Dinsdag 26/01/2021

4 jaar oorlog

Syriërs in België vertellen over hun hoop en wanhoop: "Wat waren we naïef"

Azzam Daaboul (24).Beeld Wouter Van Vooren

Op 15 maart 2011 begonnen in de stad Daraa de protesten die de 'revolutie' in Syrië zouden ontketenen. Ook de Syriërs in België waren opgewonden: maximaal zes maanden gaven ze Bashar al-Assad, daarna konden ze misschien - eindelijk - teruggaan naar het land dat ze ontvluchtten. De ontnuchtering volgde snel. Drie Syriërs in België over hun droom van een vreedzaam vaderland.

Azzam Daaboul (24): "Het begon zo fantastisch"

Als het allemaal een beetje anders zou zijn verlopen, woonde Azzam Daaboul nu nog in Syrië en had hij wellicht een goedbetaalde job in de informatica. Nu leeft hij in Vilvoorde, waar hij in 2011 aankwam en in geen tijd Nederlands leerde. Zijn huidige baan is goed, hij is grafisch ontwerper bij de Europese Raad voor Vluchtelingen. "Maar het is Syrië niet."

Wie in het land van Assad wordt geboren, in een soennitische familie in een stad waar alle openbare functies automatisch naar alawitische Assad-aanhangers gaan, weet al snel dat de toekomst hem niet toelacht. Azzam Daaboul was nog geen twintig, woonde in Latakia, een machtsbastion van Assad, en zag hoe zijn vrienden werkloos werden na hun studies. Hij wist dat hij als soenniet niets gedaan zou krijgen zonder smeergeld. "Zelfs mijn proffen aan de unief moest ik soms betalen, anders wilden ze geen les geven."

Toen in Tunesië en later ook Egypte de Arabische Lente losbarstte, gonsde het van de geruchten in Syrië. Op officiële media werd gezwegen, maar via proxyservers kon Daaboul op Facebook wel de gebeurtenissen elders volgen. "President Ben Ali moest na enkele weken van protesten al vluchten, Hosni Moebarak stapte ook op. Het was fantastisch", herinnert Daaboul zich. Bij hem en anderen groeide de hoop. Wat als ze ook Assad zouden kunnen doen vertrekken. "Hardop werd niets gezegd, iedereen was bang. Maar we voelden wel dat er iets stond te gebeuren. Misschien zouden ook wij eindelijk een regering krijgen die iedereen gelijk behandelde."

Langzaam kwam het in februari tot protesten in het land. Eerst klein, later steeds groter en gedurfder. Daaboul herinnert zich nog het eerste protest in Latakia. Een vrijdaggebed, een imam die Assad verdedigde alsof hij een door God gezonden leider was, gelovigen in de moskee die zich steeds ongemakkelijker voelden, steeds bozer ook. Tientallen mannen die plots de straat op trokken, later met stenen gooiden richting politie. Er vielen doden, mensen werden opgepakt om lange tijd in duistere cellen te verdwijnen.

Daaboul ging daarna zelf vaak de straat op, filmde demonstraties en zette die op het internet. Maar de mukhabarat, de inlichtingendienst, was overal en toen de agenten bij zijn ouders binnenvielen om hem te zoeken, wist hij dat hij weg moest. "Ik vluchtte. Eerst naar Jordanië, later naar Egypte en daarna naar België."

Hier zag hij hoe de protesten omsloegen in een burgeroorlog en een ongeziene chaos. In 2012 besefte hij dat het in Syrië niet zo snel zou gaan als in Egypte of Tunesië. "De internationale gemeenschap heeft ons in de steek gelaten", zegt hij, wat verbitterd. "Er was amper militaire steun voor de oppositie en Assad heeft het handig gespeeld. Er zijn miljoenen mensen gevlucht, honderdduizenden doden. Ik denk nu soms zelfs: hadden we Assad maar met rust gelaten. Een afschuwelijke gedachte, maar zo ver is het gekomen."

Hassan Aldaher (49): "Er is geen weg terug"

ie in de eerste dagen van de Syrische revolutie wilde berichten over de oppositie, kwam in België bijna automatisch bij Hassan Aldaher terecht. Met zijn Comité Belge pour soutenir la Révolution Syrienne zocht hij contactpersonen voor journalisten, organiseerde hij anti-Assad-betogingen en ontmaskerde hij Assad-aanhangers in België. "Toen de Arabische Lente begon, dacht ik niet meteen dat Syrië zou volgen", zegt Aldaher, die negen jaar geleden in België aankwam. "Ik dacht dat de Syrische bevolking veel te bang zou zijn om te revolteren. We wisten immers waar het regime toe in staat was."

Aldaher was een jongen toen in 1982 een opstand uitbrak in de stad Hamaa. Hij zag hoe die revolte brutaal werd neergeslagen door Hafez al-Assad, de vader van de huidige president, en hoe tienduizenden de dood vonden. "Maar ik was blij verrast toen ik ook de Syriërs op straat zag komen. Ik had bewondering voor hen. Ik zat veilig hier, maar zij waagden hun leven. Daarom dat ik hen wilde steunen vanuit België."

Hassan Aldaher verloor vier familieleden in de oorlog. Een van hen was een neef die werd opgepakt omdat hij als agent weigerde te schieten op de protesterende menigte. Vrienden werden gedood, sommigen verdwenen in omstandigheden die nog steeds niet opgehelderd zijn. "Maar zonder offers is er geen revolutie mogelijk", zegt hij.

In 2012 zei Aldaher in een gesprek met de RTBF, als reactie op de aarzeling van de internationale gemeenschap om de Syrische oppositie te steunen, dat Syrië geen mannen nodig heeft. Er hoefden geen militairen naar Syrië gestuurd te worden, vond hij. "Er waren genoeg mannen om te strijden, we hadden wapens nodig, voldoende wapens om het op te nemen tegen de mannen van Assad. Maar die kwamen er niet."

Wat er wel kwam, waren de verschillende landen en partijen die zich mengden in de strijd. "De Amerikanen, Iran, Hezbollah: er stonden plots andere dingen op het spel dan de Syrische bevolking. Toen werd voor mij duidelijk dat Assad nog wel een tijdje zou blijven."

Aldaher ontvluchtte negen jaar geleden zijn land en kreeg hier politiek asiel. Ooit, in het begin van de revolutie, hoopte hij nog terug te keren naar een ander, democratischer land. De hoop heeft hij voorlopig opgeborgen. Al denkt hij wel dat het regime van Assad ooit zal verdwijnen. "De Syriërs zullen er een erg hoge prijs voor betalen. We zullen slagen, alleen al omdat er geen mogelijkheid is om terug te gaan. We moeten wel verder vechten."

We waren naïef, zegt Aldaher. "Naïef om te denken dat de wereld zou toesnellen om ons te komen redden. De wereld gaat wel demonstreren tegen een misdaad die gebeurt in Parijs, maar niet tegen de misdaad tegen de mensheid die op dit ogenblik gebeurt in Syrië. Alle aandacht gaat naar IS. Door hen zijn alle soennieten plots terroristen geworden. Ook in België. Zodra ze weten dat je soenniet bent en uit Syrië komt, denken ze dat je IS steunt."

Ook de houding van de Belgische regering neemt hij op de korrel. "Binnenkort staan er weer pro-Assad-demonstraties gepland. Alle respect voor de vrijheid van meningsuiting, maar als morgen enkele idioten een pro-IS demonstratie zou willen houden, zou dat worden toegelaten? Ik denk het niet. Waarom mogen deze mensen dan demonstreren als steun voor een regime dat, net als IS, foltert en moordt?"

Hassan Aldaher (49).Beeld Wouter Van Vooren

Nibras Kazan (36): "Syrië is een gevoel geworden"

ibras Kazan heeft in haar leven maar vier jaar in Syrië gewoond. De eerste vier van haar levensjaren bracht ze door in Aleppo. Daarna, in 1982, nadat het regime de opstand in Hamaa met geweld onderdrukte met tienduizenden doden als gevolg, moesten haar ouders ijlings het land uitvluchten. "Syrië is voor mij eerder een gevoel, soms een vage herinnering van het kleine meisje dat ik was in Aleppo. Kleine momenten die ik koester. Ik hoopte dat opnieuw te beleven. Ooit, als Assad weg zou zijn."

Pas veel later hoorde Kazan ook van dat andere Syrië, het land dat met ijzeren hand werd geregeerd door een dictator. "Bijna heel mijn familie is intussen kunnen vluchten. Maar mijn ouders vertelden mij over een oom die op dertienjarige leeftijd gevangen werd genomen. Hij was onschuldig maar zat twintig jaar in de gevangenis."

In het begin volgde Kazan de gebeurtenissen in Syrië iedere avond in haar huiskamer in Ganshoren. Het afgelopen jaar probeerde ze de tv vooral niet aan te zetten als er nieuws was uit Syrië. De onthoofdingen, het geweld, de folteringen. "De kinderen stellen vragen en ik weet niet wat antwoorden. Ik probeer hen af te schermen."

Ze kwam hier negen jaar geleden, als echtgenote van een Belgische Syriër. Het koppel scheidde twee jaar geleden, sindsdien voedt ze haar kinderen alleen op. "Ik groeide op in Saoedi-Arabië, waar mijn ouders naartoe vluchtten", vertelt ze. "Later ging ik software engineering studeren aan de universiteit van Amman. Ik werkte nog een tijdje in Mekka, als prof aan de universiteit en als trainingsmanager in een Amerikaanse IT-firma. Ik was jaloers op vriendinnen die vaak naar Syrië op reis gingen, om te shoppen in Damascus of om historische sites te bezoeken. Ze kwamen terug met wilde verhalen. Ik niet, ik kon het land niet binnen, dat was te gevaarlijk voor de dochter van opstandige ouders.

Mijn ouders zeiden wel altijd: we zullen naar Aleppo teruggaan, we gaan op een dag naar huis. Maar na bijna dertig jaar hadden ze dat al opgegeven. En toen begonnen de protesten en laaide bij iedereen de hoop op, ook bij mijn vader en moeder."

Niet meer, zegt ze. "Die hoop is er al een tijdje niet meer. Als ik zie hoe kinderen in Syrië eten van de grond moeten schrapen om te overleven, of doodvriezen in onverwarmde tenten, of gewoon buiten slapen, dan breekt mijn hart. Dit laten wij gebeuren. Soms zet ik de verwarming af en doe ik de ramen open, om mij te realiseren wat die kinderen moeten voelen."

Hoezeer ze probeerde de oorlog buitenshuis te houden, het geweld baande zich toch een onverwachte weg naar binnen. "Uit mijn eerste huwelijk heb ik een zoon van twintig. Hij woont met zijn vader in Turkije. Hij had mij al gezegd dat hij in Syrië wilde gaan vechten tegen Assad. Ik had hem gesmeekt niet te gaan. Toen hoorde ik dat hij toch in Syrië zat. Ik werd gek. Weken gingen voorbij dat ik niet wist of hij dood was of nog leefde. Ergens begrijp ik wel wat de moeders van Syriëstrijders moeten meemaken. Mijn zoon zit weer veilig in Turkije. Gelukkig. Maar hoeveel zonen zijn intussen wel gestorven?"

Nibras Kazan (36).Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234