Zondag 25/10/2020

Striplegende robert Crumb toont op londense Expo obscure hoeken van onze cultuur

Crumb nodigt je uit om vettig te lachen en schaamteloos te geilen. Zijn tekeningen doen je schrikken door de 'in your face' observaties en bizarre hersenkronkels

Paniek, paranoia en een XL-penis

Grote tot gigantische boezems, hoerige holbewoners, bloedgeile katers, de XL-penis van de meester zelf, zware trauma's, paniek en paranoia. De Londense Robert Crumb-tentoonstelling gunt de bezoeker niet alleen een blik in het excentrieke brein van 'de hedendaagse Breugel'. De ondertitel van de expo, A Chronicle of Modern Times, geeft aan dat Crumb de status van kroniekschrijver heeft verworven. En dat voor iemand wiens thematieken en personages vooral tot stand kwamen door lsd en een torenhoog libido.

Londen

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Een stevige mama met een enorme boezem loopt enigszins trots over het witte vel papier. Talloze naakte mannetjes trachten zich met haar scheenbeen als opstapje haar vagina binnen te wurmen om haar dan bevredigd langs haar mond te verlaten. Op een andere illustratie doet de moeder het met haar zoon, de vader het met zijn dochter en bespringt de hond hun baby. "The family that lays together, stays together" (vrij vertaald: 'het gezin dat elkaar neukt, blijft bijeen'), zo luidt het opschrift.

Evenzeer de moeite is Crumbs verhaal over een hoerige holbewoonster. Elf pagina's lang neukt ze zich een weg doorheen de prehistorie, waar een van de harigste en tegelijk potentste Neanderthalers verdacht veel weg heeft van Crumb zelf. Een bijkomend argument om te beweren dat het wel degelijk om de grootmeester zelf gaat, is de grootte van diens geslacht. In ontelbaar vele illustraties en cartoons schildert de stripauteur zichzelf af met een kingsize penis. Dat doet hij altijd bij zijn bekende figuren Snoid, Mr. Natural of zijn alter ego Fritz the Cat. De ene vertegenwoordigt de vunzigheid in Crumb, de andere houdt het op (semi-)spirituele en filosofische reflecties, nog een andere becommentarieert de wereld vanuit de anus van een welgevormde vrouw, waar dat figuurtje resideert. Om maar te zeggen: wie dezer dagen de Crumb-expo in Whitechapel bezoekt, moet tegen een stootje kunnen.

Robert Crumb, de nu 62-jarige vader van de undergroundcultuur, heeft een aparte kijk op zijn werk. "Soms zie ik mezelf als een archeoloog, snuffelend in de obscure hoeken van onze cultuur", legt hij uit. "De cartoons in mijn hoofd zijn niet mooi, poëtisch of spiritueel. Je moet ze beschouwen als een verkeerd gestemde piano die niet meer stopgezet kan worden."

Crumb vertrouwt zijn gedachtekronkels, doemgedachten en fantasieën aan het papier toe op zijn bekende manier: rauw, ongecensureerd, verstoken van elk fatsoen, beledigend, kortom in your face. De goegemeente haalde en haalt er spontaan de neus voor op en bestempelde hem in het verleden als een racist, fascist of seksist. Het interesseert de Amerikaanse peetvader van de undergroundcultuur geen ene fuck. Of, zoals een boos kijkende Crumb op de cover van de catalogus bij de expositie laat optekenen: "I'm not here to be polite!" Als Crumb met zijn werk al iets wil bereiken, dan is het de donkere hersenkronkels van de gemiddelde blanke Amerikaan in de jaren vijftig blootleggen.

De Londense tentoonstelling Robert Crumb: A Chronicle of Modern Times is in feite een uitgebreide versie van een eerdere, vorig jaar gestarte expositie in het Carnegie Museum of Art in Pittsburgh. De ruimte is relatief klein, maar herbergt toch een tweehonderdtal originelen met werk van de laatste veertig jaar. Volgens de curator is het een van de compleetste Britse exposities rond Crumbs oeuvre.

Als inleiding worden Crumbs invloeden geëtaleerd op een groot paneel. Links bevinden zich namen van cartoonisten/stripartiesten als Jack Davis, Wallace Wood, Carl Barks, Walt Kelly en zijn echtgenote Aline Kominsky-Crumb. De namen rechts belichamen zijn liefde voor de beeldende kunst, waaronder Pieter Paul Rubens, Toulouse-Lautrec, Edward Hopper, Picasso, Dali, Gustave Doré, Bruegel en Da Vinci. Die invloeden zijn al terug te vinden in Crumbs eerste werken, of het nu schetsen, pentekeningen of schilderijen zijn. Zijn oudste hier geëtaleerde werk, een tekening uit 1960, waarin hij een bezoek aan The Art Museum associeert met Lautrec, Rousseau en Van Gogh, verwijst naar die inspirators.

Dat de tekenaar al op jonge leeftijd de muizenissen in zijn hoofd aan het papier toevertrouwde, bewijst een volgende originele tekening op een uit een schoolschrift gescheurde pagina. Rondom een wegsmeltend mannetje schrijft Crumb een hele tekst rond het leven. "I'm too sensitive in the wrong way", tekent hij ergens op en ook "Life is too much for me". Crumb is dan negentien. Niet veel later zal hij net in het tekenen een uitlaatklep vinden om zijn angsten, trauma's en seksuele fantasieën te sturen. Het zou hem nooit meer loslaten. Sterker: het gebruik van lsd in de jaren zestig doet zijn paranoia nog toenemen en levert erg vreemde, zelfs hallucinante droombeelden op. Op de ene plaat tekent hij een naakt mannetje dat tevergeefs uit een kleine doos tracht te ontsnappen. No Way Out, luidt de titel. Op een andere zwerft iemand met een opgeblazen schedel en uit hun kassen hangende oogballen door New York. Een drie pagina's tellend kortverhaal bestaat dan weer vooral uit genitaliën en zaadlozingen die vanuit allerlei camerahoeken lijken te zijn opgenomen. Crumbs maffe toekomstvisie vertaalde zich in het kortverhaal City of Fear uit 1966. Gedaan met kakken, zegt de auteur daarin. De toekomstige mens krijgt vanaf de geboorte een sanitair hulpstuk ingeplant. Maar de uitvinding van de toekomst is die van de androïden die de wereld bevolken ten gunste van de sadisten. Zij kunnen aan de lopende band verkrachtingen organiseren of zelfs een heus concentratiekamp leiden. Ieder zijn eigen fantasie, lijkt Crumb te zeggen.

Veel aandacht wordt in Whitechapel besteed aan karakters als Mr. Natural, Shuman the Human en Fritz the Cat. Ze belichamen opnieuw aspecten van Crumbs eigen leven. De bekendste, Fritz the Cat, is het seksueel explicietste strippersonage van de drie. De harige figuur die in 1972 zeer tegen de zin van Crumb een populair filmpersonage werd, transformeerde snel tot een vrouwonvriendelijke casanova en is het alter ego van Crumb.

Met Shuman bespeelt Crumb een gevoeliger snaar. Het getormenteerde, supergevoelige mannetje vraagt zich vaak luidop af vraagt mensen altijd spelletjes met elkaar moeten spelen. In die zin botste hij ook vaak op de semi-spirituele Mr. Natural, de man van Affiganistan, omschreven als "He's smart, cool, plays it up the hills and he knows what 'diddie-wa-diddie' means". Op Shumans vraag wat alles betekent, antwoordt Mr. Natural: "It don't mean shit". Wanneer een ander karakter, Flakey Foont, hem op de cover van het befaamde blad Mystic Funnies polst over zijn opmerking als zou de wereld vol zitten met voortekens haalt Natural, duidelijk verveeld door zoveel onkunde, de schouders op. De opmerkzame lezer bemerkt op diezelfde cover echter sleutels, een boom waarvan de takken transformeren tot slangekoppen, een vrouw met een hertengewei, een alien en boomkruinen waarin van op een afstand vreemde lichamen te zien zijn. Die semi-spirituele raadgevingen verhinderen uiteraard niet dat Natural ook wel eens zijn broek laat zakken en zijn geslacht de zwaartekracht laat trotseren, of wat had u gedacht.

Voor een - toegegeven, toch wat bizarre - commentator van de maatschappij blijft het wel vreemd dat de auteur herhaaldelijk verduidelijkt dat hij in feite niets te zeggen heeft. Sterker: hij is van mening dat hij een outsider is, een onbeduidend mannetje zelfs. Om de (vroegere) critici voor te zijn sabelde hij zichzelf vaak neer. Op de expositie hangt bijvoorbeeld een originele plaat, waarop hij zichzelf in zes plaatjes laat kennen. Hij begint zich voor te stellen als een geduldige, lijdende, heilige artiest (met stigmata) om zich vervolgens te omschrijven als een wrede, beredeneerde fascist-racist, een passionele revolutionair, een zakenman/cartoonist, een grapjas en ten slotte een gierigaard. Crumb zegt het allemaal te zijn, "maar het ligt eraan in welke bui ik me bevind".

Niet voor een gat te vangen dus, deze artiest. Zo werd nog een luik voorzien voor Crumbs andere fascinatie: muziek, meer bepaald de uit de Mississippi afkomstige bluesmuzikanten. De artiest speelde banjo in talloze groepjes en tekende heel wat realistische hommages aan zijn helden. Het zijn de enige werken waarin paranoia, seks en frustraties ontbreken.

De befaamde Crumb-documentaire van Terry Zwigoff kon in Whitechapel niet ontbreken. Net omdat je helemaal omringd bent door Crumbs oeuvre is dit de ideale omgeving om die karakterstudie nogmaals te bekijken. De uitlatingen van diens wereldvreemde broer, van een oud lief of van een uitgever, dompelen de bezoeker onder in de perfecte sfeer, waar de paranoia, de pervert en het aanstootgevende mannetje in ieders hoofd om de hoek komen kijken. Los van het feit dat deze erg verzorgde en relatief volledige expositie een goed beeld geeft van de auteur (en zijn leefwereld) zelf lijkt het wel alsof Crumb de bezoeker maar wat graag uitnodigt om bij bepaalde werken vettig te lachen en vooral schaamteloos te geilen. Zijn werk verhindert ons ook niet om, wanneer we ons hoofd dichterbij brengen om platen te bestuderen, onwennig rond ons te kijken en zelfs nu en dan te schrikken van 's mans schaamteloze observaties en hersenkronkels. Of zoals de legendarische artiest het zelf op een poster uit 2002 liet optekenen: "Who's afraid of Robert Crumb?"

De tentoonstelling in Whitechapel loopt nog tot 22 mei. Inkom gratis. Website: www.whitechapel.org. De catalogus bij de expositie, The Robert Crumb Handbook (MQ Publications), kost 14,99 pond, is 440 pagina's dik en bevat een cd met verschillende muziekfragmenten van groepen waarmee Crumb tussen 1972 en 2003 optrad.

Met dank aan Eurostar. Negen diensten per dag tussen Brussel en Londen. Info: www.eurostar.com of 02/528.28.28.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234