Woensdag 11/12/2019

'Strikt, correct, elegant, maar afstandelijk'

In Daddy Nostalgie, de laatste film die Dirk Bogarde in '90 draaide met de Franse regisseur Bertrand Tavernier, wordt het verhaal verteld van Caroline (rol van Jane Birkin), die een tijdje bij haar ouders aan de Azurenkust gaat logeren, waar haar vader (rol van Bogarde) herstelt van een zware hartoperatie. Het resultaat was een tedere, intimistische film over levensvreugde ('We have a great talent for life', zegt Daddy op een bepaald moment tegen zijn dochter), maar ook over doodsangst ('I hate to leave the party now', geeft Daddy toe als hij beseft dat hij stervende is).

De meervoudsvorm van 'We have a great talent for life' had Dirk Bogarde, die zaterdag in Londen op 78-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, ook gewoon voor zichzelf kunnen gebruiken, want hij heeft inderdaad verschillende levens geleid: als glamouridool én als serieus filmacteur, als schrijver van een reeks autobiografische boeken én auteur van een aantal romans, als publieke figuur én als een strikt op zijn privacy gestelde kluizenaar.

Hij werd op 28 maart 1921 in de Hampstead-wijk, in het noorden van Londen, geboren als Derek Niven Van den Bogaerde, zoon van een familie waarin Nederlands, Belgisch, Spaans en Engels bloed door de aderen vloeide. Als tiener droomde hij weliswaar van een carrière van een acteur, maar zijn voornaamste talent bleek schilderen te zijn en na een opleiding aan het Royal College of Art ging hij als decorschilder aan de slag in het theater. Hij speelde ook enkele figurantenrolletjes, maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit en Bogarde bleef tot '46 onder de wapens.

Naar verluidt was zijn plotse populariteit als acteur (in het toneelstuk Power Without Glory uit '47) eigenlijk het gevolg van een misverstand, want op weg naar een BBC-auditie stapte Bogarde blijkbaar de verkeerde kamer binnen en kwam zo in het theaterstuk terecht dat van hem een 'overnight success' zou maken. Zijn eerste filmrolletje speelde hij als politieman in Dancing with Crime uit '47. Vóór de oorlog had hij weliswaar even gefigureerd in Come on George uit '39 (zo'n typisch vehikel van de indertijd populaire, ukelele spelende komiek George Formby), maar dat optreden was toen nog 'uncredited' gebleven.

Tussen '47 en het begin van de jaren '60 zou Dirk Bogarde, als contractspeler voor de Britse productiefirma Rank Organization, in meer dan 30 films optreden. Vooral de toen zeer populaire Doctor-serie (met titels als Doctor in the House, Doctor At Sea (met Brigitte Bardot!) en The Doctor's Dilemma) maakte van hem een aanbeden 'matinee-idool'.

Naderhand zou hij zich uit alle macht van die vroege films distantiëren: "De jaren vijftig zijn een periode die ik wil vergeten en die ik wil doen vergeten. Ik ging bijna altijd dood, aan kanker of een hersenbloeding, en vond nog net op tijd God. Of mijn tegenspeelster ging dood en dan vond ik ook God. Damesbladverhalen!"

Bogarde nam toen zijn carrière in eigen handen en deed dat onder meer door de hoofdrol te aanvaarden in The Victim van regisseur Basil Dearden uit '61. Het kreeg het scenario toegestuurd, samen met een briefje waarin de namen van een hele reeks bekende Britse acteurs werden opgesomd die de rol al eerder hadden geweigerd. Onderaan stond de provocerende vraag: 'Durft u het aan?' Het zo'n beetje als moordthriller vermomde The Victim ging over een succesrijke advocaat die zijn reputatie en huwelijk bedreigd ziet door chantagepogingen van een homoseksuele vriend en uiteindelijk toch beslist voor zijn geaardheid uit te komen. Het was toen blijkbaar de eerste keer dat homoseksualiteit aan bod kwam in een Engelse film.

In '63 volgde dan de klassieker The Servant van regisseur Joseph Losey, met wie hij later ook nog King and Country, Modesty Blaise en Accident zou draaien. De hierboven in de inleiding geciteerde zin 'I hate to leave the party now' is volgens regisseur Tavernier afkomstig van Losey, die dit vlak vóór zijn dood tegen Bogarde zou gezegd hebben.

Op het einde van de jaren '60 volgde dan zijn ontmoeting met de Italiaanse grootmeester Luchino Visconti, die zou resulteren in La Caduta degli Dei of The Damned uit '69 en natuurlijk het meesterwerk Morte a Venezia, gebaseerd op de Thomas Mann-novelle Tod in Venedig, waarin Bogarde de rol van de stervende componist Gustav von Aschenbach vertolkte. In die periode was Dirk Bogarde al van Engeland verhuisd naar het zuiden van Frankrijk, waar hij, in de buurt van Grasse, tot het midden van de jaren '80 zou samenwonen met zijn vriend en manager Tony Forwood. Toen die ongeneeslijk ziek werd (Forwood bleek zowel kanker als Parkinson te hebben), keerden ze terug naar Engeland. "Mijn enige troost is dat ik Frankrijk nog eenmaal zal aandoen: tijdens mijn begrafenis. Ik wil rusten op de plek waar ik werkelijk gelukkig was", verklaarde Bogarde toen. Zijn vriend Tony Forwood omschreef hij als "een puriteinse figuur die het idee van homoseksualiteit haatte en met wie ik een totaal platonische relatie onderhield".

Zijn verhuis naar het Europese vasteland had indertijd ook te maken met het feit dat hij daar de filmaanbiedingen kreeg die hem nog enigszins interesseerden, zoals Il Portiere di Notte of The Night Porter van de Italiaanse cineaste Liliana Cavani uit '74, Providence van de Franse regisseur Alain Resnais uit '77 en Despair van de Duitse filmmaker R.W. Fassbinder uit '78. Het zou ten slotte tot '90 duren voor Bertrand Tavernier hem toch nog eens uit zijn isolement kon halen voor de film Daddy Nostalgie. Bogarde omschreef de Franse regisseur ooit als "een man die ik zo bewonderde dat ik op zijn verzoek de gebruiksaanwijzing van een Japanse ijskast uit mijn hoofd zou hebben geleerd".

Tijdens zijn zelfgekozen kluizenaarsbestaan in zijn 15de-eeuwse boerderij nabij Grasse was Dirk Bogarde ook begonnen aan een nieuwe, dit keer literaire loopbaan, die heel wat bestsellers opleverde. Sommigen daarvan waren autobiografisch van aard, zoals A Postillion Struck by Lightning, An Orderly Man, Cleared for Take Off en A Short Walk from Harrods. Hij publiceerde ook romans zoals A Gentle Occupation en Jericho. Zijn schrijverscarrière beschouwde hij als "een verfijnd soort metselen met woorden", maar zijn verhouding met de literaire kritiek was minder aangenaam: "Ze zien mij als een fossiel dat per ongeluk schrijvend voortbestaat. Bah, zo'n oude cinemagrootheid die hun incestueuze territoriumpje betreedt."

Maar écht kwetsen deed hem dat wellicht niet, want hij had voor zichzelf al lang beslist dat hij een heremietkreeft wou zijn: "Een wezen dat zijn gevoelige kern heeft gepantserd, dat zich bij voorkeur verbergt - het tegendeel van een sociaal dier." Als verklaring verwees hij zelf naar het milieu waarin hij was opgegroeid: "Strikt, correct, elegant, maar afstandelijk." Alsof hij meteen ook zichzelf beschreef.(Jan T.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234