Dinsdag 24/11/2020

Interview

Syrische Amina Bilal werkte 3 jaar in een Turkse sweatshop, maar zit nu weer op school: "Het leek wel een droom"

Amina Bilal.Beeld Tim Dirven

Na drie jaar in een Turkse sweatshop had ze de hoop opgegeven om ooit nog naar school te gaan. Nu ze tegen alle verwachtingen in toch opnieuw op de schoolbanken zit, ontpopt Amina zich tot de meest enthousiaste leerling van het Eén-programma De klas.

“Na mijn eerste schooldag kreeg mijn vader me niet mee naar huis. Ik wou op school blijven slapen omdat ik niet kon geloven dat wat me overkwam écht was. Het leek een droom en ik was bang dat ik de volgende dag gewoon weer in de fabriek wakker zou worden.”

Vraag aan een klas zestienjarigen wat ze van school vinden en je kan het antwoord al voorspellen. Dat was ook wat Dina Tersago dacht toen ze haar interim-leerlingen in De klas die vraag stelde. Maar dat was buiten Amina Bilal gerekend. Terwijl de rest van Dina's klas naar school gaan toch minstens een paar uur per week tijdverlies vindt, is Amina blij met elke minuut die ze op de schoolbanken kan slijten. Hoe dat komt, vertelt ze graag zelf.

Amina Bilal groeit op in de Syrische miljoenenstad Aleppo. Ze heeft er een jeugd zoals elk ander kind. Ze loopt school, speelt met haar vrienden en maakt zich geen zorgen. Dat verandert wanneer de protesten tegen het beleid van president Assad ook de straten van Aleppo bereiken. “Het begon met betogingen en manifestaties, toen kwamen de soldaten. Daarna werd het nooit meer echt stil in de stad.” Amina vertelt over geweerschoten, bombardementen, krijsende mannen, onthoofde lichamen op weg naar school en bloedvlekken voor de schoolpoort. Dingen die je als twaalfjarig kind niet wil en hoeft te zien. Dingen ook waar ze liever niet meer over praat. “Maar vergeten is moelijk”, zegt ze.

Schoten aan de grens

Ze vertelt het verhaal van een van haar laatste schooldagen. “De bombardementen waren zo hevig dat heel wat meisjes in de klas begonnen te wenen. Ik probeerde hen gerust te stellen door te zeggen dat het nu écht niet lang meer kon duren. Wat in onze stad gebeurde zou overal ter wereld op tv komen. Dan moest er wel hulp komen, toch?" Maar de hulp waar Amina op hoopt, blijft uit. "Blijkbaar zijn de televisietoestellen in de rest van de wereld stuk. Of willen mensen gewoon niet zien wat er in Syrië gebeurt.” Het gezin Bilal – vader, moeder en zes kinderen – besluit de stad te ontvluchten. Ze trekken naar het Koerdische stadje Afrin waar ze de draad van hun leven opnieuw proberen op te pikken. Ondertussen moet Amina’s vader wel nog steeds naar Aleppo waar hij als technisch tekenaar aan de slag is. Een trip die steeds gevaarlijker wordt. “Telkens hij vertrok bleven wij met de schrik achter.”

Het is uiteindelijk Amina’s moeder die de knoop doorhakt. Ze wil haar kinderen toekomstperspectief geven en dat is er in Afrin niet of nauwelijks. De oorlog komt ook daar akelig dichterbij en naar school gaan is moeilijk.  In Turkije zal het beter worden, gelooft ze. Mensensmokkelaars brengen het gezin tot op een paar kilometer van de Syrisch-Turkse grens. “Vandaar moesten we lopen", vertelt Amina. "De grens wordt streng bewaakt, af en toe hoorden we geweerschoten maar we hebben het uiteindelijk gehaald.” 

Van de grens gaat het richting Istanbul. “Het beloofde land”, vertelt Amina. “De stad waar we eindelijk weer op een normale manier naar school zouden kunnen.” De werkelijkheid draait iets anders uit. “Na een hele nacht rijden kwamen we om acht uur ’s morgens in Istanbul aan. Amper een paar uur later stond ik voor de deur van de fabriek.” Het gezin Bilal heeft geld nodig en het loon van Amina’s vader volstaat niet om in de Turkse hoofdstad te overleven. Amina en haar één jaar oudere zus moeten met hun vader mee naar de textielfabriek waar hij een job heeft kunnen versieren. “Het zou maar voor één jaar zijn, beloofde papa. Daarna konden we weer naar school.”

De meisjes, op dat moment dertien en veertien jaar, moeten er kleren plooien en loszittende draadjes wegknippen bij de pas gestikte jeansbroeken. Vreselijk, vindt Amina. “We spraken geen woord Turks, we kregen een schaar in onze handen gestopt waarna we zelf maar moesten uitzoeken wat er van ons verwacht werd.” Bovendien maakt de directie gretig misbruik van het minderjarige personeel. “Op het eind van de maand was het steeds hetzelfde verhaal: er was geen geld genoeg meer om ons te betalen. Maar volgende maand zouden we dubbel uitbetaald krijgen.” In afwachting krijgen Amina en haar zus af en toe wat lira’s toegestopt. “Ze wisten maar al te goed dat wij, als vluchtelingen, toch niet naar de politie zouden durven te stappen.” Ook de Koerdische achtergrond van het gezin Bilal helpt wat dat betreft niet. “In Turkije is heel wat racisme tegenover Koerden”, vertelt Amina. “Eén keer zijn we met mijn vader naar het politiekantoor gegaan, voor een nieuw identiteitsbewijs. We werden afgeblaft en botweg aan de deur gezet.”

Beeld Tim Dirven

Onderbroeken stikken

Wanneer duidelijk wordt dat het beloofde loon er niet zal komen, zoeken de zussen andere oorden op. Amina heeft ondertussen geleerd hoe een naaimachine werkt en kan aan de slag in een sweatshop waar ondergoed wordt gemaakt. Daar stikt ze elke dag van acht uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds onderbroeken bij elkaar. “Op weg naar de fabriek kwamen we vaak Turkse kinderen van onze leeftijd tegen. Terwijl zij met hun boekentas op weg waren naar school, moesten wij gaan werken. Ik weet nog hoe oneerlijk ik dat vond.” Amina’s jongere broers en zussen die wel schoollopen, vergaat het ondertussen niet veel beter. De anti-Koerdische gevoelens in de Turkse hoofdstad vertalen zich immers ook naar het klaslokaal. “Leraars weigerden om hen aan te spreken en ook schoolboeken kregen ze, in tegenstelling tot de Turkse leerlingen, niet.”

Na twee jaar wordt het pijnlijk duidelijk dat de Bilals het toekomstperspectief waar ze op hoopten niet in Turkije zullen vinden. Amina’s vader wil terug naar Syrië, de rest van het gezin droomt van Europa. “We hoorden allerlei verontrustende verhalen over de situatie in Syrië. Er werden nog steeds mensen vermoord, naar school gaan kon helemaal niet meer en meisjes die naar buiten wilden moesten voortaan een hoofddoek dragen.” Onder druk van de rest van het gezin beslist Amina’s vader om voor de Europese optie te kiezen. Ook de oudste zus van Amina gaat mee. Ondanks de gruwelverhalen die over die zeeroute de ronde doen. “Verschillende van onze familieleden zijn verdronken tijdens de overtocht van Turkije naar de Griekse kust”, vertelt Amina. Dat noch haar vader, noch haar oudste zus kunnen zwemmen, doet Amina vrezen voor een gelijkaardig scenario.

Zinkend schip

Opnieuw moet de familie Bilal noodgedwongen een beroep doen op mensensmokkelaars. Vader en dochter tekenen in voor een overtocht in een boot geschikt voor 25 personen. Wanneer ze aan de kustlijn arriveren staan er voor dezelfde boot meer dan 40 mensen te wachten. Niet aan boord gaan is geen optie. Wanneer iemand terugkrabbelt, halen de smokkelaars hun geweren boven. Ondertussen zitten Amina en de rest van het gezin nagelbijtend te wachten. Ze weten dat de boot rond middernacht moet vertrekken. De overtocht duurt twee uur en hun vader heeft beloofd hen meteen bij aankomst in Griekenland te bellen. De uren kruipen tergend traag voorbij, maar het verlossende telefoontje blijft uit. Om zes uur ’s morgens breekt de mama van Amina. Ze vertelt haar kinderen dat ze hun vader en hun oudste zus waarschijnlijk nooit meer zullen zien. Maar dan rinkelt plots toch de telefoon. Ze hebben het gehaald, zij het met wat geluk. De boot waarop ze zaten kwam net voor de Griekse kust in de problemen, de kustwacht heeft hen net op tijd van het zinkende schip gehaald.

Van Griekenland gaat het richting België, waar al een aantal tantes van Amina wonen. Per toeval eigenlijk. "Het maakte ons niet uit in welk land we terecht zouden komen", zegt Amina. "Zolang we maar niet in Turkije moesten blijven." En alweer komen er mensensmokkelaars aan te pas. Zo'n 10.000 euro per persoon kost het om een chauffeur te vinden die je van Griekenland naar België brengt. “Betalen is de enige mogelijkheid”, legt Amina uit. “Het is simpel: wie geen geld geeft, moet te voet. Wie een beetje geld heeft, wordt in vrachtwagen gestopt. De auto is nog een beetje duurder. Wie heel veel geld heeft kan zelfs met het vliegtuig reizen.” Amina’s vader komt in aanmerking voor politiek asiel en van zodra hij de nodige papieren heeft, gaat hij aan de slag als tuinman. Niet veel later vindt hij een appartement in Scherpenheuvel waar hij samen met zijn oudste dochter intrekt.

Ondertussen zitten Amina en de rest van het gezin nog steeds vast in Istanbul. Ze mogen naar België overkomen, maar het gezin heeft voorlopig noch de juiste documenten, noch voldoende geld om de overtocht te betalen. Het zal uiteindelijk nog een jaar duren voor hun visa in orde zijn. Twaalf maanden waarin Amina elke dag naar de fabriek blijft gaan. Ook een van haar zussen gaat ondertussen mee. Haar oudste broer werkt als hulpje in een kapsalon.“Tot de allerlaatste dag ben ik blijven werken”, vertelt ze. “Ik ben om zeven uur ’s avonds gestopt, de ochtend daarna vlogen we naar België.” Al valt het werk haar dat laatste jaar minder zwaar. “Omdat ik wist dat er een einde aan zou komen. Nog een paar maanden en dan konden we naar België. Het land waar ik eindelijk opnieuw naar school zou kunnen.”

Grote vakantie

Al gooide de Belgische schoolkalender wat dat betreft nog wat roet in het eten. Amina: “Toen we hier aankwamen was de grote vakantie net begonnen. Nog twee maanden wachten dus.” Hoe het voelde om uiteindelijk aan te komen in België? Amina kan het moeilijk in woorden vatten. “Ik weet niet hoe ik dat moet uitleggen”, vertelt ze. “Ik ben gewoon nog nooit zo gelukkig geweest.” Amina – 17 jaar ondertussen – belandt uiteindelijk in de OKAN-klas waar anderstalige nieuwkomers Nederlands leren. “Ik sprak geen woord Nederlands. Toen de leerkracht wou dat ik ging zitten moest hij me met gebaren duidelijk maken wat de bedoeling was.”

Maar daar komt snel verandering in. Zeven maanden nadat ze in Zaventem landde, spreekt Amina voldoende Nederlands om in te stappen in het gewone middelbare onderwijs. Wanneer haar gevraagd wordt welke onderwijsrichting ze wil kiezen, twijfelt ze geen moment. Ze wil advocaat worden. Een beroep waarmee ze hoopt een verschil te kunnen maken voor meisjes die net zoals zij op de vlucht moeten slaan.

Beeld VRT

Doel: advocaat

Dat dat moeilijk zal worden, zeggen haar begeleiders. Amina gaat immers al jaren niet meer naar school, heeft een heel stuk leerstof gemist en moet de lessen bovendien in een vreemde taal volgen. Na overleg beslist ze uiteindelijk aan het vijfde jaar kantoor te beginnen. Tegen alle verwachtingen in brengt ze het schooljaar zonder problemen tot een goed einde. Ondertussen denkt ze alweer verder. “De richting kantoor telt zeven jaar. Nog twee te gaan dus. Daarna wil ik voortstuderen.” Advocaat worden is en blijft de ambitie.

Want Amina kan nog steeds niet begrijpen waarom er niet veel eerder al is ingegrepen in Syrië. “De oorlog daar duurt al zeven jaar en nog is er geen oplossing. Niet alleen in Syrië worden mensen vermoord. We zien elke dag beelden van oorlog en hongersnood. Maar er gebeurt helemaal niets.” In een poging daar iets aan te doen wil Amina haar verhaal aan zo veel mogelijk mensen doen. In de krant en dankzij De klas ook op tv. “Ik wil vertellen hoe het voelt om op de vlucht te zijn. Want veel mensen hebben daar een verkeerd beeld van. Wij zijn hier echt niet op vakantie."

Die vakantie is trouwens nog steeds Amina’s minst favoriete periode van het jaar. “Ik heb echt uitgekeken naar september”, vertelt ze. “We hebben niet de juiste papieren om naar het buitenland te gaan. En wanneer we klagen dat we ons vervelen, heeft papa steeds hetzelfde antwoord: 'Lees een boek.' Zelfs voor mijn verjaardag heb ik een boek gekregen. Op school blijven slapen wil ik ondertussen niet meer, maar ik wandel nog steeds elke dag met de glimlach naar school.”

De klas, elke woensdag om 20.40 uur op Eén.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234