Maandag 06/12/2021

'Stropers te voet zijn de ergste'

Sint-Hubertus zij geloofd, het jachtseizoen is weer open. Hazen, fazanten en reeën moeten vrezen voor lijf en leden. Overdag worden ze door jagers op de korrel genomen, 's nachts staan stropers hen naar het leven. De enen hebben de wet aan hun kant, de anderen het nachtelijke duister. Vader en zoon Deckers uit Hulshout snoepen van beide walletjes. Gewezen stropers zijn immers de beste boswachters.

Door Erik Raspoet Foto's Tim Dirven

Je kunt afgedankte gsm's natuurlijk ook weggooien. Mobilofoonwerpen is trouwens een sport waar niet mee te lachen valt. Het record bedraagt 89 meter met een Nokia, bijna de lengte van een voetbalveld. Maar Bert Boets uit Veerle-Laakdal heeft een betere bestemming bedacht voor oude mobieltjes. We staan in een veld aan de rand van een bos. Het is helder, de maan heeft een fors gat in de nacht gebrand. Nee, moeten we toegeven, zonder zijn vingerwijzing hadden we het kastje aan de rand van de veldwegel nooit opgemerkt. Boets is trots op zijn uitvinding. Boven op het kastje zit een slagpin, verbonden met een visdraad die over de weg is gespannen. Als de stropers hier 's nachts met hun jeep passeren, activeert de slagpin de ingebouwde gsm en wordt hij uit zijn bed gebeld. Drie verklikkers heeft hij opgesteld om zijn 200 hectare metende jachtrevier te beschermen. Elk toestel heeft een eigen nummer, zodat hij meteen ziet waar de stropers zijn geïnfiltreerd. Geniaal, maar werkt het ook? "We zijn er pas dit seizoen mee begonnen", zegt de jachtheer. "Het alarm is nog maar één keer afgegaan. Ik ben meteen gaan kijken, maar er waren nergens bandensporen te zien. Ik denk dat er een ree in de draad is gelopen."

Dit is een verhaal van stropers en boswachters die elkaar vliegen en fazanten afvangen. Aan figuranten geen gebrek. Jagen was nog nooit zo populair in Vlaanderen. "Het loopt storm voor onze opleidingen", zegt Jef Schrijvers, directeur van de Vlaamse Sint-Hubertusvereniging, die 70 procent van de 12.000 Vlaamse jagers vertegenwoordigt. "Vroeger was jagen de exclusieve hobby van de adel en de bourgeoisie, maar die tijd is lang voorbij. In de gemiddelde jachtclub zitten mensen uit alle lagen van de bevolking, arbeiders zowel als dokters of advocaten."

Het zegt iets over de welvaart in onze contreien. Want ook de democratische jachtsport blijft een kostelijk tijdverdrijf. De inleg, zeg maar het lidgeld waarmee de pacht wordt betaald, kan variëren van een paar tot vele honderden euro's. Een jachtverlof kost in Vlaanderen dan weer 200 euro per jaar. Schappelijk, maar een beetje jager steekt op tijd en stond de taalgrens over, waar een jachtverlof 300 euro schuift. Over wapens, kledij en accessoires zullen we maar zwijgen. Met een punt 22 van 100 euro leg je probleemloos een haas, konijn of fazant om. Maar dergelijke witte producten kom je op de Vlaamse jachtvelden niet veel tegen. Als het op materiaalsnobisme aan komt, hebben jagers niks te leren van wielertoeristen die elkaar met carbon voorvorken en titanium pedalen overbluffen.

Staat de jacht meer dan ooit in de volksgunst? De stroperij doet inzake populariteit niet onder, wel integendeel. "Stropen is van alle tijden", zegt Schrijvers. "Maar de voorbije jaren wordt het steeds professioneler. We krijgen nu te maken met echte bendes. Ze rukken met drie jeeps uit. Eerst passeert de verkenner. Als die ziet dat er geen bewaking is, komt de schietploeg, onmiddellijk gevolgd door de laadploeg die het geschoten wild opraapt. Er zijn al een paar bendes opgerold. Als de politie een huiszoeking doet, vinden ze diepvriezers vol wild. Gevild, ingewanden eruit en versneden, helemaal panklaar. Iedereen weet wie de afnemers zijn, restaurants en slagers. Kijk, er valt voor beide partijen grof geld mee te verdienen. Een haas kost bij de poelier 12 tot 15 euro per stuk, voor een kilo ree betaal je gauw 5 euro. Zelfs als de stropers flink onder die prijs duiken, houden ze een aardige cent over. Een nachtje lampen en je komt thuis met dertig of veertig hazen, met een beetje geluk schiet je ook een ree of twee van twintig kilo het stuk. Het is in Vlaanderen ook gemakkelijk stropen. De meeste jachtgebieden zijn dooraderd met landwegels zodat het wild vlot bereikbaar is. Veel hebben stropers niet nodig. Een straffe lamp, een punt 22 met een demper, en ze kunnen alles afknallen vanuit de auto."

Wie zijn de stropers? "Jongens van bij ons", weet Schrijvers. "Ze schieten graag maar vinden jagen te duur, of ze hebben geen zin om een jachtexamen af te leggen. De opbrengst van de buit is mooi meegenomen, maar er zijn er ook die louter voor de kick stropen. Dat ze strenge straffen riskeren, verhoogt alleen maar de spanning. Het heeft ook iets romantisch, het gevoel een vrijbuiter te zijn. Echte jagers moeten zich aan strenge regels houden. Er mag alleen tijdens het seizoen worden gejaagd, en dan nog uitsluitend tussen zonsopgang en zonsondergang, zoals het veldwetboek stelt. Ze kunnen ook niet om het even wat schieten. Voor reeën bijvoorbeeld wordt er per jachtgebied een afschot bepaald, een maximumaantal dat geschoten mag worden. Dat wordt door boswachters gecontroleerd, en reken maar dat overtreders strenge boetes krijgen. Stropers hoeven zich daar allemaal niks van aan te trekken, die kennen geen afschot of seizoenen, die jagen er 's nachts op los."

Het jachtseizoen begint traditioneel half oktober, maar de meeste jachtverenigingen verkeren al veel eerder in verhoogde staat van paraatheid. Want wie vanaf half augustus zijn jacht niet beschermt, beleeft aan het eigenlijke seizoen weinig plezier. Schrijvers: "Als je stropers niets in de weg legt, halen ze je hele jacht leeg. Het is een echte pest. Jachtclubs investeren het hele jaar in natuur- en wildbeheer, zoals een boer die zijn akker bewerkt. En als de tijd rijp is om te oogsten, komen stropers de akker plunderen. Die bewaking is een harde dobber. Grote clubs kunnen een jachtwachter inhuren, maar de meeste verenigingen moeten zelf instaan voor de verdediging van hun revier. Ze hanteren een beurtsysteem, ieder lid moet wekelijks één of twee nachten het bos in."

De nachtelijke rust in Vlaanderen is schijn. Terwijl de goegemeente slaapt, woedt in de bossen en velden een vergeten oorlog. Bart Deckers (38) in Hulshout weet er alles van. De boswachter van de Vlaamse Sint-Hubertusvereniging is een uniek specimen. Andere boswachters staan op de loonlijst van een provincie, hun actieradius is beperkt tot één of meerdere gemeenten. Deckers daarentegen mag als boventallig wachter van Bos en Groen in heel Vlaanderen opereren. Van Limburg tot West-Vlaanderen, overal kennen ze zijn reputatie. Deckers is constant op pad om jachtverenigingen te helpen die hun probleem met stropers niet plaatselijk geregeld krijgen.

"Ik wou dat ik mezelf kon klonen", zucht hij. "Het Waals Gewest heeft een speciale brigade van negen man opgericht om stroperij te bestrijden. In Vlaanderen sta ik er helemaal alleen voor." Gelukkig heeft Bart Deckers een begrijpende vrouw. Ze stelt al lang geen vragen meer als haar halve trouwboek weer eens bij het krieken van de dag thuiskomt. "Ik ben een echte nachtraaf", zegt hij. "Als het slecht weer is, ben ik niet te houden. Harde wind, kletterende regen, dat klinkt als muziek in mijn oren. Pakweer, noemen wij dat, ideaal voor stropers. Als het regent en waait kunnen ze het wild ongezien benaderen. Maar pakweer is niet alleen ideaal voor stropers, het is ook ideaal voor mensen die op stropers jagen."

Het gebeurde een paar jaar geleden in Geel. De jachtheer, de voorzitter van de plaatselijke jachtclub, had zijn hulp ingeroepen om een hardnekkige fazantendief te klissen. Ze hadden sterke vermoedens over zijn identiteit, maar slaagden er niet in de verdachte op heterdaad te betrappen. "Ik kende de stroper", zegt Bart. "Ik had hem al eerder gepakt met reestropen. Goed, zei ik, ik kom op voorwaarde dat we alle tijd nemen om hem te betrappen.

"We zijn er 's middags aan begonnen. We hadden een val ontdekt, in de rand van een maïsveld. We verscholen ons een paar meter dieper in het veld, de jachtheer en ik. De uren gingen voorbij, het werd nacht. We zaten op een driepikkel, comfortabel is anders. De jachtheer is natuurlijk in slaap gevallen. Dat gebeurt vaak, er zijn niet veel mensen die een hele nacht wakker kunnen blijven. Soms beginnen ze te snurken, dan geef ik ze een por. Om zeven uur 's morgens was het eindelijk zover. Een bejaarde man stapte een paar meter verder van zijn fietsen liep op de val af. Op het moment dat hij de fazant in zijn zak stak, zijn we tevoorschijn gesprongen. Ontkennen had geen zin, hij stond met het bewijs van zijn schuld in handen. Achttien uur in de maïs, dat moet zowat een record zijn.

"Eigenlijk zouden ze me voor zo'n bagatel niet mogen storen. Vogelvangers zijn de gemakkelijkste prooien die er bestaan. Je kunt ze probleemloos lokaliseren, want ze laten overal fuiken en netten achter. Maar de meeste jachtwachters zijn te lomp om ze te vangen. Ze hebben geen geduld, ze slaan toe terwijl de stroper zijn net aan het leegmaken is. Weet je wat zo'n stroper dan zegt? Ik was dat arme vogeltje aan het bevrijden, wat is daar nu verkeerd aan? Stropers zijn vaak slimmer dan jachtwachters."

De jacht op stropers verschilt niet van de jacht op ander wild. Oeverloos geduld en inzicht in het gedrag van de prooi zijn de sleutels tot het succes. Hoe verschalk je 's nachts een stel stropers dat gewapend door bossen en velden trekt? Er recht op aflopen en luidkeels 'halt in de naam der wet roepen'? Geen goed idee, want dat is vragen om een levensgevaarlijk salvo. "Stropers die te voet jagen zijn de ergste soort", zegt Bart. "Die zijn tot alles in staat om te ontsnappen. Het komt er op aan ze te verrassen. Je moet in een hinderlaag liggen, desnoods urenlang. Bomen, struiken en gure weersomstandigheden zijn daarbij bondgenoten. Ik probeer onverwachts achter hun rug op te duiken. Stropers zijn van geen kleintje vervaard, maar ik heb er al verschillende een meter in de lucht doen springen. Stel je voor dat jij aan je computer zit te werken. Je bent alleen in je kamer, of dat dacht je tenminste, en plots tikt iemand op je schouder. Wel, dat is de shock die een stroper krijgt als hij onverwachts betrapt wordt. Velen krijgen een black-out en daarvan profiteer ik om ze in de boeien te slaan en te ondervragen. Op die manier heb ik er al veel gepakt."

Een keer liep het grondig mis. Aan de sluiptechniek lag het niet, en ook niet aan de tijgersprong waarmee Bart een van de twee stropers van zijn sokken wierp. Het probleem was zijn metgezel, een jager die op het cruciale moment aan de grond genageld stond, verraden door de zenuwen. "Daardoor had de tweede stroper zijn handen vrij", zegt Bart. "In plaats van weg te lopen heeft die mij met de kolf van zijn geweer een slag op mijn hoofd verkocht. Twee broers, die laten elkaar nooit in de steek. Ik bloedde hevig, maar het was een goede les. Nooit stropers opjagen met een partner die je niet door en door kent. Met mijn pa aan mijn zijde was het niet gebeurd."

Over zijn pa moeten we het hier dringend hebben. Want Bart heeft zijn jachtinstinct van geen vreemden. Zijn eerste terreinervaring deed hij op toen hij als uk van twee achterop de fietskar van zijn vader door de bossen van de Netevallei reed. Bij het vertrek zat hij op de bodem, een paar uur later torende hij op een stapel vers geschoten hazen, konijnen, patrijzen en fazanten. "Vader was een stroper in de hoogste graad", vertelt Bart. "Een van de velen in het dorp. Zie je, Hulshout was een wat speciale plek. Ging je bij tien huizen aanbellen, had je gegarandeerd negen stropers gezien. Die ene zonderling die niet stroopte, hield zich wellicht bezig met een illegale jeneverstokerij. Of met de botersmokkel, want ook daar was Hulshout beroemd voor. Eigenlijk werd hier alles gedaan wat het licht schuwde. Waar die mentaliteit vandaan kwam? Dit een streek van diamantbewerkers, een apart slag volk. Ook mijn pa was zelfstandig diamantbewerker. Hij werkte alleen wanneer hij zelf zin had. Geld genoeg en massa's vrije tijd om te gaan stropen."

Bart heeft ze als kleine jongen vaak nagekeken: vader en zijn makkers die bij valavond op strooptocht vertrokken. Soms waren er drie vier ploegen tegelijk, er werden afspraken gemaakt om elkaar niet voor de voet te lopen. In deze uithoek van de Kempen waren vooral boerenjachten van één of twee hectare die soms fanatiek werden bewaakt. Als de grond te heet onder de voeten werd, of als het vet van de soep was, trok de stroopkaravaan verder. Vaak werd koers gezet naar de landerijen van de prins de Mérode in Westerlo, of naar het uitgestrekte jachtgebied van de IJsboerkedynastie in Bouwel. Het wemelde daar van het wild, maar ook van de boswachters.

"Het was er gevaarlijk stropen", zegt Bart. "Op het terrein van de Mérode liepen wel tien boswachters rond. Niemand kwam erin, zelfs spelende kinderen werden zonder pardon buiten gegooid. Die mannen aarzelden niet om 's nachts te schieten. Bij IJsboerke was het niet anders, ik herinner me dat ze daar een stroper hebben doodgeschoten. Maar dat hield mannen zoals mijn pa niet tegen, die schoten terug, Op een keer hebben stropers en boswachters in Bouwel een heus vuurgevecht geleverd. Mijn pa was er natuurlijk bij, hij heeft me later de plek getoond. Het was bezaaid met kogelinslagen, een wonder dat er toen niemand is geraakt."

Bij verre verplaatsingen werden de stropers door moeder Deckers gedropt. Langs bossen en velden keerden ze naar huis terug, schietend op wat maar in hun vizier kwam. "'s Anderendaags reed pa rond met de auto om de buit op te pikken", zegt Bart. "Hij deed het meer voor de sport dan voor het geld. Hoeveel hazen, konijnen en fazanten zou hij niet hebben uitgedeeld? Daarom werd er ook zelden iemand verklikt. Het hele dorp profiteerde mee, de burgemeester, de veldwachter en de pastoor werden niet vergeten."

We springen in zijn jeep en rijden naar onze afspraak in Veerle-Laakdal. Het raam blijft open, zodat hij met de schijnwerper de velden kan screenen. Oplichtende ogen, daar moeten we op letten. Een haas verstijft in onze lichtbundel, in de rand van het bos branden groene dwaallichtjes. Reeën, een soort die ondanks jagers en stropers floreert als nooit te voren. Het Vlaamse reeënbestand wordt op 20.000 stuks geschat. Voor het echte grote wild, edelherten of everzwijnen, moet je natuurlijk in Wallonië zijn. Dat had ook zijn vader begrepen. Toen hij in de Kempen en de Netevallei alles gestroopt had wat er te stropen viel, verlegde hij zijn werkterrein.

"Dat waren de wilde jaren", vertelt Bart. "Met zijn drieën vertrokken ze, 's avonds na het werk. Van Leuven via Namen naar Dinant, en daar begonnen ze te lampen en te schieten. Op de duur gingen ze steeds dieper, tot in Arlon en Bastogne. Ze hadden zware wapens bij zich, stenguns en uzi's. Ook dat was typisch voor deze streek. In het milieu van stropers en botersmokkelaars circuleerden volop verboden wapens. Als een geweer besmet raakte bij een schietpartij, werd het meteen doorverkocht. Mijn pa reed altijd met dikke Amerikaanse sleeën, occasies waar ze een zware motor van een total loss instopten. Op een keer had hij een Mercury van een botersmokkelaar overgekocht. Een echte bandietenwagen, gepantserd en uitgerust met een bak met kraaienpoten om achtervolgers af te schudden. Dat was geen overbodige luxe. Het is meer dan een keer tot een schietpartij met de gendarmes gekomen. Als ze genoeg hadden geschoten, keerden ze terug en stopten ze onderweg bij enkele slagers. Ze hadden sleutels, ze hoefden het wild alleen maar binnen te gooien. Bij de volgende excursie gingen ze langs om het geld op te halen. Op zo'n avond werd er meer geboemeld dan gestroopt."

Uiteraard heeft Bart ook zelf gestroopt. Terwijl andere jongens aan het voetballen waren, ging hij fuiken zetten, stroppen leggen en hazen afknallen. Dat hij desondanks een gediplomeerde boswachter is geworden, mag ons niet verwonderen. Zoals bekend vormen bekeerde stropers de beste jachtopzieners. "Ik weet perfect hoe een stroper denkt", zegt hij. "Ik kan zijn gedrag voorspellen, alsof ik in zijn hoofd kan kijken." Maar dat zijn pa ooit bijzonder veldwachter zou worden? Een vertegenwoordiger van het gezag, gewapend met de bevoegdheden van een officier van de gerechtelijke politie, constant op de hort om stropers te verbaliseren en arresteren? Dat had in heel Hulshout niemand kunnen verwachten, zeker niet na de zware veroordeling die hij aan zijn Waalse avonturen heeft overgehouden.

Bart: "Hij werd verklikt door een stroper die zelf tegen de lamp was gelopen en die is beginnen te zingen om strafvermindering te krijgen. Een boete van 70.000 frank, dat was toen een bouwgrond waard. Zijn strafblad zag er fraai uit, stropen bij nacht, verboden wapendracht, rijden op de openbare weg met een gepantserde wagen. Ach ja, het moest er ooit van komen. Toen ik een kind was, stond de politie bijna wekelijks voor onze deur. Maar pa is slim, hij wist er zich altijd uit te praten."

Het is al voorbij middernacht als we bij een fermette stoppen. Er brandt een haardvuur, in de salon zitten vier weerbestendig uitgedoste jagers verenigd rond een thermos koffie. Jachtheer Bert Boets legt het doel van de bijeenkomst uit. De voorbije weken heeft hij meermaals bandensporen opgemerkt, wellicht afkomstig van stropers. Vannacht gaan ze posten, met een dreamteam nog wel. Jagers staan betrekkelijk machteloos als ze stropers opmerken. Ze hebben geen enkele politionele bevoegdheid en kunnen alleen maar hopen dat er zich een politiepatrouille in de buurt bevindt. Maar dit keer rukken ze met twee gemachtigde jachtwachters op, vader en zoon Deckers. Even later zit ik in een terreinwagen naast Georges Deckers, bijzonder veldwachter beëdigd voor het jachtrevier Veerle-Laakdal. We staan verdekt opgesteld, langs een landbouwweg die naar een bos leidt. Het is wel geen pakweer, maar met stropers weet je nooit. Alle boordlichten moeten uit om niet op te vallen en beide ramen blijven open. "Als er een schot valt, hoor ik graag van welke kant het komt", zegt Georges. "Koud? Dan moet je eens gaan posten als het buiten vriest. Ik heb altijd twee broeken en drie truien aan, en dat nog is het bibberen."

Met veel plezier dist hij anekdotes op uit zijn stropersverleden. Hoe ze 's morgens, als ze beladen met wild door het dorp liepen, hazen uitdeelden aan de doppers bij het stempellokaal. Hoe ze op de Nete eenden gingen schieten en daar pas mee ophielden als hun kano door het gewicht dreigde te zinken. Hoe handig het was om je lief mee te nemen als je ging stropen. Boswachters maakten spontaan een ommetje. Vrijers in het groen moet je niet storen, want iedereen is jong geweest. Onvergetelijk was de fazantenjacht bij IJsboerke. "Je weet wel", zegt Georges. "Genodigden schieten van op een track gekweekte fazanten die pas op de dag van de jacht worden losgelaten. Wij hadden een tip gekregen. Om zes uur 's zou de poelier komen om de zakken met fazanten af te leggen. Een half uur later zijn wij daar gepasseerd, alle zakken mee gegraaid. We zijn er mee naar Limburg gereden om ze zelf af te knallen."

De tijd kruipt voorbij, er gebeurt volstrekt niets. Mijn oogleden beginnen zwaar te wegen, maar Georges is klaarwakker. De raids in Duitsland, zal hij daar eens over vertellen? Overdag gingen ze het terrein verkennen, 's nachts trokken ze een spoor van kogelhulzen door de wildrijke bossen over de grens. "Levensgevaarlijk", zegt hij. "Duitse jagers hadden het recht om hun jachtgebied te gewapenderhand te verdedigen. Op een keer zijn we in een hinderlaag gevallen, we zijn op het nippertje over de grens gesukkeld. Vijf kogelgaten in de carrosserie, en niks gepakt." Sterke auto's, de levensverzekering van de stroper. Met zijn opgefokte Amerikanen maakte hij de rijkswachters in hun VW-busjes belachelijk. Maar zwijg hem van Franse wagens. Had zijn Peugeot 504 het niet begeven toen ze de koninklijke jacht in Champlon aan het plunderen waren, dan had hij nooit een strafblad gekregen. "We hebben hem achtergelaten met drie reeën in de koffer", zegt hij. We dachten dat we alle serienummers hadden uitgeveild, maar dat ene nummer in de waterpomp waren we vergeten. Zo is de bal aan het rollen gegaan."

Spijt heeft er niet van, zeker niet van het vertier dat bij de Waalse strooptochten hoorde. "Ik heb er niet veel aan overgehouden", zegt hij. "Alles wat we verdienden, werd onderweg opgeboemeld. Soms draaiden we er in weekend 20.000 frank door. Dat doe je niet alleen op café uiteraard. Ik wist waar de knappe blondines zaten, als je begrijpt wat ik bedoel."

En nu staat hij dus aan de andere kant van de barrière. "Dat komt door Bart", zegt hij. "Ik kon toch niet blijven stropen terwijl mijn zoon voor boswachter studeerde? Pas op, het was niet vanzelfsprekend met mijn verleden. Voor een jachtverlof heeft de vroegere burgemeester van Hulshout nog gezorgd. Zonder attest van goed gedrag en zeden, normaal kon dat niet. Maar bijzonder veldwachter? Dat heeft veel gelobby gekost, we hebben er zelfs de Wet Lejeune bij gesleurd om mijn strafblad te wissen. Of ik de kick niet mis? In je dooie eentje een paar stropers pakken, dat is ook spannend. Ik heb zelfs de Louis gepakt, een onverbeterlijke stroper met wie ik zelf jarenlang was opgetrokken. Ik had hem gewaarschuwd dat hij van mijn jacht moest blijven. Twee nachten later stonden we bumper tegen bumper. Ik heb hem anderhalve kilometer achteruit gedreven, pas dan ben ik erin geslaagd hem in een greppel te duwen. Hij heeft nog naar zijn geweer gegrepen, maar ik had hem eerst onder schot." Spannend, en nog wettelijk ook. Toch is de wolf in de schaapsvacht niet helemaal dood. "Soms jeuken mijn handen", geeft hij toe. "Als het buiten pakweer is, heb ik het moeilijk. Mocht het niet voor onze Bart zijn, ik pakte mijn geweer en ik ging stropen."

Boswachter Bart Deckers:

Als het slecht weer is, ben ik niet te houden. Wind, regen, dat klinkt als muziek in mijn oren. Pakweer, noemen wij dat, ideaal voor stropers. Maar ook ideaal voor mensen die op stropers jagenEx-stroper Georges Deckers:

Ik kon toch niet blijven stropen terwijl mijn zoon voor boswachter studeerde? Pas op, het was niet vanzelfsprekend met mijn verleden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234