Zondag 27/11/2022

Strijders van de wieg tot in het graf

In Israël leert een nieuwe generatie Palestijnse kinderen met stenen gooien naar de Israëlische soldaten. In de familie Abu Hello is het verzet tegen de bezetter een traditie die van vader op zoon en nu op kleinzoon wordt doorgegeven.

Eva Ludemann

Jeruzalem

De geschiedenis van de familie Abu Hello, uit het dorpje Hizma vlak buiten Jeruzalem, is die van een doorsnee Palestijns gezin. Elke generatie is er een van verzetsstrijders, gevangenen en martelaars. Van overgrootvader tot en met kleinkind; allen zijn ze opgegroeid met oorlog, bezetting en verlies.

Met fonkelende ogen trekt Aref Abdallah Abu Hello zijn zwarte, met goudband afgezette dishdesh recht, de traditionele Palestijnse katoenen overjas. Ondanks zijn 77 jaar is er niets van zijn strijdlust en vastberadenheid verloren gegaan. Hij wijst naar de witte prefabhuisjes van de joodse nederzetting Pizgat Ze'ev. "Daar hoedden mijn vader en ik vroeger onze schapen en oogstten wij de goudgele maïs. Tot de Britten hun verwoestende prozionistische beleid gingen voeren en wij alles verloren."

Onder aan de heuvel, bij de ingang van de nederzetting, kringelen dikke, zwarte rookwolken de lucht in. Palestijnse jongeren hebben er autobanden in brand gestoken en bekogelen de Israëlische soldaten met stenen. Ook Arefs kleinzoon, de twaalfjarige Eyad, gaat sinds enkele weken dagelijks naar Pizgat Ze'ev om er na schooltijd met stenen te gooien.

Als Eyad, een kleine, verlegen jongen met een rond gezicht, even later met vieze kleren en vegen en schrammen op zijn gezicht en handen thuis komt, klopt Aref de jongen vol waardering op de schouder. "Ik ben trots op hem. Het is beter te sterven in een daad van verzet, dan in schaamte en onderdrukking te leven. Mijn kleinzoon is een moedige jongen."

Eyads vader Hassan kijkt zijn zoon aan en schudt zijn hoofd. "Ik zou willen dat hij thuis zou blijven, want ik sta elke dag doodsangsten om hem uit. Maar ik kan hem niet tegenhouden. Als je jong bent, heb je geen geduld om te wachten op verbetering. Je moet iets doen, want elke verloren dag is er een te veel. Ik was precies hetzelfde."

Op zijn zestiende raakte Hassan betrokken bij de activiteiten van de PLO. Samen met zijn grootvader en vader, leidde hij de lokale cel van de clandestiene Palestijnse partij Fatah van Yasser Arafat. In 1977 werden vader en zoon opgepakt. Ze werden beschuldigd van lidmaatschap van Fatah en van het voorbereiden van aanslagen op Israëlische doelwitten. Na negen maanden werd Aref vrijgelaten. De 24-jarige Hassan kreeg tien jaar.

"De ondervragingen en martelingen waren het ergst. Ze duurden 45 dagen. De enige keren dat we contact met elkaar hadden, was in de ondervraagruimte. Omdat mijn vader weigerde te praten, brachten de Israëli's mij naar hem toe. Dan bonden ze me vast en moest ik toekijken hoe ze op hem insloegen en schopten. Ik heb hem gesmeekt te zeggen wat ze wilden horen, maar mijn vader hield koppig vol", vertelt een zichtbaar emotionele Hassan.

Inmiddels waren twee van Hassans broers, en enkele neven en ooms in dezelfde gevangenis beland. Via hen hoorde Hassan dat zijn vier overige broers in andere gevangenissen zaten. "In totaal hebben mijn zoons en ik 49 jaar in Israëlische gevangenissen doorgebracht. Het was een family business", zegt Aref grinnikend. "Ik voelde me na mijn vrijlating gewoon buitengesloten. Gelukkig mocht ik binnen enkele maanden terug."

Hassan vult zijn vader aan. "Op een nacht hoorde ik iemand in de cel naast de mijne kreunen. Via kloppen op de muur, kwam ik erachter dat het mijn vader was. Vlak daarna kwamen de Israëlische soldaten zijn cel binnen en ik hoorde hoe hij met zijn armen aan de buitenkant van mijn deur aan de grendels werd vastgebonden. Het was midden in de winter en heel koud. Mijn vader was halverwege de vijftig jaar en ik maakte me ernstige zorgen over hoe hij zonder dekens de nacht zou doorkomen. Ik ben mijn vingers en tenen blijven tellen om niet gek te worden. Het was de ergste nacht uit mijn leven."

"Mijn vader en opa zijn helden", zegt de kleine Eyad. "Wat hen is overkomen maakt mij treurig, woedend, maar ook trots en het roept verzet in mij op. Wij lijden al veel te lang en het moet maar eens afgelopen zijn met die bezetting. Ik wil vrede en mijn vrijheid, net als iedere andere jongen. En ik ben bereid daar veel voor op te offeren."

Hassan slaat een arm om zijn zoons schouders. "Iedereen zit liever thuis bij zijn gezin dan eenzaam in een kille cel of dood onder de grond. Maar elke man is bereid te strijden en zich op te offeren om zijn kinderen een onbezorgde jeugd en een waardige toekomst te geven. Mijn opa, mijn vader, mijn zoon en ik; we denken er allemaal hetzelfde over. Net zolang tot onze kinderen vrij zullen zijn."

'In totaal hebben mijn zoons en ik 49 jaar in Israëlische gevangenissen doorgebracht'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234