Maandag 23/09/2019

Stripfiguren in de reclame

Wie in de grote centrale ruimte van het Hortamuseum naar een bovengelegen verdieping kijkt, wordt meteen decennia in de tijd geslingerd. Op grote affiches en posters maken striphelden als Kuifje, Bobbie of Lucky Luke onbeschaamd reclame voor merken als Nesquik, Ola, Côte d’Or of de anoraks en jeansbroeken van Salik. Vooral Hergé blijkt de reclamewereld omarmd te hebben. Niet alleen prijken zijn bekendste figuren op talloze reclametekeningen, ook voor het weekblad Kuifje/Tintin zwengelde hij de promotiemolen aan. Op de cover ervan werd vaak reclame gemaakt voor merken als Philips of Fiat. Zogezegd betrof het grote prijsvragen en wedstrijden, maar bij de bezoekers van deze expo doemt wellicht spontaan de term product placement op.

De intieme band tussen strips en reclame is te danken aan selfmade man Raymond Leblanc, de CEO van uitgeverij Lombard die kort na de Tweede Wereldoorlog het blad Tintin oprichtte. In 1953 stampte hij, gedreven door een erg liberale ideologie en het optimisme van zijn tijd, reclamebureau Publiart uit de grond. Aan het hoofd ervan plaatste hij Guy Dessicy, een gedreven jongeman die als ex-inkleurder bij Hergé de stripscene van binnenuit kende. Hij zou er vijfendertig jaar lang het roer in handen houden. Tot midden jaren zestig richtte hij zijn pijlen vooral op reclamestrips, nadien legde hij zich toe op (theater)affiches, het bedenken van slogans en mascottes.

De grote Hergé is ruimschoots aanwezig op deze expo. Niet toevallig. Een van de eerste taken van Publiart was zich toeleggen op de promotie van de Kuifje’s bon die in het weekblad Kuifje/Tintin en Lombard-albums te vinden was, alsook op talloze producten zoals Victoria-chocolade, Palmafina-olie, Heudebert-beschuiten, Materne-confituur of Frima-diepvriesproducten. De geduldige verzamelaar, vaak jonge mensen die zeer begeerd waren door de toenmalige reclame-industrie, konden ze inruilen voor drukplaatjes, prentkaarten of briefpapier van Kuifje. Het betekende een gouden zet voor Dessicy.

Hergé was lang niet de enige toptekenaar die zich door Leblanc en Dessicy over liet halen mee te stappen in de reclamewereld. De expo start met originele reclametekenaars als François Craenhals (De koene ridder), Berck (Sammy), Tibet (Rik Ringers, Chick Bill) of Aidans (Toenga), die strips maakten voor onder meer Governor-campingmateriaal en Victoria-chocolade. Jarenlang zouden de strips opduiken in het blad Kuifje/Tintin, in sommige gevallen werd een foto van een bestaande chocoladewinkel zelf uitgeknipt en mee in de tekening verwerkt. Interessant is ook het vervolgverhaal ‘De legende van de goede chocolade C’ôte d’Or’, getekend door schilder/tekenaar Paul Cuvelier (Corentin).

Bizar en opmerkelijk tegelijk is de tentoongestelde reclamestrip die de Vlaamse auteur Fonske maakte voor het zogenaamde vikingbier Vandenheuvel. Politiek correct waren zijn bijdragen allesbehalve, net zo min als ze een toonbeeld waren van goed ouderschap. Twee voorbeelden ter illustratie. Op een strook tracht een stoere viking een halter omhoog te heffen. Zweet parelt op zijn voorhoofd, maar hij slaagt er amper in om het ding boven zich te tillen. Een dreumes - met vikinghelm - staat ernaast, kijkt ernaar en zegt zonder gêne: “Kom ventje! Ge gaat u forceren. Laat mij het eventjes voordoen.” Het dreumesje telt tot drie en slaagt er zonder enige inspanning in de halter hoog boven zijn hoofd op te lichten. “Formidabel!”, zegt de stoere viking. “Waar haal je de kracht vandaan?” “Heel eenvoudig”, zegt de kleine, “mijn vader en ik drinken elke dag vikingbier Vandenheuvel.”

Nog straffer is de strook die daarop volgt, waarop dezelfde kleine met veel gehuil zowel een banaan als een glas melk weigert. Hij wordt pas stil wanneer zijn vader - een stoere vikinghoofdman - hem een schuimende pint bier presenteert. “Niets beters voor mijn zoon dan vikingbier Vandenheuvel.” Het zoontje kijk daarop likkebaardend naar de schuimende pint die steeds dichter bij zijn lippen komt. Santé!

De expo Het Publiart-Avontuur, met als ondertitel En toen ontdekte de reclame de strip, toont ook kleine reclamealbums, zoals die bijvoorbeeld in 1960 werden uitgegeven door Cha-Cha. BP gaf in die tijd dan weer het magazine De weg der jongeren uit, met daarin een strip van Michel Vaillant-tekenaar Jean Graton over een jonge piloot die zich voortbewoog in een BP-wagentje. Het was te verkrijgen in de BP-tankstations.

Het Publiart-Avontuur eindigt met enkele korte hoofdstukjes waarin bedrijfscadeaus, logo’s en mascottes worden getoond. Opvallend is ook de medewerking van Coca-Cola aan de opening van het Brusselse Stripmuseum in 1986. De presentatie van het museum ging toen gepaard met een door het colamerk gesponsorde tombola. Het bleek een van de laatste campagnes van Publiart.

De Dash-connectie

Jammer is evenwel dat de expo ophoudt bij de stopzetting van dat reclamebureau, terwijl de reclamewereld nadien nog erg vaak flirtte met strips. Vandaag de dag brengen koekjesfabrikanten immers nog altijd Smurfen- of Lucky Lukekoekjes op de markt, maakt Delacre ieder jaar weer de befaamde metalen Kuifje-koekjesdozen of zet het merk Pez bekende strippersonages in om hun snoepjes aan de man te brengen. Ook bestond bij ons zoiets als een Dash-connectie. Heel wat Vlaamse en Waalse strips, of ze nu bekend of onbekend waren, belandden in de jaren zeventig en tachtig (in miniversie) in de wastrommels, steevast voorzien van het logo. Willy Vandersteen joeg op die manier zijn bankrekening aardig de hoogte in. Dat stukje geschiedenis was overigens de aanzet tot de term ‘waspoederstrips’, die refereerde aan de minder kwalitatieve strips die gebaseerd waren op tv-series, popgroepjes of BV’s, zoals onder meer F.C. De Kampioenen, Basta! of de strips rond Margriet Hermans, Jacques Vermeire of Get Ready.

Ook niet te zien zijn 3D-objecten zoals die indertijd in tankstations of supermarkten werden gegeven. Enkel originelen en uitvergrote tekeningen sieren de muren van het Stripmuseum. Dat maakt de expo onvolledig. Niettemin: het mag dan een relatief kleine expo zijn, ze heeft een grote nostalgische waarde. Een plezier voor het oog, en voor het kleine kind in ons. Voor bezoekers van 7 tot 77 jaar.

De expo heeft voor tientallen auteurs wier werken hier geëtaleerd worden, nog een aangename verrassing in petto. Curator Jean-Claude de la Royère: “Toen ik die auteurs telefonisch toestemming vroeg om hun oude reclamewerk te exposeren, luidde de vraag steevast wanneer ze die originelen terug zouden krijgen. Ik heb daarover met Guy Dessicy gesproken, en hij zei dat het in de reclamewereld indertijd niet de gewoonte was zulke tekeningen terug te geven. Maar hij had ze wel allemaal zorgvuldig bewaard en beloofde om al die werken terug te sturen naar hun rechtmatige eigenaars." Het gaat om ongeveer 250 originelen, van krantenstroken over illustraties tot strippagina’s. Sommige van die werken waren meer dan een halve eeuw ‘verdwenen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234