Woensdag 15/07/2020

Sylvia Plath beneemt een halve eeuw later nog altijd de adem

Wie 'De glazen stolp' (1963) voor het eerst leest, begrijpt waarom Sylvia Plath een icoon werd. Fraai knettert het proza, de literaire kracht zwelt voelbaar aan naarmate je in het boek vordert. De roman verschijnt nu in De Bij Klassieken-reeks in een herziene vertaling.

Als je De glazen stolp dichtslaat, kun je alleen maar verzuchten hoe ongelofelijk jammer het is dat Plath niet langer leefde en meer werk naliet. Plath is geboren in 1932 en als er niets dramatisch was gebeurd, zou ze nu 82 worden. Maar op haar 30ste vergaste ze zichzelf, met haar hoofd keurig op een doekje in de oven.

Desondanks zit Plath als een spin in het web van de literatuur, met vele navolgers en voorbeelden. Ze voelde sterke verwantschap met Virginia Woolf. Ook het werk van W.B. Yeats, Henry James en D.H. Lawrence intrigeerde haar.

In De glazen stolp (1963) probeert de hoofdpersoon een klein stukje Finnigan's Wake van James Joyce te ontwarren en wemelt het van verwijzingen naar beroemde auteurs, al wordt niemand bij naam genoemd. Ook jaartallen ontbreken, wat het verhaal, dat speelt gedurende zes zomermaanden, een hallucinante tijdloosheid geeft.

Vijgenboom

De glazen stolp gaat over de onmogelijkheid om te kiezen. Dat verwoordt Plath in een bijzonder treffende metafoor. Het leven is voor haar 19-jarige hoofdpersoon Esther Greenwood een vijgenboom vol verrukkelijke vruchten. Iedere vrucht een levensbestemming: een huwelijk met kindjes; een beroemde dichteres worden; een universitair docent zijn. Als ze het ene kiest, is het andere uitgesloten.

Omdat ze niet weet wat ze wil, verrotten de vruchten en pletsen neer voor haar voeten. Esther vreest het korset van het huwelijk, waarin mannen met promiscue gedrag wegkomen, maar zij niet. Omdat ze een vrouw is, die zich na de huwelijksvoltrekking als een keukenmat onder de voeten van haar man dient uit te spreiden. Terwijl kinderen als een zwaard van Damocles boven haar hoofd hangen.

Wanneer haar colleges zijn afgelopen, is Esther besluiteloos. Na een maand vol slapeloze nachten probeert ze zelfmoord te plegen. (een gedachte 'koel als een boom of een bloem'). Ze kruipt met pillen in een graf onder de grond, maar wordt gevonden, gered en opgenomen. Na een paar elektroshocks à la Ken Kesey en Janet Frame lijkt een pessarium de bevrijding uit het korset. Maar ironisch genoeg - en dat tekent Plaths zwarte humor - is Esther als ze zich eindelijk laat ontmaagden die ene op de miljoen die bijna doodbloedt.

Slachtofferrol

Studeren om aan de man te komen, zo ging dat eind jaren vijftig voor meisjes. Esther duikt voor de hedendaagse lezer wellicht iets te makkelijk in de slachtofferrol. Niets gaat immers vanzelf. Wie een beroemde schrijfster wil worden zal de typemachine moeten pakken. Maar als Esther begint, bespot ze haar wens ongenadig. Ga leven, bijt ze zich toe. Doordat ze niet weet hoe, slaat het 'bakvisachtige' verhaal uit het lood en komt er werkelijk iets op het spel te staan.

Toch is Plath voortdurend bezig de tragiek te verdoezelen, zelfs al stapt ze met haar stijl buiten het gangbare en geijkte met onverwacht botte en frisse, scherpomrande woorden. Het is alsof Esther in een wild-energieke variant van Alice in Wonderland is beland, een maffe bedoening in een konijnenhol.

Onder de glazen stolp ziet iedereen er vertekend uit. Een zuster lijkt vier ogen te hebben door haar dikke bril, iemand strekt haar zwanenhals uit en trekt 'm weer in. Een baby op sterk water heeft een biggenlachje om zijn mond, een meisje lacht als de Cheshire Kat. De mannen die ze ontmoet zijn te klein. Esther is te dik, te lang of juist te kort (wanneer de balustrade tot haar schouders reikt). In spiegels lijkt ze of een Chinees of een indiaan. Zij is degene die afwijkt. Maar och, maak je niet dik, zoals de rups in Alice zegt, het is maar een 'sprookje'. Toch niet, daarvoor is Esther te hard.

Destructief venijn

Esther is net zo'n onbetrouwbare verteller als Holden Caulfield in The Catcher in the Rye van J.D. Salinger (Plath begon uit bewondering voor hem met schrijven): een adolescent die iedereen wijselijk denkt te doorzien en tegelijk de boel geregeld bedondert. Maar het venijn is bij Plath sterker en destructiever. Zo houdt Esther ervan om naar mensen in kritieke situaties te kijken tot het op haar netvlies gebrand staat. Alsof ze wil zien hoe het is om te sterven, om in nood te zijn. Dat heeft iets grimmigs, wat contrasteert met de toon. Daarvan gaat dit proza fraai knetteren.

Zelfs als Plath aanhaakt bij F. Scott Fitzgerald, met een uit de onderklasse komende hoofdpersoon die bij de rijken wil horen (Esther drinkt een vingerkommetje met kersenbloesem leeg alsof het Japanse soep is), doet ze dat scherper. Esther distantieert zich van de hogere klasse omdat ze de literatuur in wil en bespot met ragfijn cynisme het bekakte wereldje. Ondertussen laat ze haar vriendin gewetenloos ongeïnteresseerd in haar eigen kots in de hotelgang liggen.

Dat maakt Esther tot niet zomaar een personage: haar scherp verwoorde drama en de ontkenning daarvan maken haar intrigerend complex. De glazen stolp is als een ijzige schreeuw in een klankkast bedekt met vilt. Het is niet de bedoeling dat we die schreeuw goed horen, en juist daarom blijft het boek fascineren.

Sylvia Plath,De glazen stolp, De Bezige Bij, 286 p., 24,90 euro. Vertaling: René Kurpershoek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234