Zondag 06/12/2020

Superheldengeweld aan de Seine

Ze zijn er allemaal: Iron Man, Thor, X-Men, Fantastic Four, Captain America. Meer dan 600 rekwisieten wachten zowel de strip- als de filmliefhebber op in 's werelds eerste museum opgedragen aan de hedendaagse kunst van het populaire entertainment.

Art Ludique - le Musée, een sfeervol museum aan de waterkant, zoekt de grens op tussen strips, manga, comics, games, animatie en film. Initiatiefnemers Jean-Jacques en Diane Launier zijn niet aan hun proefstuk toe. Samen runnen ze in de lichtstad de Arludik Galerie, de eerste galerie waar originele tekeningen uit voor- noemde sectoren wor-den tentoongesteld en verkocht. Vanuit die ervaring stelden ze in het verleden grote expo's samen in musea in Parijs, Annecy en Angoulême rond Ice Age, Lord of the Rings, Miyazaki/Moebius of Toy Story. Voor het eerst buigen ze zich in hun eigen museum, dat er kwam met de hulp van het stadsbestuur, over de Ameri- kaanse superhelden. Hun aanpak gaat niet onopgemerkt voorbij. Er zijn zo'n driehonderd originele stripplaten te zien, een tweehonderdtal zogenaamde art- works die speciaal voor de films zijn ont- worpen, alsook tientallen rekwisieten en accessoires die in de comicblockbusters gehanteerd werden.

Held met handicap

De expo gaat van start met een groot patriottisch schilderij van Captain America, geflankeerd door oude, origi- nele stripplaten van artiesten als John Byrne, Art Adams en John Buscema - de diehard-fan kent die namen. In de peri- ode waarin deze auteurs gestalte gaven aan excentrieke superhelden als The Thing, Thor of Wolverine, waren ze 'maar' striptekenaars. Tot hun status eind jaren negentig langzaam opschoof naar die van grootmeester. Eindelijk erkenning, klonk het.
Niet zij gaan echter met de aandacht lopen op de expo The Art of the Marvel Superheroes. Die eer ging naar de scena- rist die ei zo na eigenhandig het hele Marvel-universum uit zijn pen schudde: Stan Lee. De kranige 91-jarige scenarist van Spider-Man, The Fantastic Four, X- Men, Hulk, Daredevil of Iron Man, mag op de videofilms die doorheen de ten- toonstelling staan opgesteld, zijn erva- ring en kennis ter zake etaleren.
Op het eerste scherm valt de eeuwige enthousiasteling meteen met de deur in huis en plaatst hij niet alleen deze expo, maar ook de huidige belangstelling voor zijn helden, in het juiste perspectief: "De tijden zijn aan het veranderen. Het zou me enorm plezieren wanneer superhel- den binnenkort standbeelden krijgen of in musea opduiken. Ik hoop dat het snel gebeurt, zodat ik het nog kan zien."
Wie op dat moment rond zich heen kijkt, ziet dat Lee's wens realiteit is geworden, al betreft het uiteraard een tij- delijk expositie. De befaamde aerodyna- mische Hydra Bike van Captain America staat er achter glas, net als diens in de Amerikaanse driekleur geschilderde schild. Een beetje lullig wel, dat Stan Lee voornoemde uitspraak nota bene doet in een zaal die geheel opgezet is rond Captain America, een personage van Joe Simon en Jack Kirby uit 1941 - Stan Lee was toen amper negentien. In wezen had hij erniets mee te maken. Hoewel, wie iets dieper graaft, leert dat Captain America de eerste strip was waaraan Lee meewerkte.
Hij gebruikte er ook voor het eerst zijn pseudoniem Stan Lee, zichzelf de belofte makend om zijn echte naam - Stanley Martin Lieber - te reserveren voor zijn latere literaire werk. Een belofte die hij overigens nooit inloste. Sterker: de heer Lieber liet zelfs zijn werkelijke naam wettelijk veranderen in Stan Lee.
In de jaren vijftig hield hij het super- heldengenre even voor bekeken, omdat de populariteit ervan een vriespunt bereikte. Maar eind jaren vijftig, begin jaren zestig ging Lee in op de vraag van de toenmalige Marvel Comics-uitgever om het superheldengenre nieuw leven in de blazen.
Lee's aanpak drukte een stempel op het hele genre: hij gooide de onoverwin- nelijke superheld overboord en gaf zijn waarom niet DC Comics maar vooral Marvels helden wereldwijd de bioscopen domineren. "Ik had slechts één bedoeling: herkenning opwekken bij de striplezers", stelt Stan Lee ergens aan het einde van de expo.

Knappe originelen

Art Ludique heeft de impact en popula- riteit van Marvels superhelden correct ingeschat. Lange tijd was het het speel- veld van jonge kinderen en tieners, maar toen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig de eerste succesvolle films uitkwamen van Superman en Batman, werd het publiek ouder. Midden jaren negentig boomden de superhelden op het witte doek, mede dankzij de nieuwe filmtechnologieën.
De Parijse expo laat zich niet minach- tend uit over de stripfan van het eerste uur, getuige de talrijke knappe origine- len die om elke hoek hangen. Maar tege- lijkertijd trekt ze de (niet-striplezende) filmfan aan door de vele filmrekwisie- ten. Zelfs op de Franse stripfan werd ingespeeld: op de videobeelden laten ook bekende Franse stripauteurs als Joann Sfar (De kat van de rabbijn), de in Frankrijk razend populaire Zwitserse Zep (Titeuf) of een bekende Franse
historicus hun licht schijnen over het superheldenuniversum.
Zowel visueel als inhoudeijk is deze expo behoorlijk indrukwek-kend. Elke ruimte gaat naar een specifieke superheld of superhel-denfamilie. Captain America schiet de hoofdvogel af, gevolgd door Fantastic Four uit 1961. Dat superheldenteam geeft gestalte aan de oorlog die vanaf de jaren zestig woedde tussen het grote DC Comics en het kleinere Marvel. Fantastic Four was een antwoord op DC Comics' super-heldenteam Justice League.
Maar omdat Marvel op dat moment niet beschikte over het leger super- helden dat DC wel in zijn catalo- gus had, werd het Fantastic Four-team samenge- steld uit vier gloednieuwe superhelden. De populariteit werd er niet minder om.
In dit luik komt Joann Sfar aan bod. Met de pakken van Fantastic Four als voorbeeld doet hij zijn zeg over de kos- tuums van de helden. Zo staat volgens hem blauw voor reflectie, wijsheid, ingetogenheid en intelligentie. Elke bezoeker ziet dan spontaan Captain America voorbij stuiven. Rood linkt hij aan kracht en energie. Kortom: Spider- Man. Groen doet hem denken aan een soort alien, terwijl geel - zoals de kleur van de eerste spandexpakken van X- Men, staat dan weer voor elektriciteit. "Die code is belangrijk", meent Sfar. "De superheld herken je in de eerste plaats aan zijn pak."
De filmindustrie had haar handen vol aan al die pakken, zo blijkt ook uit een tekstbordje bij de originele helm die Robert Downey Jr. droeg in de twee Iron Man-films. Die helm was gemodelleerd op het hoofd van de acteur zelf, maar meteen wordt melding gemaakt dat in de laatste film alle pakken volledig digi- taal werden toegevoegd.
Nog zo'n leuk weetje: de meeste superhelden vinden hun oorsprong in de Griekse mythologie, hun goden en halfgoden, alsook antieke sagen en legenden. Als bewijs wordt het originele hoofddeksel van Captain America naast dat van Perseus uit de Griekse mytholo- gie gehouden. Stan Lee biecht dan weer op dat hij vanaf zijn jeugd al sterk beïn- vloed was door koning Arthur en Camelot. "Zij wilden, net als de super- helden, goede dingen doen en vochten in team. In tegenstelling tot de superhel- den bevochten zij geen misdadigers, maar draken. Ik zie veel gelijkenissen."
Lee voelt zich verderop in de expo ook niet te beroerd om toe te geven dat niet enkel hij maar ook zijn tekenaars de populariteit van zijn personages hebben opgevoerd. Soms was hij eerder beperkt in zijn informatieoverdracht, zegt hij. Aan de tekenaar van Iron Man liet hij enkel weten een soort ijzeren robot te willen, terwijl zijn Spider-Mantekenaar het moest doen met "een pak als een spin". De spinnenman is verder de grote afwezige op deze expo, op enkele origi- nele platen na. Gevraagd naar de reden, moest het museum het antwoord schul- dig blijven.

Woeste wasbeer

Wat volgt zijn ruimtes besteed aan de superheldenteams The Avengers (1963) en X-Men (1963). Het wordt niet ver- meld, maar de eerste X-Menstrips waren niet populair. Het zesenzestigste num- mer van die reeks betekende het einde. Tot 1975, toen Chris Claremont de tie- ners die de X-Men waren, verruilde voor volwassen mutanten, afkomstig uit allerlei culturen en landen. Erg veel ruimte gaat ook naar Thor, wellicht omdat de film nog actueel is. Opvallend is dat hij er evenveel plaats krijgt als zijn vijanden. Van hen staan originele maquettes en beelden uit plastic/resin uit de preproductie achter en onder glas, zoals de Frost Giants, Dark Elf of The Destroyer.
De voorlaatste exporuimte is indruk- wekkend. Naast storyboards uit enkele films zijn het vooral de vijf aangeklede poppen van Captain America die met de aandacht gaan lopen. Eerder stonden de uniformen - volgens het infobordje allen gedragen door acteur Chris Evans - in het Smithsonian Museum te blinken.
Veel belangstellling ook voor de opstelling daar recht tegenover: een enorm rotsblok waarop Thors hamer rust. Het blijkt het origineel dat werd gebruikt in Thor: Dark World. Zo'n vijf kilogram weegt het ding, maar afhanke- lijk van welke scène er werd opgeno- men, werden er andere hamers gebruikt.
Eindigen doet deze expo met de wel- licht onbekendste superhelden van deze eeuw: Guardians of the Galaxy (sinds 1969). Naar het waarom van hun aanwe- zigheid is het niet ver zoeken: over enkele weken komt die film in roulatie. In de hoofdrollen onder meer een woest uitziende wasbeer en een flink stuk schors. Niets is het superheldenuniver- sum vreemd.

The Art of the Marvel Superheroes, tot eind augustus in Art Ludique - le Musée, Parijs. Met dank aan Thalys (www.thalys.com) www.artludique.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234