Dinsdag 26/10/2021

’t Is tegenwoordig nietmeer zo loco in Acapulco

Vijftig jaar geleden telde het 20.000 zielen en was het het Mexicaanse vakantieparadijs voor al wie iets betekende in Hollywood. Nu heeft Acapulco een miljoen inwoners en kreunt het onder de mokerslagen van een nietsontziende drugsoorlog.

Adolfo Santiago verwelkomt nieuwkomers in The Flamingo, een hotel dat boven de poort wordt aangeprezen als ‘schuilplaats van Hollywoodsterren, op de hoogste kliffen van Acapulco’. Boven de receptie hangen foto’s van beroemde gasten die er ooit verbleven, van Errol Flynn en Red Skelton tot Roy Rogers en Cary Grant. Ze zijn allemaal al decennia dood.

In de jaren vijftig waren de mensen op de zwart-wit-foto’s de grootste beroemdheden van het moment. Acapulco was toen de meest modieuze vakantiebestemming en The Flamingo was het meest trendy hotel. Het was eigendom van tien Hollywoodacteurs, met aan het hoofd John Wayne en Johnny Weismuller, ook bekend als Tarzan.

Vervaagde foto’s boven de bar van Santiago tonen Wayne en zijn kornuiten in hoog opgetrokken zwembroeken, terwijl ze dikke sigaren roken en coco loco sippen, een cocktail gemaakt van de kokosnoten die in de tuin van The Flamingo voor het rapen liggen. Je kunt nog altijd bij hetzelfde zwembad loungen. Je kunt nog altijd sigaren roken en coco loco zwelgen. Als je dat wilt, kun je zelfs na de nabijgelegen kliffen struinen, waar waaghalzen elke avond nog 42 meter diep de schuimende Pacific Ocean in duiken. Ook al zijn er dingen die nooit veranderen, de voorspoedige tijden waarover Santiago het heeft zijn lang voorbij.

Het is nu bijna vijftig jaar geleden dat Wayne en zijn vrienden The Flamingo verkochten. Het lijkt ook de laatste keer geweest te zijn dat de veertig kamers nog een likje verf gekregen hebben. De balkonbalustrades zijn roestig, het vast tapijt is tot de draad versleten. Vorige week leek er niet één gast te verblijven. Je kon een kamer boeken voor een absolute bodemprijs van 60 dollar, vervaagd behang en lekkende kranen inbegrepen.

EEN KOGELREGEN

De toestand van het hotel weerspiegelt de malaise van Acapulco. Ooit was het een mondaine speeltuin, die werd vereeuwigd in de Elvis Presleyfilm Fun in Acapulco en de song ‘Loco in Acapulco’ van The Four Tops. Vandaag de dag is de bevolking van 20.000 zielen van toen opgeblazen tot een grootstad met 1 miljoen inwoners, een goedkope toeristenbestemming.

Maar tegenwoordig blijven de buitenlandse toeristen, de ruggengraat van de plaatselijke economie, weg. De schuldige is een grimmige drugsoorlog, die heel Mexico in zijn greep heeft en in de voorbije drie jaar 28.000 doden gemaakt heeft. Voor angstige westerlingen, als de dood om in een kogelregen terecht te komen, is een groot deel van het land verboden terrein geworden.

Recente gebeurtenissen in Acapulco hebben niet echt geholpen. Bij een schietincident bij klaarlichte dag in april tussen de politie en gangsters in de toeristische hoofdstraat stierven zes mensen, onder wie twee schoolkinderen. In juli hingen twee lichamen zonder hoofd te bengelen onder een van de drukke verkeersbruggen in de stad. En in augustus vond de politie veertien lichamen met bordjes rond hun nek met de vriendelijke vraag ‘dit schorem op te ruimen’.

Vorige maand werd Edgar Valdez Villareal gearresteerd, een kartelchef die bekendstaat als La Barbie en die Acapulco als uitvalsbasis gebruikte voor een bloederige machtsstrijd met zijn rivaal Hector Beltran Leyva. Inzet waren de smokkelroutes door de omliggende staat Guerrero, een verarmde en corrupte regio en een gebied van onschatbare waarde om cocaïne te versluizen van Colombia, waar het geproduceerd wordt, naar de VS.

Na de arrestatie van La Barbie werden twee politiemannen ontvoerd en vermoord. Twee andere lichamen werden gevonden bij een grote supermarkt. Bijna dagelijks berichten de kranten hier over meer chaos. Bij het ergste incident, in juni laatstleden, werden achttien mensen gedood bij een geweergevecht midden in de hotelzone van Acapulco. In amper vijftien minuten werden 3.000 schoten gelost en vijftig handgranaten geworpen.

Buitenlandse Zaken in de VS en zowat de rest van de wereld hebben reiswaarschuwingen uitgevaardigd voor Mexico, waardoor vorig jaar het aantal toeristen afnam van 1.100.000 tot 800.000. “De reiswaarschuwing had een grote impact”, zegt Santiago, die schat dat de omzet van The Flamingo ongeveer 30 procent gedaald is. In de hele stad schommelt de bezettingsgraad in de hotels rond 50 procent.

Op 15 september vierde Mexico de tweehonderdste verjaardag van zijn onafhankelijkheid. Maar hoewel het land zich had moeten klaarmaken voor een gigantisch feest, kwam daar weinig van in huis. De economie van het land kromp met 6 procent vorig jaar. De chaos van een dure drugsoorlog treft het toerisme, een van de lucratiefste sectoren, op het slechtste moment.

Volgens het stadsbestuur is Acapulco ondanks de moorden uiteraard nog altijd een redelijk gunstige vakantiebestemming. “Statistisch gezien worden toeristen in Madrid meer met misdaad geconfronteerd dan in Acapulco, maar daar lees je nooit iets over”, zegt Jessica Garcia Rojas, hoofd van de toeristische dienst van de stad. Maar wat de statistieken ook beweren, het volstaat te praten met plaatselijke mensen om te beseffen dat de psychologische impact van het geweld overal voelbaar is.

GETUIGEN? NOOIT

Priester Martin Reyna, met wie ik heb afgesproken aan zijn kerk in de arme wijk La Garita, worstelt met demonen. Een paar weken geleden kwam hij aan op het werk en lag er buiten een gruwelijk cadeautje op hem te wachten: het afgesneden hoofd van een vermoorde gangster. De man was compleet gevild, het vel lag wat verder op een hoopje, naast het lichaam. In totaal 22 lijken waren in één weekend achtergelaten op plekken met een hoge zichtbaarheid.

“Als ik dit zie, voel ik pijn, droefheid, onmacht”, zegt Reyna. “Ik voel me niet in staat om iets te doen om het beter te maken. De georganiseerde misdaad is zo hard gegroeid. Het is gemakkelijk geld, vooral voor arme kinderen die weinig mogelijkheden hebben.” Naar schatting 7 miljoen jonge Mexicanen zijn werkloos. Ze staan bekend als gemakkelijke rekruten voor de drugsbendes.

De Mexicaanse regering maakte onlangs bekend dat 10 procent van de politie in het voorbije jaar ontslagen werd wegens corruptie. “Ik zie hier constant in alle openheid ‘narco’s’ rondrijden”, zegt Jose Moreno, eigenaar van een van de duizenden VW-kevertjes die als taxi’s de stad doorkruisen. “Het is duidelijk wie ze zijn. Ze rijden in konvooien, nieuwe 4x4’s, zonder nummerplaat. De politie ziet ze en ruimt gewoon plaats. Het is ongelofelijk waarmee ze weg geraken. Als je dan hoort over die lijken die gedumpt werden bij die supermarkt, dan denk je: ‘Hoezo, geen getuigen? Die supermarkt is 24 uur per dag geopend?’ Maar natuurlijk heeft niemand iets gezien.”

Het is geweten dat steenrijke bendes complete vluchten charterden op de luchthaven van Acapulco of alle kamers huurden op de bovenverdieping van strandhotels. Op zo’n bijeenkomst in 2007 zouden de leiders van de vijf grootste Mexicaanse drugskartels vergaderd hebben in een (uiteindelijk niet succesvolle) poging om de drugsroutes te verdelen, die jaarlijks goed zijn voor het verbijsterende bedrag van 38 miljard dollar.

Om te begrijpen hoe het zo ver is kunnen komen, moet je de waanzinnige economie van de cocaïnehandel begrijpen, die dankzij een verbod en de wet van vraag en aanbod een makkelijk te produceren wit poeder heeft omgetoverd tot een van de waardevolste substanties op aarde.

In Medellin, de Colombiaanse stad bij de plek waar de grootste voorraad ter wereld geteeld en geproduceerd wordt, kost een gram van de drug ongeveer 1,50 dollar. Transporteer het naar de straten van Amerika, en je krijgt er 60 tot 100 dollar voor. Als je de drug versnijdt met bakpoeder, krijt of andere dubieuze substanties, dan vergroot je de winst met factor vijf of zes. Een kilo cocaïne die aanvankelijk 1.500 dollar kostte kan in New York dus zes kilo wegen en meer dan een half miljoen dollar waard zijn.

Al bijna twintig jaar hebben tot de tanden gewapende groepen de winst opgestapeld. De leider van het grootste kartel, Joaquin ‘el Chapo’ Guzman, haalde zelfs de Forbeslijst van de rijkste personen ter wereld, met een inkomen van 1 miljard dollar. Maar in 2006 begon de nieuwe president van Mexico, Felipe Calderon, een onofficiële oorlog tegen de kartels en stuurde hij politie en troepen op hen af. Zijn acties hadden enig succes en leidden tot de arrestatie of de dood van sommigen van de gevaarlijkste mannen. Arturo Beltran Leyva, bekend als de ‘baas der bazen’, werd vorig jaar gedood. Teodoro ‘El Teo’ Simental, verantwoordelijk voor veel van het recente geweld in Tijuana, sneuvelde in januari.

De laatste slag

Maar de uitschakeling van de kartelchefs heeft geen einde gemaakt aan de kartels. Integendeel: de lagere echelons vechten nu voor hun deel van de koek. Bij die schermutselingen zijn oude kartels uit elkaar gespat en werden grenssteden zoals Ciudad Juarez omgevormd tot virtuele no-gozones. In het noordoosten van Mexico, waar een bende genaamd de Zetas zich afsplitste van het Gulfkartel, werden vorige maand 72 lijken gevonden in een landhuis.

Pessimisten geloven dat de dodentol zal blijven toenemen zolang er megawinsten gemaakt worden door de Amerikaanse markt te spijzen. Sommigen beweren dat de enige oplossing voor de chaos de legalisering van drugs is. Maar in Mexico, waar de publieke opinie het harde optreden van de president voorlopig nog steunt, oogt het plaatje niet zo duidelijk. “Vanuit Calderons oogpunt boeken ze enig succes”, zegt Bruce Bagley, een expert inzake de drugshandel aan de University of Miami. “Volgens Buitenlandse Zaken in de VS komt 90 procent van de cocaïne het land binnen via Mexico. Ik denk dat dat dit jaar maar 65 procent was. Mexico wordt gewoonweg te gevaarlijk en te duur, en dus grijpen smokkelaars terug naar de traditionele routes: via het Caribische gebied en met name landen zoals Jamaica en Haïti, en naar de Europese markt via West-Afrika. Dat is slecht nieuws voor die oorden, maar goed voor Mexico.”

Anderen zeggen dat Calderon bijna de overwinning kan opeisen tegen de kartels. Maar daarvoor is waarschijnlijk nog de arrestatie van ‘El Chappo’ nodig, op wiens hoofd 5 miljoen dollar staat. “Als Calderon Chapo te pakken krijgt, dan is dat een enorme klap”, zegt Malcolm Beith, auteur van The Last Narco, a Biography of Guzman. “Hij zal niet kunnen zeggen dat hij de drugsoorlog gewonnen heeft, maar hij zal alle belangrijke spelers uitgeschakeld hebben en zich kunnen concentreren op de economie.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234