Maandag 05/12/2022

Subversief want klassiek

Toeval bestaat niet. Op 22 mei, op de dag af precies één jaar na het plotselinge overlijden van Herman de Coninck, rolde het eerste nummer van het nieuwe Nieuw Wereldtijdschrift van de persen. Vanaf volgende week ligt het in krantenwinkel en boekhandel als een cultureel-maatschappelijk maandblad, in de ruimste zin van het woord. De droom van Herman de Coninck - 'hoofdredactie 1984-1997' meldt het colofon kurkdroog - gaat dus alsnog in vervulling. Maar dat er van dat eerste nummer overmorgen 80.000 exemplaren gratis bij deze krant verspreid zullen worden, had ook hij nooit durven te dromen. Een gesprek met de nieuwe hoofdredacteuren Frank Albers en Bernard Dewulf.

Eric Rinckhout & Herman Jacobs

Wij hopen dat we 10.000 mensen vinden die het niet alleen maar domweg betreuren dat een blad verdwijnt, maar die ook de beslissing zullen nemen om het te lezen en te kopen," zeggen Albers & Dewulf. Tienduizend verkochte exemplaren als streefdoel, het is niet niets in een markt waar een oplage van 800 à 1.000 exemplaren als een gigantisch succes geldt. Tegelijk werd tot nu toe geen enkel ander literair blad zo professioneel gelanceerd: reclame in kranten, tijdschriften en op de radio, campagnes om abonnees en sponsors te werven. Adverteerders hapten zo gretig toe dat het eerste nummer dikker is dan gepland. De wedergeboorte van het NWT is dan ook niet onopgemerkt gebleven, het blad is nieuws. Bovendien - en ook dat is uitzonderlijk - wordt het geleid door twee nagenoeg voltijdse hoofdredacteuren mèt een budget ("te krap," zegt Bernard Dewulf meteen) en uitgegeven door een speciaal daartoe opgerichte coöperatieve vennootschap, waarin de krant De Morgen en de Nederlandse uitgeverij Atlas participeren. Kortom: een aanpak zonder precedent voor een Vlaams literair tijdschrift.

Maar wil het nieuwe NWT nog wel een literair tijdschrift zijn?

"Wij willen geen blad zijn dat alleen maar gedichten of bellettrie opneemt," zegt Frank Albers (°1960, Shakespeare-vertaler en publicist). "Anderzijds willen we wel absoluut 'literair' zijn in deze, heel simpele zin dat de artikelen, of ze nu over wetenschap, sport of politiek gaan, stilistisch verantwoord, prettig leesbaar en goed geschreven moeten zijn. Er is dus een thematische uitbreiding tegenover vroeger - hoewel ook Herman de Coninck toch vaak breder ging. We laten ons graag inspireren door een Amerikaans maandblad als Harper's. Daarin staan korte verhalen, gedichten, literaire essays, polemiek, zelfs excentrieke essays. Harper's heeft altijd goede stukken en briljante pennen, of (lacht) uitstekende eindredacteuren. Het is gevarieerder dan The New Yorker. In Harper's nemen stukken een verschillende afstand in tegenover de actualiteit: sommige artikelen kunnen er bij wijze van spreken ook een half jaar later in, andere spelen duidelijk in op wat er de voorbije maand gebeurd is. Je moet tussen die twee soorten stukken een evenwicht nastreven."

"Door een maandblad te maken schakel je je in een bepaald soort traditie in," legt Bernard Dewulf (°1960, dichter en voormalig chef-boeken bij De Morgen) uit. "Een ander soort traditie dan wanneer je een tweemaandelijks blad maakt - dan heeft het per definitie iets van een artistiek of literair tijdschrift."

Albers: "Het is een traditie die we zelf min of meer moeten creëren. Veel traditie is er in Vlaanderen en Nederland niet. Als je daarentegen over de landsgrenzen heen kijkt, het Franse literaire magazine Lire bijvoorbeeld is maandelijks..."

Dewulf: "... maar maakt een heel ander soort blad dan wij willen zijn. Als je een maandblad maakt, betekent dat dat je nauwer kunt en moet aansluiten bij een brede actualiteit."

Albers: "In Amerika heb je wel die traditie van maandbladen die cross-disciplinary zijn. Dat is ook het interessante en tegelijk riskante aan ons experiment, namelijk dat wedit blad willen maken voor een markt waar zoiets niet bestaat. Harper's verkoopt 280.000 exemplaren, die redactie is dan ook iets groter dan de onze."

Dewulf: "Ik zou het NWT eerder willen omschrijven als een cultureel-maatschappelijk maandblad. Wat zo'n tijdschrift eindelijk zou moeten uitlokken is het ontstaan van goede essayistiek in Vlaanderen. Dan heb ik het niet alleen over literaire essays, we beschikken over een paar mensen die dat kunnen, maar ook over wetenschappelijke en politieke essays. Zo breed als je maar kunt denken."

In dit eerste nummer vindt de lezer geen voorwoord, geen verklaring, laat staan een 'programma'. Herman de Coninck schreef voor elke aflevering inleidingen die intussen een bijna legendarische status hebben verworven. Jullie vallen, uitgerekend in dit eerste nummer, zomaar met de deur in huis.

Albers: "Het heeft intussen toch al in alle kranten en weekbladen gestaan. Het NWT gaat in zekere zin gewoon door en sluit anderzijds nauwer aan bij wat Herman altijd heeft gewild. Dat kun je er expliciet in zetten, maar dat blijkt ook wel. Dit nummer moet daarvan het bewijs zijn - of althans het begin daarvan. Het is nog niet echt de verbreding de er ten slotte moet komen."

Dewulf: "Iedereen zit zich zo blind te staren op dit eerste nummer, het is onwaarschijnlijk."

Albers: "Je moet pas zo'n inleiding schrijven als je een esthetisch programma hebt of een boodschap, als je je wilt profileren. Dat heeft Herman nooit gehad en dat hebben wij ook niet."

Zelfs als je zegt dat je geen programma hebt - literair, esthetisch of ideologisch - dan sta je toch nog altijd ergens voor.

Albers: "De tijd van de beginselverklaringen is voorbij. Het blad zal zelf wel laten zien waar het voor staat."

Dewulf: "Bovendien associeer ik dat soort verklaringen met een literair blad, of toch een kunstblad. Het is de bedoeling dat men over enkele maanden niet meer naar het NWT verwijst als een literair blad. Hoe stel je trouwens een programmaverklaring op als je het ook over politiek en wetenschap moet hebben? Dat is toch volstrekte onzin."

In dit eerste nummer staan een reisverhaal van Cees Nooteboom, poëzie van Willem Jan Otten, Stefan Hertmans en Ted Hughes, een romanfragment van Oscar van den Bogaard, een brief van Julian Barnes aan Gustave Flaubert en een essay over theaterauteur Heiner Müller van Geert van Istendael. Over politiek en wetenschap - en later ook over mode en voetbal - wil het NWT het uitdrukkelijk hebben. Charles Ducal schreef een openhartig essay over westerse intellectuelen, marxistische ideologie en "de onhoudbaarheid van 'ons' kapitalistisch systeem". Marnix Verplancke maakte het omslagverhaal: een reportage over het wetenschapsbeleid in Vlaanderen, waarin hij tot de merkwaardige conclusie komt dat er veel geld is, maar dat men niet weet wat ermee aan te vangen.

"Ik heb de laatste jaren nog nooit zo'n verhaal gelezen," zegt Bernard Dewulf. "En neem het essay van Annie Dillard, dat is domeinoverschrijdend. Op grond van cijfers en knotsgekke vergelijkingen zegt zij iets over onszelf en hoe wij in elkaar zitten. Dat soort teksten vind je in Vlaanderen heel weinig. Ik ben er absoluut van overtuigd dat we ook hier mensen hebben die zoiets kunnen schrijven. Alleen: waar zouden ze het kwijt raken? Die mensen zullen nu merken dat zo'n blad een podium kan zijn - een heel belangrijke functie."

Hebben jullie jezelf een verhouding tussen binnen- en buitenlands werk opgelegd?

Albers: "Het is zaak een evenwicht te vinden tussen binnen- en buitenland, tussen essays en proza en poëzie. Maar ook tussen lange en korte stukken, beschouwend en actueel. Wat mij betreft hadden er in het eerste nummer essays over de actualiteit moeten staan."

Dewulf: "Precies. Een goed essay over wat er nu echt aan de hand is met onze justitie. We hebben dat aan Eddy van Vliet gevraagd, die zit daar als advocaat middenin. Dat zo iemand zich meteen aan het schrijven zet, dat moet je op termijn bereiken."

Albers: "Meteen nadat Diana verongelukt was, verschenen in The New Yorker allerlei essays van bekende auteurs, waaronder een stuk van de historicus Simon Schama over alle hysterica's de voorbije eeuwen aan het Engelse hof, opgeschreven met de hem typerende stilistische verve. Als wij toen hadden bestaan, had ik dat stuk willen hebben. Dat is toch fantastisch: een incident uit de actualiteit, gekoppeld aan de geschiedenis. Het werd prompt opgenomen door Vrij Nederland. Ook willen we schrijvers buiten hun vakgebied aan het werk zetten. Ik droom ervan om Jeroen Brouwers een portret van de Waalse vakbondsman Roberto D'Orazio te laten maken. Brouwers zou er zelf nooit opkomen, maar die temperamenten hebben toch iets met elkaar."

Gaan jullie op die manier niet vaker concurreren met weekbladen en krantesupplementen?

Albers: "Een kwestie van er het eerst bij te zijn. We zullen schrijvers ook kunnen verleiden: een maandblad heeft nu eenmaal een goed tempo voor een mooi essay. Er is voldoende afstand en het is toch snel genoeg om op de actualiteit in te spelen. Bovendien gaat het om stukken die niet 's avonds al in de kattebak terechtkomen. Een stuk in een maandblad leeft langer. Vaak vind ik het jammer dat een goed essay in een krant staat omdat het stuk het verdient langer te leven. Er is een hoog verbruik, een verbranding van goede essays in krantesupplementen. Supplementen worden alleen nog gescand, je knipt uit wat je interessant vindt en voor je 't weet zijn de aardappelen erop geschild. De omzetsnelheid van supplementen is gigantisch, er is een inflatie van essayistiek. In een maandblad is er een bijna geruisloze, kritische houding; er is een vertraging waardoor die stukken wat langer leven, de kans krijgen na drie weken nog eens te worden gelezen. Als het er fraai uitziet en de auteur wordt er ook goed voor betaald, dan zal een goed essayist er ook wel gevoelig voor zijn. In NRC en de Volkskrant heeft hij gedurende 24 uur een potentieel van een half miljoen lezers, maar daarna is hij ook dood."

Dewulf: "Ik denk dat je een tekst in een maandblad ook anders leest. Trager, per definitie. Dat willen we ook duidelijk maken met de rustige vormgeving. Het NWT is en blijft in de allereerste plaats een leesblad."

Zet jullie stripachtig omslag met Adhemar en professor Barabas de lezer niet op het verkeerde been?

Albers: "Drempelverlaging. Dat is een beproefde strategie."

Dewulf "Het is on-NWT, maar dat was ook de bedoeling. Om een zekere breuk te veroorzaken. De cover van het tweede nummer zal een foto zijn."

Zijn er verschillen met het vroegere NWT?

Albers: "Het lijkt nu meer op het blad dat Herman de Coninck wilde maken. De maandelijkse formule wilde hij altijd al, maar kreeg hij niet. We kunnen opnieuw kleurkaternen brengen. De professionele en financiële structuur waarbinnen wij kunnen werken is veel beter dan vroeger. En voorts denk ik dat wij zijn ideeën vrij religieus navolgen: die verbreding van literatuur en journalistiek heeft hij ook altijd nagestreefd. Het blad verdient het om Nieuw Wereldtijdschrift te blijven heten, het is geen ander blad geworden."

Dewulf: "Misschien brengen wij meer korte stukken. Wij hebben enkele rubrieken die de omvang van één pagina niet overschrijden. 'Het Belgisch Staatsblad' is een column van Marc Reynebeau, die aan de hand van dat blad ("de roman fleuve van de Staat," fluistert Frank Albers) iets over onze maatschappij wil zeggen. Het blad opent met een column of beter een kort verhaal van Bart Moeyaert, Leen Huet schrijft over beeldende kunst, Kamiel Vanhole over architectuur, er is de column van Frank, en we willen maandelijks een foto-essay brengen.

"Ook illustratoren en auteurs uit de jeugdliteratuur willen we aan het werk zetten buiten hun gebied. Voor het eerste nummer heeft André Sollie een illustratie gemaakt, we gaan ook Gerda Dendooven vragen. Dat is een nadrukkelijke opening van het NWT. Ook Bart Moeyaert is uitdrukkelijk gezegd dat hij zijn zin mocht doen."

Maar alles bij elkaar zijn jullie aanpak en keuze vrij klassiek. Jullie hebben, om maar iets te zeggen, geen Internet-rubriek. Gaan de nieuwe media, de nieuwste ontwikkelingen, aan jullie voorbij?

Dewulf: (gniffelend) "We hebben een e-mailadres."

Albers: "Klassiek? (stilte) Dat is bij mijn weten ongeveer het enige subversieve wat je op dit moment nog kunt doen. (lange stilte) Dat is geen boutade: een zeker klassiek maar mateloos begrip voor intelligentie en smaak is zo langzamerhand verdwenen. Al de rest is geprobeerd, ingekapseld."

Dewulf: "Het experiment van nu vind je niet meer op papier, maar in beelden, beelden, beelden, en via andere media. Je kunt nu subversief zijn door niet trendy te zijn. Wij brengen een leesblad op de markt, écht op de markt. Kijk naar alle andere magazines en tijdschriften: ook die worden door het beeld geregeerd."

Je zou kunnen stellen dat het NWT de deSingel onder de tijdschriften is: voorspelbare kwaliteit, een interessante mengeling van nationaal en internationaal, een soort gecanoniseerde avant-garde die intussen door elk weldenkend, beschaafd mens met smaak aanvaard wordt.

Dewulf: "Toch maak ik me sterk dat er weinig bladen dat stuk van Charles Ducal zouden opnemen - wegens de politieke standpunten die hij inneemt. Zo wil ik elke maand wel een dwarsig stuk hebben."

Albers: "Je zit natuurlijk met een erfenis: je begint met dit blad vanuit een bepaalde traditie, die wij nu dus openwerken. Stel dat je overrompeld zou worden door twintigers die briljante essays schrijven over cyberspace. Wel, die komen er zo in, we stellen daar zeker geen veto tegen. Maar het is een romantische illusie dat je nog een absolute outsider-positie kunt bekleden. Alle bladen functioneren min of meer in een markt. Ook de marginaalste en radicaalste bladen bedelen om subsidies en zullen hun uiterste best doen om 300 marginalen te vinden om zo voor subsidies in aanmerking te komen.

"Je kunt een eindeloze metadiscussie voeren over hoe zuiver je ziel is. Of je kiest voor les mains sales: wezitten er allemaal in en de vraag is dan wat je doet in die incoherente positie. Wij zeggen: we zoeken gewoon naar kwaliteit en naar heel goed geschreven stukken. Ik ben eigenlijk alleen geïnteresseerd in stukken en niet in de mensen die ze schrijven. Een goede tekst van een onbekend iemand is veel leuker dan een middelmatige tekst van een bekend auteur. Goede teksten, het dondert verder niet hoe oud de auteur is. Er zijn geen beperkingen, ook niet wat uitgeverij betreft - dat is een belangrijk punt. Wij willen nadrukkelijk geen doorgeefluik of een brochure zijn voor uitgeverij Atlas. Wij zijn redactioneel volstrekt onafhankelijk, ook ten opzichte van De Morgen."

Jullie kiezen ook vrij klassieke thema's. Pornografie bijvoorbeeld zet nu als trend door in alle kunsten. Wat doen jullie daarmee?

Albers: "Laat die essays of essayisten maar komen. En we zullen die ook wel zoeken. Maar het probleem is breder. Bernard en ik zitten alle twee in de letteren. Stel dat er morgen iemand een schitterend stuk over wiskunde en muziek instuurt. Wie gaan wij vragen om dat inhoudelijk te beoordelen? Dat is een probleem als je zo breed wilt gaan. Wij moeten dus medewerkers zoeken in andere vakgebieden, die liefst ook kunnen schrijven."

Maar jullie hele redactie is strikt literair.

Albers: "Ja, dat is het paradoxale van de hele situatie. Een ander probleem is de vervrouwelijking van het NWT. Het is altijd een mannenclubje geweest. Wij willen dat veranderen maar dat proces verloopt moeizaam, wij zitten er een beetje mee verlegen dat ons dat voor het eerste nummer niet gelukt is. (De redactie - Benno Barnard, Piet Piryns, Mark Schaevers en Paul de Wispelaere - wordt vanaf heden wel uitgebreid met Kristien Hemmerechts, ER/HJ.) We zoeken dus geen schrijfster meer, liefst geen Atlas-connectie, liefst een Nederlandse, uit een ander vakgebied dan de literatuur. Het blijft een zorg."

Ook in het eerste nummer staan maar twee vrouwen.

Albers: "Je kunt natuurlijk niet met quota werken, dat is flauwekul. Maar het is niet goed, er moeten meer vrouwen bij het blad betrokken worden."

Welke rol moet het NWT gaan spelen in het Vlaamse literaire landschap? Hebben jullie daar überhaupt nog een rol?

Dewulf: "Een van de belangrijkste elementen is dat we geen gettoblad zijn. De meeste literaire bladen - hoewel dat recent iets verbeterd is - blijven programmatische vakbladen. Dat zijn wij net niet."

Albers: "Als we voor iets kiezen dan is het voor literatuur met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Het tegenovergestelde is een soort autobiografisch, ik-gericht, narcistisch proza. Wij willen geen navelstaarderij, wel teksten waar je de vingerafdrukken van de tijd op ziet. Literair genot of esthetisch genot kunnen gepaard gaan met maatschappelijke analyse of politieke verontwaardiging. Wat niet wil zeggen dat het allemaal politiek moet zijn."

Wat komt er bijvoorbeeld niet in het NWT?

Albers: "Dogmatische teksten komen er niet in. Wij zijn integendeel op zoek naar teksten die dogma's ontregelen."

Jullie kiezen nadrukkelijk niet voor boekrecensies.

Dewulf: "Er blijft wel plaats voor essays en essayachtige stukken over literatuur, bijvoorbeeld voor een artikel dat ingaat tegen de opinievorming rond een boek. Als maandblad kun je enige afstand nemen om een soort rectificatie aan te brengen. De mallemolen van het recensiewezen bekijken, bijvoorbeeld."

Albers: "In de poëziekritiek is het gat het grootst. Na Herman de Coninck komen en aan poëziekritiek doen, tja... Hij had een soort monopoliepositie. Wij zijn het aan de grote roerganger verplicht om iets aan de poëziekritiek te doen."

In elk nummer komt er poëzie?

Dewulf: "Absoluut."

Albers: "Verhalen en gedichten zijn de hoekstenen van het blad. Dat blijft zo. Een idee waar we wel mee spelen is om mensen op hoog niveau met elkaar van mening te laten verschillen. Het zou ons nooit gelukt zijn, maar stel dat je bijvoorbeeld Leonard Nolens en Jan Fabre rond de tafel had kunnen brengen. Aan dat conflict (dat erover ging of Fabre in zijn De keizer van het verlies nu al dan niet plagiaat had gepleegd, ER/HJ) zaten veel thema's vast. Nu kreeg ieder zijn artikel en zijn gelijk."

Wat is jullie doelgroep? Stedelijk, intellectueel, tussen de dertig en de vijftig?

Albers: "Ja, die mensen hebben nu dus èn een krant èn een maandblad (lacht). Het NWT is een dubbel experiment: krijgen wij zo'n blad gevuld en zijn er vijf- à tienduizend mensen die het zullen kopen? Als je een bepaalde oplage niet haalt wordt het commercieel riskant, maar er is ook het gevoel van relevantie. Als je op termijn geen tienduizend lezers vindt, waar ben je dan mee bezig? In die zin is het ook een diagnose: hoe groot is die groep van cultureel geïnteresseerde mensen in Vlaanderen?"

Dewulf: "Moeilijk te beoordelen is hoeveel mensen een abonnement op het NWT hadden vanwege Herman de Coninck. En hoe zal dat nu meespelen? Want wie neemt er nu een abonnement voor Dewulf of Albers?"

(ER/HJ)

Het Nieuw Wereldtijdschrift verschijnt maandelijks, behalve in januari en augustus. Een los nummer kost 220 frank. Het volgende nummer verschijnt op 19 juni. Redactie: tel. 02/55.66.931 en 02/55.66.932; fax 02/55.66.930; e-mail nwt@persgroep.be

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234