Dinsdag 01/12/2020

Succes in het leven is vaak een kwestie van geluk

‘Jazz is er altijd geweest, mijn eerste bebop hoorde ik toen ik nog in de moederschoot zat. Ik ben opgegroeid in Mamelodi, een township nabij Pretoria die bekend stond voor zijn levende jazzscene. Echte clubs bestonden er nochtans niet. In het weekend spraken mensen thuis af om samen naar de nieuwste plaat van John Coltrane of Miles Davis te luisteren. Er werd daarbij gedronken en gebarbecued, het was feestmuziek. Maar jazz was ook een symbool: het was de klankband van de Afro-Amerikaanse emancipatie waar we ons allemaal mee identificeerden.”

Dompas

“Gemakkelijk is het niet gegaan. Zuid-Afrika is België niet, waar ieder dorp wel een muziekschool of fanfare heeft. Als kind heb ik geen enkele kans gekregen om een instrument te leren bespelen, er waren trouwens geen instrumenten in Mamelodi. Ja, mijn grootvader had een piano van zijn vader geërfd. Ik heb een tijdje les bij hem gevolgd, maar hij was zo onmogelijk streng dat ik het snel heb opgegeven. Hij is intussen 87, maar speelt nog altijd.“Wat ik wel veel heb gedaan, was zingen. Samen met moeder zat ik in een schoolkoor, we deden mee aan zangcompetities. Op mijn achttiende was het erop of eronder. Ik had ontegensprekelijk zangtalent, maar miste iedere muzikale vorming. De enige mogelijkheid om mijn droom waar te maken was een auditie doen aan een hogeschool. Zo ben ik aan mijn opleiding in Johannesburg kunnen beginnen, zonder dat ik één noot van een partituur kon lezen. “Nee, de ergste uitwassen van de apartheid heb ik niet meer meegemaakt. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe het voelt als zwarte in de blanke stad, doodsbang voor de politie omdat je geen vergunning hebt. Een dompas noemden zwarten dat spottend, met de dom van stupid. Weet je dat ze zelfs Miriam Makeba hebben aangepakt omdat een van haar bandleden geen dompas bij zich had? Zoals meestal waren de agenten piepjong, kinderen nog in vergelijking met de muzikanten. Welnu, die kinderen hebben de grote Miriam Makeba verplicht uit te stappen en op de stoep voor hen te zingen. Zwarten vernederen, ook dat was apartheid. Het is niet voor niets dat alle grote jazzmuzikanten Zuid-Afrika hebben verlaten. Miriam Makeba, Abdullah Ibrahim, Hugh Masekela... ze zijn allemaal vertrokken.”

Niet naar buitenland

“Mijn broer en ik werden door moeder afgeschermd. Op een bepaald moment, tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig, probeerde een jongerenbende mijn broer te rekruteren. Ze zouden hem leren omgaan met een pistool, maar moeder heeft daar een stokje voor gestoken. No way dat haar kinderen zich met rel schoppen zouden inlaten. “Al bij al viel het dus wel mee, maar dat belet niet dat de apartheid een stempel op mijn leven heeft gedrukt. Het systeem heeft ervoor gezorgd dat de kwaliteit van mijn opleiding veel slechter was dan die van blanke kinderen. Het heeft er ook voor gezorgd dat ik niet naar het buitenland mocht vliegen. Toen ik tien jaar was, heb ik bij de scouts een zangwedstrijd gewonnen. Als beloning mocht ik naar een internationaal festival in Turkije. We zouden met zeventien vertrekken, dertien blanke en vier zwarte meisjes. De moeite die mijn moeder toen heeft gedaan om de nodige reisdocumenten te verzamelen. Wel tien keer zijn we samen naar de stad gereden. Toen eindelijk alles in orde was, volgde de ontnuchtering. Er was geen geld genoeg, de zwarte meisjes moesten thuisblijven. Daar is fel tegen geprotesteerd. Desnoods moesten er vier blanke meisjes hun plaats afstaan, anders kon de hele delegatie maar beter thuisblijven. Maar de delegatie is vertrokken, en alleen de dertien blanke meisjes mochten mee.

Studiebeurs

“Toen ik afstudeerde aan het conservatorium van Kaapstad was Zuid-Afrika een onherkenbaar land. Er heerste een bijzondere sfeer. Als het ideaal van de regenboognatie ergens leefde, dan was het daar wel, aan de jazzafdeling van het conservatorium. Het heeft met het genre te maken, jazz is bij uitstek universele muziek. Maar er was ook een gevoel van samenhorigheid. Zwarten, blanken of kleurlingen, we zaten allemaal in hetzelfde schuitje, we moesten allemaal vechten om aan de bak te komen. Jazzmuzikanten hebben het nog altijd moeilijk in Zuid-Afrika. Een optreden versieren is één ding, na het optreden ook nog betaald worden, dat is iets heel anders. De scene is te klein, en de pers stelt zich totaal onkritisch op. Recensenten prijzen je concert de hemel in, ook wanneer je drommels goed weet dat je er die avond niets van gebakken hebt. “Gelukkig kon ik met de band van het conservatorium in Duitsland, Nederland en zelfs New York optreden. Het niveauverschil met onze lokale scene was schrijnend, vooral de optredens met de Nederlandse bassist Hein van de Geyn en de Belgische drummer Dré Pallemaerts hebben op mij een diepe indruk gemaakt. Als ik mijn talent echt wilde ontwikkelen, zo besefte ik, dan moet ik weg uit Zuid-Afrika. Succes in het leven is vaak een kwestie van geluk, you have to be in the right place at the right time. Ik had het geluk dat ik werd opgemerkt door de Nederlandse pianist Jack van Poll die les gaf in Kaapstad. Hij heeft voor mij een studiebeurs geregeld en gefinancierd, ik ben hem daar nog altijd dankbaar voor.”

Gemengd koppel

“Normaal gezien zou ik na een jaartje Den Haag terugkeren. Dat het anders is gelopen, ligt aan mijn vriendin Chantal Willie, een landgenote die eveneens in Den Haag studeerde. Chantal had een agendaprobleem: omdat ze bas speelde bij Zap Mama moest ze vaak verstek geven als zangeres bij haar jazzband Quantyze. Ik mocht haar vervangen, en zo leerde ik een steengoede Belgische pianist kennen. Ewout (Pierreux, red.) en ik zijn intussen vijf jaar getrouwd. We hebben een wolk van een dochter gekregen, Mpho. Ze wordt binnenkort twee jaar, ze zal later ook kunnen zeggen dat ze jazz al in de moederschoot heeft leren kennen.“Ik voel me thuis in Antwerpen. Belgen zijn warmer dan Nederlanders, zelfs toen ik nog in Den Haag studeerde, waren mijn beste vrienden allemaal Belgen. Denk nu niet dat ik mijn identiteit verloochen. Ik ben en blijf een kind van Zuid-Afrika, die band zal nooit verdwijnen. Zeker nu we Mpho hebben, reizen we er zo vaak naartoe als we maar kunnen. Ik wil dat ze later weet waar ze vandaan komt, dat ze de andere kant van haar familie niet uit het oog verliest. Mijn moeder en mijn broer wonen al lang niet meer in de township, gelukkig maar. Ze hebben Ewout in de armen gesloten, maar ik zou liegen als ik beweerde dat onze relatie daar doordeweeks is. Er wordt gestaard als we hand in hand over straat lopen. Het ergste was Bloemfontein, de hoofdstad van het Afrikanerdom. Zelfs de zwarten wierpen ons norse blikken toe. What the hell is she doing with that white boy? Ik betrap er mezelf op. Zie ik in Zuid-Afrika een gemengd koppel, dan staar ik ook, omdat het zo’n zeldzaam verschijnsel blijft. In België kunnen ze er trouwens ook wat van, vooral bejaarde vrouwen. Die kunnen zo hard staren dat ik er ongemakkelijk van word. “Weet je wat me in Europa nog steekt? Dat jullie de weelde niet beseffen waarin jullie leven. Nooit vergeet ik mijn allereerste buitenlandse ervaring, het was een workshop in Duitsland. De luxueuze logies, de infrastructuur waar we in Zuid-Afrika alleen maar van konden dromen, het was te overweldigend. Op een bepaald moment ben ik in huilen uitgebarsten. Mijn medestudenten begrepen mij niet, ze vonden al die luxe doodnormaal. Ik heb een Belgische vriend die in een ziekenhuis werkt. Hij vertelde me eens dat patiënten soms klagen over pietluttigheden, zoals een lavabo die te laag hangt. Kun je dat geloven? Dat ze eens een kijkje gaan nemen in een hospitaal in de townships.”

Volgende stap

“In april bracht ik mijn tweede album uit, Quiet Now. Ik ben er erg trots op, vooral op die drie nummers in mijn moedertaal, het Sepedi. Die teksten heb ik zelf geschreven. Eentje gaat over de nieuwe klasse van jonge rijke zwarten die zich als parvenu’s gedragen. Omdat ze geld hebben, denken ze dat ze hun personeel of de kelner in het restaurant als vuil mogen behandelen. Ik vertel hen dat ze op die manier geen haar beter zijn dan de blanken tijdens de apartheid. Daarnaast heb ik liedjes geschreven voor Mpho en voor mijn moeder, een sterke vrouw die haar twee kinderen helemaal alleen heeft grootgebracht. Nu ik zelf moeder ben, besef ik pas goed wat dat betekent. Ik ben gaan bevallen in een chique ziekenhuis. Ewout stond aan mijn bed, te puffen zoals hij dat tijdens de prenatale gymnastiek had geleerd. Mijn moeder had geen man om haar bij te staan, ze is op eigen kracht naar het moederhuis getrokken. Over dat alles gaat ‘Mangakane’. Moeder heeft gehuild toen ze de song voor het eerst hoorde. “Het is tijd voor een volgende stap. Ik heb zowat in alle clubs en culturele centra van Vlaanderen gestaan. In Brussel en Wallonië kom ik echter nauwelijks aan de bak. Het schijnt met subsidies te maken te hebben, maar ik snap het niet: waarom moet een klein land nog verder worden opgedeeld? Hoe dan ook, als ik wil groeien, moet ik andere horizonten opzoeken. Big in Belgium, daar lachen ze in het buitenland mee. Mijn drummer Lieven Venken woont al jaren in New York, the place to be voor jazz. Hij doet me watertanden met zijn verhalen over de vibe in de Big Apple. Mocht ik Mpho niet hebben, ik was er al naartoe. Nu moet ik het anders aanpakken. Voorzichtig beginnen, een paar optredens spelen en hopen dat er meer volgt.“Maar ik heb nog andere plannen. Een bevriende filmregisseur heeft de rechten op de biografie van Miriam Makeba gekocht. Ze heeft mij gevraagd of ik de hoofdrol wil spelen, ik heb er de perfecte stem voor. Ik zou het graag doen, als kind was ik dol op acteren. Het heeft lang geduurd voor ik Miriam Makeba naar waarde kon schatten, maar hoe meer ik over haar weet, hoe groter mijn respect wordt. Ze was een uitzonderlijk moedige vrouw die een keihard leven heeft gehad. Maar of die film er ooit komt? Dat zal afhangen van de financiering. Stom van die crisis, het is zowat de slechtst denkbare periode om een film te draaien.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234