Dinsdag 31/03/2020

Super Session 1968

Michael Bloomfield, Al Kooper, Stephen Stills - CBS

Bent u ooit in Chicago geweest? Ik wel, een keer of vier, en ik moet u zeggen: het is een machtige stad. Trotser dan New York, maar minder schilderachtig dan San Francisco of New Orleans, minder ernstig dan Boston of Washington ook en behoorlijk hard. Te warm in de zomer, kouder dan koud in de winter, natter dan nat in de herfst. Gebouwen waarbij een jongen uit Hamont, zoals ik, zich nog nietiger gaat voelen dan van nature al het geval is. Chicago is ook een vleesstad, waar garçons in restaurants je al een homo vinden wanneer je van een biefstuk van een halve kilo nog honderd gram op je bord laat liggen.

Maar geweldige stad toch, daar aan dat immense meer dat zijn kille noordenwind dag in, dag uit zo gul landinwaarts jaagt. En zeker geen culturele barbarie, zoals sommigen denken. Integendeel, een paradijs voor architecten (Frank Lloyd Wright!), een paar van de beste musea van de wereld (The Art Institute of Chicago!!) en op de koop toe heeft Chicago ook nog eens het nooit minder dan excellente Chicago Symphony Orchestra in huis.

Waarmee we bij de muziek aangekomen zijn, samen met biefstuk en staal een andere sterkhouder van de Windy City, een naam die door de inwoners daar als een ware badge of honour wordt gedragen.

Zelf ben ik er ooit op een blueskroegentocht geweest dwars door de stad en toen ben ik er op één avond figuren als Otis Rush, Buddy Guy en Sunnyland Slim tegengekomen op podia van nauwelijks drie vierkante meter groot.

En op een memorabele avond ben ik er in een honkbalstadion zelfs eens de witste negers van allemaal gaan bekijken en beluisteren, namelijk Les Pierres Roulantes, uit Londen.

"We spelen nooit betere concerten dan hier in Chicago", zei Mick Jagger achteraf tegen een reporter van de Chicago Tribune en gelijk had-ie. Het publiek daar in Chicago bestaat namelijk uitsluitend uit mensen die al vertrouwd waren met de blues nog voor hun eerste tandjes aan een intocht begonnen in hun nog onschuldige kindermonden.

Dat gebeurde zo in de zwarte getto's, maar ook in de wittere buitenwijken. En dus ook in het statige huis van het welstellende gezin van Harald en Dorothy Bloomfield, rijk geworden door de verkoop van peper- en zoutvaten, servettenhouders, koffiezetapparaten en andere restaurantbenodigdheden.

Hun dikkige zoontje Michael was door de zeer strenge pater familias vanzelf voorbestemd om de zaak over te nemen later - de brutale Harald duldde daaromtrent geen enkele tegenspraak - maar moeder Dorothy, die zelf actrice had willen worden, bleek stiekem heel blij toen Michael haar op een dag vertelde dat hij de muziek in wou.

Zoals wel meer joodse jongens en meisjes (zie Leiber & Stoller, zie Pomus & Shuman, zie Carole King, zie Robert Zimmerman) hield de kleine Bloomfield zich nogal graag op in de buurten waar de zwarte mensen wonen en waar het er - u kent dat vast uit documentaires - toch altijd wat gezelliger en losser aan toegaat dan elders in de stad.

Blanken en de blues? Het kan. U moet maar eens naar 'Born in Chicago' van Paul Butterfield luisteren om dat te begrijpen. Chicago is, zoals veel boeiende steden, méér dan de som van haar delen.

Chicago is ook een gevoel dat beter in noten dan in woorden omschreven kan worden, al zorgt een combinatie van beide soms ook voor vuurwerk, bijvoorbeeld wanneer Frank Sinatra zingt van:

"They do things that they don't do on Broadway.

They have the time, the time of their life.

I saw a man, he danced with his wife in Chicago.

Chicago, my home town."

'Born in Chicago'dus. Een nummer van Nick Gravenites, met Elvin Bishop op gitaar en Michael Bloomfield op nog een gitaar. Zijn debuut, maar eigenlijk was hij daarmee meteen al een oude meester.

Michael Bloomfield was het soort gitarist dat je maar één keer moest horen om te weten dat ie de ware was. Dat zeg ik niet, al ben ik het ermee eens. Dat zegt Eric Clapton, dat zegt Miles Davis, dat zegt Carlos Santana, dat zegt Jimi Hendrix, dat zegt Bob Dylan.

Dat zegt ook zijn eeuwenoude zielenbroeder Al Kooper, ook al zo'n oude joodse jongen met een zwart hart.

Diezelfde Al Kooper heeft zijn plaats in het rock-'n-rollmuseum alleen al verdiend omdat hij de orgelriedel uitvond die aan de basis ligt van de beste single ooit, 'Like a Rolling Stone', maar hij was en is ook veel meer dan dat. Bijvoorbeeld de man die voor de piano-, orgel- en blazerpartijen zorgde op de tweede beste single ooit, 'You Can't Always Get What You Want'.

Maar onder zijn eigen naam heeft Kooper ook wel enkele mooie lp's gekonterfeit (bijvoorbeeld I Stand Alone) net zoals hij een waar ijkpunt neerzette met zijn veelkoppige en baanbrekende, ja zelfs genre-overschrijdende, funky & soul & country & rock & blues & jazzband Blood, Sweat & Tears.

Maar Al Kooper zou ook een uitstekend muziekarchivaris of museumconservator kunnen zijn. Mooie getuige daarvan is het recente vierdelige 'audio-visual scrapbook' dat Kooper onder de titel From His Head to His Heart to His Hands wijdde aan de avonturen van de ons reeds in 1981 aan de gevolgen van drugs en slapeloosheid ontvallen Michael Bernard Bloomfield.

'Bloomers' voor de vrienden, Mike Bloomfield voor de rest van de wereld.

Op die, een beetje prijzige, long box staat behalve een ontroerende en nooit eerder geziene documentaire ook een bijzonder mooi overzicht van Bloomfields korte maar hevige carrière. Van de eerste schuchtere audities in het bureau van superproducer John Hammond, via de gouden jaren bij Electric Flag (wat klinkt hun versie van Howlin' Wolfs 'Killing Floor' toch nog altijd volmaakt!), tot aan de laatste goddelijke gitaarinterventie, vlak voor zijn dood, op Dylans 'The Groom's Still Waiting at the Altar',alles wat een mens moet weten en horen over en van Mike Bloomfield staat hierop.

Onderweg wordt er gelukkig ook ruim geciteerd uit de twee werkstukken die Bloomfield voor mij en vele anderen reveleerde: Super Session en The Live Adventures of Mike Bloomfield and Al Kooper.

Die laatste, een dubbelaar, sleept wat tegenwoordig, met nogal veel eindeloos gepriegel op gitaar en orgel en al te lange solo's maar vooral niet geheel overtuigende covers van The Bands 'The Weight', Traffics 'Dear Mr. Fantasy' of het meesterwerkje 'Sonny Boy Williamson' van Paul Jones en Jack Bruce.

Maar Super Session, een eigenlijk bij toeval geboren jam tussen enerzijds Kooper en Bloomfield, en anderzijds Kooper en Stephen Stills, staat nog puntgaaf recht als een veilig huis.

Het is altijd al een zuivere sixtiesplaat geweest en dat is ze vandaag de dag nog steeds. Ze klinkt als love & peace en ik ben er zeker van dat wanneer u het bordpapier van de hoes door de versnippermachine haalt, u die daarna nog kunt oproken, met een zalige glimlach tot gevolg.

Super Session is het verslag van wat muzikanten doen wanneer ze samen in een studio zitten: muziek maken die ze zelf graag horen. Losjes uit de heup, lijkt het wel, maar eigenlijk heel beheerst. Bloomfield & Kooper brengen mooi hulde aan mensen die hen dierbaar zijn

(Donovan en zijn onsterfelijk mooie 'Season of the Witch', Dylan en 'It Takes a Lot to Laugh, It Takes a Train to Cry'). Ze tonen zich waardige witte vertegenwoordigers van de blues, ze spinnen een wonderlijk web rond sexy instrumentals ('Stop', 'Albert's Shuffle') en ze betrekken bij hun spielereien ook graag de nog steeds onderschatte Stephen Stills, die eigenlijk gewoon inviel omdat de onderslapen Bloomfield vaak niet kwam opdagen bij de supersessies.

Bloomfield & Kooper & Stills: misschien worden het aan het einde van de 21ste eeuw slechts voetnoten in de Grote Encyclopedie van de Rock-'n-Roll, maar deze klassieke lp Super Session is dat alvast niet.

Bij de (goedkope) cd-versie krijgt u wat oeverloze extra's: zoek dus naar de vinylversie.

Of beter nog: doe vooral wat u wil. En tot volgende keer. Ook wel eens genaamd: de laatste keer.

Michael Bloomfield: een joodse jongen met een zwart hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234