Zaterdag 23/01/2021

Stripauteur Morris (1923-2001)

Morris, de geestelijke vader van Lucky Luke, 'de man die sneller schiet dan zijn schaduw', is vorige week maandag onverwacht overleden. Het nieuws raakte pas vrijdagmorgen bekend. Van de zowat tachtig titels gingen er wereldwijd 300 miljoen over de toonbank. Daarmee was the poor lonesome cowboy populairder dan Kuifje. Morris was ook de uitvinder van de term 'Negende Kunst'. De opening van het eerste Lucky Luke-pretpark in 2002, in de buurt van Lissabon, heeft hij niet meer mogen meemaken.

Antwerpen / Van onze medewerker

Geert De Weyer

Een verwrongen Popeye-hoofd, vier dikke vingertjes en een cartoonuitstraling. Toen Lucky Luke in 1945 uit de tekenpen van de Belgische striptekenaar Morris (pseudoniem van Maurice De Bevere) kroop, werd meteen duidelijk waar hij zijn sporen verdiend had. Tijdens de Tweede Wereldoorlog debuteerde Morris namelijk in de Brusselse tekenfilmstudio Compagnie Belge d'Actualités (CBA), waar hij de kneepjes van het tekenvak leerde beheersen. Nadien boog Morris zich over het stilstaand beeld en kwam hij op de loonlijst te staan van Télémoustique en Het Laatste Nieuws. Hij zou er zo'n 250 covers tekenen.

Pas in 1946 verscheen de eerste beeltenis van Lucky Luke in de Robbedoes Almanak 1947 - die de tweede week van september 1946 werd gepubliceerd. Nog later doemden onder meer het sprekende paard Jolly Jumper, de domste striphond ter wereld Rataplan, en de boevenbroertjes de Daltons (noodgedwongen neven van de echte Daltons, die Morris in een van de eerste albums liet sterven) op.

Morris maakte deel uit van 'de groep van vier', samen met Will, Jijé en Franquin. Essentieel voor zijn carrière is zijn tocht naar New York in 1948, samen met zijn vrienden Franquin en Jijé. "Om er het werk van de Amerikaanse tekenaars te bestuderen en me te laten onderdompelen in de westernsfeer, voor zover die daar nog te vinden zou zijn", zette hij die beslissing aan het Franse vakblad Phenix kracht bij. En om er te trouwen met zijn vrouw Francine, bleek later. Morris verbleef er zes jaar en werkte onder meer voor het satirische magazine Mad.

's Mans carrière kreeg een nieuwe impuls toen hij in het hart van the Big Apple Asterix-scenarist René Goscinny tegen het lijf liep, die vanaf zijn terugkeer in 1955 Morris' officiële scenarist werd. De populariteit van Lucky Luke werd er niet minder om. Integendeel. Goscinny verruilde meteen het avontuurlijke uit de reeks in het voordeel van humor, bracht slapstick aan, vervormde Lucky Luke tot een karikatuur van zichzelf en schonk de lezer een kluchtige verkenning van de western zoals we die kenden uit feuilletons en boeken. Morris, die eerder nog zo waarheidsgetrouw mogelijk had willen werken, liet het langs zich heen gaan. Sterker: hij moedigde Goscinny er zelfs in aan. Gevraagd naar die plotse ommekeer, antwoordde hij: "Ach, het kan in zekere mate zelfs remmend werken als je over te veel documentatiemateriaal beschikt. Ik ben niet zo neurotisch op dat punt. Wat historische details betreft, veroorloof ik me in strips vrijheden."

Dat Morris dweepte met de western was ondertussen voor iedereen duidelijk geworden. Hij gaf toe zich steeds opnieuw te laten beïnvloeden door films als onder meer Western Union van Fritz Lang, Jesse James van Henry King, When the Daltons Rode van George Marshall, Billy the Kid, Pony Express - titels die later ook de omslagen sierden van talloze Luky Luke-albums. De Kortrijkenaar deed geen enkele moeite die verwijzingen te camoufleren. Zelf omschreef hij zijn reeks als "een parodie op de western, waarbij ik gebruikmaak van alle clichés en personages uit dat genre." Niet verwonderlijk dus, dat de gehele Hollywood-scène in de vorm van gastvedettes zijn tekenkaders binnensloop. Veel moeite kostte hem dat niet. Toen hij indertijd bij Télémoustique werkte had hij zich gespecialiseerd in het maken van karikaturen.

In Zoeklicht op Lucky Luke, een enkele jaren geleden door het Brusselse Stripmuseum opgezette tentoonstelling rond de vijftigste verjaardag van de cowboy, werd duidelijk dat het lijstje van cameo- en bijrollen in al die jaren ellenlang was geworden. Niet alleen Amerikaanse acteurs/regisseurs als David Niven, Alfred Hitchcock, Boris Karloff, Lee Marvin, Groucho Marx en Lee van Cleef, maakten de dienst uit, Morris zocht het ook dichter bij huis en maakte Louis de Funès en Serge Gainsbourg op zijn pagina's onsterfelijk. Westernveteraan Jack Palance stond dan weer model voor Phil IJzerdraad, een van de aartsvijanden van Lucky Luke. Maar het grootste zwak had Morris onmiskenbaar voor Gary Cooper, hét personage waarop hij zijn stripheld baseerde. "Ik vind dat Gary Cooper het beeld van de held uit die bepaalde periode - de tijd dat ik veel western zag - perfect belichaamt. Hij is groot, sterk en soepel", motiveerde hij zijn keuze. Later zou hij eraan toevoegen dat Luke ook kenmerken in zich droeg van John Wayne en, een beetje, William Hart.

"Strip en film hebben altijd al dicht bij elkaar gelegen", vond Morris, en dus introduceerde hij als een van de eerste Europese striptekenaars eenzelfde soort camerabewegingen en filmtechnieken in zijn strips zoals kikkerperspectief, freeze frames of close-ups. Hij zou er tal van generatiegenoten mee beïnvloeden.

Lucky Luke werd steeds populairder en bleek ook in de Verenigde Staten een trouwe clan te hebben. Die werd nog groter toen in 1984 de held door de Amerikaanse Hanna-Barbera Studios vereerd werd met een 26-delige animatiereeks. Steeds meer kinderen kochten de albums en snel kwam dan ook de vraag van de Amerikaanse kommaneukers of het niet tijd werd die eeuwig bengelende sigaret tussen de lippen te laten verdwijnen. De Kortrijkenaar stemde snel in, verving de peuk door een grasspriet en kreeg er in 1988 prompt een prijs voor van de Wereldgezondheidsorganisatie. Tegenwoordig gaan er elk jaar een miljoen albums over de toonbank en verschijnt Luky Luke in dertig talen.

Opvallend was dat Morris de laatste jaren af te rekenen had met enkele zware processen, waarvan het vervelendste met de dochter van Goscinny, die de rechten betwistte alsook het feit wie de uitvinder was van Rataplan. Morris won die zaak. Vorig jaar klaagde hij nog Editions Dargaud Lombard aan omdat die zonder toestemming een Lucky Luke-verhaal in een omnibus had gepubliceerd. En enkele maanden geleden nog zei een stripscenarist Morris voor de rechtbank te willen dagen wegens plagiaat. Hij beweerde het scenario voor het recente album De Kunstschilder jaren geleden al naar Morris te hebben opgestuurd. Nochtans stond bij de credits van het laatste album enkel Bob De Groot als scenarist vermeld.

Of er nog een album van Lucky Luke zal verschijnen is zeer de vraag. Wel staat vast dat de Franse komiek Jamel Debouzze heeft getekend voor de rol van Joe Dalton in een volgend jaar door UGC geproduceerde live-action film. In september zenden France 2 en France 3 ook de eerste van een 52 delen tellende animatiereeks uit en in 2002 wordt in Palmela, in de buurt van Lissabon, het eerste Lucky Luke-pretpark geopend. Het domein zou bijna tachtig hectare beslaan.

Ondanks het feit dat Morris steeds meer een beroep deed op assistenten (na Goscinny was het de beurt aan onder meer Lo Hartog van Banda, die ook teksten voor De bereboot en Ti-Ta-Tovenaar op zijn palmares had staan), is hij al die tijd blijven tekenen. Jaren geleden gaf hij een journalist lik op stuk die hem vroeg of hij op zijn leeftijd nog wel zijn favoriete held kon tekenen. "Als ik 's morgens opsta grijp ik de krant", verweerde Morris zich, "en als mijn naam niet tussen de overlijdensberichten staat, scherp ik mijn potlood en begin ik te werken." Morris stierf in een dorpje in het zuiden van Frankrijk, waar hij als toerist rondliep. Naar verluidt brak hij zijn been en deden zich in het ziekenhuis complicaties voor. De officiële doodsoorzaak luidt volgens uitgeverij Dargaud longoedeem.

Strips

Morris omschreef Lucky Luke als 'een parodie op de western, waarbij ik gebruikmaak van alle clichés en personages uit dat genre'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234