Woensdag 21/08/2019

'Succes is een bedreiging voor je creativiteit'

Acteur Jeroen Krabbé is de derde in een reeks van tien bekende Nederlandstalige toneel- en filmgrootheden die geïnterviewd worden door Margot Vanderstraeten. Fotograaf Stephan Vanfleteren zet de door de wol geverfde zestigplussers voor zijn lens.

Jeroen Krabbé: "Kom binnen, heb je het goed gevonden?", roept hij van bovenaan een steile trap die rechtstreeks, zonder bocht of tussenplatform, van de gelijkvloerse naar de tweede verdieping leidt. Dit is Amsterdam. In de schaduw van de museumtrojka - Van Gogh, Stedelijk en Rijksmuseum - bevindt zich het atelier van Jeroen Krabbé, de immer opgewekte man die in de loop van zijn carrière het witte doek op minstens drie manieren heeft gevuld. Als acteur, zowel in Nederlandse, Engelse en Amerikaanse films en tv-series. Als regisseur: hij maakte onder meer Left Luggage over een verscheurde joodse familie in het naoorlogse Antwerpen. En ten slotte als schilder, met doeken die veelal zijn eigen geschiedenis uitbeelden.

Aan de wanden van zijn atelier hangen nu echter grote abstracte werken. "Het is voor het eerst dat ik me aan abstracte kunst waag. Abstract schilderen is heel moeilijk, ook voor iemand die uit een schildergeslacht stamt. Mijn vader en grootvader waren kunstschilders. En ook ik heb het gen doorgegeven; Jasper, een van onze drie zonen, is kunstenaar. Maar dit is dus het voormalig atelier van Breitner, is dat niet geweldig, dat hier altijd noorderlicht binnenvalt!"

Krabbé loopt naar het raam aan de voorzijde: het is zeker vier meter bij drie groot. Het licht is scherp, de lucht azuurblauw. Nergens valt zelfs maar het begin van Breitnerweer - in Amsterdam een begrip - te bespeuren. Breitner (1857-1923), die het Amsterdamse stadsleven in al zijn gedaantes schilderde, hield van grijs. "Maar zelf houd ik van joyeuze kleuren en van veel licht", zegt Krabbé. "En ook van koffie, wil je hem zwart?"

Naast uw hangmat, achter een van de schildersezels, liggen stapels boeken over Vincent van Gogh. En bij uw schommelstoel aan het raam valt ook al niet te ontsnappen aan naslagwerken over hem.

"M'n schommelstoel is een echte Thonet. Prachtig, toch? Ik ben er heel blij mee, onlangs heb ik de zitting nog laten repareren, nu kan hij er weer een poos tegen. Ik zit hier vaak te schommelen, al lig ik nog vaker in mijn hangmat, te lezen, na te denken, te mijmeren. Heerlijk.

"Ik ben al mijn leven lang gefascineerd en gepassioneerd door Van Gogh. Maar op dit moment zit ik ook nog eens midden in een tv-reeks over zijn leven en werk - het voorbije half jaar heb ik niets anders gedaan dan me in zijn genie verdiept. Ik ben een geluksvogel, dat ik me zo lang op hem mocht concentreren.

"Voor de AVROTROS ben ik de kunstenaar achternagereisd. Ik presenteer een reeks van zes afleveringen over hem. ('Krabbé zoekt Van Gogh', nog t/m 10 oktober elke zaterdagavond om 20u15 op NPO 2, red.) Vorige week zat ik nog, samen met de filmploeg, in het Zuid-Franse Arles, waar Van Gogh en Gauguin samen woonden, schilderden, gesprekken voerden, ruzie maakten... Stel je voor, die heilige grond heb ik betreden, niet te geloven! Ik ben heel dicht bij de schilder geweest, dichter kun je bijna niet komen. Je zult me moeten dimmen, ik heb de neiging om uren over Van Gogh te praten. Hij was ook zo waanzinnig goed."

Hij kende de waanzin ook goed. Zou u, om maar meteen de brug naar uw hoofdberoep te slaan, Van Gogh kunnen spelen?

"Vandaag ben ik, als het om een filmrol zou gaan, te oud om hem te vertolken. Van Gogh was nog maar 37 toen hij zich in Auvers-sur-Oise in de borst schoot en enkele dagen later stierf.

"In het theater is er meer ruimte voor verbeelding. Daar zou het minder uitmaken of een acteur ook daadwerkelijk de leeftijd van zijn personage benadert. Op het toneel kan een mannelijk personage zelfs gespeeld worden door een vrouw, zonder dat dit een hinderpaal voor het stuk hoeft te vormen. Op voorwaarde dat de vertolking grandioos is, dat spreekt. Ik zou het wel willen proberen."

Wanneer is een vertolking grandioos?

"Als de magie van talent aanwezig is. Magie kun je niet uitleggen. Simone Signoret is magie. Laurence Olivier, Dirk Bogarde. En zo ook jullie eigen Jan Decleir."

Worden goede vertolkingen altijd opgemerkt en gewaardeerd?

"Nee. Goede schilderijen ook niet, hoor. Je moet die hordes toeristen - en ze zijn met honderdduizenden - die Van Goghs doeken en verblijfplaatsen willen zien, eens bekijken. Ze staan twintig seconden voor een werk, net voldoende om het te filmen en te fotograferen. Ze kijken door de camera, maar zien niets. Iets zien betekent dat je je best doet om door te dringen in de ziel van de maker. Dat doet de overgrote meerderheid van de mensen niet. En dat vind ik vreselijk, ook in het theater en in de film. Onverschilligheid raakt de ziel van elke maker.

"Ik heb het ook meegemaakt. Ik ben door de pers neergesabeld en opgehemeld en vaak zonder kennis van zaken. Maar ook het publiek kan er soms wat van. Ik herinner me, ongeveer tien jaar geleden, een vol Carré, waarin ik Salieri speel in het stuk Amadeus. Ik zit vooraan op het toneel, mijn benen bungelen over het podium, en ik steek een monoloog van minstens vijf pagina's af. Op de eerste rij maakt iemand de hele tijd foto's. Ik hoor elk klikje, het leidt me van mijn tekst af, ik vind dat geklik vernederend voor mijn inzet. Tussen de regels van de monoloog door heb ik toen, mijn blik op de dader gericht, gezegd: 'En hou nu godverdomme op met die foto's!', waarna ik gewoon ben doorgegaan met mijn tekst. Het publiek heeft het amper gemerkt. Maar de fotograaf heeft zijn toestel niet meer tevoorschijn getoverd.

"Acteurs zouden dat vaker moeten doen, opkomen tegen de onverschilligheid van hun vak, dat bloedernstig is. Ooit stond ik met Guus Hermus op het podium in Amersfoort. In het midden van de zaal neemt iemand, halverwege de voorstelling, een foto met een flits. Guus stopt prompt met spelen en vraagt om de zaallichten aan te knippen. 'Wie was dat?', roept hij. Een lange, pijnlijke stilte volgt. 'Mag ik dat fototoestel hebben?', roept hij vervolgens. Schoorvoetend wordt het toestel hem aangereikt. Hij smijt het in de coulissen en zegt: 'En nu gaan we verder'. Erg knap, vind ik dat.

"Tijdens een matinee van Het Dagboek van Anne Frank was het publiek - leerlingen - zeer luidruchtig. Midden in een scène ben ik naar het voortoneel gestapt en heb ik gezegd: 'Als jullie niet gaan luisteren, stoppen we'. We speelden verder. Ze luisterden nog altijd niet. Ik heb de voorstelling stopgezet. De dag nadien prijkten we op de voorpagina van alle kranten.

"Ik zou vandaag hetzelfde doen. En de afgelopen maanden heb ik vaak gedacht: hoe zou Van Gogh kijken naar die massa mensen die van zijn werk niets wil begrijpen maar gewoon wil aanvinken wat ze allemaal gezien en bezocht hebben..."

U houdt van licht en vrolijkheid. U hebt de reputatie een grote optimist te zijn. Wat ik met de vraag of u Van Gogh zou kunnen spelen, ook bedoelde: in hoeverre moet een acteur de donkerte van het bestaan kennen om iemand te kunnen neerzetten? In hoeverre moet een acteur ook psychisch dicht bij zijn personages komen?

"O, ik geloof niet in methodacting, als je dat bedoelt. Ik ben er zelfs een tegenstander van. Ik vind het onzin om te denken dat een acteur die een verkrachter speelt, ook verkracht moet hebben, of verkracht moet zijn geweest. Je speelt als acteur natuurlijk geen echte emoties, je simuleert ze, en als het moet, simuleer je ze honderd keer na elkaar, dat is ons beroep: reproduceren. Daarin verschilt het acteren trouwens van het schilderen. Je kunt een kunstwerk niet overdoen, zelfs niet als je zou willen.

"Ik heb, voor ik met film begon, trouwens dertig jaar op de planken gestaan. Daar veins je avond na avond dezelfde emoties. Concentratie is daarvoor het toverwoord. En concentratie heb je niet zomaar, het is een state of mind die het resultaat is van oefening en verdieping. Vandaar ook dat die aandacht in de zaal zo noodzakelijk is."

Kunt u de totstandkoming van zo'n concentratie beschrijven?

"In de jaren 70 heb ik veel samengespeeld met Mary Dresselhuys (1907-2004). Samen maakten we, voor producent Joop van den Ende, echte blijspelparels. Mary heeft me ooit uitgelegd dat je een personage als een muziekpartituur moet samenstellen en lezen. Elke zin die een acteur uitspreekt, elke stilte die hij laat vallen, elke beweging die hij maakt of niet maakt, wordt gestuwd door een veelheid van onderliggende noten en balken. 'Wil je je koffie zwart?' hoeft niet zomaar een zin te zijn. Het is een uitspraak waaronder talrijke laagjes kunnen zitten, waarachter een karakter en duizenden gedachten schuilgaan. Al die gedachten moeten, terwijl je aan het spelen bent, door je hoofd schieten.

"Ik zal concreter zijn. In In therapie, de Nederlandse versie van de tv-reeks In Treatment, zit ik als patiënt tegenover Peter Blok, die de psychotherapeut speelt. Ik ben de CEO van een chemiereus, ik heb last van angsten maar denk dat een pilletje me zal helpen. Het script telde ellenlange monologen, ik had er vier weken op geoefend om het vanbuiten te leren, maar het was een mijnenveld waarin je echt op je tellen moest passen. Als acteur moet je namelijk zeer goed weten waar je kiest voor de verhulling en waar voor de onthulling - voor je het weet, gaat het fout.

"Ik heb geëist dat we de therapiesessies zouden spelen alsof ik daadwerkelijk tegenover een therapeut zat. We zouden alles telkens in één keer doen, zonder onderbreken, tenzij ik echt over mijn tekst struikelde, of fouten maakte. De spanning die door deze voorwaarde werd gecreëerd, werkte op zo'n wonderlijke wijze mee met de tekst en de personages dat ik, als acteur-patiënt, pauzes ging inlassen waar ik ze anders niet zou inlassen, dat ik verbetenheid toonde waar ik die niet gerepeteerd had, dat Peter daarop inspeelde... Het waren magische momenten.

"Een ander voorbeeld. Ik heb in 1985 Het dagboek van Anne Frank geregisseerd. Met de hele cast hebben we ons een tijd opgesloten in het Anne Frank Huis. Ik vond dat nodig, dat we in levenden lijve zouden ondervinden hoe het was om ondergedoken te leven, om geen geluid te mogen maken, om samen op een zolderkamer te vertoeven en niet naar buiten te kunnen. Het werkte. Spelers gingen zich aan elkaar ergeren, begonnen elkanders trekjes onuitstaanbaar te vinden, stoorden zich aan elkanders geur.

"Dat is het mooie aan acteren; de voorbereiding en de repetities zorgen voor solide grond waarop je vervolgens kunt improviseren, waarop je je rol, je huis, kunt bouwen. Geweldig!"

Maar is dat dan geen methodacting? De werkelijkheid - de zolder van Anne Frank en de therapiesessie - proberen te beleven om hem vervolgens, met die informatie, beter of anders te kunnen vertolken?

"Ja, externe ervaringen kunnen, tot op bepaalde hoogte, enorm helpen om tot een zuiver gevoel te komen. Maar omdat je dat gevoel avond na avond op het toneel moet herhalen, kan het nooit echt-echt zijn.

"In de psychiatrische kliniek van Saint-Rémy-de-Provence, nu een bedevaartsoord, kreeg Van Gogh drie psychotische aanvallen. De laatste duurde een maand. Hij at zijn verf op. Hij dronk terpentijn. In het katholieke ziekenhuis beschouwde men deze daden als neigingen tot zelfdoding. En zelfdoding kon, kan, men in katholieke milieus niet dulden. Dus pakte men zijn schildersgerei af. Kun je je dat voorstellen? Dat men hem berooft van het enige medicijn dat hem enigszins van zijn demonen afleidde?

"En weet je dat ik bij Sotheby's een kijkdag van Van Goghs Irissen in New York heb bijgewoond? Er stonden daar talrijke schilderijen van belangrijke schilders tentoongesteld. Slechts eentje werd bewaakt door twee gewapende mannen, Irissen dus. Het werd nadien verkocht voor meer dan 53 miljoen dollar. Van Gogh schilderde Irissen, toen hij, opgesloten, op zijn knieën door de tuinen van de psychiatrische inrichting in de Provence kroop.

"Ik ken de donkerte en de wanhoop van Van Gogh niet. Ik vind het leven geweldig, en als het al eens tegenzit, heb ik blijkbaar de kracht om het tij te keren. Maar ik hoef Van Goghs pijn niet te voelen en zijn getormenteerde geest niet te bezitten om te weten hoe diep dit alles in hem heeft gekerfd. Je hoeft Virginia Woolfs aanvallen, die overeenkomsten met die van Van Gogh vertonen, toch niet te beleven om haar te vertolken.

"Er zijn trouwens genoeg acteurs die met manisch-depressiviteit te kampen hebben en een gezonde geest spelen, en andersom natuurlijk ook. In The Discovery of Heaven speelt Stephen Fry een van de hoofdrollen, Onno. Op een dag - we zijn volop aan het draaien - bespreek ik, als regisseur, met hem het decor van een van de komende scènes. In dat decor zal een trouwfoto staan van Ada en Onno, van Flora Montgomery en Fry dus. Ik toon Stephen het portret. Hij kijkt ernaar en loopt weg. Hij komt niet meer terug, ook al hebben we een strak programma waarin we hem niet kunnen missen. Als we hem gaan zoeken, blijkt hij onvindbaar. Greg Wise, de andere hoofdrolspeler die ook in het echte leven een vriend is van Fry, vindt hem uiteindelijk. Fry heeft zich verscholen onder een struik in de tuin."

"'A dark cloud was passing over my head', debiteerde hij, me recht in de ogen kijkend toen ik informeerde wat er gaande was. En dat ik hem nooit nog een foto van hemzelf mocht laten zien.

"Fry vindt zichzelf zo weerzinwekkend dat elke confrontatie met zijn spiegelbeeld hem in de diepte kan trekken. Hij kan wel naar zichzelf kijken als zijn beeld beweegt, maar in verstilde vorm verdraagt hij zichzelf niet. Pas vijf jaar later bracht hij de documentaire Stephen Fry: The Secret Life of the Manic Depressive uit.

"Tussen haakjes: in The Discovery of Heaven speelt Fry een heteroseksuele man, terwijl hij op en top homo is. Isabella Rossellini, katholiek en Romeins, vertolkt in Left Luggage de joods-orthodoxe moeder. Ook daar heb je geen methodacting voor nodig. Maar het is waar: Isabella, met wie ik in vijf films heb samengewerkt, heeft tot het allerlaatste moment geaarzeld om deze rol te aanvaarden, uit vrees dat ze als katholieke het joodse orthodoxe geloof niet 'geloofwaardig' kon neerzetten. Die angst leeft dus wel bij acteurs."

Als u 'In therapie' als een echte sessie wilde beleven, betekent dit dan dat u weet hoe het er tijdens zulke sessies aan toegaat? Ervoer u uw optimisme als zorgwekkend en riep u daar hulp voor in?

"Ik ben een tijd behoorlijk gefrustreerd geweest, tot op het depressieve af. Dat was na het succes van Soldaat van Oranje (uit 1977, een film van Paul Verhoeven, MVDS). Ik had de ambitie om internationaal door te breken. Bij mij scheen dat niet te lukken, bij Rutger Hauer, die de eigenlijke hoofdrol speelde, wel. Ik zag bij mezelf vooral wat niet lukte, staarde me blind op wat ik niet had, en werd zeer ongeduldig. Dat is niet gezond.

"In die periode ben ik hulp gaan zoeken bij een therapeut. Via die hulp ben ik er onder meer achter gekomen dat ambitie positief is als startmotor, het is een sleutel waarmee je jezelf in gang moet zetten, maar daarna moet je je op je eigen ontwikkeling richten, anders word je ongelukkig.

"Ik ben keihard blijven werken. Toen kwam De vierde man, opnieuw van regisseur Verhoeven, die voor Nederlandse acteurs gigantisch veel heeft betekend, en dat in een wereld die toen nog lang niet zo internationaal en globaal was als vandaag. Na De Vierde Man, een film die in Nederland ondergewaardeerd is, volgde de ene buitenlandse film na de andere. Ik kreeg een uitnodiging van het Sundance Institute in Utah, waar Robert Redford woonde en werkte, en waar ik Isabella Rossellini voor het eerst ontmoette. Redford was er onze regisseur.

"Ik heb me bijna twee decennia aan Hollywood verbonden; ik vloog, soms met het hele gezin, van Amsterdam naar Los Angeles, waar ik in limo's werd afgehaald en in vijfsterrenhotels werd ondergebracht. Dat waren fantastische jaren, en het verschil met Nederland was erg groot.

"Toen ik van de USA terugkwam naar Nederland, vond men me hier plots ook bijzonder. Terwijl ik voordien in eigen land niet veel goeds kon doen. Ik was te commercieel, te oppervlakkig, ik was te vol van mezelf."

Bént u vol van uzelf?

"Ik ben vol van het leven, en van alles wat me overkomt. Ik kan nog altijd verwonderd en enthousiast zijn over mijn leven en wat me allemaal overkomt. Ook over de mensen die ik al heb mogen ontmoeten, kan ik moeilijk zwijgen, er zitten grote namen tussen, wereldniveau, lady Diana en zo.

"Maar als ik zeg dat ik die ontmoetingen fantastisch vond, vindt men me een pocher en een ijdeltuit. Ik ken de verhalen en de ergernissen rond mijn persoon. Wat kan ik daarop zeggen. Wie in Nederland boven het maaiveld uitsteekt, moet erop voorbereid zijn dat velen zijn kop eraf willen. Vlaanderen is daar veel milder in."

En als ik u zeg dat u zich vergist?

"Jullie zijn veel aardiger. Minder cynisch ook."

Moet je je bescheiden opstellen tegenover succes?

"Succes is in elk geval een station waar je niet moet uitstappen, het is een smet die een bedreiging kan vormen voor je creativiteit. Succes kan verlammen, omdat je te zeer wilt behagen, omdat je bang bent je publiek voor het hoofd te stoten. Ook Van Gogh wilde geen roem of succes. Toen Albert Aurier, een kunstcriticus en dichter, hem in een recensie de hemel in prees, schreef Van Gogh hem een brief waarin hij de man bedankte, maar hem tegelijkertijd verzocht dat zeker niet nog een keer te doen.

"Ik ben vorig jaar weer theater gaan maken, maanden aan een stuk heb ik het podium gestaan met Vaslav, een toneelbewerking van Arthur Japin naar zijn eigen boek. Het is het verhaal van de beste danser ooit, ik speelde zijn impresario en minnaar, Diaghilev. Als je telkens iets anders doet, moet je ook telkens weer min of meer vanaf nul beginnen. Dat is mijn manier om niet uit te stappen bij de halte genaamd 'succes'."

Kan succes een troost zijn, in plaats van een smet?

"Erkenning is altijd geweldig. Maar erkenning is geen roem of succes, dat zijn verschillende zaken.

"Ik ben in '44 geboren. Mijn moeder heeft haar leven lang, tot de dag van haar dood, om de dood van haar zusje, Els, getreurd. Mijn moeder, die joods was - haar hele familie is uitgemoord in de kampen van Auschwitz en Sobibor. Mijn opa was 70 toen hij in de beestenwagen naar Sobibor werd afgevoerd. Even oud als ik nu.

"Er werd thuis niet over dat ultieme dieptepunt in de geschiedenis van de mensheid gesproken, maar ik voelde de spanning, het onderdrukte verdriet en het vreselijke drama; en ik probeerde daaraan te ontsnappen. Door te tekenen, en door weg te vluchten in mijn verbeelding.

"Ik weet zeker dat ik ben gaan acteren omdat ik heel goed wist hoe handig het is als je je achter andere personages kunt verschuilen. Ik dacht ook dat het acteurschap je voor ongeluk kon behoeden, dat beroemdheid ervoor kon zorgen dat je maatschappelijk draagvlak groter werd, en dat je door dat draagvlak je vrijheid beter kon beschermen. Wie bekend is en succes heeft, hoeft niet naar zo'n kamp, dacht ik. Dus ja, misschien troostte ik me met die gedachte...

"Waarom schilder ik over de Holocaust? Omdat ik er niet over kan praten. Ik kan er ook niet over doordenken, over wat er in die concentratiekampen is gebeurd. Zelfs erover schilderen was moeilijk. Ik heb een serie aan de ondergang van mijn grootvader gewijd. Ik wilde vastleggen hoe hij, nadat hij 72 uur zonder eten of drinken en met talrijke andere mensen in een beestenwagen heeft gezeten, uit die wagon moest stappen. Ik vond de vorm niet. Hier, in het atelier, heb ik toen voor mezelf geprobeerd om hem te verbeelden. Ik speelde hoe ik dacht dat hij uit die wagon stapte, met zijn onderarm het scherpe licht tegenhoudend, de honden naar hem blaffend. Pas toen ik dat voelde, kon ik hem schilderen.

"Mijn moeder zette vraagtekens bij m'n succes. Ik herinner me nog dat ze, toen ze vernam dat ik als acteur interviews aan de pers zou moeten geven, tegen me zei: 'Je moet nooit zeggen dat je jood bent'. Onze hele opvoeding - van mij en mijn oudere broer Tim, die schrijver werd - stond in het teken van de oorlog.

"Dat mijn ouders gescheiden zijn, heeft indirect ook met de gruwelen van de oorlog te maken, met de wederzijdse vervreemding van elkaars leed."

U bent nog altijd gehuwd met de moeder van uw drie zonen.

"Ja, toen ik met Herma trouwde, heb ik besloten om alles op alles te zetten om dat huwelijk staande te houden. Ik wilde mijn zonen niet aandoen wat ik zelf had meegemaakt.

"Ik zeg niet dat het altijd makkelijk was, dat wij geen crises hebben gekend, maar dit jaar zijn we vijftig jaar gehuwd: is dat niet wonderlijk?"

Bio

* Geboren op 5 december 1944 in Amsterdam

* Broer van schrijver Tim Krabbé

* studeerde af aan de Amsterdamse Toneelacademie en ging later nog vier jaar naar de Kunstacademie

* Brak door met Soldaat van Oranje (1977), verder te zien in o.a. Spetters, Een vlucht regenwulpen, De Vierde Man, The Fugitive, The Living Daylights, Farinelli, Ocean's Twelve...

* Regisseerde en speelde mee in Left Luggage, The Discovery of Heaven

* Rollen in tv-films en -series als Willem van Oranje, Miami Vice, Dynasty, Dalziel and Pascoe, Midsomer Murders, In therapie...

* is een verdienstelijk kunstschilder

* 50 jaar getrouwd met Herma, drie zonen


Volgende week: Viviane De Muynck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden