Vrijdag 18/10/2019

Surfen in plaats van duiken

Van diepgang naar oppervlakkigheid, van duiken naar surfen. Over deze evolutie gaat het in Het ondiepe van Nicholas Carr en De barbaren van Alessandro Baricco, twee uitdagende, maar zeer verschillende boeken over de digitale revolutie, en wat die met ons brein en onze cultuur doet. Jeroen de Preter

Nieuwe media, maar stokoude vragen. Een eeuw of 25 geleden maakte de Griekse wijsgeer Socrates zich zorgen over de opmars van het schrift, een uitvinding die volgens hem " vergeetachtigheid (zal) opwekken in de geest van degenen die leren ermee om te gaan, omdat zij hun geheugen niet zullen gebruiken".

De impact van de tv-cultuur op de toekomstige generaties inspireerde wijlen Herman de Coninck in 1986 tot een somberend essay getiteld 'Een pleidooi voor moeite'. Om de impact van de overgang van een woord- naar een beeldcultuur te schetsen, beschreef hij het zapgedrag van zijn zoon. "Wat ik nu zie is dat mijn zoon van veertien een woordenschat heeft die uitsluitend op ondertitels is gebaseerd," zo schreef De Coninck, "omdat hij godganse dagen op het tapijt ligt, met zijn grote teen de televisie bedienend, en soms zelfs overeind komend om van deze vechtscène naar gindse vrijage te switchen." Erg, vond De Coninck dat, want "ik zou niet weten wat er op die manier in zijn geheugen blijft hangen, maar zeker nooit samenhang".

De Coninck voorspelde dat het alleen nog maar erger zou worden. "Ook de televisiecultuur echter wordt binnenkort op zijn beurt verdrongen door de videoclip. Dit moet zoiets zijn alsof taal over de hele lijn vervangen zou worden door morse. Alleen nog maar tuut-tuut-tuut-stop. Inhoud kan haast niet meer, alleen korte hevige prikkels."

Permanente afleiding

Aftakelend geheugen, verlies van samenhang en inhoud die vervangen wordt door prikkels. Veel van wat eerst Socrates en zoveel eeuwen later De Coninck schreven, keert vandaag bijna woordelijk terug in het werk van Nicholas Carr, een Amerikaanse schrijver die in 2008 opzien baarde met 'Is Google Making Us Stupid', een essay dat hij later uitbreidde tot een nog veel meer besproken boek, The Shallows (Het ondiepe).

Carr gaat ver en diep, verder en dieper nog dan De Coninck in zijn tijd. Carr schrijft dan ook over de gevolgen van de digitale revolutie, een fenomeen dat allicht nog veel ingrijpender is dan de revolutie waar De Coninck over schreef. Bovendien probeert hij in zijn boek zijn stelling - het internet verandert onze hersenen - ook wetenschappelijk te onderbouwen.

Carr vertrekt van recente bevindingen van de hersenwetenschap. Ooit regeerde binnen die wetenschap de opvatting dat onze hersenen, zodra we volwassen zijn, niet meer veranderen. Die stelling is vandaag achterhaald. Onze hersenen, zo leert de wetenschap, zijn 'plastisch', oftewel veranderlijk. Een klassiek geworden en ook door Carr genoemd bewijs daarvoor is te vinden bij Londense taxichauffeurs. Omdat ze zo vaak hun oriëntatievermogen moeten aanspreken, is het deel van de hersenen dat zorgt voor ons ruimtelijk inzicht bij deze chauffeurs beter ontwikkeld dan bij de gemiddelde mens.

Waar Carr naartoe wil is duidelijk. Als de hersenen van die taxichauffeurs kunnen veranderen door veelvuldig gebruik van een bepaald deel ervan, dan is het ook zeer aannemelijk dat voortdurende blootstelling aan het internet onze hersens verandert.

Op welke manier? Om dat uit te leggen gaat Carr het niet ver zoeken. Hij beschrijft het 'aftakelingsproces' van zijn eigen hersenen. Carr was ooit zo'n man die elke nieuwe technologie met veel enthousiasme omarmde. In 1986 kocht hij zijn eerste Applecomputer, in 1990 ging hij voor het eerst online, in 2005 was hij uitgegroeid tot een ijverige social networker en content generator. Maar dan, ergens in 2007, begon de twijfel te knagen. "Het leek alsof mijn hersenen anders werkten", schrijft Carr. "Ik begon me zorgen te maken over het feit dat ik me niet langer dan een paar minuten op iets kon concentreren."

De constante informatiestroom had Carr onrustig gemaakt, altijd hongerig naar nieuwe informatie. "Zelfs als ik niet in de buurt van mijn computer was, verlangde ik ernaar mijn e-mail te checken, op links te klikken en te googelen. Ik wilde verbonden zijn." Tegelijk groeide het verlangen naar iets anders, noem het een soort heimwee naar iets van vroeger. "Ik miste mijn oude hersenen."

Het internet als onruststoker en permanente bron van afleiding dus, maar daar houdt het niet op. Volgens Carr zorgt het internet er ook voor dat we anders, minder lineair gaan denken. Het is een proces waarin Google de rol van brandversneller speelt. Het businessmodel van Google, redeneert Carr, is gebaseerd op de Google-ads. Om die reden heeft Google er alle belang bij (en zal het er ook alles aan doen) om ons zo snel mogelijk van de ene pagina naar de andere te laten hoppen. "Hoe sneller we op het web surfen, hoe meer links we aanklikken en pagina's we bekijken, des te meer gelegenheid heeft Google om informatie over ons te verzamelen en ons te bestoken met advertenties."

Wat Google doet, is, aldus Carr, de oude cultuur van het "stille, diepe lezen" vernietigen. En Carr neemt dat bijna letterlijk. De ambitie van Google om via Google Book Search zo veel mogelijk boeken online beschikbaar te maken betekent weinig anders dan "een boek uit elkaar halen. De cohesie van de tekst, de lineariteit van de redenering of het verhaal worden opgeofferd. Wat die oude Romein zo kunstig aan elkaar naaide toen hij de eerste codex maakte, wordt weer losgetornd."

Google en de beschaving

Over de verpletterende impact van Google op onze beschaving gaat het ook in De barbaren, een onlangs in het Nederlands vertaald en al even druk besproken boek van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. De schrijver noemt Larry Page en Sergey Brin, de breinen achter Google, "de enige Gutenbergs die na Gutenberg zijn gekomen". Google werd vijftien jaar geleden opgericht met de ambitie om "alle kennis van de wereld toegankelijk te maken" en in die ambitie is het bedrijf volgens de schrijver geslaagd. De zoekrobot is in geen tijd doorgedrongen tot het hart van onze beschaving. Elke seconde gaan circa honderdduizend mensen er op zoek naar informatie, betekenis, waarheid. Op die manier zorgt Google ervoor dat onze opvatting over waarheid en betekenis aan het veranderen zijn.

Hoe zo? Heel kort samengevat komt het erop neer dat voor Google de 'waarheid' en de 'betekenis' van iets niet langer liggen in de dingen zelf, maar gevormd worden door het principe dat aan Google ten grondslag ligt: hoe vaker er naar een bron verwezen of 'gelinkt' wordt, hoe groter de kans op betrouwbaarheid van de bron. Met de woorden van Baricco: Google vertrekt vanuit het idee dat "de routes die door miljoenen links worden gesuggereerd de weg naar de kennis zouden aangeven."

Voor Baricco vat die gedachte de huidige mutatie van onze beschaving zowat samen: "Het is alsof de Betekenis, die eeuwenlang verbonden is geweest met een ideaal van permanentie, vast en voltooid, ineens een andere verblijfplaats is gaan zoeken en is opgelost in een vorm die eerder een beweging is, een langwerpige structuur, een reis. Als je je afvraagt wat iets is, betekent het dat je je afvraagt welke weg het heeft afgelegd buiten zichzelf."

Wat Baricco onderscheidt van veel ander cultuurcritici (en ook maar in de loop van zijn boek duidelijk wordt): hij lijkt die evolutie van diepte naar oppervlakte te omarmen. Baricco beschrijft een verschuiving van verticaal naar horizontaal denken. Van duiken naar surfen. Helemaal aan het eind van het boek bekijkt hij, vanuit het jaar 2026, zijn dan twintig jaar oude geschriften opnieuw. Hij moet vaststellen dat hij gelijk heeft gekregen. De opvatting dat betekenis der dingen verscholen lag "in de vrieskist van een verre duisternis die alleen toegankelijk is met geduld, inspanningen, volhardend onderzoek" is bijna uit de samenleving verdwenen. Wat overblijft is een wereld waarin de betekenis zich aan de oppervlakte openbaart. Maar die wereld is zeker niet minder mooi dan de oudere wereld.

Baricco: "We reizen razendsnel en stoppen zelden, we beluisteren fragmenten en nooit alles, we schrijven in onze telefoontjes, we trouwen niet voor altijd, we kijken bioscoopfilms zonder dat we nog naar de bioscoop gaan, we luisteren online naar voordrachten in plaats van dat we boeken lezen, we staan in trage rijen om fastfood te kunnen eten, en al dat voortgaan zonder wortels en zonder gewicht genereert toch een leven dat ons blijkbaar extreem zinnig en mooi overkomt, als we ons zo dringend en hartstochtelijk inspannen als vóór ons nooit iemand gedaan heeft in de geschiedenis van de mens, om de planeet te redden, de vrede te bevorderen, de monumenten te behouden, de herinnering te bewaren, het leven te verlengen, de zwakkeren te steunen en de naam van het beroemde spek 'Lardo di Colonnata' te bewaren."

Tegenspraak

Het mag gezegd, de zinnen en redeneringen van Baricco zijn vaak complex en allesbehalve oppervlakkig. Dat het boek van Baricco, net als dat van Nicholas Carr overigens, niettemin bijzonder veel aandacht heeft gekregen in onze cultuur, lijkt dan ook in tegenspraak met wat er in het boek zelf wordt beweerd. Helemaal uit onze beschaving verdwenen is de diepgang blijkbaar nog niet.

De stellingen van Baricco en Carr zijn dan ook discutabel. "Beide schrijvers bedienen zich van de retoriek", zegt Ronald Soetaert, specialist mediageletterdheid van de UG. "Om hun punt te maken, overdrijven ze, en laten ze tegenargumenten weg. Wat Carr en Baricco niet zien, zegt Soetaert, zijn actuele culturele verschijnselen die hun theorieën op zijn minst relativeren. Soetaert: "Onze cultuur brengt ook The Wire voort, en Mad Men. Wie kinderen heeft zal trouwens ook al gemerkt hebben dat die zich nog altijd enorm in iets kunnen verdiepen. Sommige kinderen kunnen hele passages uit The Simpsons citeren, er zijn er die alles weten over alle mogelijk soorten dinosaurussen of in een ruk alle zeven delen van de Harry Potter-reeks uitlezen."

Bovendien - en daarin zitten Soetaert en Baricco wel op één lijn - is maar de vraag wat we precies bedoelen, als we over diepgang spreken. "Net als Baricco wantrouw ik dat woord. De beste literatuur laat zich lezen als een vraagteken bij veel burgerlijke diepgang. In de loop van mijn carrière heb ik met heel veel leraren gepraat, en hen horen klagen over de onverschilligheid van de jeugd voor bepaalde meesterwerken uit onze cultuur. Als ik daar dan op doorging, kreeg ik altijd weer te horen dat die werken 'toch zoveel diepte' hadden. Slechts zelden heb ik iemand horen vertellen waarin die diepte dan precies zat. Misschien omdat ze er niet echt was? Ik ben nieuwsgierig naar nieuwe vormen diepgang die in onze cultuur ontstaan, bijvoorbeeld in computergames als Civilization. Games worden tegenwoordig beter en beter."

Op de schroothoop dus, met al die oude cultuur? "Nee," zegt Soetaert, "nee, dat wil ik niet zeggen. Maar laat ons toch opletten met een al te starre en enge definitie van het begrip culturele geletterdheid. De grote cultuurpessimist George Steiner heeft ooit gezegd dat onze cultuur niets van enige waarde heeft voortgebracht. Dan denk ik: misschien heb je niet goed gekeken. De technologie heeft heel wat cultuur gecreëerd: waarom zou het design van een fiets of een scooter niet even fascinerend zijn als een kerk of een beeldhouwwerk? Waarom zou een iPad niet even wonderlijk zijn als een boek?

Even terug naar Nicholas Carr. De schrijver mag zich dan wel bedienen van retorische overdrijvingen, een aantal van zijn beweringen is maar moeilijk te weerleggen. Zo wijst hij bijvoorbeeld op het grote verschil tussen lezen in een boek of lezen op een computer. "Een boek vangt je aandacht, het isoleert je van de talloze afleidingen waar ons dagelijks leven vol van is", zegt Carr. "Een computer die is aangesloten op een netwerk doet precies het tegenovergestelde. Het apparaat is erop ingericht om je aandacht te verstrooien."

Carr heeft op dat vlak geen ongelijk, zegt pedagoog en jongerenwatcher Pedro De Bruyckere. "Zijn bewering wordt trouwens ook ondersteund door wetenschappelijk onderzoek: wie op een elektronische drager leest, onthoudt minder. Maar voor zover ik kan zien, is het lezen van boeken nog lang niet uit onze cultuur verdwenen. Denk aan de populariteit van Harry Potter of de Twilight-boeken. In de kern is er denk ik niks veranderd. Als jongeren door iets geraakt worden, dan geven ze hun volle aandacht en zijn ze tot grote inspanningen bereid.

"Kijk naar de finale van de Rock Rally. Ik kan je verzekeren, je staat daar niet als je geen moeite hebt gedaan. Ook als je muziek voortkomt uit twee laptops moet je inspanningen leveren. In mijn vrije tijd maak ik zelf wel eens muziek, en daarbij wil ook wel eens een computer gebruiken. Ik kan je geruststellen: die dingen schrijven geen songs voor jou. Een song schrijven is heel erg moeilijk, met of zonder computer.

"Weet je trouwens waarom games zo'n verslavende werking hebben? Omdat je er een inspanning voor moet leveren. Je wilt het game onder de knie krijgen, maar als het te makkelijk is, als je er dus niet voor moet werken, dan is het geen leuk game.

"Weet je, soms word ik echt moe van al dat doemdenken. Geen diepgang meer in onze cultuur? Ik geloof daar, echt waar, helemaal niets van. Wie zoiets beweert, vertrekt dikwijls van de idee dat de wereld vroeger uitsluitend bevolkt werd door diep nadenkende erudieten. Dat is natuurlijk niet zo. Ik denk dat er vandaag dieper wordt nagedacht en meer wordt gelezen dan vijftig jaar geleden. En net zo goed kan je beweren dat de technologische revoluties dat proces hebben versneld. Dankzij het vliegtuig kan de massa vandaag culturen ontdekken die vroeger buiten bijna ieders bereik lagen, en dankzij het internet heb je vandaag toegang tot kennis waar je vroeger als normale sterveling nooit toegang tot had gekregen."

Tot slot, nog een spannende omkering van gedachten door professor Ronald Soetaert. Misschien, zegt Soetaert, is het wel fout om, zoals Nicholas Carr, te denken dat de technologie ons brein en onze cultuur hertekent. Misschien liep het wel omgekeerd. Misschien zijn de nieuwe technologieën er gekomen omdat onze cultuur en onze hersenen er behoefte aan hadden.

Google als ons extern geheugen

Even terzijde, twee quizvraagjes. Eerste vraag: in welk jaar vond de slag bij Hastings plaats? Tweede vraag: waar ontspringt de Schelde? Mogelijk kent u de antwoorden, misschien hebt u gedaan wat vandaag steeds meer mensen doen. In plaats van het antwoord op te diepen uit uw geheugen, dacht u: Google.

Hebt u voor de laatste optie gekozen, dan was u 'slachtoffer' van wat het Google-effect heet. U slaat steeds minder informatie op in uw hersenen, om de eenvoudige reden dat u weet dat het immer nabije Google dat in uw plaats heeft gedaan. In die zin doet Google steeds vaker dienst als ons 'extern geheugen'.

Onzin? Naar het Google-effect is vorig jaar onderzoek gedaan door Betsy Sparrow, professor aan de Columbia University, New York. Sparrow en haar team ontdekten hoe studenten informatie veel makkelijker onthouden als ze vermoeden dat die niet op het internet te vinden is. Uit het onderzoek bleek ook dat studenten die te onthouden informatie mogen stockeren op een computer, veel beter onthouden waar die informatie gestockeerd is dan de informatie zelf. Met andere woorden: hun hersenen hadden niet de informatie zelf, wel de plek waar je de informatie kan vinden opgeslagen.

"Het menselijk brein past zich aan aan de nieuwe technologie", zo luidde de conclusie van Sparrow. "En dat is toch wel verbazingwekkend." Volgens de onderzoekster leverde haar onderzoek overigens allerminst het bewijs dat we met zijn allen dommer worden. Hoogstens kun je zeggen dat onze hersens luier worden. Maar misschien is dat wel een teken van slimmigheid? Nu Google altijd in de buurt is, hoeven we onze hersenen niet langer te belasten met nutteloze weetjes, en komt er ruimte vrij voor echt interessante hersenarbeid.

Morgen: Time to detox: het digitale dieet

Foto: Laetitia Bica, styling: Helena Chambon, bij C'est chic agency. Met dank aan Fnac Rue Neuve City 2, H&M en Vincent Garcia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234