Zondag 31/05/2020

'Strips waren voer voor imbecielen'

Gevierd striptekenaar Marc Sleen wou eigenlijk kunstschilder worden of later nog natuurfotograaf in Afrika. Toen hij in het concentratiekamp van Beverlo een Gentse auteur leerde kennen, rolde hij de stripwereld in. 'De liefde voor Afrika heeft me recht gehouden.'

Hoeilaart, ten huize Sleen. Het gesprek is nog maar net begonnen, de vraag amper gesteld, of de puntjes worden al meteen al op de i gezet. "Neen, ik heb nooit besloten om striptekenaar te worden", verduidelijkt Marc Sleen aan de vooravond van zijn negentigste verjaardag. "Laten we zeggen dat ik er eerder ingerold ben. Dat zat zo: toen de Duitsers me in het concentratiekamp van Beverlo staken, heb ik daar een Gentse auteur leren kennen. Ik tekende nadien covers en illustraties voor zijn boeken.

"Jaren nadien loodste hij me als hoofdredacteur van Het Nieuwsblad de krantenwereld binnen. Ik was negentien of twintig toen ik gevraagd werd of ik als huistekenaar voor De Standaard wilde werken. Ik kreeg een klein kantoortje op de Emile Jacqmainlaan, waar ik vooral politieke karikaturen tekende. Het was een Vlaams-katholiek nest. Pure CVP. Eenrichtingsverkeer ook. Zo moest ik karikaturen maken tegen alles wat rood, communistisch of blauw was. (grijnst) De tjeven, hé?!

"Dat is zo heel mijn leven gebleven, tot ik in 1972 besloot om enkel nog zulke karikaturen onder te brengen in mijn intussen gelanceerde strips als Nero of Piet Fluwijn en Bolleke. In Nero liet ik dan een of andere minister of zelfs onze koning bij het frietkot van Jan Spier aandraven.

"Kijk, ik ben niet meteen begonnen met strips, maar met 'bandjes'. Als huistekenaar maakte ik grapjes met Piet Fluwijn en Bolleke voor de jeugdbijlage van Ons Volkske, waarvan ik toen hoofdredacteur was. En men durft het wel eens vergeten, maar ik maakte ook heel deftige, ernstige, Sint-Lucasachtige prenten voor het blad Spectator (literaire bijlage van De Gids, GDW). Dat ging van portretten van Baudelaire tot Tsjaikovsky. Heel serieus allemaal.

"Ik was als huistekenaar een duivel-doet-al, hoor. Werkelijk alles deed ik. Modetekeningen, geografische kaarten, etcetera. Ik reed zelfs met de motor naar Breendonk om er karikaturen te maken van de gevangenen waarvan in die tijd geen foto's gemaakt mochten worden. Quasi-ernstige karikaturen, dat mocht wel. Pas veel later ben ik echte stripverhalen beginnen tekenen. Detective van Zwam kent u wel. Hij was een beetje geïnspireerd op Sherlock Holmes. Maar Van Zwam is niet lang Sherlock Holmes gebleven. Hij is zijn eigen weg gegaan ten voordele van Nero."

Verdwenen droom

Hoewel Marc Sleen nu alom geprezen wordt als een van Vlaanderens bekendste stripgrootmeesters en hij met vooral Nero een onuitwisbare indruk naliet, lag zijn ambitie ooit elders. "Op mijn twaalfde ben ik naar de academie in Sint-Niklaas gegaan. Mijn doelstelling: kunstschilder worden. Daar was niet iedereen even gelukkig mee. Mijn moeder zei dat ik beter geen kunstschilder kon worden, want dat waren hautaine mannen met een grote hoed en een dikke snor. Ik liep nochtans over van bewondering voor mensen als Gustaaf Vande Woestyne, Jeroen Bosch en Breughel. Zo knap. Ik hield niet van Cobra-schilders. Voor mij moest het iets betekenen. Bosch was voor mij een absolute grootmeester.

"Op de academie kregen we geen naakt, we konden er enkel ouw pekes tekenen. Daarom ben ik naar Sint-Lucas Gent gegaan: daar was wel naakt. Nu, dat heeft allemaal wel geholpen om een goede striptekenaar te worden, maar dat was eigenlijk niet de bedoeling. Ik heb altijd gedacht dat ik na mijn pensioen schilder zou worden. Ik was daar al in bedreven. Op minder drukke zondagen probeerde ik te schilderen. Helaas, ik had het zo druk met mijn strips en/of de karikaturen rond De ronde van Frankrijk, dat ik er amper tijd voor kon vrijmaken.

"Die droom is langzaamaan vertroebeld. Hij is nooit werkelijkheid geworden. En nu ben ik bijna negentig, ik kan niets meer. Kortom: die droom is volledig verdwenen. Daar staat wel tegenover dat ik met het creëren van humoristische personages als Nero en Adhemar miljoenen mensen aan het lezen heb gekregen. Zodanig zelfs, dat dat mijn leven geworden is."

Huiszoekingen

Niet dat dat allemaal op een presenteerblaadje werd aangeboden. Hoewel Sleen samen met Bob De Moor, Jef Nys, Morris en Willy Vandersteen tot de Grote Vlaamse Vijf behoort, werd in de periode dat ze hun strips lanceerden, nog stevig op het medium neergekeken. Ook Sleen herinnert zich die attitude als de dag van vandaag. "Ik heb het niet alleen gevoeld, ze hebben het me ook flink laten verstaan? Strips, dat was voedsel voor imbecielen! Maar ik spreek nu over de periode van vlak na de Tweede Wereldoorlog. We kenden toen amper goede strips. Je had enkel Mickey Mouse en nog een paar andere dingen. Het waren Vandersteen en - sorry, hoor - ik die het in Vlaanderen gelanceerd hebben. Misschien waren dat niet de echt goede strips, het waren wel dagelijkse afleveringen.

"In België was Hergé was toen al een grote meneer. Zijn klare lijn werd bewonderd. Het zijn dat soort grote auteurs - en laat mij er maar bij zijn - die ervoor gezorgd hebben dat het "leesvoer voor imbecielen" verheven werd tot negende kunst. Voor mij was die omschrijving een groot compliment. Ik begon me daardoor zelf te realiseren dat het niet enkel ging om het tekenen van in afgronden vallende bazekes. Nee, er zat meer in. Ik bracht in mijn strips ook veel didactische dingen voor de jeugd. Over de zeven wereldwonderen, bijvoorbeeld. Daar staken ze iets van op.

Op de vraag of Sleen zich nog het moment herinnert waarop hij besefte dat Nero niet alleen een blijvertje was, maar ook erg populair was, knikt hij uitbundig. "(Lacht) Het allerbeste bewijs voor die stelling was toen ik van Het Volk naar De Standaard ging en ze dertigduizend lezers verloren. Toen besefte ik hoe belangrijk het allemaal was. De directeur-generaal van Het Volk en zijn staf zijn me hier thuis komen smeken om toch alstublieft terug te komen. Er volgde zelfs een proces met als inzet: Nero als eigendom van nv Het Volk.

"Huiszoekingen volgden, ik verscheen voor de rechtbank,... Kijk, de stripauteur van vandaag moet betalen om in de krant te mogen verschijnen. Vroeger was dat net andersom. Wij, striptekenaars, hadden lezers aangetrokken en verzameld. Er was natuurlijk geen televisie, dus dat hielp. Maar in die tijd maakte ik iedere dag twee stroken die eindigden met een cliffhanger. Dat was heel moeilijk, maar dankzij mijn fantasie lukte dat wel. We prikkelden dus blijvend, dag na dag, de nieuwsgierigheid van de mensen. Dat was het succes van het beeldverhaal op dat moment. En van Nero. Mag ik hier toch even verduidelijken dat ik nooit beroep heb gedaan op scenaristen en assistent-tekenaars zoals Hergé, Vandersteen, Roba en al die anderen?! Zij verzonnen niet alles zelf, maar hadden een leger van scenaristen en assistenten waaruit ze konden kiezen. Ik niet. Althans, tot mijn 70ste niet. (Daarover morgen meer, GDW)."

Safari

Vier verhalen per jaar zouden decennia lang uit zijn tekenpen vloeien. Hard labeur, zegt Sleen. "Maar van opgeven is nooit sprake geweest. Het was per slot van rekening mijn broodwinning." Nochtans verwenste hij Nero soms wel. Terwijl hij langzaam besefte dat hij zijn droom om ooit kunstschilder te worden moest opbergen, kwam ook nog een andere droom in het gedrang, die van documentairemaker en natuurfotograaf in Afrika. "Dat was verschrikkelijk. Ik heb 35 safari's van een maand gedaan, telkens in het droogseizoen januari/februari. Om te kunnen reizen moest ik een maand voor op schema liggen, of Nero verscheen niet. Ik vertrok nooit voor ik een scenario volledig uitgeschreven en geschetst had. Het zou me nooit gelukt zijn om bij terugkomst vanuit een wit blad te vertrekken.

"Ginder in Afrika bestond Nero niet. Ik vergat het allemaal. Toen het in België begon te ijzelen en donker werd om vier uur, wist ik dat ik daags nadien het vliegtuig op kon gaan, richting 35 graden en mijn dieren. Die liefde voor Afrika heeft me recht gehouden. Daar verblijven was niet enkel een hobby, het was een doelstelling. Meer nog dan dat tekenen. Toen het allemaal te laat was heb ik vaak gedacht: waarom ben ik in godsnaam geen bioloog geworden?"

Morgen in M: 'Nero, dat ben ik!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234