Dinsdag 22/10/2019

Striphelden in hun hemd gezet

Schokkend nieuws in comicland. Het iconische beeld van Superman, binnen de superhelden nog eens de überheld, verdwijnt. U weet wel: blauwe maillot, rood broekje, rode cape. Superman zal het straks zon- der broekje moeten doen. De trend is nochtans decennia oud. Klassie- ke Belgische en Vlaamse helden werden al veel eerder 'gestript' van wat de lezers dierbaar was.

Er zijn vele reden voor uitgever DC Comics om Superman en andere helden van tijd tot tijd een nieuwe look te geven, en de commerciële overweging is daarbij niet de minst belangrijke. Het staat de uitgever namelijk toe om oude albums te hertekenen en een resem eerste drukken te laten (her)verschijnen. Bij een stripfiguur als Superman, die al sinds 1932 bestaat, is dat een lekkere bijkomstigheid - trouwens ook voor veel comicverzamelaars.

Maar nieuw is dat hertekenen natuurlijk niet. In België en Vlaanderen, waar het Europese beeldverhaal mee tot zijn groei kwam, zijn de voorbeelden legio. Zeker bij extreem langlopende reeksen. Het overbekendste voorbeeld is natuurlijk Kuifje, waarvan de eerste afleveringen van het eerste beeldverhaal al in 1929 gepubliceerd werden. De eerste albums waren in zwart-wit, nog wat primitief getekend. Hergé hertekende alles grondig voor de latere kleurenuitgave, en ook die albums werden op hun beurt glater rondig gemoderniseerd: nieuwere automodellen verschenen, hele platen werden aangepast aan een nieuwe tijd. Maar Kuifje zélf veranderde niet, of nauwelijks. Hij bleef zelfs decennium na decennium nagenoeg dezelfde kleren dragen. Pas in het allerlaatste album, Kuifje en de Picaro's (1976) schrapte Hergé de klassieke 'plusflours' (de broek tot halfweg het onderbeen, met daaronder de zichtbare witte kous) en verplichtte hij Kuifje tot een modernere broek, dus met gewone pijpen.

Veel ingrijpender waren de veranderingen aan het beeld van de hoofdrolspelers in de Vlaamse succesreeks Suske en Wiske. Tekenaar Willy Vandersteen (en na zijn dood diens erven) zorgden meer dan eens voor hetzij plastische chirurgie, hetzij een vestimentaire make-over voor de belangrijkste figuren. Jerom droeg aanvankelijk een dierenvelletje (hij is dan ook afkomstig uit de oertijd), dat pas na ontieglijk veel albums werd ingeruild voor pantalon en hemd. Maar dat was een verhaaltechnische ingreep: bij zijn introductie was hij een Fremdkörper, dat evenwel aansloot bij de los-vaste familie van Suske en Wiske. En toen hij een vertrouwd figuur was, ontdaan van het bestiale kantje van het begin, moest hij zich ook maar in een vertrouwde outfit hijsen.

Smaak van de tijd

Maar er waren zelfs 'ideologische' ingrepen. Vanaf 1949 tekende Vandersteen ook een aantal Suskes en Wiskes voor het weekblad Kuifje van Hergé. Ze werden bekend als 'De blauwe reeks' en bevatten een aantal van de beste verhalen. Maar dat komt ook doordat Hergé zijn eisen stelde. Kuifje richtte zich op een burgerlijker en vooral stedelijker publiek dan de Vlaamse 'Sus en Wis', en dus moesten de verhalen ook meer 'niveau' hebben. Niveau werd zelfs in sociale klassetermen ingevuld. Suske en Wiske (en Lambik) moesten ontdaan worden van hun working class-imago. In een aantal vroege Vlaamse (rode) verhalen werkt Lambik als loodgieter, daar was geen sprake meer van. Maar vooral Wiske moest anders. Weg het popje Schanulleke, weg de opgeschoten kleuter met strikje in het haar uit de vroege albums. Middenin het album Het Spaanse spook voerde Vandersteen een goedwillige toverkol op die haar ineens transformeert tot een pronte prepuber, compleet met verzorgd meisjeskapsel volgens de betere smaak van die tijd. Veel later zou men blijven sleutelen aan Wiske (en in mindere mate aan Suske). In de jaren zeventig liep ze rond in jeansbroek en t-shirt, in het begin van de jaren 2000 had haar witte outfit even geen mouwen meer - de oksels mochten ademen, weet u wel - maar dat werd dan weer een tikje té bevonden. Nu is ze weer haar klassieke zelf.

Robbedoes zal zijn klassieke zelf nooit meer worden. Of is hij het nooit geweest? De liftboy die onder de meesterlijke pen van Franquin een stripheld van aparte klasse werd, werd nadien door talloze tekenaars onder handen genomen. Aanvankelijk waren dat varianten op hetzelfde figuurtje, die veranderen telkens wanneer er een nieuwe auteur arriveerde - Fournier dacht dat hij de slabakkende reeks op de sporen kon krijgen. Pas in de jaren negentig van vorige eeuw lukte dat, met het vinnige duo Tome & Janry. Maar toen wilde ook uitgever Dupuis zijn stempel drukken. In album 46 Als in een droom zorgden Tome en Janry ineens voor een wel zéér volwassen Robbedoes, een metamorfose die past bij het donkere verhaal, maar die geen onverdeeld succes bleek. Het experiment werd afgevoerd en toch weer doorgevoerd, met als gevolg dat er eigenlijk geen vast beeld van Robbedoes meer is, maar dat ongeveer elk nieuw album een andere stilistische variant is op een 'oerfiguur' die iedereen kent.

Opgepompte Ridder

Dat gebeurt wel vaker: stripfiguren die eigenlijk niet verouderen tijdens de afzonderlijke verhalen maar die in de loop der jaren toch 'volwassener' worden. De Rode Ridder blijft zijn eenzame dappere zelf, altijd omringd door vrouwelijk schoon, doch immer een middeleeuwse lone ranger in dienst van de gerechtigheid. Maar terwijl hij in de eerste albums in de vroege jaren zestig scherp afgetraind was, zelfs spichtig - het type langeafstandsloper - veranderde hij stilaan in een struise vechtmachine. Men zou welhaast vermoeden dat er in de middeleeuwen ook gymzalen bestonden, als men hem bezig zag in verhalen als Medusa (1988), met een blote bast die een bodybuilder niet zou misstaan.

Zijn dat andere tijden? Wellicht. Suske en Wiske ontsnapten er ook niet aan. Vergelijk het eerste prentje van de oorspronkelijke versie van (Op) het eiland Amoras met de latere ingekleurde versie. In 1946 gaan Wiske en Sidonia zwemmen "bij Doel aan de Schelde", toen een vast uitje voor het volkse Antwerpse milieu waaruit Vandersteen kwam en voor wie hij tekende. In de jaren zestig moesten de albums ook in Nederland verkocht worden, werkte men aan plannen om het idyllische Doel een kerncentrale te 'schenken', en brengen Sidonia en Wiske "een dagje door aan het water".

Het overkwam zelfs de meest oer-Vlaamse aller strips, Jommeke. Toen Jef Nys in 1961 De ooievaar van Begonia tekende, koos hij als setting een begijnhof. Begijnhoven zijn er nog altijd, maar er wonen geen begijntjes meer, en zeker geen pastoors, laat staan dat de jonge lezers nog weet hebben van voorconciliaire katholieke erediensten als 'het lof' (een namiddaggebed). In de latere ingekleurde versies heeft de uitgever op papier gespaard door die te expliciet katholieke stroken gewoon te schrappen, wegens zogezegd niet meer van de tijd.

Met andere verhalen was de uitgever zelf dan weer zeer bij de (commerciële) tijd. Onder het motto 'herkenbaarheid doet verkopen' werd bij het inkleuren van de oude Jommekes soms ook een forse hertekening gemaakt. Nergens was dat zo ingrijpend als bij de nieuwe uitgave van het vroege album, De jacht op een voetbal (1959). Daar doken twee stropers op, Kale Schrobber en Piet Kwak. Het zou bij een eenmalig optreden blijven. Vele albums later introduceerde Jef Nys Kwak en Boemel, een komisch boevenduo met spraakgebrekken, die zich wel wisten op te werken tot vaste nevenpersonages. Bij de hertekening van Jacht op een voetbal, in 1987, verdwenen Kale Schobber en Piet Kwak zonder pardon voor de andere schurken. Dat het verhaal wat inboette aan oorspronkelijke charme (het was donkerder, net zoals Kale Schrobber en Piet Kwak ook boosaardiger waren dan de wat onnozele slechtheid van Kwak en Boemel), dat de reeks wat minder reliëf kreeg, dat doet er allemaal niet toe. Lezertjes kennen Kwak en Boemel, dus lezertjes krijgen hen ook.

Zo gaat dat. Striphelden hebben niets in te brengen als tekenaars en steeds vaker ook uitgevers hen uitkleden, veranderen, laten sterven of weer tot leven wekken. Per slot van rekening blijft zelfs Superman een held van papier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234