Dinsdag 22/09/2020

Surrealistisch Schaarbeek

Nergens anders hangen zoveel Belgische vlaggen uit als in Schaarbeek, waar in de jaren ’70 burgemeester Roger Nols de Neder- landstaligen wegjoeg en hun scholen sloot. Nergens anders bijna zie je zo-veel gesluierde vrouwen als in de Bra- bantstraat, één van de kleurrijkste en meest islamitische straten van het land, terwijl om de hoek de Rue d’Aer- schot ligt, de enige straat in Brussel waar meisjes in string hun derrière naar achter steken en hun billen shaken - dixit rapgroep Outkast - like a polaroid picture. Nergens anders vind je zo’n lange, vieze, gevaarlijke hoerenstraat aan één kant van een station, terwijl aan de andere kant gigantische kantoorgebouwen staan, waarvan diegenen die ze hebben laten zetten gedacht moeten hebben dat ze van Brussel New York konden maken.

Nergens anders in de hoofdstad heb je zo’n mooi stuk groen als het Parc Josaphat, waar de konijntjes voor je voeten springen, maar waar je hoofdzakelijk mensen ziet die van ING maar duizend euro per week mochten afhalen. Een park ook waarbij de eerste re- actie van mijn chef-nieuws was, toen ik hem zei dat ik er ’s ochtend was gaan joggen: “En? Had je nadien nog alles op zak?” Een park waarin je plots twee mooie, witte huisjes tegenkomt, waarin blijkbaar nog mensen wonen.

Nergens anders heeft een gemeente zo’n prachtig station en zo’n mooi stadhuis, met tussen beide zó’n troosteloze weg. Niemand ook die beide gebouwen kent, laat staan dat de restaurants in de buurt zouden opduiken in de lijstjes van waar BV’s gaan eten. Of het moest acteur Kris Cuppens zijn, die niet ver woont van waar ik de voorbije dagen heb gefietst, gewandeld, geluisterd en gemijmerd. En nadien heb genoteerd: als België beroemd is voor het surrealisme, dan kan het niet anders dan dat het in Schaarbeek is geboren. Hier had dat museum van Magritte moeten staan, de kunstenaar die op het einde van zijn leven vlak voor het park woonde en begraven ligt op het gemeentelijk kerkhof van Schaarbeek - dat op het grondgebied van Evere ligt.

Zo’n museum als dat van Margritte, dat is wat Schaarbeek nodig heeft om te zijn zoals ik dacht dat het was, na- dat ik voor het eerst was langsgeweest bij Monique en Christine, die samenwonen in een subliem herenhuis aan de Boulevard Lambermont. Die laan werd genoemd naar de trouwste soldaat van Leopold II, de koning die de gronden waar nu het Josaphatpark ligt liet opkopen en ervan maakte wat het ooit was: een oase van rust in een bloeiende voorstad van Brussel, waar het artistieke leven welig tierde. Rond 1900 moet Schaarbeek geweest zijn wat Montmartre in Parijs was. De plek waar je over de stad uitkeek en waar De Toulouse-Lautrec had gewoond als hij in Brussel was geboren.

Nog altijd ademen de Schaarbeekse huizen kunst. Monique, die me mailde dat ze het leuk zou vinden als ik ‘in hun kleurrijke gemeente’ zou komen wonen, is lerares plastische opvoeding geweest. Hun huis staat vol beelden en prachtige tekeningen. Wat verder bij hun vriendin Véronique, die me voor een ontbijt uitnodigde, staat midden in de woonkamer een drumstel, omdat ze daar wel eens optredentjes geeft. “Schaarbeek trekt veel mensen uit de kunstwereld aan”, zei Véronique, die in een huis woont dat vroeger een ‘maison de passe’ was, een huis waarin prostituees huisden. Ze denkt dat het door Leopold II gebouwd werd voor zijn minnaressen.

Dat er vandaag zoveel kunstminnende mensen in Schaarbeek wonen, heeft een andere reden dan 110 jaar geleden. Terwijl burgemeester Nols in de jaren ’70 nog foeterde tegen de Vlamingen, werd zijn gemeente overspoeld door migranten uit Marokko en Turkije. Hun aantal steeg pijlsnel toen de huisjes voor het Noordstation tegen de vlakte gingen omdat Man- hattan naar daar moest verhuizen. De migranten die tot dan aan die kant van het station hadden gewoond, verhuisden naar de andere kant. Toen z’n frank viel begon Nols tegen de mi- granten te foeteren. Plots moesten zíj weg. Maar ze gingen niet. En intussen dacht heel België dat Schaarbeek een getto was geworden, de Bronx van Brussel. Schaarbeek werd Skarbèk, zoals Marokkaanse jongens die denken dat ze Tupac Shakur zijn het uitspreken. Geen Belg die er nog wou wo-nen. Dus kelderden de prijzen van al die herenhuizen, wat dan weer artistieke mensen aantrok: muzikanten, acteurs. Of mensen die denken dat ze artistiek bezig zijn, zoals journalisten.

Volgens Véronique is de gemeente de voorbije vijftien jaar veel leefbaarder geworden. “Het is geen getto, zoals Molenbeek of Kuregem”, zegt ze. Dat klopt, maar het is nog altijd meer Bronx dan Brooklyn, vond ik, al die keren dat ik op de fiets van Christine door de gemeente ben gereden. Het slechte nieuws voor Schaarbeek is dat er nog geen hippe koffiebars, sneakershops en designwinkeltjes zijn. Het goede nieuws is dat nog niet alle au- thentieke adressen zijn verdwenen. Ik heb één van de lekkerste steaks van mijn leven gegeten in The Oldies voor het gemeentehuis waar de vrouw des huizes steevast tegen mijn schouder klopte en “allez copain” zei als ze mij passeerde, en waar aan de muur schilderijen in de stijl van De Toulouse-Lautrec hangen, behalve waar een poster hangt van JCVD - de film waarin de Mussels from Brussels zichzelf speelt - gesigneerd door JCVD himself. Ik heb heb een pint gedronken in Central Park, een bruin café voor het park waar een mooie madame achter de comptoir staat en veel leuk volk op het terras zit. Gisteren nog was ik in Faubourg St.-Antoine, een snackbar die iedereen kent als ‘het Kuifje-restaurant’. Het aantal beeldjes en tekeningen van Hergé is groter dan het aantal keren dat Eddy Wally ‘geweldig’ kan zeggen in één interview.

Schaarbeek is niet het artistieke paradijs dat ik had gehoopt te vinden, maar de gemeente is ook niet hopeloos. Deze ochtend ben ik de wijk in gefietst onder de schaduw van de VRT-toren, rond het Plaskyplein. En toen zag ik ze wel: een bakkerij die niet Turks was, een boucherie waar geen ‘halal’ op stond, een krantenwinkel waar ze kranten verkochten, een bloemenzaak. Ik heb ontbeten in Café St.-Hubert, waar de ober een schort, een wit hemd en een zwarte colbert droeg. Daarna reed ik over het Daillyplein, waar de voormalige kazerne is gerenoveerd en waarin nu lofts en bankkantoren zitten. Als huidig burgemeester Bernard Clerfayt (MR) ook nog eens het Colignonplein, voor dat mooie stadhuis, zou opensmijten, de parking onder de grond zou stoppen, kasseitjes zou laten leggen, hier en daar een boompje zou planten, dan zouden de terrasjes vanzelf komen, me dunkt. Het hart van Schaarbeek zou weer kloppen. En ik zou elke week steak archiduc gaan eten bij JCVD en mijn copine van The Oldies.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234