Woensdag 11/12/2019

Suffen met een scherpzinnige blik

Gestileerde dagboekaantekeningen van inwijkeling J. Rentes de Carvalho, Bob den Uyls absurde gehannes gebloemleesd, een campusroman vol onbedaarlijk lachen van Miquel Bulnes en de tergend ingehouden verhalen van debutante Sanneke van Hassel. Kort Nederlands proza op een drafje. Door Dirk Leyman

De bekoring van dit dagboek ligt in de feilloze typering van mensen en situaties

Sinds hij in de jaren vijftig als diplomaat in Nederland verzeilde, is de Portugees J. Rentes de Carvalho (°1930) blijven pendelen tussen de nuchtere poldermentaliteit en de saudade van zijn vaderland. Het lijvige, speels erudiete Portugal bevorderde hem op slag tot een soort literaire ambassadeur. Zijn gastland doorgrondde hij echter even snel en snedig. Af en toe waagt de Carvalho zich aan het dagboekgenre. In 1996 verscheen het ietwat knorrige, maar prettig weglezende Tussenjaar en nu zijn de aantekeningen uit de periode mei 1999-mei 2000 publiceerbaar geacht. In Er is hier niemand staat de Carvalho op de drempel van zijn zeventigste verjaardag. Dit zet de schrijver aan tot "reizen in de tijd" en overwegingen over de ouderdom en de naderende dood. Hij maakt zich weinig illusies en veronderstelt dat jongeren hem al als "een wandelend lijk" beschouwen. We mogen vrijuit horen wat zijn laatste wilsbeschikking is: zijn "lichaam in een laken gehuld" en "in de eenvoudigste houten kist die er op de markt is".

De Carvalho sakkert een eind door over de saaiheid van zijn schrijversleven ("een leven dat zich kenmerkt door kalmte en middelmatigheid, zonder drama of echte tegenspoed") maar weet daar toch geestig gezeur uit te puren. En meer dan hijzelf wil toegeven, laat hij pal in zijn mentale kaarten kijken. Hij weidt uit over zijn onwrikbare antipathieën, over zijn afkeer van opgefokte gezelligheid en haalt valse pretenties genadeloos onderuit. Hij vergast ons op zijn talloze paradoxen: "Ik heb een aangeboren neiging tot opruimen, ordenen en een bewezen gebrek aan talent ervoor."

Al tikt de Carvalho weleens op dezelfde spijkers, toch ligt de bekoring van dit dagboek in de gevatte stijl en de feilloze typering van mensen en situaties. Tenslotte moet de Carvalho bekennen dat hij zichzelf, ook op zijn zeventigste, nog amper kent: "Ik ben er nog niet achter wie de vreemdelingen zijn uit wie ik besta."

J. Rentes de Carvalho

Er is hier niemand

Tempo sem tempo, Vertaald door Maartje De Kort, Atlas, Amsterdam, 256 p., 18,50 euro.

De rechtlijnigen van geest krijgen vast een huidziekte van dit proza vol kattensprongen

'Ik ken geen auteur die zo mooi over struikel- en valpartijen kon schrijven", zo beweerde Rein Vroegindeweij onlangs in NRC-Handelsblad over de Rotterdamse schrijver Bob den Uyl (1930-1992). Den Uyl, de ongekroonde koning van het mistroostige absurdisme, had inderdaad een zesde zintuig voor mislukking en malheur. Gelukkig wist hij daar in zijn talrijke verhalenbundels steevast droogkomische en zelfs surrealistische wendingen aan te geven. Daardoor bleef hij een "opgeruimde melancholicus", aldus Jeroen Brouwers, groot liefhebber van "de plotloosheid van Den Uyls als rivieren voortstromende relazen". Talrijk zijn de reisverhalen waarin het meestal fietsende personage, sterk verwant aan den Uyl zelf, weer eens in totaal andere plekken dan voorzien neerstrijkt. "Je vindt niet wat je zoekt, maar alleen dat wat je niet zoekt", zo luidt niet toevallig een door den Uyl geformuleerde 'wet'.

De hoofdmoot van deze bundeling bestaat uit twee integraal opgenomen boeken. In Wat fietst daar? (1970) geeft den Uyl onorthodoxe rijwiellessen. Door de hardnekkig aangehouden toon vol sérieux lig je al na een tiental pagina's in een deuk. Den Uyl houdt een vurig pleidooi voor het met de wind mee-fietsen: "Richting en bestemming laten wij bepalen door de wind. (...) Algemeen wordt het als bijzonder slap beschouwd altijd met de wind mee te fietsen. (...) De waarheid is dat het tegen de wind in fietsen erg vervelend is en nog ongezond ook." Voor de terugrit nam den Uyl daarom telkens met de fiets de trein terug.

In Een zwervend bestaan (1977) wordt er zo mogelijk nog intenser afgedwaald en gemeanderd. De 26 korte kapittels brengen ons in Duitse kuuroorden, in Hannover, in Dublin, langs de Somme, in Amsterdam of Den Haag. Het is alsof den Uyl zich als een pingpongballetje over de Europese landkaart beweegt. Toch doet het decor er weinig toe. Den Uyl onderhoudt ons het liefst over de nagels die op zijn pad worden gestrooid. Hilarische pagina's worden besteed aan de beste tactiek om wachtrijen in een postkantoor te trotseren. 65-plussers, kinderen, dames in bontjassen, wereldvreemden, filatelisten en toeristen zijn "de voornaamste specimina die het staan in een rij kunnen wijzigen in een eczeemverwekkende zenuwtoestand". Andere hoogtepunten zijn den Uyls aanwezigheid op "de nationale long-drinkcompetitie voor bartenders". Er kon niets verkeerd gaan is opgelijst met nog een vijftal sterke verhalen, waaronder vooral de tribulaties met Elsie (behorend "tot de klasse der onbereikbare vrouwen") bijblijven en de krachtdadige beginzinnen je meteen op je qui-vive zetten: "Mijn god, het seksuele leven van twintigjarige knapen in de jaren na de oorlog! Een ellende! Goed, we wisten ons te handhaven, al was het voornamelijk door grootspraak onder vrienden."

De rechtlijnigen van geest krijgen vast een huidziekte van dit proza vol kattensprongen en varianten van "met een scherpzinnige blik zitten suffen". Voor de anderen maakt het geen moer uit waarover den Uyl schrijft. Al boomt hij door over de gevaren van "uitstekende baleinpunten van paraplu's bij regenweer" of het aanschaffen van een "sierschroef van bepaalde afmetingen", dan nog laat je je gulzig afleiden.

Bob den Uyl

Er kon niets verkeerd gaan

Thomas Rap, Amsterdam, 14,90 euro.

Hoogst wonderlijk is het dat Bulnes aan het eind alles weer op de rails krijgt

Sinds Willem Frederik Hermans Onder professoren de wereld instuurde, leek de campusroman in de Nederlandse literatuur voorgoed ingesluimerd. Geregeld fungeerde het academische milieu nog weleens als zijdelings decor voor amoureuze esbattementen, maar écht uit de verf kwam de 'vrolijke wetenschap' niet meer. Tot vorig jaar Joke J. Hermsen ons met De profielschets trakteerde op een grimmige roman waarin men zich de ziel uit het lijf joeg voor een hoogleraarschap of een benoeming. Tja, zoveel is duidelijk: zonder een portie survival-satire haal je het dezer dagen niet meer aan de alma mater. Een nieuwe pennenvrucht in het genre bevestigt dit. In Lab van de Utrechtse arts-onderzoeker Miquel Ekkelenkamp Bulnes (°1976) wordt weinig heel gelaten van de reputatie van wetenschappelijke onberispelijkheid en drijft het academische verkeer op achterklap, vriendendienstjes en ellebogenwerk. Bulnes, die eerder al in zijn debuut, de 'ziekenhuisroman' Zorg, zijn talent toonde voor snedige oneliners ("De kwaliteit van het leven in het ziekenhuis is per definitie nul", lees je daar) heeft in Lab de ernst geheel weggebannen en trekt resoluut de kaart van de zwarte komedie. Zijn hoofdpersonage, de assistent-in-opleiding Jidde Hartman doet fundamenteel kankeronderzoek en offert daarbij op niet steeds zachtzinnige wijze batterijen muizen en konijnen op. Lab beschrijft het jaar van Hartmans aanmodderend promotie-onderzoek, waarin tevens de hele wereld tegen hem samenspant. Zijn vriendin is gebrand op een baby en belaagt hem te pas en te onpas met sms'jes met de boodschap: "Weet je wat voor dag het vandaag is? EISPRONGDAG!" Zelfs "eierstokmassage" en "ruime boxershorts" baten niet, want Jidde is onvruchtbaar. Hij stort zich in een tumultueuze affaire met een studente theaterwetenschap, die naderhand het hiv-virus onder de leden heeft en hem "subtiel als een klopboor" chanteert voor haar "verjaardagscadeau". Ondertussen zaagt iedereen aan de poten van zijn onderzoek en wordt hij beschuldigd van "wetenschappelijk laakbaar gedrag". Hartman weet zich slechts overeind te houden dankzij een harnas van cynisme. Hoogst wonderlijk is het dat Bulnes aan het eind alles weer op de rails krijgt en zijn boek niet als een oververhitte luchtballon uit elkaar spat. Ja, de karikatuur ligt soms op de loer en de verwikkelingen zijn niet aan te slepen, maar toch is dit met ruime voorsprong de vermakelijkste en meest vileine campusroman die ik in jaren las. En nu weet ik tenminste ook wat een publicon is. Het is geen fundamenteel deeltje, maar de heilige koe van de academicus: "de minimale hoeveelheid informatie nodig om een artikel geaccepteerd te krijgen".

Miquel Ekkelenkamp Bulnes

Lab

Vassallucci, Amsterdam, 286 p., 17,50 euro.

Soms blijft het te veel bij suggereren en zwemmen de verhalen zich vast als een vis in een fuik

De Nederlandse kritiek was onlangs nogal in vervoering na lezing van Sanneke van Hassels (°1971) debuut IJsregen. De jonge theaterwetenschapper en dramaturge bij het Utrechtse gezelschap 't Barre land imponeerde eerder al met sobere verhalen in onder meer de tijdschriften Bunker Hill, Tirade en Passionate. Lof was er voor de uitgebeende taal, die zovéél te gissen overliet en waar zovéél tussen de regels gebeurde. "Veel van mijn personages leiden een stil leven, en door de confrontatie met een ander komt er iets op gang", verklaarde Van Hassel in een interview met de Volkskrant. De dertien verhalen zijn duidelijk het product van intens geschaaf, de woorden staan als versteend op hun plaats. Bijna alle personages worstelen met een eenzaamheid, ja, zelfs een ontheemdheid, die ze voor de buitenwereld verdonkeremanen of onder de mat schuiven. Roswita W. in 'Het meisje of een dopgarnaal' houdt de schijn op dat ze een gezellig kerstfeest onder vrienden heeft, maar trekt zich in haar eentje terug. Andere personages dobberen maar wat rond - zoals het onzekere meisje uit 'Een open gezicht' dat bijna walgt van de man die ze op café ontmoet maar er toch willoos mee slaapt. Vaak compenseren de personages de leegte in hun leven met dwingende regelmaat, zoals de werkster in het gelijknamige 'Mevrouw Van Dijk'. Want als de 'orde' verstoord wordt, gaat het vaak goed mis. Mevrouw van Dijk raakt van de wijs wanneer er plots een onbekend meisje opduikt in het huis waar ze poetst: "Als je werkt om niet na te denken, als het doel is orde te handhaven, het inrichten van uren die je zelf afbakent... Je ogen volgen de wijzers van de klok, de cijfers van de radiowekker klappen om, driemaal daags de nieuwslezer. Als dan je handen het van je geestverschijningen verliezen."

Hoezeer er soms ook naar gesmacht wordt, wanneer een ander de eigen cocon binnensluipt, dreigt er onmiskenbaar gevaar in Van Hassels troosteloze universum. Het - helaas voorspelbare - titelverhaal 'IJsregen' (waarin een Canadese meteorologe ingesneeuwd raakt in haar werkhut en toch onverwacht bezoek krijgt van een man) is er de emanatie van.

Van Hassel houdt nochtans niet van voor de hand liggende verhalen: "Ik wil het niet oplossen. De oplossing is minder interessant dan het conflict, en bovendien: ik wéét de oplossing ook niet", zegt ze over die 'open eindes'. Soms blijft het te veel bij suggereren en zwemmen de verhalen zich vast als een vis in een fuik. Je leest dan niet meer dan keurige vingeroefeningen en steriele fragmenten, waarbij de abrupte, al te geserreerde zinnetjes extra verstikkend werken.

Sanneke van Hassel

IJsregen

De Bezige Bij, Amsterdam, 141 p., 16,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234