, maar Vandenbroucke was ook ongenadig aangepakt. Ook eerder al trouwens. Hoe hij in PS-kringen als de man van 'la chasse aux chômeurs' werd afgeschilderd, dat was onrechtvaardig, demagogisch en kortzichtig. En zeggen dat ze vandaag zelf hun werklozen aan het activeren zijn. Voor ons was dat dramatisch en zeer ontgoochelend. Maar intussen loopt alles weer op wieltjes en gaan we er volop tegenaan op Onderwijs en Werk."

Ik kan me nog altijd ergeren, ja. Ik ben me met ouder worden zelfs meer beginnen te ergeren. Vooral aan het benepen deel van Vlaanderen, zo klein en zo zelfgenoegzaam

"Ik reis naar India, naar Latijns-Amerika ook. Als je daar de miserie ziet, die honger, die stervende kinderen, dan weiger ik begrip op te brengen voor het zelfgenoegzame, xenofobe Vlaanderen, dat rijk stukje land dat zich steeds meer terugtrekt op zichzelf. Dat is toch niet vatten dat al die mensen met hun klein gezaag op het Vlaams Belang stemmen. Alleen al als je nabij de grote Indiase steden met het vliegtuig landt en je ziet bij het dalen die eindeloze sloppenwijken... sloppen zover het oog reikt, krot na krot. Je kunt er zelfs niet geraken met de auto, want er leiden geen wegen naar. En dan maar zeuren over hoofddoeken. Ik hou ook niet van gesluierde vrouwen, net zoals ik als rechtgeaard antiklerikaal het liefst geen non voor mijn ogen zie. Maar als je even nadenkt en je wilt niet kruisjes en keppeltjes of leeuwtjes of vuisten met rozen of fakkels verbieden, of wat dan ook, weet je dat het leven aangenamer wordt als je je wat tolerant gedraagt. Zij het knarsetandend."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234