Dinsdag 27/10/2020

’t Is koers: Vlaanderen wielerland

Bert Wagendorp

is columnist van de Volkskrant. Om de twee weken schrijft hij een bijdrage voor De Gedachte

De komende weken, te beginnen morgen in Gent, worden wij Nederlanders een beetje Vlaams. Tenminste, degenen onder ons die van wielrennen houden. En dat zijn er heel wat. Steeds meer naar mijn gevoel, maar misschien ben ik bevooroordeeld omdat ik zelf nu eenmaal een groot liefhebber ben - en dan ben je voortdurend op zoek naar gelijkgestemden.

De Vlaamse wielercultuur is onze spiegel. Wij zijn van nature veel te stijf, braaf en correct voor de frivoliteit en schuivende moraal van het wielrennen, maar we kijken heel goed naar hoe ze dat in Vlaanderen doen en proberen zo de ziel van de koers een beetje tot de onze te maken. Vooral in april en juli. Wij zijn de keurig geklede dame op het rock-’n-rollfeest, die in een vlaag van levenslust ook even met de voetjes van de vloer gaat, met haar borsten schudt en opgewonden kijkt naar de dampende beesten om haar heen.

Niet voor niets kwamen wielrenners bij ons vroeger altijd uit West-Brabant - daar begrepen ze de sport nog het best. Als die jongens voor de radiomicrofoon kwamen, verstond in de rest van Nederland niemand wat ze zeiden. Dat had iets exotisch en nadat Wim van Est in 1951 met gele trui en al van de Aubisque was gedonderd, ontstond bij ons de gedachte dat er ook in Nederland wel eens zoiets als een wielercultuur zou kunnen bestaan, gedragen door onverstaanbare types die in verre, Franse ravijnen de eer van het vaderland hoog hielden.

Mijn oma, de echtgenote van een protestantse hoofdonderwijzer, zat in de jaren vijftig opeens elke middag aan de radio gekluisterd, voor de Tourreportages van Jan Cottaar. Psalmgezang in de zondige heksenketel van het cyclisme: Nederland bevrijdde zich langzaam maar zeker uit het strenge keurslijf van zondebesef, strenge God en somber geloof. Het was een vooraankondiging van roerige en goddeloze tijden. Even, in de tijd van Jan Raas, Gerrie Knetemann, Hennie Kuiper en Joop Zoetemelk, leek het erop dat we waren toegetreden tot de club van echte wielerlanden. Maar ook dat was schijn.

We zijn geen wielerland en we zullen het ook nooit worden. We missen de cultuur, de sport zit niet in onze genen. We eigenen ons een stukje Vlaanderen toe, we gaan naar de paasmis op het plein van Brugge en we gooien er wat Vlaams wielerabracadabra tegenaan: zo hopen we onszelf toegang te verschaffen tot die wondere wereld. Maar we blijven er vreemden, omdat we het wezen ervan niet doorgronden.

Zeker, we hebben de Amstel Gold Race. Maar die wedstrijd is geboren in 1965 en daarom nog altijd een parvenu onder de klassiekers. Genoemd naar een laf confectiebiertje, dat ook nog. Staat prima op je erelijst, maar hij tilt je niet naar de eeuwige roem, zoals De Ronde of Luik-Bastenaken-Luik.

Ik heb wel eens een vriend meegenomen naar een van de Vlaamse koersen en hij keek zijn ogen uit. Niet naar de wedstrijd, maar naar de toeschouwers. Zoveel toewijding aan de sport en zijn sterren, zoveel adoratie, dat had hij nog nooit gezien. We waren maar een paar uur rijden van huis, maar hij waande zich in een andere wereld.

Nergens beter dan in het wielrennen zie je het verschil in volksaard tussen Nederlander en Vlaming. En het kernwoord is moraal. Niet de moraal van de wielrenner die er op de Muur met zijn allerlaatste krachten nog een demarrage uitperst, maar de moraal van goed en kwaad.

Ik heb de afgelopen jaren door alle dopingperikelen veel mensen zien afhaken als volger van het wielrennen. Ze zeiden: “Ik weet niet meer waar ik naar kijk. Naar de bestgetrainde en meest getalenteerde wielrenner, of naar de wielrenner met de beste dokter.” Waarmee ze er kennelijk van uitgingen dat ze dat voorheen wel wisten.

Je kijkt vermoedelijk naar beiden, antwoord ik meestal. Maar dat stelt hen niet gerust. Ze willen zuiverheid en bestrijding van de zonde. In Vlaanderen weten ze wel dat zulks te hoog is gegrepen voor de nederige mens.

In de jaren negentig kwam ik regelmatig in Noord-Ierland, waar protestanten en katholieken tot een vergelijk trachtten te komen. De Noord-Ierse protestanten zijn oercalvinisten. Streng in de leer, ze wilden elke afspraak zwart op wit. De katholieken stonden een lossere benadering voor. “Die lui kunnen niet tussen de regels door lezen”, zei een katholieke politicus een keer tegen me. Dat klopt. Wij kunnen niet tussen de regels door lezen. Niet tussen de regels van het leven, niet tussen die van het wielrennen.

Wij begrijpen niet dat wielrennen een spel is met de regels van sportiviteit en krachtmeting, van wheelen en dealen, geven en nemen. Een mooi en intrigerend spel met andere en minder strikte definities van goed en kwaad. Maar we blijven het proberen, te beginnen tussen Gent en Wevelgem.

Allez! ’t Is koers!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234