Maandag 18/10/2021

Strips u heruitgave van een van de meest karakteristieke reeksen van Willy Vandersteen

Vergeleken met de fantastische 'belevenissen' van Suske en Wiske maken de Snoeks niets speciaals mee. Het zijn geen helden. In het beste geval is Leonard Snoek een pantoffelheld

Familie Snoek aan de haak

Vijftig jaar nadat in 1945 'De familie Snoek' verscheen, geeft Standaard Uitgeverij die fameuze bij-reeks van wijlen Willy Vandersteen opnieuw in album uit. 'De familie Snoek' biedt meer dan alleen humor. Het is een reeks die een intimistische kijk geeft op de Vlaamse mentaliteit van de jaren van de radio en de zwartwit-tv. Die zogenaamde kleine strips schetsen een alleraardigst beeld van het Vlaanderen van toen, la Belgique d'antan. Of het nu Vandersteens 'De familie Snoek' is, 'Quick en Flupke' van Hergé, of die vele reeksen van Marc Sleen, zoals 'De Lustige Kapoentjes' en de spreekwoordelijke 'Avonturen van een Vader en zijn Zoon'. Door Walter Pauli

Leonard en Marie Snoek hebben twee kinderen, dochter Gaby en zoontje Sloeber. Dit gezinnetje vormt de familie Snoek, een even doorsnee als archetypisch Vlaams gezin waarvan de 'avonturen' vanaf 22 december 1945 verschenen in de weekendeditie van de kranten De (Nieuwe) Standaard, De Nieuwe Gids en Het Nieuwsblad. Het is een stopreeks, ieder verhaal telt één pagina. De auteur is de legendarische Willy Vandersteen (1913-1990), tekenaar en geestelijke vader van Suske en Wiske.

Werkmier Vandersteen had aan één reeks niet genoeg, en zijn uitgeverij trouwens ook niet, want iedere Vandersteen was kassa. Vandaar dat hij, met de hulp van zijn studio, voortdurend andere reeksen bedacht en tekende, en dan doorgaf aan zijn medewerkers. Sommige stonden dicht bij de succesreeks ('Jerom', 'De gouden Stuntman', 'Grappen van Lambik'), vaak ging het om meer realistisch getekende reeksen als 'De rode Ridder', 'Karl May', 'Biggles', 'Bessy', 'Safari', 'Robert en Bertrand', of 'De Geuzen'.

In dat wijde oeuvre van Vandersteen nam 'De familie Snoek' een wat aparte plaats in. Er is namelijk geen sprake van klassieke avonturen. Vergeleken met de fantastische 'belevenissen' van Suske en Wiske beleven de Snoeks niets speciaals. Over 'helden' spreken is overmoedig. In het beste geval is Leonard Snoek een pantoffelheld. Vanaf hun ontstaan in 1945 leidden de Snoeks het leven van de Vlamingen van die tijd, zij het wat aangedikt en uitvergroot. Maar in essentie vertellen de Snoeks het verhaal van het dagelijkse leven van de lezer zelf. Het gaat over ruzie met de vrouw, en dat draait vaak om helpen in het huishouden. Kopzorgen om de kinderen, zeker om de oudste dochter die, hoewel - op het oog geschat - nog lang geen twintig, toch vrijers te over heeft, maar snel trouwt, voor er accidenten van komen. Het inkomen van de familie Snoek is gewoontjes, en dus moeten de eindjes aan elkaar geknoopt worden. Maar toch lust meneer Snoek zijn pintje, koopt mevrouw graag kleren, wil Sloeber zakgeld.

Zelfs na vijftig jaar is dat allemaal erg herkenbaar. Voor de lezer van 1945 was de vorm van die verhalen even herkenbaar als de inhoud, voor die van 2005 baadt 'De familie Snoek' in een retro-sfeer. Zeer vaag herkenbare retro voor de eerste reeks van tien albums, die getekend werd in de jaren veertig en vijftig. Meer herkenbare, bijna moderne retro -- maar desondanks retro, want zichtbaar gedateerd - voor de tweede reeks uit de jaren zestig. In die sixties beschouwden de mensen zichzelf als 'modern', en dat kan niet anders in een tijd waarin de tv-kijkers in real time de eerste mannen op de maan zag lopen.

Maar hoe ver zijn die jaren zestig, zoals te zien in de Snoek-albums, vandaag van ons verwijderd? Er zijn nu geen ijzeren vuilnisemmers meer. In plaats van de vermaledijde videocamera was er toen de even infame filmcamera. 's Winters draaide vader dan, met filmprojector, de 'kleurenfilmpjes' van de vakantie af. Misschien wel de pittigste observatie van Vandersteen in de jaren zestig-reeks is de komst van de astrante werkvrouw-met-sigaret.

Toch haalt die tweede reeks, hoe charmant ook, niet het niveau van de eerste. De tweede reeks was 'studiowerk', en dus slordiger getekend, en met meer voor de hand liggende grappen. Het is trouwens alleen die eerste Snoek-reeks die nu zorgvuldig gerestaureerd door Standaard uitgegeven wordt. Het gaat om bijzonder verzorgde, zelfs luxueuze uitgaven, en ieder album is vergezeld van commentaar van striphistoricus Pascal Lefevere. Standaard beperkt zich evenwel tot die Snoek-verhalen die ook in album uitgegeven zijn, 350 van de 404 gags die in totaal in de kranten verschenen. Gelukkig vulden de ondernemende stripliefhebbers van 'Brabantstrip' die leemte op. Zij geven, in eerder beperkte oplage (in iedere goede striphandel te koop) de 54 ontbrekende Snoek-verhaaltjes uit, hersteld aan de hand van de oude kranten. Daar zitten trouwens pareltjes bij, zoals de geboorte van de twee kleinkinderen van Snoek, een gebeurtenis die essentieel is in de reeks. Ook de Brabant-stripuitgave heeft trouwens lezenswaardige pagina's met tekst en uitleg.

De drie albums die nu al in de winkel liggen, omvatten de periode van 22 december 1945 tot 1 januari 1949. De lezer gaat terug naar het Vlaanderen van vlak na de oorlog. Er is nog rantsoenering, vooral van steenkool (ook bij de familie Snoek snort de kachel), er lopen nog Engelse en Amerikaanse soldaten rond, en dochter Gaby is niet ongevoelig voor de aandacht van een zekere 'Bill'. Leonard Snoek weet trouwens goed waar de klepel hangt, als zij vraagt of ze zo'n Amerikaan mee naar huis mag nemen: "Maar zeker, Gabyke. Beter met één in huis dan met tien op straat, kind." Het waren niet alleen kinderen voor wie 'De familie Snoek' bedoeld was. De scenarist van Willy Vandersteen was zelf een vader met kroost. De Snoek-grappen over de kopzorgen om een opgroeiende dochter, het gekibbel van een man met zijn vrouw: Godderis had uit zijn eigen leven inspiratie te over. Voeg daar het meesterschap van een Vandersteen bij, die naar het toppunt van zijn kunnen groeit, en zelden was er een strip die zo herkenbaar-volks was als 'De familie Snoek'.

Hoe oer-Vlaams de reputatie van 'De familie Snoek' ook is, Vandersteen was inhoudelijk veel minder gebonden door de conventies van het klassieke beeldverhaal dan bij Suske en Wiske, waar het stramien vastligt. In de keuze van zijn hoofdpersonage was hij zijn tijd ver vooruit. Vanaf de jaren zestig noodt de tijdgeest uit om de klassieke helden af te schrijven en duikt de antiheld op. Snoek, we schreven het al, was een 'pantoffelheld' avant la lettre, een voorganger van figuren als Franquins hilarische Guust.

Nu was dat niet uniek voor Vandersteen. Het hele genre van de nevenreeksen heeft antihelden. Piet Fluwijn, de vader van Bolleke, kon de buur zijn van Leonard Snoek. 'De Kapoentjes' kennen niet één echte held. Niet Fonske, Oscar, Bikini of de legendarische Lange So, evenmin de schurk Flurk, de taartenbakkende moeder Stanske of de champetter. Niets heldhaftig ook aan die andere champetter, die waakzame vriend van Hergés Quick en Flupke. Het zijn allemaal antihelden, veredelde loosers.

Het lijkt alsof Vandersteen, Sleen en zelfs Hergé een mentale uitlaatklep nodig hadden als tegenwicht tegen hun bekende verhalen met de zo klassieke hoofdrolspelers, die nu eenmaal ieder album als winnaar afsluiten. Op termijn is er voor een tekenaar niets gruwelijkers dan de voorbeeldig perfectie van Kuifje of Suske. En dus tekenden ze allemaal nevenreeksen.

In die zin is 'De familie Snoek' een genrestrip. Toch ging Vandersteen verder dan zijn tijdgenoten. Neem 'Piet Fluwijn en Bolleke', of 'De Kapoentjes'. Net zoals de klassieke striphelden bleven die, heel klassiek, onveranderd in de loop der jaren. 'De Kapoentjes' bleven van 1952 tot 1965 kapoenen, maar ook niet meer dan dat. Na dertien jaar zaten ze nog altijd in hun clubhuis, lieten ze zich nog altijd tergen door een even onveranderde Flurk. Toen Sleen in 1965 stopte met Bolleke, was dat ronde ventje stilaan aan het devalueren tot een een mannetje met een vlak karakter. Geen kind trouwens dat nog een vader had met platte bolhoed. Sleen gaf dat jaar 'De Kapoentjes' door aan zijn medewerker Hurey, die hen radicaal moderniseerde. In de jaren zestig ondergingen uitgerekend de Kapoentjes hun culturele revolutie. Het uitzicht veranderde: geen stom wicht meer dat Bikini heette, maar een knappe blonde met lange benen en korte rokjes. Flurk werd Jakke en reed op een motor. De champetter verdween, weg met het gezag. Moeder Stanske viel ook weg, zij mocht haar taarten voortaan aan het bejaardentehuis slijten. De nieuwe Kapoentjes gingen fuiven. Maar die nieuwe Kapoentjes waren dan weer zo overduidelijk kinderen van iconen van de late jaren zestig, vroege jaren zeventig, dat ze hun tijd nauwelijks overleefden. Al in de jaren tachtig waren ze passé.

Terug naar Snoek. Vandersteen paste al in de jaren veertig een paar principes toe die pas opgang maakten in de moderne renouveau van het zogenaamd 'volwassen' beeldverhaal vanaf de jaren zestig. In een aantal moderne stripreeksen, zoals 'Buddy Longway' en 'Thorgal', evolueert het stripleven net zoals het gewone leven. Kinderen groeien op, trouwen, krijgen zelf ukken. Bij de Snoeks gebeurde dat al twintig, dertig jaar voor de invoering van dat nieuwe realisme dat de betere stripliefhebber zo bekoorde. Alleen trekt Vandersteen die consequentie niet helemaal door. In 'Buddy Longway' overlijdt ook een van de kinderen. Daar past Vandersteen voor. En in de jaren zestig-reeks is Sloeber nog altijd het sloeberke van de lagere school.

Maar verder gaat het leven in 'De familie Snoek' wel zijn gewone gang. Dochter Gaby begint naar de jongens te kijken, er komt een schoonzoon, de geboorte van kleinkinderen, de Snoeks worden 'jonge grootouders'. Het is die levensloop die Snoek zo uniek maakt, soms zo ontroerend, en een enkele keer ook gedateerd.

Het duurt bijvoorbeeld een hele tijd voor de Snoeks door hebben hoe Gaby 'haar leeftijd wat vooruit is', om het beleefd uit te drukken. In het begin van het eerste album zegt Marie Snoek nog tegen 'madame Janssens' van de buren: "Ons Gaby zit zeker weer te lezen. Dat interesseert haar meer dan de jongens." Iets later. Vader Snoek is boos: "Elf uur al. Waar blijft Gaby nu weer. Dat moet uit zijn." Moeder sputtert tegen - het is nog maar een uur of tien. Leonard blijft onvermurwbaar: "Ge moet dat niet goed praten, Marie. We gaan slapen. Ik zal haar straks een lesje leren."

Trouwens, voor elf uur naar bed, zo was het leven in de tijd zonder tv. De afwezigheid van het beeldscherm is pas echt opvallend als Vandersteen vertelt over een zaterdagavond. Vader Snoek wil een dutje doen. Moeder is boos, want zij wil het gezellig maken: "Het wil weer eens lukken. Ik bak wafels, de kinderen komen kaarten en gij gaat slapen." Op zaterdagavond! Ver in de jaren vijftig komt die tv er toch. En wel zo. Leonard: "Een televisietoestel, Marie!" Marie: "Wat kunnen we gaan stoefen!"

Maar voor ze met hun ogen voor tv zaten, spiedden ze vooral hun dochter na ("Ons Gaby staat weer bij onzen gebuur. Dat wordt nog een verloving.") Inderdaad, en dat gebeurt volgens de toenmalige regels van de kunst: de jongen moet vragen of hij met de dochter 'mag omgaan'. Gaby moet haar vriend zelfs aansporen: "Toe Stan, ga nu aan vader vragen of ge mij moogt verkeren." Die is bang: Gaby is "nog jong". Maar er komt toch een huwelijk van. Op zijn jaren veertigs. Gaby en Stan verwoordden wat toen veel jonge koppels dachten, maar wat vandaag hoogst onaangenaam klinkt: "Fijn dat we bij mijn ouders mogen inwonen, hé schattebout."

Vervolgens verhaalt Vandersteen over het samenleven van generaties onder één dak. De jonkies spelen jazzmuziek, Snoek vraagt zich af: "Past zo'n muziek wel voor menschen van onze soort?" De ouders kunnen het niet nalaten te luistervinken, of soms door het sleutelgat te kijken. Niet dat ze veel gezien hebben. Als 'het grote nieuws' komt, is moeder Marie totaal verrast. Ze waarschuwt manlief met woorden die toen erg herkenbaar zullen zijn geweest, maar vandaag vooral getuigen van een tijd vol pudeur: "Leonard, ik mag het niet zeggen, maar Gaby heeft de ooievaar besteld!"

Niet alles is zo gedateerd. Bijzonder actueel is de kleine dialoog waar vader en moeder Snoek onverwacht zien dat er een haar in de boter is in het gezin van dochter. De oorzaak? Gaby bekent: "Vroeger nam hij elke avond een borreltje. Maar ik heb het hem verbo... huh... afgeraden." Zo gaat dat bij klassieke verhalen: na zestig jaar vertellen ze nog altijd over het leven van nu.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234