Zaterdag 06/06/2020

'Strips worden zowel aan de universiteit als op het toilet gelezen'

strip

patrick van gompel hekelt verziekte sfeer in stripsector bij uitreiking stripvos

Afgelopen zaterdag nam VTM-journalist Patrick Van Gompel de uitreiking van de Bronzen Stripvos te baat om 'op neutraal terrein' zijn ergernis te uiten over de Vlaamse stripscene. Vooral bepaalde striprecensenten en de Werkgroep Strips van het Fonds der Letteren, die de subsidies verdeelt, werden geviseerd. De Morgen kreeg tekst en uitleg bij Van Gompels speech.

Brussel-Turnhout

Eigen berichtgeving

Karl van den Broeck en Geert De Weyer

De leden van de Vlaamse Stripgilde keken zaterdagavond in het Brusselse Stripmuseum vreemd op toen Patrick Van Gompel, VTM-journalist en voorzitter van de Bronzen Adhemar Stichting, er zijn Stripvos in ontvangst kwam nemen. Die prijs werd eerder dit jaar door de vereniging van Vlaamse stripauteurs uitgereikt als waardering voor een persoon (of vereniging) die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de erkenning van de Vlaamse strip. Van Gompel, die Marc Sleen opvolgt op de erelijst, organiseert al voor de vijftiende keer de Turnhoutse Stripgidsdagen, het oudste stripfestival van het land. In plaats van het obligate dankwoordje uit te spreken, nam Van Gompel de gelegenheid te baat om de aanwezigen met de neus op de feiten te drukken in een niet onopgemerkte lange speech. "Want er zijn een aantal dingen die maar eens gezegd moeten worden."

Over striprecensenten, bijvoorbeeld of over de belangenvereniging van de boekensector, Boek.be, die zelfs niet over cijfers beschikt over de sector. Hij pleitte ook voor een ernstige opleiding voor scenaristen en voelde zich niet te beroerd om met een berispend vingertje te wijzen in de richting van de stripcommissie, een vijf koppen tellende werkgroep van het Vlaams Fonds der Letteren waarvan hij nota bene zelf deel uitmaakt. "Ik vind dat de Werkgroep Strips maar eens moet neerdalen uit de ivoren toren", klonk het letterlijk. "Het moet gedaan zijn met spiegelkijkerij. Strips worden niet alleen aan de universiteit gelezen, maar ook op het toilet."

"Het is niet omdat ik in de stripcommissie zit dat ik daarom mijn mond moet houden", verduidelijkt hij aan De Morgen. "De dingen die scheef lopen moeten met naam en toenaam worden genoemd. Er moet openheid komen."

Van Gompel overwoog een tijdje geleden ernstig om zich terug te trekken uit de commissie. "Door er als lid in te zetelen is mijn ergernis alleen maar gegroeid", benadrukt hij. "Er wordt daar vanuit verschillende strekkingen over strips gesproken, maar ik heb de indruk dat er vooral aandacht is voor de zogenaamde vernieuwende strips. Soms wordt de vernieuwing louter en alleen om de vernieuwing verheerlijkt. De werkgroep is God de Vader niet en ze is niet in het leven geroepen om zelf geschiedenis te schrijven."

De commissie was in stripkringen al omstreden, maar openlijke kritiek kwam er pas vorige week, toen op de perspresentatie van de Turnhoutste Stripdagen Staf Pelckmans, directeur van cultuurcentrum De Warande, liet weten dat de commissie de tentoonstelling EroStrip - Erotiek in het stripverhaal, slechts wilde subsidiëren als de organisatoren ze zouden aanpassen volgens de wensen van de commissie. "Dat de commissie gaat bepalen hoe een organisator een tentoonstelling moet maken is een verontrustende evolutie", klonk het toen.

Van Gompel: "De commissie mag wel uitleg eisen over een project of werk, maar ze mag zich inderdaad niet bemoeien met de inhoud. Ik heb begrepen dat de commissie bang was dat het een triviale, platte expositie ging worden. Dat was net niet de bedoeling. Het lijkt mij vreemd dat de commissie dat niet wilde inzien. Buiten een historisch overzicht wordt er bijvoorbeeld ook nog een psychologisch-filosofisch overzicht gegeven van de erotiek in de strip."

Van Gompel neemt het ook niet dat de commissie brieven verstuurt naar (jonge) tekenaars "waarin een beslissing of een advies klinkt als een veroordeling tot 25 jaar cel". Als voorbeeld worden Luc Cromheecke en de jonge Conz genoemd. "Tot nu toe was het zo dat een oordeel door onze voorzitter Jan Baetens werd verwoord in een brief en door hem werd opgestuurd. In principe geen probleem, want je mag verwachten dat die brief in dezelfde geest is opgesteld, als wat er vooraf werd besproken. Nu is op mijn vraag afgesproken dat de leden elke brief die de deur uitgaat te lezen krijgen." Aantijgingen over favoritisme binnen de werkgroep wijst Van Gompel echter af. "Het is meer favoritisme inzake stijlen dan personen", denkt hij.

De kersverse Stripvos-laureaat zegt zich het afgelopen jaar ook vreselijk geërgerd te hebben aan de toon die bepaalde striprecensenten hanteren. Hij viel zaterdag bijzonder scherp uit naar de recensenten van Focus Knack en "een rechtse kwaliteitskrant", waarbij hij het "irriterende, belerende en denigrerende toontje" van de eerste vergeleek met "de rotte geur van een recensent die zich boven de mensheid waant", en de tweede afdeed als een 'persmappenverzamelaar' die zich onvoldoende informeert en stukken schrijft die aan elkaar hangen van veronderstellingen en vooroordelen. "Ik kan best tegen kritiek", klonk het strijdbaar, "maar sol niet met een aantal deontologische journalistieke regels."

"Kijk", verduidelijkte Van Gompel nadien. "Als je je als journalist belangrijker voelt dan je onderwerp, dan is dat toch een signaal om ermee te stoppen, niet?! Als ik voor het VTM-nieuws in Irak of Koeweit sta, voel ik me twee millimeter groot, hé! Je moet toch altijd ten dienste blijven staan van je onderwerp."

Vanuit diezelfde hoek kwam er ook kritiek op de uitreiking van de Vlaamse Gemeenschapsprijs voor Strips aan Dick Matena voor zijn integrale verstripping van Reves De Avonden. "Toen de jury Matena als laureaat uitriep, zag ik de bui al hangen. Natuurlijk wisten we dat er Vlamingen waren die de prijs liever niet naar een 'Ollander' zagen gaan. Daar heeft de jury zich nu eens geen kloten van aangetrokken, zie." Daarna volgde een lastercampagne aan het adres van Matena. Niet lang daarna werd ook Van Gompel aangevallen. "Men speelde vooral de man en niet de bal", zegt hij. "Hoogst irritant en onprofessioneel."

Verbolgenheid is er na al die jaren ook nog steeds over het feit dat de overheid de stripsector niet voor vol aanziet, "hoewel die belangrijker is voor onze economie dan witloof, chocola en bier samen". Dat onbegrip begint al in zijn eigen Turnhout: "Ik stoor me eraan dat het Turnhoutse stadsbestuur zich blijkbaar niet kan inbeelden hoe belangrijk de Stripgidsdagen wel zijn voor de sector en voor de stad. Het is geen toeval dat de Vlaamse Gemeenschapsprijs hier wordt uitgereikt. Het zou leuk zijn dat een overheid dat eens weet te appreciëren. Ik wil geen schouderklopjes, ik zou willen dat er iets structureels op poten wordt gezet. Waarom is er bijvoorbeeld niet één ambtenaar fulltime bezig met het helpen organiseren van stadsfestivals? Het is een onwaarschijnlijke chaos om iets van de stad gedaan te krijgen."

De kritiek dat zijn festival zelf ruim bedeeld is met subsidies, is hij meteen voor. "Ik denk dat ik de voorbije twintig jaar 20 miljoen Belgische frank bij elkaar heb gezocht. Meer dan 80 procent daarvan is afkomstig van de privé-sector, geen 5 procent komt uit de stripsector." Meer in het algemeen pleit Van Gompel voor nog meer overheidsgeld voor strips. "Bert Anciaux heeft heel wat gedaan voor de sector. Hij heeft het Fonds voor de Letteren bijna gedwongen om ook een stripbeleid te voeren. Maar de verhoudingen zijn helemaal zoek. Het is een wat gemakkelijk voorbeeld, dat geef ik toe, maar per zitje in de opera legt de overheid 300 euro bij. Als je dat vergelijkt met het geld dat de stripsector mag verdelen, dan vind ik dat zielig. Het zou trouwens wel eens kunnen dat de commissie volgend jaar slechts 75.000 in plaats van 100.000 euro mag besteden."

De grote onrust in de stripsector, met naijver, vetes en regelrechte afrekeningen kan volgens Van Gompel ook verklaard worden door het gebrek aan middelen. "Het is een nieuw fenomeen dat de overheid strips ernstig neemt", zegt hij. "Dat is een goede zaak, maar de sector is dat niet gewoon en iedereen wil maar al te graag een deeltje van de koek. Recensies worden plots veel belangrijker omdat striptekenaars denken dat de leden van de commissie daar rekening mee houden. Dat is, gelukkig, niet het geval."

Ten slotte is er ook gewoon jaloezie. "Je hebt altijd tekenaars en recensenten die elkaar het succes niet gunnen. Als iemand succes oogst met een ogenschijnlijk simpele strip als FC De Kampioenen, brengt dat jaloezie, nijd en pure afgunst mee bij een tekenaar die zich als grote vernieuwer beschouwt maar door geen hond gelezen wordt. Die attitude leeft heel sterk. Tekenaars groeien ook mee met de aandacht in de pers. Daardoor voelen ze zich ook belangrijker, maar er is natuurlijk een verschil tussen belangrijk zijn en zich belangrijk voelen. Dat zet kwaad bloed, ook wat betreft hun positie in de media."

Van Gompel riep zaterdag vooral op tot kalmte en verdraagzaamheid: "Mijn boodschap is dat we ons niet moeten vergissen van vijand. Niet te veel energie steken in onderlinge ruzies. Kijk, in de stripwereld wordt er nogal snel gekankerd op degenen die de handen uit de mouwen steken of die een uitgesproken mening hebben. Dat zou niet mogen. Ik pleit dan ook voor meer openheid."

'Strips zijn belangrijker voor onze economie dan witloof, chocola en bier samen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234