Woensdag 19/06/2019

Interview

Sven Pichal en Kristof Demasure: “Mensen zeggen ons soms dat het de mooiste kinderen ter wereld zijn”

Sven Pichal (l.) en Kristof Demasure: “Vanaf het moment dat de kinderen de kamer binnenkwamen, leek het voorbestemd.” Beeld Tine Schoemaker

Nog nooit waren er zoveel pleegkinderen en -ouders in ons land. VRT-journalist Sven Pichal en zijn partner Kristof Demasure, woordvoerder bij VIER en VIJF, vormen met de tweeling Kevin en Leander een van de 5.181 pleeggezinnen. “Wij hadden geen kinderwens, maar een zorgwens.”

Alleen in het weekend: dat was de afspraak. Maar iedere zondagnamiddag rond drie uur vielen de jongens stil. Er klonk geen woord meer op de achterbank van de auto. Tot een van hen de stilte op weg naar de jeugdvoorziening doorbrak: “Waarom moeten we terug? Waarom willen ­jullie ons niet in de week?”

Sven Pichal (39) en Kristof Demasure (45) probeerden het uit te leggen: “Omdat we dat met pleegzorg zijn overeengekomen. Omdat we werken. Omdat...”

Na een tijd waren de argumenten op en de liefde te groot. Nu wonen de tieners al twee jaar permanent ten huize Pichal-Demasure. Tweeling Kevin en Leander (14) zijn praatgrage pubers met een engelachtig gezicht. “Mensen zeggen ons soms dat het de mooiste kinderen ter wereld zijn”, zal Demasure later glunderen. Maar achter die leuke snoetjes gaat toch wat verdriet schuil: door hun moeilijke gezins­situatie woonden ze jarenlang noodgedwongen in de jeugdvoorziening.

Kristof Demasure: “Ons eerste weekend ­hadden we volgepland met fietstochtjes en ­dergelijke, maar de jongens wilden de zetel niet uit. Ze zaten onder een dekentje naar Ketnet te kijken; voor hen was dat ongeziene luxe. Ze vroegen voor alles toestemming: ‘Mag ik ­morgenvroeg een stukje worst uit de koelkast nemen en terug in bed kruipen?’ Wanneer we een kommetje gesneden fruit brachten, zeiden ze: is dat echt alleen voor ons?”

Vanaf de eerste ontmoeting op 15 mei 2015 voelde het koppel aan dat de jongens weg ­wilden uit de leefgroep. Ze waren bijna al eens in een gezin geplaatst, maar dat sprong op het laatste moment af. Nu waren ze echt ongeduldig om ergens thuis te komen.

Demasure: “Toen we ze voor het eerst zagen, hadden ze een hele vragenlijst voorbereid. Typisch: de ene had al het werk gedaan, de andere nam wat vragen over van zijn broer.”

Sven Pichal: “De eerste vraag was: ‘Waar wonen jullie?’ Dan zeiden we: ‘In Antwerpen, in een rijhuis dat we net verbouwd hebben.’ Waarop zij opnieuw: ‘Lap, dat was onze tweede vraag: in welk soort huis. Bon, derde vraag dan maar.’ Dat was echt (klapt in handen) boem, vooruit. Zo ontwapenend waren ze wel.”

Demasure: “Vanaf het moment dat ze de kamer binnenkwamen, leek het voorbestemd.”

Kanteling

En zeggen dat het koppel eigenlijk nooit kinderen wilde. Demasure: “We kwamen allebei uit een lange relatie toen we in 2002 begonnen te daten. Op onze eerste avond legden we meteen alle kaarten op tafel: waar staan we voor, welke ­relatie willen we…”

Pichal: “En of kinderen daarbij horen. ‘Neen’, zei Kristof. Ik dacht: oef, hij ook niet.

“Op dat moment was ik woordvoerder van Wel Jong Niet Hetero. Vanuit de organisatie ­verdedigde ik vurig het recht op kinderen voor homo’s, maar zelf had ik mijn twijfels: ­misschien snakt een kind naar een zo gewoon mogelijk gezin.”

Demasure: “Van homo’s wordt intussen bijna verwacht dat ze kinderen krijgen.”

Pichal: “Later in onze relatie kregen we vaak de vraag: ‘Oei, wie gaat er voor jullie zorgen als jullie oud zijn?’ Alsof een kind synoniem staat voor het veiligstellen van je toekomst. Alsof het jouw bezit is en een verplichte wederkerigheid impliceert.”

In 2014 kwam dan toch de kanteling. Het ­koppel was toen twaalf jaar samen, mits twee onderbrekingen. Het parcours was af en toe hobbelig geweest, maar na hun huwelijk in 2010 daalde een zekere rust neer en was er plaats voor ‘meer’ in hun leven.

Demasure: “Uit elkaar gaan. Elkaar terugvinden. Trouwen. Verbouwen. Alles was eindelijk op zijn plaats gevallen. Ik dacht: ik heb een fijne man, een uitdagende job en een mooie plek om te wonen, wordt het niet eens tijd om iets voor de samenleving terug te doen?

Beeld Tine Schoemaker

“In die periode las ik naar aanleiding van Vaderdag voor het eerst een artikel over pleegzorg. Ik was getriggerd: voor een kind zorgen hoeft blijkbaar niet te betekenen dat je het ­meteen adopteert of alle zorgen opneemt. Enkel in het weekend kan bijvoorbeeld ook. Het zou een veel zinvollere manier zijn om onze ­weekends te spenderen, dacht ik.”

Pichal: “Toen Kristof over pleegzorg begon, dacht geen haar op mijn hoofd eraan om ons luxeleventje op te geven. Maar na alles even te laten bezinken, zag ik in dat dat misschien ­egoïstisch was. Kristof had een punt: onze jobs waren in de loop der jaren beter te plannen, we konden tijd vrijmaken en hadden de middelen.”

Een paar weken later woonden ze een infoavond bij en vanaf dan ging het snel: drie maanden later begon hun vorming, waarbij ze leerden wat pleegzorg was, met welke situaties ze geconfronteerd konden worden en hoe ze daarmee moesten omgaan. Pichal: “Die opleiding heeft mij definitief over de streep getrokken, vooral door een aantal persoonlijke gesprekken.

“In het bijzonder de getuigenis van een 19-jarig meisje zal me altijd bijblijven. Ze vertelde hoe ze vanaf haar elfde in pleeggezinnen terechtkwam. Haar eerste en tweede ervaringen waren totaal mislukt. Ze had ramen ingeslagen, tumult gemaakt. Pas in het derde gezin kwam ze tot rust.”

Die getuigenis schrok het koppel niet af, integendeel. Pichal: “Ik vond het goed dat pleegzorg ons voorbereidde dat het ook kon mislukken. En dat dat niet noodzakelijk aan jou als pleegouder ligt, of aan het kind zelf, maar gewoon omdat de tijd soms raad moet brengen.”

Autisme

Toch was er nog één obstakel: de familiesituatie van Pichal. Hij komt uit een gezin van negen, en twee van zijn broers zijn autistisch. Vooral de jongste van die twee vergt bijzonder veel aandacht: “Zorg die langzamerhand ook deels op mijn schouders zal terechtkomen. Valt dat wel met pleegkinderen te combineren? Maar op korte termijn zag het er op dat moment niet naar uit dat mijn broer vaak bij ons zou komen logeren, dus hebben we de sprong gewaagd.”

Demasure: “Voor ons was het een uitgemaakte zaak dat we geen baby’s en peuters wilden. De rest was minder duidelijk. We hebben heel lang naar dat keuzeformulier gestaard.”

Pichal: “De meest confronterende beslissing was of we al dan niet oké waren met kinderen met een handicap. Doordat de zorg voor mijn autistische broers al zo zwaar is, zag ik dat niet zitten. Krijg dat maar eens op papier gezet.”

Demasure: “Uiteindelijk hebben we ‘geen kinderen met een handicap’ aangevinkt. Ik word bijna misselijk als ik eraan terugdenk. Sommige kinderen wachten misschien al jaren tevergeefs in de instelling, niemand komt ooit eens voor hen. En toch hebben ook wij geweigerd.
(geëmotioneerd) Nu denk ik: misschien hadden we in dialoog moeten gaan, zien wat er haalbaar was.”

‘We proberen twee mensen iets in het leven mee te geven en dat is fantastisch.’ Beeld Tine Schoemaker

Of pleegkinderen nu een handicap hebben of niet, met emotionele bagage komen ze sowieso. Demasure: “Als je bijna tien jaar in een ­leefgroep hebt gewoond, kan dat niet anders. Een jeugdvoorziening is toch een beetje ieder voor zich.”

En toen kregen ze een telefoontje: ze hadden een kind voor hen gevonden. Twee kinderen zelfs. Demasure: “Natuurlijk waren we verrast dat er een tweeling kwam. Pleegzorg Vlaanderen had ook redelijk rechttoe rechtaan gezegd: het zijn heel actieve kinderen, een ­tikkeltje brutaal zelfs. Dat was even schrikken, maar toen ze de jongens beschreven, voelde het aan als een echografie krijgen.”

Waar zijn de condooms?

Kevin en Leander zijn nu ruim drie jaar in het leven van het koppel. Intussen zijn ze 14 en staat de puberteit voor de deur. Een van de jongens stelde onlangs lachend de vraag: ‘Waar blijven de condooms in dit huis?’

Demasure (lacht): “We hebben altijd gezegd dat we een grote doos met condooms ergens zichtbaar in het huis zouden zetten, zodat ze er nooit om moeten vragen. Maar Sven is er nog niet om geweest, zoals hij had beloofd.” (Pichal lacht en rolt met zijn ogen)

De tieners praten heel open over de liefde. Over hun twijfels, over hun gevoelens. Over meisjes, over aangetrokken worden, over bang zijn. Demasure: “Sven heeft samen met hen naar Dokter Bea gekeken. De uitzending over kutjes wilden ze niet zien, maar die over ­penissen juist heel graag. Vooral omdat jongens onder elkaar daar op hun leeftijd heel de tijd over bezig zijn.”

Pichal: “Af en toe benadrukken ze: ‘Wij worden wel verliefd op meisjes, hè’. Ze moeten dat soms eens gezegd hebben tegen ons.”

Demasure: “Op andere momenten draaien ze het ook om. Dan zeg ik: ‘Als jullie straks verliefd worden op een meisje...’ Waarop zij antwoorden: ‘Oei, waarom op een meisje? Dat kan toch ook een jongen zijn?’” (lacht)

Tijdens de vorming vroegen Pichal en Demasure het al aan Pleegzorg: of ze het over hun geaardheid moesten hebben, hoe kinderen daar doorgaans op reageren. Pichal: “De organisatie heeft vooraf een gesprek met de biologische ouders en toetst af of de geaardheid van de pleegouders een rol speelt. Voor velen maakt het niet uit waar ze belanden: man en vrouw, man alleen, vrouw alleen, twee mannen... als je maar aandacht en liefde kunt schenken. En de meeste kinderen denken er hetzelfde over.”

Pichal: “Vanaf dat de jongens hier waren, ­wisten ze dat wij een koppel waren. Maar ze hadden niet helemaal door wat dat betekende. Kristof zei eens: ‘Amai, dat is een knappe vrouw’. Dan waren ze verbaasd: ‘Echt? Zou je er dan ook seks mee kunnen hebben? En heb je eigenlijk al met een vrouw gevreeën?’” (lacht)

Demasure: “Ze zijn er heel erg door geïntrigeerd en praten er open over. Toen ze op kamp waren, bleek ‘homo’ daar de roepnaam van het moment. Ze gebruikten daarna constant de ­uitdrukking: ‘Wa nen homo.’ Om er dan aan toe te voegen: ‘Maar dat heeft niets met jullie te maken, hè.’” (lacht)

Wegduwen

Kevin en Leander zijn open over de liefde, maar hoe ze de gezinssituatie met het stel zagen, was een zoektocht. Pichal: ‘Wat zijn dat, pleeg­ouders?’, zag je hen in het begin denken. ‘Is dat een ander woord voor de opvoeders die we in de jeugdvoorziening hebben gehad?’ Op een bepaald moment zijn we samen rond de tafel gaan zitten: ‘Jongens, wij zijn een gezin. We gaan samen nadenken hoe we tegenover elkaar staan en hoe we met elkaar praten.’

“Hen aanraken was in het begin ook vreemd. Ik had onmiddellijk het idee: ‘Wat gaan ze denken?’ Maar vanaf dat je ze ­vastpakte, genoten ze daar heel hard van.”

Demasure: “Alleen in het begin was er al eens een negatieve opmerking. We zaten met een aantal koppels aan tafel en ik ging naast een van de jongens zitten. Hij zei tegen mij: ‘Niet aan mij komen, hè’. Ik vond dat raar, voelde me wat gekwetst ook, maar we hebben er niet meer over gepraat.”

Pichal: “Dat is een veiligheidsmechanisme. Ze redeneren: ik moet mensen wegduwen, anders zal ik zelf weggeduwd worden. Pleegzorg heeft ons daarvoor gewaarschuwd.”

De ouders van Kevin en Leander zijn nog steeds in beeld. Omwille van privacyredenen treden Demasure en Pichal hier niet in detail over hun leefsituatie. Ze vinden het wel belangrijk om hen in de opvoeding te betrekken. Demasure: “Al is dat niet altijd evident. De ­jongens praten daar niet zo makkelijk over.”

Pichal: “Dat komt mettertijd misschien wel.”

Pleegzorg impliceert een tijdelijke relatie. Het koppel geeft toe dat ze heel verdrietig zouden zijn mocht de tweeling morgen uit hun leven verdwijnen. Demasure: “Ik zou een hele tijd wachten vooraleer ik weer in de pleegzorg stap.”

Pichal: “Ik zou geen nieuwe meer willen.”

Demasure: “Wil je dat gezegd hebben?”

Pichal: “Ja. De jongens zijn nu 14. Met wat we nu weten, is de kans groot dat ze minstens tot hun 18de blijven. En ook daarna mogen ze hier blijven. Ik zie dit echt wel als een langlopende verbinding met hen.”

Een weekend naar tante

De twee vinden het wel belangrijk dat ze geen papa worden genoemd. De jongens spreken hen gewoon bij de voornaam aan.

Pichal: “Onze familie heeft het daar soms moeilijker mee. Zij zouden graag ‘oma’, ‘opa’, ‘nonkel’ of ‘tante’ worden genoemd, maar we zeggen dan dat de jongens die al hebben.”

Demasure: “In nieuw samengestelde gezinnen spreken ze van een pluspapa om toch maar ‘papa’ genoemd te worden. Ik zou in geen ­honderd jaar een ‘pluspapa’ willen zijn. Die plus is er voor mij echt te veel aan.”

Pichal: “Ik ben er wel fan van. Gelukkig zijn we heel verschillend.” (lachje)

De kinderen zijn hun leven. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat staat het leven van Pichal en Demasure in functie van de twee. Zijn ze niet bang voor sleur in de relatie? Demasure: “Je moet opletten dat je nog genoeg tijd voor elkaar vrijmaakt, zeker als je daarvoor niets anders gewoon was.”

Pichal: “Ze gaan wel een weekend per maand naar hun tante en nonkel die er altijd voor hen geweest zijn en dat is een belangrijk moment voor hen en voor ons. Kristof zegt dan: kom, we gaan een paar dagen naar Amsterdam.”

Demasure: “We gaan dan naar café ’t Mandje, een fantastisch café waar Sven en ik uren kunnen praten, maar uiteindelijk belandt het gesprek toch weer bij de kinderen.” (lacht)

Pichal: “Ik wil nooit een burgerlijke wat-dan-ook zijn, maar ik merk dat ik op het werk snel over de kinderen begin tegen collega’s.”

In hun relatie hebben ze altijd geprobeerd om het burgerlijke pad te mijden. Demasure: “We dragen geen ring, geen uiterlijk vertoon. We wilden ook geen klassiek huwelijksfeest met een openingsdans. Om vijf uur zijn we naar Londen vertrokken en ‘s avonds wandelden we hand in hand aan de Theems. Als Sven dat wilde, kon hij nog alleen gaan dansen in een homoclub. Dat is voor mij hoe ideaal een ­huwelijk kan zijn.

Beeld Tine Schoemaker

“Mocht ik Sven verliezen, zou ik daar kapot van zijn. Ik zie hem nu eigenlijk nog liever. Omdat het completer aanvoelt. Als ik zie hoe hij met kinderen bezig is… Dat is liefde in het ­kwadraat. Dat zijn magische momenten.”

Goedbedoeld

Pichal: “Ik vind het grappig dat sommige ­mensen zeggen: ‘Zie je wel, je had toch een ­kinderwens’. Ik heb die nog altijd niet. Ik heb wel een ‘zorgwens’. Ik heb goesting om voor anderen te zorgen.

“Pleegouders worden soms boos. Ze vinden dat we het te optimistisch voorstellen. Maar we kunnen ons verhaal niet anders vertellen dan hoe het is. Moet het allemaal kommer en kwel zijn? Meer mensen moeten ook deze kant van pleegzorg leren kennen.

“Wij horen vaak: ‘Amai, dat is chique wat ­jullie doen.’ Goedbedoeld hè, maar tegen die ­mensen wil ik zeggen: ‘Jullie kunnen dat ook’. Als mens kunnen we zoveel meer dan we ­denken. We proberen twee mensen iets in het leven mee te geven en dat is fantastisch.

“Zo was de tweeling vorige week ’s middags thuis. Kristof had gezegd: ‘Jullie mogen ­koffie-koeken halen in de Delhaize’. Ze liepen de winkel uit en er zat een dakloze aan de deur. Kevin gaf hem zijn koffiekoek, liep naar huis en at hier cornflakes. ’s Avonds zei hij: ‘Eigenlijk is dat niet eerlijk, hè. Wij hebben heel veel eten en die meneer heeft niks, dus heb ik mijn koek gegeven’. Dat zat sowieso al in hem, maar je weet dat je er misschien ook verdienste aan hebt.”

Kevin en Leander zijn schuilnamen. Pleegzorg Vlaanderen en de ouders hadden liever niet dat de kinderen op de foto gingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden