Dinsdag 07/12/2021

Symbolen zijn niet zomaar symbolen

Het is verbijsterend met welke stellige zekerheid westerse intellectuelen, politici en journalisten beweren, daarbij niet gestoord door enige kennis van zaken, te 'weten' wat de betekenis is van symbolen uit andere culturen. Ondertussen kijken ze wel over de talrijke symbolen die hun eigen cultuur vorm en inhoud geven heen. Het 'hoofddoekendebat' is daarvan een typisch voorbeeld.

Enkele verwijzingen naar de - inderdaad mensonterende - praktijken in een aantal fundamentalistische islamregimes en wat lukraak bijeen gesprokkelde citaten uit enkele soera's van de koran, naast het voortdurend door elkaar haspelen van 'sluier' en 'hoofddoek' moeten volstaan om de conclusie te wettigen dat de hoofddoek het symbool bij uitstek is van vrouwelijke onderdrukking en gezien wij toch een cultuur zijn waar de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen tot in alle poriën van het sociaal weefsel is doorgedrongen (daar durft u toch niet aan twijfelen?) moet duidelijk zijn dat een verbod tot het dragen van de hoofddoek in openbare instellingen, zoals het onderwijs, een uitdrukking is van emancipatorisch denken: 'De wet maakt vrij'.

Laten we eerst één dimensie van de discussie meteen beantwoorden: vanzelfsprekend moeten ambtenaren en openbare instellingen getuigen van een zo groot mogelijke levensbeschouwelijke neutraliteit - hoe staat het eigenlijk met die kruisbeelden in onze rechtszalen? - en is het dragen van uitgesproken ideologische of levensbeschouwelijke symbolen door ambtenaren, leerkrachten incluis, uiteraard uit den boze. Maar de opponenten van de hoofddoek willen heel wat verder gaan en moslimmeisjes verbieden om in het onderwijs een hoofddoek aan te doen: dat zou een bijdrage leveren tot hun emancipatie. Is dat zo? En heeft een symbool wel precies die betekenis die men haar toedicht?

Om met dat laatste te beginnen: symbolen zijn altijd culturele constructies waarvan men de betekenis buiten iedere sociaal-culturele context gewoon niet kán duiden en zeker niet op basis van letterlijke interpretaties van eeuwenoude teksten. De roze driehoek was onder het nazi-regime hét symbool van de discriminatie van homoseksuelen, maar dat heeft hen niet verhinderd - juist integendeel - om in de jaren zestig precies die driehoek te gaan opspelden om zich te 'outen'... en uitdrukking te geven aan hun emancipatie. Toen de Gentenaren verplicht werden om met een strop - vernederender kan niet - voor Keizer Karel te verschijnen om zich aan zijn gezag te onderwerpen werd datzelfde symbool van de strop later met fierheid gedragen... als 'symbool' van de Gentse koppigheid. Christenen dragen een foltertuig uit het Romeinse tijdperk om hun hals als 'symbool' van hun aanhankelijkheid aan de 'blijde boodschap' die Jezus Christus de mensheid bracht en de Deense koning heeft zich gedurende de hele Tweede Wereldoorlog, als niet-jood de davidster opgespeld als protest tegen het nazistisch antisemitisme. En zo kunnen we wellicht nog een tijdje doorgaan: 'Geuzen', 'flaminganten', het zijn beide ooit scheldwoorden geweest die later precies de tegenovergestelde betekenis verwierven.

'Symbolen' zijn dus niet zomaar 'symbolen': het hangt ervan af door wie, waarom en wanneer zij worden uitgedragen. Iedere een-eenzijdige interpretatie ervan getuigt van dogmatisme, zeker wanneer zij gebeurt door buitenstaanders die de betrokkenen even de levieten willen lezen door volkomen voorbij te gaan aan de betekenis die het symbool voor hén misschien wel heeft.

Men zal natuurlijk opwerpen dat bovenstaande voorbeelden niet ter zake doen, omdat in al die gevallen het dragen van het symbool op een 'vrijwillige' keuze berust, terwijl de hoofddoek alleen maar 'onder druk' wordt aangesjord. Ik zal dat niet ontkennen waar het regimes betreft die onder een fundamentalistische hegemonie leven en evenmin zal ik ontkennen dat ook in het Westen jonge meisjes onder sociale druk kunnen worden gezet door hun gemeenschap. En dat is erg. Maar laten we dan consequent zijn: welke kinderen en jongeren staan niet onder sociale druk? 'Kiezen' Chassidim-jongeren vrijwillig voor hun haartooi en klederdracht? 'Kiezen' kinderen uit katholieke gezinnen vrijwillig voor hun eerste en plechtige communie (om van de doop nog te zwijgen?). Is 'levensbeschouwing' wel zomaar iets waarvoor men kiest in de supermarkt van de wereldbeschouwingen? Men moet al heel gegronde redenen hebben - en die kunnen er zijn: denk maar aan cliterodectomie, bijvoorbeeld - om het ouderlijk paternalisme opzij te schuiven ten voordele van een overheidspaternalisme, maar die redenen zijn er niet in een cultuur die prat gaat op haar levensbeschouwelijk pluralisme en verdraagzaamheid.

Maar we kunnen nog een stap verder gaan. Waarom alleen levensbeschouwelijke symbolen geviseerd en niet ook meteen consequent de strijd aangebonden tegen al die jongeren die als lopende reclameborden hun sympathie uitdrukken door deze of gene popster, deze of gene merkkledij, deze of gene drank? Voor je het weet is voor de consequente 'neutralist', in naam van de vrijheid, maar één optie nog aanvaardbaar en die is: iedereen weer in uniform, iedereen in Mao-outfit! Wat een vooruitgang!

Want inderdaad, men mag dan zo stellig weten wat de hoofddoek symboliseert in de islamitische cultuur, maar heeft men ooit al even stilgestaan bij het toch wel merkwaardige culturele gebruik dat in het Westen gedurende eeuwen vrouwen uitsluitend geacht werden 'de rok' te dragen en mannen 'de broek'. Ja, dat mannen die in het openbaar een rok zouden durven te dragen - behalve in de carnavalsperiode, het moment bij uitstek om de draak te steken met 'symbolen - opgepakt werden wegens openbare zedenschennis terwijl vrouwen die de broek droegen als meisjes van lichte zeden werden gebrandmerkt?

De oorsprong van de vrouwelijke 'rokkendracht' is nochtans niet moeilijk te achterhalen, wanneer men beseft dat de 'onderbroek' maar heel recentelijk zijn intrede heeft gedaan in onze cultuur. Enerzijds was er een functioneel-sanitaire reden: de rok maakte het voor vrouwen gewoon makkelijker om 'hun gevoeg te doen'. Maar minstens even belangrijk was een puur seksistische reden: de rok maakte het mannen gewoon makkelijker hun vrouw 'te pakken' wanneer hen dat zinde. Hij symboliseerde ook de 'toegankelijkheid' van het vrouwenlichaam voor het mannelijk lid. En dat is een van de redenen waarom zovele feministen uit de 'tweede golf' uit de jaren zestig bewust de broek aantrokken om afstand te nemen van deze seksistische connotatie van 'de rok'. Ondertussen zijn onze kledingsvoorschriften heel wat losser geworden en denkt geen kat meer aan de oudere symbolische betekenis van 'de rok', zelfs in die mate dat vrouwen vandaag een veel grotere vestimentaire vrijheid hebben dan mannen, want mannen die een rok durven te dragen, ik heb er buiten Schotland nog maar weinig gezien. Om tot mijn uitgangspunt terug te komen: wie met de betekenis van 'symbolen' goochelt, doet er goed aan om vooreerst de als zo vanzelfsprekend beschouwde (onder andere vestimentaire) symbolen aan een kritischer onderzoek te onderwerpen en om vervolgens minstens oor te hebben voor de betekenis die de draagsters van een hoofddoek daar zelf aan geven. Een wettelijk verbod tot het dragen van de hoofddoek in het openbaar onderwijs zal niet de verhoopte emancipatie van islamitische meisjes bevorderen, het zal integendeel enkel bijdragen tot hun segregatie en verdere uitsluiting. Want men kan er donder op zeggen dat binnen de kortste keren een dergelijk verbod zal leiden tot de oprichting van specifiek islamitische scholen - wie kan een erkende religieuze gemeenschap dat recht ontzeggen? - en is dat nu niet toevallig ook de natte droom van zowel Philip Dewinter als Abou Jajah: isoleren, segregeren, dogmatiseren, diaboliseren. Uitsluiten dus, en dat allemaal 'in naam van' de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen.

Neen, wie het echt menens is met de emancipatie van de islamitische vrouw (en van de westerse vrouw, want laten we niet te snel schouderklopjes uitdelen en ook de achterstelling van vrouwen in onze samenleving na 'vijftig jaar emancipatie' in het plaatje betrekken) die schiet niet op symbolen maar richt de aandacht naar onderwijskansen, werkgelegenheid, maatschappelijke participatie. Die opteert voor integratie en niet voor assimilatie. Die opteert, met andere woorden, voor respect, en dat is de basisvoorwaarde om een interculturele dialoog - die nodig is - überhaupt kansen te geven.

De wettelijke verplichting tot het dragen van een sluier in landen als Saoedi Arabië - een westerse 'bondgenoot', weet je wel - is in strijd met de mensenrechten en verdient een veroordeling door de internationale gemeenschap. Een wettelijk verbod tot het dragen van een hoofddoek bij ons is daarop geen adequate repliek, ook al is hij meer dan een stukje textiel en heeft hij inderdaad 'symbolische betekenis'. En daar mag, wat mij betreft, rustig een grondige inter- en intraculturele discussie over worden gevoerd, want ik beweer zeker niet dat er, ook bij ons, geen sprake zou zijn van toenemende druk vanuit fundamentalistische hoek om meisjes en vrouwen de hoofddoek op te dringen, de symbolische betekenis van 'tweederangsmensen' incluis. Een wettelijk verbod blokt die noodzakelijke discussie echter juist af en maakt van alle islamitische landgenoten 'tweederangsburgers' die geen gebeden bij zonsopgang en zonsondergang vanuit de minaret van hun moskee kunnen aanhoren, maar wel het klokkengeschal van al die kerktorens.

Symbolen zijn zeker niet onschuldig, maar zijn net zo min eenduidig. Hoe meer zij worden gediaboliseerd, hoe groter de kans dat zij tot de 'kern' van een culturele eigenheid zullen uitgroeien en inderdaad een eenduidige betekenis verwerven. Hoe opener men ze bejegent, hoe groter de kans dat zij ook in vrijheid kunnen worden beleefd én, eventueel, geproblematiseerd. Het (pseudo-)neutralistisch fundamentalisme staat daar haaks op door het 'eigen gelijk' dwingend op te leggen. Daar komt zelden iets goeds van, integendeel: in een mum van tijd wordt de hoofddoek - bij ons - het symbool van vrouwelijk verzet tegen zoveel zelfgenoegzaam westers imperialisme. Is dit de verborgen agenda van 'de wet maakt vrij' - apologeten?

Koen Raes is hoogleraar in de rechtsfilosofie en de toegepaste ethiek aan de Universiteit Gent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234