Vrijdag 06/12/2019

Strips onder vuur

Niet alleen cartoons, ook strips hebben geleid tot protest, controverse en haat. Vooral beeldverhalen met een erotisch, religieus of politiek randje kregen ervan langs. De Morgen besprak een paar opvallende voorbeelden met de Britse striphistoricus Paul Gravett.

"Een beeld is duizend woorden waard, heel vaak zijn er nog 2.000 extra nodig om het uit te leggen, maar je kunt die duizend woorden niet door duizend andere woorden vervangen." Aldus Art Spiegelman, geestelijke vader van de Holocauststrip Maus, in een poging de rol van de cartoon te verduidelijken.

In hetzelfde vraaggesprek uit 2006 liet hij verstaan dat vooral cartoons kritisch worden bekeken. Omdat ze universeel zijn, iedereen ze leest, ze weinig subtiliteiten (kunnen) bevatten en vaak de context niet kunnen weergeven. Strips springen daarentegen niet meteen in het oog van de tegenstanders omdat ze zich niet zomaar laten lezen, de context vaak aanwezig is en het stripmedium in vele landen volledig onder de radar blijft wegens een totaal gebrek aan stripcultuur.

En toch... Ook dat medium heeft zijn portie controverse ondergaan, zo zegt de Britse striphistoricus Paul Gravett (58), auteur van 1001 Comics You Must Read before You Die.

1. Ben Laden devoilé (Bercovici & Sifaoui, 2009)

In 2009, niet toevallig op 11 september, verscheen in Frankrijk het humoristische album Ben Laden devoilé (Bin Laden ontmaskerd) van de Fransen Bercovici en Mohamed Sifaoui. De cover zette meteen de toon. Daarop een wat dwaas kijkende Bin Laden met kalasjnikov, geflankeerd door zijn in blauwe boerka geklede eega, goed geproportioneerd, stijve tepels en voorzien van een bomgordel.

Kort na de publicatie werden de auteur en zijn familie door fundamentalistische moslims met de dood bedreigd. Tegenstanders reageerden scherp op het boek en meenden dat je met terrorisme niet mocht lachen. "Nochtans wilden wij vooral de moslimgemeenschap een hart onder de riem steken en ijveren voor een betere integratie", reageerden de makers. "Ons standpunt was duidelijk antiterroristisch. De grootste slachtoffers van de cartoonrellen waren immers de moslims zelf."

Gravett: "Dit album kende ik niet, maar ik moet onmiddellijk denken aan het beroemde citaat van François Cavanna, die aan de wieg stond van Hara Kiri (1960) en de opvolger Charlie Hebdo (1970). 'Principe nummer één: niets is heilig. Om de ergste dingen moet je het hardst lachen, precies waar het het meest pijn doet, moet je krabben tot het bloedt.' Tja, met zo'n werkethiek is het duidelijk dat de humorscene zich in Frankrijk al vanaf de jaren zestig alles veroorloofde.

"Het Bin Laden-album doet me denken aan Hitler = SS, een strip uit 1980 van Vuillemin en Gourio die spotte met de ellende in de concentratiekampen. Het album getuigde van vreselijk slechte smaak, en tegen beter weten in kon je niet anders dan erom lachen. Het leidde in Frankrijk tot grote controverse, en werd zelfs verboden.

"Het album is en was een goed voorbeeld van hoe ver de Franse tekenaars bereid waren te gaan. Hun traditie van satire is ingebakken, maar andere landen kennen die voorgeschiedenis en cartoon- en stripcultuur niet. Dat maakt het moeilijk voor hen om te begrijpen waarom een land zulke albums toelaat. Net daarom begrijpen velen Charlie Hebdo niet. Ze reduceren het blad dan maar tot 'antimoslim'. Zoveel is zeker: satire kan duidelijk verkeerd begrepen worden."

2. De albums van Joe Sacco

De in Malta geboren Amerikaan Joe Sacco is journalist en stripauteur. Sinds de jaren negentig maakte hij vele non-fictiebeeldromans over de conflicthaarden van deze wereld, zoals Gaza of de Bosnische oorlog. Doordat hij zichzelf opvoert in zijn stripreportages en zelfs geëmotioneerd verslag uitbrengt van zijn wedervaren, vervalt zijn puur objectieve positie, wat zijn tegenstanders maar wat graag gebruiken om hem uit evenwicht te brengen en zijn werk als propaganda af te doen. In zijn journalistieke stripromans zoekt Sacco weliswaar steeds beide kampen op, maar dat belet hem niet veel vijanden te maken.

Vorige week, vlak na de aanslag op Charlie Hebdo, tekende hij voor de Britse krant The Guardian een één pagina tellende strip waarin hij zijn visie geeft over de manier waarop de strip- en cartoonwereld met satire omgaat. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Na de cartoonrellen in 2006 noemde hij de Denen die de Mohammed-cartoons tekenden 'idioten'.

Gravett: "Het is niet verrassend dat hij in de VS onder vuur ligt door de machtige pro-Israëlische lobby. Sacco verbergt niet eens dat hij sympathiseert met de Palestijnen. In zijn boek Palestine uit 1993 laat hij de Israëli's weliswaar uitvoerig aan het woord, maar dat weerhield de Israëlische lobby er niet van hem als een Palestijnenvriend af te schilderen, waardoor zijn reputatie als journalist in het gedrang kwam. In die zin was zijn boek Footnotes from Gaza uit 2009 belangrijk, waarin hij onderzoeksjournalistiek toepast op twee door de wereld vergeten massaslachtingen in Khan Younis en Rafah in 1956. Dat hij daarin niet debatteerde over het heden, maar in het verleden groef en zichzelf daarbij buitenspel zette, was belangrijk, ook al spraken getuigen mekaars herinneringen aan dat verleden tegen. Maar goed, de geschiedenis wordt altijd herschreven.

"In zijn strip in The Guardian vorige week roept hij veel vragen op, en sommige mensen waren geschoffeerd. Maar ik vind het heel goed. Sacco stelt vragen, zoals over de culturele context van cartoons die in de VS onbegrepen blijft of wat nu precies satire is. Ten opzichte van de Mohammed-cartoons was hij eerst erg anti, maar ik denk dat hij zijn toon wat verandert en wil accepteren dat mensen zeggen wat ze willen."

3. Persepolis (Marjane Satrapi, 2000)

Met Persepolis, een semi-autobiografie over leven en lijden in Iran, scoorde de Iraanse tekenares Marjane Satrapi in het Westen een hit. Het boek werd met prijzen overladen en resulteerde in 2007 in een animatiefilm die werd genomineerd voor onder meer een Oscar, een Golden Globe en een BAFTA Award.

In het Oosten werd de strip echter veeleer negatief en zelfs agressief ontvangen. Libië omschreef het als een belediging voor de islam en Iran. In eigen land werd Satrapi door de overheid beschouwd als een verraadster van haar eigen religie. In eerste instantie verhinderde de Iraanse regering het tonen van de film op buitenlandse festivals. In 2008 mochten enkele bioscopen de film toch vertonen (exclusief zes scènes wegens seksueel expliciet).

Gravett: "Het succes van Persopolis bij ons staat haaks op de manier waarop men er in eigen land en omstreken mee omging. Satrapi gaf zelf aan dat ze haar boek nooit in Iran zou kunnen publiceren. Toen een Iraans televisiestation de Persepolis-film uitzond - wat het Westen overigens sterk verraste - werd het aangevallen door religieuze tegenstanders. In 2011 werd de film ook vertoond op de Tunesische private zender Nessma. Dat werd gevolgd door een demonstratie, terwijl de eigenaar van Nessma veroordeeld werd voor 'het schenden van heilige waarden' en 'het verstoren van de openbare orde'.

4. Ché (Breccia en Oesterheld, 1968)

Jarenlang lag een van de laatste overgebleven exemplaren van deze graphic novel annex stripbiografie over Ché Guevara onder een dikke hoop aarde in de tuin van de meest legendarische stripauteur die Argentinië ooit gekend heeft: Alberto Breccia. Tijdens de dictatuur in het land (1976-1983) werd het boek namelijk verboden door de junta. De SIH, oftewel de geheime dienst van het leger, had alle originelen vernietigd. Via het begraven exemplaar werden de latere (vertaalde) uitgaven gemaakt. De scenarist van het werk, Héctor Oesterheld, verdween op 58-jarige leeftijd samen met zijn vier dochters. Wellicht werden ze ontvoerd en vermoord door het leger.

Gravett: "Voor zover ik weet is Oesterheld de enige stripauteur die voor het maken van een strip werd vermoord. De impact van zijn werk op het toenmalige politieke klimaat was dan ook overdonderend. Je kunt gerust zeggen dat Oesterheld al vanaf de jaren vijftig politiek actief was op stripgebied: hij was trouwens lid van de linkse guerrillagroep Montoneros.

"Betekenisvol was zijn postapocalyptische stripreeks El Eternauta uit 1957, over een invasie van buitenaardse wezens in Buenos Aires. Het hoofdpersonage droeg een duikersuitrusting met snorkel om zich te beschermen tegen de dodelijke sneeuw buiten. Dat personage werd hét symbool voor de anti-junta in Argentinië: het prijkte op graffiti-muren, was te zien in cartoons en op flyers. Maar met het latere Ché werd hij het bekendst."

5. Maus (Art Spiegelman, 1980)

Hoewel het semi-autobiografische Maus wereldwijd met prijzen werd overladen en in 1984 zelfs een speciale Pulitzer-prijs in de wacht sleepte, werd het boek bij de release met argusogen onthaald. De graphic novel stond toen nog in zijn kinderschoenen, het grote publiek associeerde de strip steevast met leesvoer voor kinderen.

In eerste instantie werd wereldwijd verontwaardigd gereageerd op het feit dat nota bene een strip handelde over zo'n zwaar onderwerp als de Holocaust en een verroeste vader-zoonrelatie. En dat uitgerekend een Amerikaanse jood hem maakte.

Gravett: "De kritiek kwam van heinde en ver, zelfs van dierkundige Desmond Morris. De strip, waarin de Duitsers als katten werden voorgesteld, de joden als muizen, de Amerikanen als honden en de Polen als varkens, zou volgens hem een belediging zijn voor kattenliefhebbers. Anderen hekelden de dierenmetafoor, die exclusief toegepast hoorde te worden voor humoristisch werk voor kinderen, zoals Tom en Jerry.

"Het publiek wist er even geen weg mee, ook al omdat Spiegelman zo doodeerlijk was over zijn vader, een overlevende van de Holocaust die een racist bleek. Het is een goed voorbeeld van een misbegrepen strip uit zijn tijd. Maar zelfs toen de prijzen kwamen, bleef het in sommige landen een controversieel werk. Spiegelman was bezorgd toen hij het boek ging promoten in Duitsland, terwijl Polen het laatste Europese land was dat het boek vertaalde. Het kon niet lachen om het feit dat de Polen als varkens werden afgebeeld. Om die reden publiceerde de auteur in 2011 Metamaus, waarin hij alle vragen omtrent Maus beantwoordde. Waarom muizen als joden? Waarom precies dit onderwerp? Hij kon dat, omdat hij een van de meest intellectuele stripmakers ter wereld is."

6. Barbarella (Jean-Claude Forest, 1962)

De schaars geklede sciencefictionheldin Barbarella lokte een storm van verontwaardiging uit toen ze in 1962 verscheen in het Franse stripmagazine V. Maar populair was ze wel. Zes jaar na haar verschijning maakte Roger Vadim er een film van met Jane Fonda in de hoofdrol.

Barbarella gaf het startschot voor de Europese erotische strip. Bekende titels uit die tijd waren Paulette uit 1971 van Picard (de scenarist was de vermoorde Charlie Hebdo-tekenaar Wolinski), Valentina (1965) van Guido Crepax en Jodelle (1966) van de Belgische stripmaker/vormgever Guy Peellaert, dat in Hara Kiri verscheen.

Gravett: "Met strips als deze, en met Barbarella op kop, stond Frankrijk op zijn achterste poten. De uitgevers werden geviseerd, hun oplagen werden in beslag genomen. Afhankelijk van het politieke en religieuze klimaat droeg Barbarella in de daaropvolgende jaren panty's en ondergoed, dan weer werd ze sensueler of net weer keuriger. Als je erop terugkijkt, was het een vrij seksistische strip, in een periode waar amper ruimte was voor vrouwelijke auteurs, in een land dat op stripgebied worstelde met de grenzen van het fatsoen én de volwassenwording van een medium.

"Heel bizar, maar precies op hetzelfde moment als de Barbarella-publicatie verscheen in de VS, in Playboy, het erotisch-satirische Little Annie Fanny. Ondertussen werd ook Robert Crumb bekend als 'gore en seksistische' stripauteur. Hij tekende grote borsten, was vrouwonvriendelijk en seks was zijn rode draad. Je zou denken dat zijn werk ondertussen aanvaard is, maar dat is niet per se het geval. In de jaren negentig trad ik voor een Britse rechtbank op als expert om zijn boeken in hun juiste context te plaatsen. Een christelijke douaneofficier had aanstoot genomen aan een van zijn uitgaven, waarop al zijn boeken in beslag werden genomen. Vooral zijn beroemde tekening 'The family that stays together, lays together', waarin alle gezinsleden het met elkaar doen - een erg oude tekening overigens - zorgde voor problemen. De douanier verloor uiteindelijk de zaak."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234